blog 6: #Iwill: een pleidooi voor meer steun

‘Ik zal luisteren, me inleven in het oogpunt en de gevoelens van een ander, gehoor geven aan een ‘nee’, ingrijpen bij seksisme, een consequent front vormen tegen aanranders.’ Dat is wat iedereen zich moet voornemen, nu de alomtegenwoordigheid van seksuele intimidatie voor het voetlicht wordt gebracht.

Afgelopen week werd ik meermalen geraakt door de aangrijpende verhalen van vrouwen. Ik sprak met mijn vriendin over #MeToo. Zij was vooral getroffen door een vrouw die opmerkte dat ze seksuele aanranding altijd zwijgzaam had ondergaan. Waarom? Omdat ze geen scène wilde schoppen, niet hysterisch wilde overkomen, maar bovenal omdat ze geen bijval verwachtte. Ze was bang – niet alleen voor de daders, voor de mannen, maar ook omdat de steun van anderen in zo’n situatie niet vanzelfsprekend is.

Zo schetste ze een voorval waarbij een man zich in een overvolle tram aan haar opdrong. Ze kon zijn erectie door drie lagen kleding heen voelen, hoe het intieme lichaamsdeel van een vreemde tegen haar aan schuurde. Ongevraagd en tegen haar wil. Ze had hem de huid moeten volschelden, zei ze, ze had hem aan de schandpaal moeten nagelen, aan diezelfde paal in de tram die omstanders gebruikten voor steun bij (andere) schokkende bewegingen. Maar dat deed ze niet, ze onderging de grensoverschrijding met dichtgeknepen benen en keel. Ze verwachtte geen hulp, en ze was bang voor de consequenties van een roep om hulp.

Tweet: Omdat de tijd rijp is om de oude patriarchale wereld vaarwel te zeggen

Steun. Dat is waarom zoveel vrouwen zich nu wél durven uit te spreken. Waarom de alomtegenwoordigheid van seksuele intimidatie nu voor het voetlicht wordt gebracht. Omdat vrouwen weten dat ze bijval krijgen, dat ze gehoord zullen worden. Omdat de tijd rijp is om de oude patriarchale wereld vaarwel te zeggen. De wereld waarin mannen zich het recht toekennen om vrouwen te objectiveren en te kleineren, moeten we achter ons laten. Het is namelijk geen natuurlijk gegeven. Goed, de vrouwen die dapper #MeToo aankaartten worden soms nog steeds beticht van kleinzerigheid. Maar die geluiden worden nu overstemd. Dat hoop ik, tenminste.

#Ihave’s zijn niet afdoende

Sommige zondaars bekennen hun vergrijp in de digitale biechtstoel van Twitter, waar iedereen kan meeluisteren. Ze tjirpen #Ihave. Zeker, de bekentenis is een eerste stap. Ik moet toegeven dat ik verregaand seksistisch mannengelul te weinig van repliek heb gediend. Maar bekentenissen gaan over het verleden, zeggen niks over handtastelijkheid en kleinering nu en later. Er mag daarom geen genoegen worden genomen met bekentenissen.

Wij, mannen én vrouwen, moeten ons inzetten voor een omgeving waarin we elkaar bijstaan. We kunnen er niet voor zorgen dat seksuele aanranding nooit meer plaatsvindt, wel dat daders er niet mee wegkomen. En nog effectiever: dat ze ook wéten dat ze er niet zomaar mee wegkomen.

Ik pleit daarom voor #Iwill. Ik zal luisteren, me inleven in het oogpunt en de gevoelens van een ander, gehoor geven aan een ‘nee’, ingrijpen bij seksisme, een consequent front vormen tegen aanranders. Daar begint het mee, niet met een berouwvolle bekentenis, maar met een krachtige belofte. Tijd voor een principieel erewoord.

 

Deze blog verscheen eerder in One World (https://www.oneworld.nl/mensenrechten/iwill-pleidooi-meer-steun/)

blog 5: Social media in de strijd tegen de zwijgcultuur

Vandaag werd ik gebeld door een journalist. Of ik commentaar had op #MeToo. Hij had namelijk net een man geïnterviewd die destijds was aangerand bij de keuring en tot nu toe gezwegen had. Of me dat verbaasde? Nou, nee. Ik heb namelijk 25 jaar geleden een boek geschreven, Het leger maakt een man van je, over homoseksualiteit en over seksueel geweld in het leger. Ik had twee conclusies voor de journalist.

Ten eerste, Defensie vaart mee met de jaarlijkse Gay Pride, dus dat zit wel snor.

Ten tweede, de zwijgcultuur is extreem hardnekkig. Geen verschil tussen toen en nu. In elke branche, in elke organisatie, op elke werkplek, op elke school, in elk leger. Slachtoffers (vrouwelijk of mannelijk maakt niets uit) zwijgen uit schaamte en de organisatie praat er niet over uit angst voor reputatieschade. De dader komt er lachend mee weg. De roofdieren winnen. Omdat het Nederlandse strafrecht geen optie is, dat beschermt de daders, niet de slachtoffers. En omdat de collega’s van het slachtoffer en eventuele omstanders de zaak bagatelliseren. Trump doet het ook, nietwaar, en Boys will be Boys, nietwaar? Nou, niet dus!

Oplossing? Social media. Die hadden we 25 jaar geleden niet en nu wel. In veel gevallen zijn social media een vuilnisbak vol etter, maar in dit geval kunnen ze fungeren als openbreker van de zwijgcultuur. Van de alledaagse Omerta. Door de ellende te delen wordt hij zichtbaar en gaan stigma en taboe er vanaf. Zwijgen is Lood, Spreken is Goud. Het beste wat we kunnen doen. #MeToo dus. Als man, als vrouw, als slachtoffer, als omstander.

PS1. O ja, en kunnen we ook wat vriendelijker en aardiger tegen elkaar zijn?

PS2. De journalist wilde nog weten of ik voor een onderzoek was. Nee, ik wil absoluut geen onderzoek! We weten alles al. We moeten gewoon wat doen.

 

foto: Boy Hazes

blog 4: Zonder #MeToo geen vrije seks

Kort nadat #MeToo viral ging, liggen de mensen die hun ervaringen met seksuele intimidatie gedeeld hebben, in de touwen, uitgeput van de emoties die het vertellen van zo’n verhaal met zich mee brengt. De trollen zijn van repliek gediend of rücksichtloos achter de mutemuur geparkeerd, de trollenherders zijn gescreenshot, voor je weet nooit. En toen kwamen de gesophistiseerde goedpraters.

Getooid met academische titels en columnistisch gezag herhalen ze de eeuwenoude smoezen. Zo zijn mannen nu eenmaal, het is een heksenjacht, de slachtoffers van mannen als Weinstein wilden zich gewoon omhoog neuken – de hoeren – en er is natuurlijk geen bewijs want er zijn alleen de verklaringen van enkele tientallen hysterische vrouwen.

Preuts

En altijd, altijd komen ze er op uit dat de mensen die protesteren tegen seksuele intimidatie preuts zijn. ‘Flirten mag niet meer’, ‘het zijn gewoon onhandige versierpogingen’ en ‘mannen moeten wel vrouwen kunnen blijven versieren’. In de Volkskrant bijvoorbeeld een stuk van Daniëla Hooghiemstra dat begint met bagatelliseren van seksuele intimidatie en dat eindigt bij de conclusie dat we het moeten accepteren omdat er anders geen lust en liefde meer is:

“En laten we één ding niet vergeten: de risico’s wegen op tegen het plezier. De meeste mannen zijn vriendelijke versierders, hun vasthoudendheid is soms irritant, soms ridicuul maar vaak ook vleiend of aandoenlijk, en soms ook zomaar ineens effectief. Enige waardering voor het enthousiasme waarmee ze de boel aan de gang houden mag ook weleens worden uitgesproken.”

Waarna ze nog even toevoegt dat vrouwen die hier ‘kwetsuren’ van oplopen niet zo moeten zeuren. Gezeur over seksuele intimidatie bedreigt de vrije seks.

Muur om zich heen

Ik ben geen seksuoloog, maar ik zet er wel een kratje of twee op dat de vrije seks vooral wordt bedreigd doordat mensen uit angst voor verkrachting wel drie keer nadenken voordat ze met iemand naar huis gaan. Doordat mensen die seksueel geweld hebben meegemaakt, soms jaren bezig zijn om weer van seks te leren genieten. Doordat mensen, murw gebeukt door seksuele intimidatie, zo’n muur om zich heen bouwen dat ze zich niet meer open kunnen stellen voor een respectvolle toenaderingspoging. Doordat het op zich zo mooie moment van penetratie verpest wordt omdat vrouwen moeten opletten of hij niet stiekem het condoom wegfrommelt.

Een wereld waarin ‘nee’ gewoon ‘nee’ is

Of laat ik het omdraaien. Stel je een wereld voor waarin ‘nee’ gewoon ‘nee’ betekent. Waarin je een wildvreemde mee naar je eigen huis kunt nemen zonder angst verkracht te worden, of om gestalkt te worden als je de volgende ochtend besluit dat één nachtje precies genoeg was. Waarin je een flirt naar iemand kan zenden en dan zeker weet dat hij het niet ziet als legitimatie om in je kruis te grijpen, maar als een uitnodiging tot een spel dat overal mag eindigen. Dat mag eindigen in ongetemde lust, maar waarvan het ook prima is als het blijft bij één mooie blik. Zo’n blik waar je dagen op kunt teren.

Wat zouden we flirten. Hoeveel seks zouden we wel niet hebben. We zouden zoveel van elkaar genieten dat we nauwelijks nog aan iets anders toe zouden komen.

Het is seksuele intimidatie die van flirten een mijnenveld maakt, niet het protest er tegen. Het is seksueel geweld dat maakt dat mensen terughoudend worden met seks of er zelfs geheel van af moeten zien.

Als vrije seks je lief is, steun je #MeToo. In woord en in daad.

 

Deze blog verscheen eerder op: http://www.fietsersafstappen.nl/2017/10/23/zonder-metoo-geen-vrije-seks/

blog 3: Helden

Jongens waren we – maar aardige jongens. Solidair aan onze feministische vriendinnen vormden we een mannenpraatgroep, begin jaren ’80 van de vorige eeuw in Nijmegen. Witte boze hoogopgeleide heteromannen waren we, 5 bijna-klaar dokters en 1 bijna-klaar jurist. Natuurlijk moest het maar eens afgelopen zijn met het geweld van mannen tegen vrouwen. En omdat onze praatsessies ons niet verder hielpen vonden we het nodig over te gaan tot actie. Wegens het ontbreken van social media resteerde destijds slechts de spuitbus en zo bekladden we diep in de nacht tientallen muren met ‘Mijn lul geen spierbal’. Deursloten van plaatselijke sexshops werden met lijm dicht gekit, porno toonde immers ongelijkwaardige verhoudingen tussen man en vrouw. De wereld moest maar eens gaan nadenken over mannelijke seksualiteit en macht, over wel man maar geen macho zijn, zo vonden wij. Wat voelden we ons goed, waren we geen helden? Maar omdat de gemeentereiniging haar best deed en onze vriendinnen onze acties eigenlijk niet goed snapten – ‘jullie lul was toch geen spierbal?’ en ‘porno kan toch ook opwindend zijn?’ –, was onze heldenstatus van tijdelijke aard en viel de mannengroep weldra uiteen. We bleken nog te druk met het behagen van onze vriendinnen en begrepen nog niet goed wat we nu als mannen met elkaar moesten.

Jongens waren ze – maar aardige jongens. Ik bedoel de jongens van Jiskefet. Mijn absurdistische helden die niets teveel was om vanzelfsprekende machtsverhoudingen ter discussie te stellen of het menselijk onvermogen uit te vergroten. Met de Lullo’s (, heb je nog geneukt?) toonden ze de mannelijke ploertigheid bij studentenverenigingen dat prototypisch was voor hoe je je niet moest gedragen. Hoe pijnlijk vond ik het om zeer recent in het AD van één van deze helden het volgende te lezen:

‘ ”Alles is meteen een hype. Dat Me too ook. Ie-de-reen duikt er bovenop.” Vier blonde dames komen binnen. ”Kijk, die gaan over misbruik praten.’’ Romeyn zet z’n hand aan z’n mond: “Me too! Me too! Hahaha.”

Hype? Seksueel geweld framen als een hype: iets dat tijdelijk sterk de aandacht trekt maar eigenlijk weinig voorstelt?! Lachen als vrouwen over misbruik gaan praten? Of was dit, in deze context van een interview of je onzeker voelen over het onderwerp, een voorbeeld van doing gender: je vastgrijpen aan een rol die je kent of die je meent te moeten spelen? Hoe dan ook, kennelijk had ik Jiskefet/Romeyn ooit onbewust in een emancipatoir kader geplaatst. Weer een held gesneuveld.

Held zijn, helden hebben. Het zijn wat bespiegelingen over hoe we zelf denken een aardige jongen te zijn en hoe we kijken naar aardige jongens om ons heen. Hoe kunnen we onze goede bedoelingen bundelen, hoe kunnen we verloren illusies reanimeren. Eerst maar eens stoppen om in termen van helden te denken? Misschien komen we vooruit door een stap terug te zetten? Het hoeft immers vandaag niet af, we mogen ook fouten maken en we hoeven het niet alleen te doen.

 

blog 2: #MeToo, #HeToo en #WeToo

Over (seksueel) geweld tegen vrouwen, vallende helden en collectieve verantwoordelijkheid. Voorbij het zwart-witdenken de diepte in. Op naar grote hoogten!

Alle #MeToo-verhalen verbazen me niet maar raken me wel. Het zijn dit soort heftige verhalen over de persoonlijke ervaringen van vrouwen die me eind jaren 80 richting feminisme, mannen en mannelijkheid duwden. De ervaringen zijn tegelijkertijd ongelooflijk en hyperrealistisch. Zo ook de massaliteit ervan. Ik weet het al zo lang en voel me nog steeds en weer opnieuw overweldigd door deze vreselijke realiteit. Hoe is het mogelijk dat we gewoon doorgaan, elke dag weer, en dit blijkbaar als onoverkomelijk verschijnsel accepteren. Geweld van mannen tegen vrouwen wordt beschouwd als het weer: niets aan te doen, je moet je er maar naar kleden en gedragen.

Wat me ook raakt, naast de zo heftig voelbare pijn van zo veel vrouwen, is de reactie van zo veel mannen. Al die jaren al doen de meeste mannen er het zwijgen toe – als ze het probleem niet bagatelliseren, goedpraten, weglachen, ridiculiseren, omdraaien, of zelf veroorzaken. Hoe is het mogelijk dat zo veel mannen toestaan dat zo veel mannen zich schuldig maken aan geweld tegen vrouwen? Hoe is het mogelijk dat zo veel mannen liever wegkijken dan ingrijpen? Hoe is het mogelijk dat zo veel mannen zich druk maken over zo veel onrecht in de wereld, maar dít onrecht aan zich voorbij laten gaan?

Man card verdienen

Zo veel mannen zeggen: ik doe het niet, dus waarom zou ik me moeten verantwoorden? Om zich vervolgens wel druk te maken over allerlei ander onrecht waar ze ook niet zelf aan bijdragen.

Zoveel mannen zetten zich op zoveel manieren in voor zo veel goede doelen. Maar als het zo dichtbij komt als geweld tegen vrouwen dan is het blijkbaar voldoende om er zelf niet actief aan mee te doen. Hoe zit dat?

(tekst gaat verder onder deze video)

In zijn TED talk ‘A Call To Men’ vertelt Tony Porter over een ervaring in zijn jeugd, waar een kwetsbaar meisje seksueel misbruikt werd door zijn vriendengroep en van hem verwacht werd dat hij mee zou doen. Zijn man card stond op het spel; zou hij nog wel meetellen in de groep, of het volgende slachtoffer zijn? Mannen staan dagelijks voor de uitdaging om hun man card te verdienen of te verliezen.

Geweld tegen vrouwen vindt niet plaats in een vacuüm, maar in een maatschappij die diepe patriarchale wortels heeft. We leven in een samenleving die mannen en mannelijkheid  hoger waardeert dan vrouwen en vrouwelijkheid. Waar structurele ongelijkheid tussen mannen en vrouwen na meer dan honderd jaar vrouwenbeweging nog steeds niet is opgelost. En waar we die ongelijkheid vooral proberen op te lossen door vrouwen te veranderen: aan te passen aan de mannelijke norm, zich te laten kleden en gedragen alsof patriarchale verhoudingen nu eenmaal zo vanzelfsprekend zijn als het weer.

We kunnen geweld niet oplossen door vrouwen te veranderen. We kunnen vrouwen eindeloos weerbaar proberen te maken, maar als we niets doen aan het geweld dat mannen plegen zijn we aan het dweilen met de kraan open. En inderdaad, ook dat dweilen laten we dan vooral aan vrouwen over.

Spreek je uit

Wanneer geweld zó alledaags is, is het een gotspe om te denken dat we in een gelijkwaardige samenleving leven. Geweld is tegelijk het ultieme middel tot ongelijkheid en de ultieme uitdrukking ervan. Het vindt plaats in de context van een patriarchale samenleving die vrouwen en vrouwelijkheid lager waardeert dan mannen en mannelijkheid. Waar mannen geen mietjes mogen zijn maar vrouwen eventueel wel de broek aan kunnen trekken. Waar beroepen in status en betaling dalen wanneer er meer vrouwen in terecht komen. Waar mannen voor hetzelfde werk nog altijd meer betaald krijgen. Waar borrelpraat en lockerroom talk over vrouwen als onschuldig en grappig gezien wordt. Waar mannen beter dader dan slachtoffer kunnen zijn. Waar verschil tussen mannen en vrouwen al voor de geboorte wordt gecreëerd door ongelijke behandeling. En waarin verschil dus per definitie ongelijk gewaardeerd wordt.

Wat we altijd te weinig doen, is ons afvragen hoe het heeft kunnen gebeuren. Hoe het steeds weer kan gebeuren. Wat onze collectieve verantwoordelijkheid is voor een samenleving waarin geweld tegen vrouwen blijkbaar zo massaal voor kan komen, waar het zo normaal is dat we er niets meer aan doen, waar zo duidelijk is dat het probleem niet van enkele psychopaten of excentriekelingen komt, maar diep ingebed is in ons leven van alledag.

Geweld wordt genormaliseerd in een wereld waarin mannen wegkijken als er geweld plaatsvindt, waar ze erover lachen, waar ze het bagatelliseren, waar ze elkaar stimuleren – dit alles zonder dat ook maar een man zich erover uitspreekt.

Zoals Martin Luther King Jr. zei: In the end, we will remember the silence of our friends, not the words of our enemies. Natuurlijk, het is voor mannen niet makkelijk zich uit te spreken. Voor je het weet word je ook slachtoffer van uitsluiting en geweld door andere mannen. Of je wordt aangesproken op mogelijk wangedrag waar je jezelf wel eens schuldig aan gemaakt hebt. Op je grapjes, je wegkijken, je zwijgen.

Heldhaftig kwetsbaar

Als we erkennen dat geweld tegen vrouwen niet alleen een individueel probleem is maar zeker ook een collectief probleem, kunnen we beginnen er collectief verantwoordelijkheid voor te nemen. Ook dat begint bij individuen die zich uitspreken, zeker. En deze individuen kunnen zich bij elkaar aansluiten, bij vrouwen en vrouwenorganisaties, en bij de groeiende beweging die wereldwijd mannen uitnodigt om deel te worden van de oplossing. Via MenEngage, White Ribbon of HeForShe, bijvoorbeeld.

Mannen kunnen dus beginnen door uit te spreken dat ze geen geweld tegen vrouwen willen, dat ze het niet goedkeuren, dat ze deel willen zijn van de oplossing, en dat ze daarmee beginnen door dit te laten weten. Aan elkaar, aan de vrouwen in hun omgeving, aan de wereld om hen heen.

Mannen zouden hierbij ook kunnen uitspreken dat ze aangesproken willen worden. Misschien heb je je wel eens schuldig gemaakt aan geweld of grensoverschrijdend gedrag. Misschien heb je meegelachen of weggekeken, misschien durfde je je niet uit te spreken. Maar nu wel! Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Het is nooit te laat om tot inkeer te komen. Dit is het moment om te kiezen. Om een begin te maken met verandering.  Verandering van jezelf, van je relaties met vrouwen en met andere mannen, en met de wereld als geheel.

Door (mogelijk) falen toe te geven maak je je kwetsbaar. Dat is niet makkelijk. Mannen leren dat ze beter onkwetsbaar kunnen zijn. Liever dader dan slachtoffer. Dit is dus een moment om heldhaftig te zijn. Heldhaftig kwetsbaar. Zo keer je het patroon om. Zo leer je dat kwetsbaarheid krachtiger is dan onkwetsbaarheid. Zo leer je verbinden. Met jezelf – get real! – en met anderen.

We moeten het zwart-witdenken over goed en fout loslaten. We moeten zoeken naar ruimte om te bekennen, voor vergeving. Daarvoor moeten we eerst erkennen wat onze rol is. Die rol kan heel goed zijn, en toch niet genoeg. Niet-seksistisch is niet genoeg, we hebben mannen nodig die zich actief inzetten tegen seksisme.

(tekst gaat verder onder deze video)

Zie dit filmpje, waarin duidelijk wordt dat het om racisme te beëindigen niet genoeg is om geen racist te zijn. Daarmee laat je de status quo voortbestaan. En daarmee maak je jezelf medeplichtig. Geen geweld plegen tegen vrouwen en zwijgen over seksisme is even problematisch. Het is niet genoeg om niet seksistisch of gewelddadig te zijn. Je maakt pas het verschil als je je uitspreekt! Daarmee word je een killjoy, een bederver van borrels, feestjes en ander leuks. Tegelijk draagt je daarmee wel bij aan een wereld die leuker wordt voor iedereen. Makkelijker kunnen we het niet maken, wel leuker!

Het is te makkelijk om te blijven hangen in zwart-witdenken, in good guys versus bad guys. Laten we ervan uitgaan dat iedereen hierin fouten heeft gemaakt, medeplichtig is, of ten minste medeverantwoordelijk. En laten we ons dan afvragen hoe we dat kunnen doorbreken. Hoe we een eind kunnen maken aan een cultuur die (seksueel) geweld van mannen tegen vrouwen normaliseert. En laten we daarin stappen zetten. Laten we bij onszelf beginnen, en dan de wereld veranderen.

 

blog 1: Wat voor man ben jij?

Khadim Zaman

Omdat de discussie rondom #MeToo hier en daar lelijke vormen begint aan te nemen, doe ik hier een poging deze kluwen te ontwarren en een (sociaal) model te maken van het ‘systeem’ dat al die #MeToo getuigenissen impliciet beschrijft. Dat ziet er zo uit:

1. Het bestaat uit mannelijke verkrachters en aanranders, die hun lusten fysiek op vrouwen botvieren, zonder permissie te vragen en te krijgen.

2. Het bestaat uit mannen die hun lusten verbaal kenbaar maken aan vrouwen, zonder een intieme/romantische relatie te hebben met deze vrouwen, terwijl de vrouwen in kwestie niet expliciet toestemming hiertoe hebben gegeven.

3. Het bestaat uit mannen die vrouwonvriendelijke opmerkingen en grappen maken, en ontkennen dat ze daarmee een omgeving creëren, waardoor mannen uit de eerste groep – de verkrachters en aanranders – zich gesterkt voelen in hun visie op vrouwen, en minder snel hun gedrag als fout zullen zien.

4. Het bestaat uit mannen die weten dat we leven in een samenleving die een, voor vrouwen én mannen, toxische mannencultuur in stand houdt, maar die hun mond houden, wanneer ze bijvoorbeeld andere mannen op denigrerende wijze horen praten over vrouwen. Dit is, of omdat ze de relatie met hun ‘buddies’ niet op het spel willen zetten, of omdat ze vinden dat ‘een grapje toch moet kunnen’.

5. Het bestaat uit mannen die hun verantwoordelijkheid nemen, wanneer ze verkeerd gedrag zien bij andere mannen. Mannen die actie ondernemen, die hun mond open doen om vrouwen in het nauw te ondersteunen. Mannen die niet al hun energie stoppen in het proberen zichzelf te vrijwaren van slecht gedrag (‘Hé, ik ben wél een goede man, hoor!’). Zelfs niet wanneer sommige vrouwen alle mannen over één kam lijken te willen scheren. Ze weten waar hun prioriteiten liggen, en die liggen niet bij hun eigen kleine ego’s.

Als man vraag ik je: herken je jezelf in een van bovenstaande categorieën? En als je jezelf -niet- in de laatste categorie plaatst, wat ga je er aan doen om dat te veranderen? En wat ga je doen om andere mannen, die niet zover zijn, te helpen die kant op te bewegen?

 

Deze blog verscheen eerder op https://www.facebook.com/khadimschrijft/

Laat jongens en meisjes mens zijn

Laat jongens en meisjes mensen zijn!

Deze tekst van Jens van Tricht (directeur Emancipator) en Hanneke Felten (onderzoeker en projectleider Movisie) verscheen op 1 augustus als opiniestuk in Trouw.

SIRE lanceerde vorige week de campagne ‘Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?’. De boodschap is dat jongens stoer en druk moeten kunnen doen. En opvoeders moeten daar veel ruimte voor bieden. De kans is groot dat de campagne het omgekeerde effect heeft: jongens krijgen door de campagne mogelijk minder ruimte om zichzelf te zijn. En dat ook meisjes graag buiten ravotten raakt buiten beeld.

Stel je eens deze campagne  voor: ‘Laat jij jouw meisje genoeg meisje zijn?’ In het filmpje zie je meisjes ‘tutten’ met poppen en make-up’. Rustig zitten ze te punniken, te haken en te breien. Als klap op de vuurpijl kan ieder meisje een zacht zoemend stofzuigertje winnen om haar vrouwelijkheid alle ruimte te geven! Doel van de campagne is dat alle Nederlandse opvoeders zich gaan afvragen of ze meisjes wel genoeg stimuleren om zich als een écht meisje te ontplooien.

Onvoorstelbaar natuurlijk zo’n campagne. Want zo draaien we honderd jaar vrouwenemancipatie terug. Meisjes brengen we terug naar de poppenhoek, daarna naar de huishoudschool, en dan zetten we ze achter het aanrecht. Mede dankzij die vrouwenemancipatie is er tegenwoordig ruimte voor jongens en mannen om zich te bevrijden van het keurslijf van mannelijkheid. In plaats van jongens te pushen om een ‘échte jongen’ te zijn moeten we ophouden met invullen wat het voor jongens betekent om zichzelf te zijn.

Onze organisaties zijn er twee van velen die door lokale, nationale en zelfs internationale overheden betaald worden om emancipatie te bevorderen en gender-stereotiepen tegen te gaan. De meer dan 20 organisaties die dit stuk mede onderschrijven ervaren de SIRE campagne als flinke stap achteruit.

Heeft SIRE heeft dan geen gelijk dat veel jongens graag willen stoeien en ‘rouwdouwen’? Inderdaad. Maar elke voetballiefhebber ervaart deze zomer bij het EK vrouwenvoetbal dat ook veel vrouwen behoefte hebben aan beweging en ‘ruw’ spel. Daarvoor moet ruimte zijn, voor jongens én voor meisjes en iedereen daar tussenin.

Dinsdag constateerde psycholoog en professor Cordelia Fine in Trouw dat de verschillen tussen jongens en meisjes veel kleiner zijn dan vaak wordt gedacht. Stapels wetenschappelijke studies tonen aan dat wanneer je meisjes en jongens seksestereotype beelden biedt, zij zich zo gaan gedragen. Als deze stereotypen niet worden gehanteerd, lijkt het gedrag en de prestaties van jongens en meisjes veel meer op elkaar. De SIRE-campagne moedigt sekse stereotiep gedrag aan en daardoor krijgen jongens nóg minder ruimte om zichzelf te zijn.

In de 21ste eeuw speelt juist een heel ander probleem dan wat SIRE wil aanpakken. Jongens krijgen voortdurend te horen dat het zo belangrijk is dat ze wel écht mannelijk zijn, dat ze een echte man worden. Dankzij scheldwoorden als ‘homo’ en ‘mietje’ krijgen jongens het elke dag ingepeperd hoe ze zich wel en vooral ook niet horen te gedragen. Jongens die niet aan de norm van ‘stoer’ en ‘mannelijk’ voldoen worden vaker gepest, zo blijkt uit onderzoek van onder meer Gabriel van Beusekom. Gedraagt een jongen zich ‘vrouwelijk’, dan wordt dit keihard afgestraft door zijn leeftijdsgenoten en soms ook nog eens door volwassenen. De boodschap aan jongens is dus: doe vooral niet wat vrouwen doen. Als vrouwen voor anderen zorgen, doe dat dan niet. Als meisjes hun best doen op school, dan doe jij dat dus niet!

Wanneer we het welzijn en de schoolprestaties van jongens willen verbeteren moeten we ons gaan baseren op wetenschappelijke feiten in plaats van op hardnekkige mythes over mannen en vrouwen. De campagne van SIRE is een klassiek voorbeeld van hoe het niet moet.

Mede namens door diverse maatschappelijke organisaties en experts over gender en mannelijkheid.

Organisaties

Art.1 Midden Nederland – voor gelijke behandeling, tegen discriminatie

Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis

Clara Wichmann Instituut

COC Nederland

Consultancy Virma Durinck-Lourens, inclusief leiderschap ontwikkeling/diversiteit

Doetank PEER, no-nonsense happy activism

DonaDaria, samenwerken en participeren

Dutch gender platform WO=MEN

EduDivers, kenniscentrum voor onderwijs en seksuele diversiteit

Nederlandse Vrouwen Raad

Ouders Online

PEP Den Haag

Plan Nederland

Rutgers, kenniscentrum seksualiteit

Sardes

Stichting Maruf, international platform for queer Muslims

Stichting NNID, Nederlands Netwerk Intersekse/DSD

The Hang-Out 010

The Hang-Out 070

Tumba kenniscentrum discriminatie en diversiteit

UN Women Nationaal Comité Nederland

VHTO – Landelijk expertisebureau meisjes/vrouwen en bèta/techniek

WOMEN Inc.

Experts

Dylan van Rijsbergen, auteur van ‘Het onbehagen van de man’

Hans Faddegon, auteur van ‘Man schiet op, anders draaien de rollen om’

Jop de Vrieze, wetenschapsjournalist en auteur van ‘De Karakterman’

Maxim Februari, publicist en auteur van ‘De maakbare man’

Mounir Samuel, auteur van ‘Liefde is een Rebelse vogel’, politicoloog en journalist

Nico van Oosten, auteur van ‘Seksespecifieke hulpverlening voor maatschappelijk werkers’

Rikkert van Huisstede, dichter en zanger, theaterconcert ‘Zou jij het zijn’

Een deel van de genoemde organisaties is verenigd in de Alliantie Genderdiversiteit. Deze zet zich in voor meer bekendheid over de diversiteit van gender. De Alliantie bestaat uit de organisaties Movisie, Atria, COC, Doetank PEER, Emancipator, Nederland Netwerk Intersekse/DSD, Nederlands Jeugd Instituut, Rutgers, School & Veiligheid, Transgender Netwerk Nederland en Universiteit van Amsterdam Pedagogiek.

Laat jongens mens zijn

 

Alsjeblieft, laat jongens toch vooral mens zijn!

Ik wil graag uitleggen waarom ik de nieuwste SIRE-campagne over jongens werkelijk achterlijk vind én waarom ik toch als expert op de campagnesite te vinden ben.

Stel je voor dat er een campagne zou zijn met de titel ‘Laat jij jouw meisje genoeg meisje zijn?’. Onvoorstelbaar. Daarmee draaien we honderd jaar vrouwenemancipatie terug. Meisjes van de poppenhoek naar de huishoudschool, en dan achter het aanrecht.

Toch is dit de vrij expliciete implicatie van de nieuwste SIRE-campagne over jongens. Sekseverhoudingen zijn relationeel, dus als je voor boys will be boys pleit, kom je er niet omheen ook de keerzijde daarvan te benadrukken. Onvoorstelbaar.

Het is een nieuw dieptepunt in de discussie over het zogenaamde ‘jongensprobleem‘. Met alle respect voor SIRE, maar de campagne ‘Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?’ slaat echt volledig de plank mis. Het is een gemiste kans, want een campagne die jongens nieuwe uitdagingen voor de 21e eeuw meegeeft zou meer dan welkom zijn. In plaats daarvan draait SIRE de klok flinke stappen terug.

Deze campagne maakt deel uit van een bredere maatschappelijke trend in Nederland en wereldwijd. Jongens zijn de nieuwe zeehondjes, zielig omdat ze geen echte jongens meer mogen zijn. En mannen mogen geen echte man meer zijn.

Dat komt allemaal door het feminisme, vrouwen, en de feminisering van de samenleving. Zie de enige vrouw in het filmpje van SIRE, beperkend en bestraffend.

In een paar stappen ben je bij nieuwetijdsiconen als Baudet en Trump die geweld tegen vrouwen niet alleen gerechtvaardigd vinden, maar ook een goede manier om ze te veroveren.

Voor wie dit te kort door de bocht vindt: wereldwijd is de backlash zichtbaar die verworvenheden van de vrouwenbeweging probeert terug te draaien, vaak met een beroep op natuurlijke verschillen en bijbehorende verhoudingen tussen mannen en vrouwen.

De SIRE-campagne is een gemiste kans omdat het een prachtig filmpje zou zijn voor een pleidooi om meer buiten te spelen, te ravotten, te ontdekken, te bewegen. Niet alleen voor witte jongens, maar ook voor meisjes en andere jongens.

We leven in een tijdsgewricht dat tegelijk pijnlijk duidelijk maakt hoe sterk seksisme en racisme in de dominante cultuur verankerd zijn – en hoe ze elkaar genadeloos versterken.

Als we aan gekleurde en/of moslimjongens denken ontstaat al snel het stereotype beeld van vrouwonvriendelijke macho’s, testosteronbommen die ‘onze’ vrouwen komen lastigvallen, al dan niet potentiële (straat)terroristen voor wie nodig een sisverbod moet worden ingevoerd om onze normen en waarden te beschermen.

Maar als we aan oer-Hollandse witte jongens denken is het dominante beeld dat zij slachtoffer zijn van feminism gone too far, van feminisering van onderwijs en de samenleving, van ‘juffen die van elke jongen een meisje proberen te maken’.

Hetzelfde patroon zien we al jaren als het over volwassen mannen gaat. De zogenaamde crisis van mannelijkheid lijkt vooral over hoger opgeleide witte heteroseksuele middenklasse mannen te gaan; zij weten niet meer wat er van hen verwacht wordt nu ze niet meer onmisbaar zijn als protector en provider, nu traditioneel mannelijk gedrag en de bijbehorende privileges aan legitimiteit hebben ingeboet, nu vrouwen de kansen die ze krijgen met beide handen aangrijpen om zich vrij en onafhankelijk als mens te ontplooien en het onderwijs en de arbeidsmarkt te bestormen.

Als het echter over gekleurde, migranten- en moslimmannen gaat, komen alle racistische stereotypen bovendrijven. Eerder genoemde testosteronbommen en straatterroristen, ouderwetse en achterlijke onderdrukkers, heuse patriarchen.

En ondertussen wordt op allerlei manieren een beeld geschetst van meisjes en vrouwen die allemaal hetzelfde zijn.

Het probleem met de SIRE-campagne is dat er een eendimensionaal, homogeen beeld van jongens en meisjes geschetst wordt. Diversiteit, variatie en verandering onder jongens en meisjes is in de campagne afwezig. Jongens worden neergezet als wezenlijk anders dan meisjes, en dus als allemaal hetzelfde.

Boys will be boys. Wanneer komen we daar nu eens van af? Boys will be boys leidt tot giftige mannelijkheid. Tot goedpraten van wangedrag dat niet goedgepraat moet worden. Tot een beklemmend en destructief mannelijk keurslijf waar juist zoveel persoonlijke en maatschappelijke problemen uit voortkomen. Zoals Arnon Grunberg ooit al zei: “Wie de feminisering van de man een halt wil toeroepen, wil het beschavingsproces terugdraaien.”

De werkelijkheid is dat de verschillen tussen jongens en meisjes onderling groter zijn dan de verschillen tussen de seksen, en dat de overlap tussen jongens en meisjes groter is dan het verschil. Dat blijkt uit alle onderzoeken naar sekseverschillen, steeds weer. Ook uit de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de SIRE-campagne, zoveel is zeker. Ik heb dat eerder in een artikel voor Prestatiepijn al uiteengezet. Vandaar ook, voor wie de nuance hoort, de opmerking dat jongens meer dan meisjes leren door te proberen, te ontdekken en risico’s te nemen.

De verschillen tussen jongens en meisjes zijn relatieve verschillen, het zijn statistische verschillen van gemiddelden. Het gaat niet om uitersten of tegenstellingen, het gaat om gradaties. Het zou mooi zijn om deze graduele verschillen tot uitgangspunt te nemen, en dan te kijken voor welke jongens en meisjes in welke specifieke context welke benadering het meest passend zou zijn. Dan kunnen we jongens of meisjes die goed kunnen ravotten en bomen klimmen wellicht bijspijkeren in samenwerking en sociale vaardigheden, en meisjes of jongens die geleerd hebben zich te beheersen uitdagen om ook spelenderwijs grenzen te verkennen en te experimenteren. Dan zou de inzet kunnen zijn om jongens en meisjes te stimuleren hun menselijk potentieel ten volle te benutten, in plaats van jongens en meisjes weer stevig roze en blauw in te kleuren.

De campagne is regressief, omdat wordt teruggegrepen naar oude en achterhaalde beelden over mannen en mannelijkheid. In plaats van een constructieve voorzet voor de veranderende rol van jongens en mannen in de 21e eeuw wordt een fictief en geïdealiseerd jaren ’50 beeld neergezet, alsof jongens toen allemaal zo vrij waren. Als je op school niet stil zat, kreeg je met de lat en als je buiten school in elkaar werd geslagen kreeg je te horen dat je jezelf moest vermannen.

De campagne is reactionair, omdat impliciet wordt meegegaan in het verwijt dat het door vrouwen en het feminisme komt dat jongens geen echte jongens meer mogen zijn. De campagne draagt deze boodschap niet zelf actief uit, maar plaatst zichzelf in het maatschappelijk debat wel aan de kant van degenen die bij voortduring klagen over de vermeende feminisering. De enige vrouw in het campagnefilmpje is dan ook een moeder of opvoeder met bestraffende blik.

De campagne is ook restoratief, in de zin dat het blijkbaar terug wil naar ouderwetse verhoudingen tussen meisjes en jongens en als gevolg daarvan ook tussen mannen en vrouwen. Terwijl de samenleving langzaam maar zeker tot het inzicht komt dat mannen net zo goed kunnen zorgen als vrouwen, en dat dat van groot belang is voor mannen zelf, voor vrouwen en voor kinderen, wordt hier een beeld geschetst waarmee jongens worden neergezet als vernieuwde versies van de Marlboroman.

De uitdaging voor jongens en mannen in de 21e eeuw zit niet in meer mannelijkheid, maar in minder mannelijkheid. Minder overdreven mannelijkheid. Het probleem is juist dat jongens voortdurend te horen krijgen dat het zo belangrijk is dat ze wel echt mannelijk zijn, dat ze een echte man worden, dat ze vooral geen mietje zijn. Met dat scheldwoord krijgen alle jongens elke dag weer te horen hoe ze zich wel en vooral ook niet horen te gedragen. Les één voor mannelijkheid: niet vrouwelijk zijn. Blijf vooral ver weg bij alles wat naar vrouwelijkheid riekt. Doe vooral niet wat vrouwen doen. Als vrouwen voor anderen zorgen, doe dat niet. Als meisjes hun best doen op school, doe dat niet.

Deze les van mannelijkheid is ook institutioneel nog steeds verankerd in de samenleving. Mannen die een kind krijgen mogen bij de bevalling zijn en aangifte doen en moeten dan weer aan het werk. Met twee dagen vaderschapsverlof geven we een duidelijke boodschap aan mannen over mannelijkheid: jouw zorg is niet gewenst, je moet vooral kostwinner zijn.

Het had SIRE gesierd als ze hiervan in deze tijd een thema hadden gemaakt. Dit is een in de samenleving breed gedragen onderwerp waar mannen en vrouwen elkaar in kunnen vinden. Het was werkelijk idealistische reclame geweest om de traditionele opvattingen over mannelijkheid uit te dagen en op te rekken naar een meer zorgzame variant. SIRE had er ook voor kunnen kiezen, in navolging van Engelse reclamecollega’s, om iets te doen aan de seksistische reclames die nog altijd flink bijdragen aan stereotype beelden van mannelijkheid en vrouwelijkheid.

Ik vind het oprecht jammer dat nu gekozen is voor een beweging in de andere richting. Ondanks mijn advies en waarschuwingen aan het begin van het ontwikkeltraject. Fijn dat SIRE mij op de campagnewebsite de gelegenheid geeft om kort en krachtig een ander perspectief op ‘het jongensprobleem’ te bieden.

Helaas voel ik mij daarnaast nog wel genoodzaakt om ook via deze weg kritische kanttekeningen te plaatsen. Laten we hopen dat dit alles bij elkaar leidt tot het hoognodige debat over de toekomst van jongens, mannen en mannelijkheid in de wereld. En hoe die kan bijdragen aan meer vrijheid en rechtvaardigheid voor allemaal.

In het najaar bieden we een training aan over het jongensprobleem vanuit Emancipator-perspectief. Wil je op de hoogte blijven?

 

Dit artikel is geschreven vanuit Emancipator en wordt gesteund door onder andere

Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis

COC Nederland

Consultancy Virma Durinck-Lourens, inclusief leiderschap ontwikkeling/diversiteit

Doetank PEER, no-nonsense happy activism

DonaDaria, samenwerken en participeren

Dutch gender platform WO=MEN

Dylan van Rijsbergen, auteur van ‘Het onbehagen van de man’

EduDivers, kenniscentrum voor onderwijs en seksuele diversiteit

Hans Faddegon, auteur van ‘Man schiet op, anders draaien de rollen om’

Mounir Samuel, auteur van ‘Liefde is een Rebelse vogel’, politicoloog en journalist

Nederlandse Vrouwen Raad

PEP Den Haag

Proefprocessenfonds Clara Wichmann

Rutgers, kenniscentrum seksualiteit

Stichting Maruf, international platform for queer Muslims

Stichting NNID, Nederlands Netwerk Intersekse/DSD

UN Women Nationaal Comité Nederland

VHTO, landelijk expertisebureau meisjes/vrouwen en bèta/techniek