‘Waarom feminisme goed is voor mannen’ genomineerd voor LangZullenWeLezen 2018!

‘Waarom feminisme goed is voor mannen’ genomineerd voor LangZullenWeLezen 2018!

‘Waarom feminisme goed is voor mannen’ van Jens van Tricht staat op de longlist van de Vlaamse LangZullenWeLezen-prijs. Het boek is een van de tien genomineerden in de categorie Mens en Maatschappij. En jij kan helpen dit boek te laten winnen, door te stemmen: dat kan hier en nog tot en met 14 oktober. Dankjewel!

Stereotypes van je af laten glijden kan alleen als je een alternatief hebt

Transman Robert Witte was onze reporter op de #IMAGINE 2018 conferentie ‘Werken met jongens en mannen in het #MeToo tijdperk’ en schreef deze persoonlijke en inhoudelijke impressie.

“Stereotypes van je af laten glijden kan alleen als je een alternatief hebt”

Pas als je ergens binnenstapt, weet je wat je van tevoren verwachtte. De IMAGINE-conferentie blijkt groter en internationaler te zijn dan ik had verwacht. In de luxe setting van Hotel Casa zijn een foyer, een grote zaal en zes kleiner zalen voor ons gereserveerd en de vrijwilligers spreken iedereen in het Engels aan. Oud, jong, sneakers, sandalen, puntschoenen en pumps (niet alleen gedragen door vrouwen), alles loopt door elkaar. Gezien het onderwerp, Engaging Boys and Young Men in the Age of #MeToo, was ik ervan uitgegaan dat er overwegend mannen zouden zijn. Hoe naïef mijn aanname is, realiseer ik me als dagvoorzitter Sylvana Simons tijdens de welkomsessie zegt: ‘Dit is de eerste conferentie waar ik blij ben zoveel mannen te zien. Vrouwen praten al jaren over dit onderwerp en het is hoog tijd dat mannen erbij betrokken worden.’

Mijn naïviteit komt waarschijnlijk voort uit het feit dat ik transman ben en de eerste veertig jaar van mijn leven ‘als vrouw’ heb geleefd. De #MeToo-verhalen zijn voor mij niets nieuws, ik weet dat ze waar zijn, ik weet dat er iets moet veranderen in de maatschappij en ik weet dat dit alleen kan als mannen hun gedrag gaan veranderen. Ik realiseer me opeens dat ik de vrouwenkant heel goed begrijp, maar de mannenkant totaal niet. Waarom negeren veel mannen de non-verbale signalen waarmee vrouwen duidelijk maken dat ze geen seks willen? Waarom denken veel mannen dat er een ‘grijs gebied’ is? En waarom zou je in godsnaam seks willen met iemand die geen seks met jou wil?

Het congres is volledig uitverkocht en de zaal zit dan ook bomvol. De keynote speaker Renée Römkens vertelt over de geschiedenis van geweld tegen vrouwen en maakt duidelijk dat we eigenlijk nog maar aan het begin van een ommekeer staan. #MeToo werd al in 2007 gemunt door Tarana Burke maar dat bleek te vroeg. Daarna zijn er meer grote en kleine protesten geweest tegen seksuele intimidatie en seksueel misbruik van vrouwen. In 2014 begon Emma Sulkowicz het project Mattress Performance (Carry That Weight). Hen droeg elke dag een matras van 23 kg met zich mee om zichtbaar te maken dat de student door wie hen op datzelfde matras verkracht was, nog steeds vrij rondliep op de universiteit. Tijdens hun afstuderen liep ze er nog steeds mee. De uitspraak “Grab ‘em by the pussy” van Trump was aanleiding voor de #NotOkay, die 2,7 miljoen keer werd gebruikt. Op 21 januari 2017 was er een enorme opkomst bij de Women’s March in Washington. En opeens, eind 2017 bleek de tijd wel rijp te zijn voor #MeToo en sloeg de focus op vrouwelijk slachtofferschap aan. ‘Maar waarom,’ vraagt de spreekster, ‘waren mensen zo verrast door de verhalen? Het was toch niets nieuws?’

Tijdens de pauze ontdek ik dat op elke tafel in de foyer een bordje staat met de afbeelding van een bloem en een vraag als: ‘Hoe kunnen jongens en mannen geweld tegen vrouwen voorkomen?’ De deelnemers hebben een bloem op hun naamkaartje staan en op de achterkant een vraag. Het idee erachter is dat mensen hierdoor een makkelijke manier hebben om met elkaar in gesprek te gaan, maar dat blijkt niet nodig. De sfeer is ontspannen en de hele dag door staan overal groepjes mensen met elkaar te praten.

De bloemen op de kaartjes zijn niet willekeurig gekozen. Het zijn vier giftige bloemen en ze staan symbool voor toxic masculinity, giftige mannelijkheid. Zoals mannen hun kwetsbaarheid vaak verbergen met agressief gedrag, beschermen deze bloemen zich met gif.

Na het plenaire gedeelte zijn er drie rondes met Break Out Sessions, de een nog interessanter dan de ander. Ik begin met ‘Vaderschap en het voorkomen van geweld’ en hoor meteen iets waar ik nooit bij stil heb gestaan: vader worden is een moment waarop mannen open staan voor verandering. Iedere man wil een goede vader zijn, maar veel mannen hebben nooit geleerd hoe dat moet. Als je vroeger werd geslagen door je vader, hoe zorg je er dan voor dat je zelf je kinderen niet slaat? Er blijken vadergroepen te zijn waar mannen, vaak voor het eerst in hun leven, durven te vertellen over hun eigen vaders: afwezige vaders, gewelddadige vaders, drinkende vaders. Door daar in de veiligheid van de groep over te praten, komt de weg vrij om over hun eigen gedrag als vader te praten. Een pedagoog vertelt dat hij met migrantenvaders praat over opvoeden. Hij gebruikt nooit de term huiselijk geweld maar heeft het met ze over huiselijk geluk en vraagt de mannen welke factoren dat geluk in de weg staan. Een andere spreker is coach en begeleidt mannen bij het invullen van het vaderschap vanuit hun eigen kracht: hun hart.

De start van de groepsdiscussie grijp ik aan om naar een andere sessie te gaan. ‘Using humour to challenge harmful gender norms’ lijkt me leuk. Helaas, ik blijk niet de enige te zijn die van humor houdt, de zaal zit zo vol dat ik letterlijk de deur niet in kan. Hetzelfde geldt voor de workshops die uitleg geven over het gebruik van de Toolkit MÄN (Zweedse versie) en Toolkit Emancipator (Nederlandse versie). Logisch, want de Toolkit is ontwikkeld om jongens en jonge mannen te bereiken en zo daadwerkelijk een verandering in de maatschappij tot stand te brengen, en dat is waarom iedereen hier is. Ik loop naar de meest afgelegen zaal om nog wat mee te pikken van ‘How can we encourage more men to take a public stand against VAW?’. VAW staat voor Violence Against Women. Ik leer dat mannen tijdens een levenscrisis, zoals het verlies van werk, een echtscheiding en zelfs het krijgen van een kind, hun gevoel van mannelijkheid kunnen verliezen en dat dat een goed moment is om met ze te praten over gedragsverandering. Iemand vertelt dat hij werkt met gevangenen en ze aanspreekt op dapper zijn en opkomen voor gerechtigheid, zonder het specifiek over vrouwen te hebben. Het blijkt dat juist de meest masculiene mannen de beste bondgenoten worden in de strijd voor gelijkheid, omdat zij volledig van de andere kant komen en niet uit ‘the movable middle’, de grote groep ‘gematigde mannen’

In de pauze zie ik vrouwen die verward zijn doordat er bij de toiletgroepen alleen bordjes met een plaatje van een toiletpot hangen en er geen genderaanduiding is. Ze kijken eerst om het hoekje van de deur en zodra ze een man ontwaren gaan ze snel naar een andere toiletgroep. Zelf betreur ik de gemengde toiletten als ik een hokje in stap en een wc-bril vol spetters aantref. Misschien moet in de Toolkit ook het netjes achterlaten van een toilet worden meegenomen.

Bij de Break Out Session ‘Gender inequality in relation to other inequalities’ puilt de zaal uit. Een vrouw vertelt over onderzoek dat ze heeft gedaan op scholen en een andere vrouw legt uit dat het uitmaakt of je een witte of een zwarte vrouw bent. Hoe lichter je huid, hoe minder ongelijkheid je ervaart. Ras speelt altijd mee, weet ik. Denk ik wel eens dat ik het als witte transman lastig heb in deze maatschappij? Dan hoef ik maar te denken aan een non-binaire zwarte transfemme om te weten dat het nog veel lastiger kan. In de hoop dit keer wel bij de workshop over de Toolkit binnen te kunnen komen, sluip ik halverwege de sessie de deur uit. Een zwarte vrouw met een hoofddoek, die in de verder verlaten gang loopt te bellen, barst precies op dat moment in tranen uit. We kijken elkaar aan en ze roept ‘Mijn dochter is geslaagd’. Het volgende moment omhelzen we elkaar alsof we oude vrienden zijn die elkaar jaren niet hebben gezien. ‘Voor het gymnasium,’ snikt ze en ik voel kippenvel op mijn armen komen. Het zegt iets over de sfeer van het congres dat we deze ontmoeting hebben. Ik ben niet zo knuffelig met mensen die ik niet ken en ik neem aan dat zij normaal gesproken ook geen vreemde mannen om de nek vliegt. Hier, in deze gang, lijkt het heel gewoon en ik zou willen dat dat vaker zo was.

De workshops over de Toolkit blijken weer vol te zitten en ik loop door naar ‘Werken met jongens (van seksespecifiek naar gendertransformatief)’. Bij binnenkomst hoor ik een man vertellen: ‘…Op dat moment kwam mijn partner uit de kast. En wat je meteen zag gebeuren, was dat de kinderen gingen reflecteren op wat ze zojuist hadden gezegd. In hun ogen was een homo geen echte man, maar de man die voor hen stond was duidelijk een echte man.’
Ik herken de situatie uit de tijd dat ik voorlichting gaf over transseksualiteit. Iemand zegt dat het zwaar kan zijn voor voorlichters om elke keer weer alle vooroordelen over zich heen te krijgen en bepleit ‘collegiale nazorg’ binnen de voorlichtingsteams. Ik vind het een sympathiek idee.

Tijdens de pauze hoor ik twee mannen praten over nagellak. De jongste zegt dat hij het nog wel eens lastig vindt om om te gaan met reacties als: ‘O, jij draagt nagellak dus jij bent homo.’ De andere zegt: ‘Ik zeg altijd: “Hm, interessant, waarom denk je dat?”, en dan komt er een gesprek op gang.’ Hij vertelt ook dat een Spaanse jonge vrouw een keer zei: ‘Ik wist wel dat jij geen homo bent. Om als man nagellak te dragen moet je ontzettend overtuigd zijn van je mannelijkheid.’ Het gesprekje zet mij aan het denken over wat ik wel en niet voor ‘vrouwelijke’ dingen met mijn uiterlijk zou willen doen. Nagellak heb ik zo vaak gebruikt dat ik daar wel klaar mee ben, maar mijn nagels laten groeien is wel een optie. Lippenstift vind ik vreselijk, maar wat mascara of een lijntje onder mijn ogen als ik weer eens naar de, ahum, 35+-disco ga? Ik sluit het niet uit. Pumps? Nee, maar herenlaarzen met een hak staan wel op mijn wensenlijstje.

In de derde ronde van de Break Out Sessions gaat het meeste langs mij heen. Mijn hoofd zit vol met dingen die ik vandaag heb gehoord, waar ik over wil nadenken, op wil reflecteren. Ik begrijp nu meer van mannen, hoe het systeem voor hen werkt. Als transman ben ik gesocialiseerd als meisje en vrouw en misschien, bedenk ik nu, is dat wel een voordeel. Empathisch zijn, luisteren, mijn gevoelens uiten, het is me niet met de paplepel ingegoten maar ik heb het in de loop der jaren wel geleerd en ben het prettig gaan vinden. Sinds ik als man door het leven ga krijg ik regelmatig opmerkingen als: ‘Je moet bozer kijken’, ‘Je lacht te veel’, ‘Je ogen zullen altijd verraden dat je een vrouw bent geweest’, ‘Drink je geen bier? Je wilt toch een man zijn?’. Opmerkingen waar ik aan het begin van mijn transitie serieus over heb nagedacht, want ja, ik wilde een ‘echte man’ zijn. Maar het paste niet bij mij om altijd maar boos te kijken en bier te drinken. Ik ben vriendelijk, empathisch en open en ik zorg graag goed voor mijn lichaam. Waarom zou ik dat opgeven, enkel om te voldoen aan een stereotype? Het voelde alsof ik een stuk van mezelf kwijt zou raken als ik me conformeerde aan de normen, dat wilde ik niet. Ik was in transitie gegaan om mezelf te kunnen zijn, niet om van het ene keurslijf in het andere te belanden. Inmiddels zijn we een paar jaar verder en maakt het me totaal niet meer uit wat mensen verwachten van een man. In de sportschool heb ik de fitnesszaal verruild voor Dans je fit-lessen, ik drink verse muntthee, heb meer vriendinnen dan vrienden en huil bij zielige films (en niet bij voetbalwedstrijden).

Als ik het op mijn veertigste al lastig vond om de normen van mannelijkheid naast me neer te leggen, dan moet het voor puberjongens helemaal moeilijk zijn. Zij krijgen van kleins af aan boodschappen over hoe ze man moeten zijn en in de puberteit wordt dat steeds sterker. Groepsdruk, vaders die ‘echte kerels’ van ze willen maken, coaches die roepen ‘Hee, je bent toch geen mietje’, films en videogames vol stereotypes – hoe laat je dat van je afglijden? Dat kan alleen als je een alternatief hebt, rolmodellen kent en je al heel jong zeker genoeg voelt van jezelf. Ik voelde dat ik een stuk van mezelf zou kwijtraken als ik me conformeerde aan de norm en waarschijnlijk is dat precies is wat er met veel puberjongens gebeurt: door de druk om een ‘echte man’ zijn, en gebrek aan alternatieven, raken ze een stuk van zichzelf kwijt. Ze gaan zich anders voordoen dan dat ze zijn en de frustraties die dat oplevert, komen er verwrongen uit in de vorm van agressief gedrag tegen vrouwen, homo’s, transgenders en mensen uit andere culturen. Niet omdat ze zo willen zijn, maar omdat ze zich ertoe gedwongen voelen.

De inzichten die ik vandaag heb gekregen zullen nog wel een tijdje doorwerken. Maar één ding kan ik met zekerheid zeggen: het is niet alleen in het belang van vrouwen dat er een einde komt aan ‘giftige mannelijkheid’ maar vooral ook voor de jongens en mannen zelf. Ik hoop dan ook dat de Toolkit zijn weg zal vinden naar vele scholen, buurthuizen en verenigingen in Nederland en daarbuiten, zodat de maatschappij voor iedereen prettiger wordt.

Robert Witte

blog 41: Wie is de onbekende man

Een van de eerste berichten over Harvey Weinstein was geïllustreerd met een foto van de voormalige filmproducent, vergezeld door drie vrouwen – allen met naam genoemd – en een ‘onbekende man’. Die term in het fotobijschrift triggerde me, omdat ik denk dat het een belangrijk element is in het voortgaande geweld tegen vrouwen.

In politieverslagen heet zo’n onbekende man – dader of slachtoffer – John Doe. Zoals in een goede detective roept dat vragen op: Wie was deze John? Wat was zijn relatie tot Weinstein? Kende hij (een van) de drie vrouwen? Wist hij dat dit soort ‘feestjes’ voor Weinstein routine was? Hielp hij Weinstein actief? Was zijn dagelijkse gedrag vergelijkbaar met dat van Weinstein?

Het zijn belangrijke vragen. Er zijn namelijk veel mannen die, net als deze John Doe, anoniem meeliften op het misdadige of minimaal grensoverschrijdende gedrag van andere mannen. Ze zouden wel gek zijn als ze dat niet deden. Toch? “Je bent een dief van je eigen libido”, las ik ergens. En “wat moet ik mijn vrienden vertellen?”

Redenen om (niet) op te staan

In die laatste vraag zit misschien wel een van de sleutels, waar we in dit verhaal van seksueel grensoverschrijdend gedrag naar op zoek zijn. Deze John Doe is namelijk ook een van de mannen die de mogelijkheid hadden om Weinstein aan te spreken op zijn wangedrag. Slechts weinigen doen dat. Een voorbeeld van een ‘verzaker’ was Quentin Tarantino. Hij verklaarde te weten van het gedrag van zijn eigen producer en besloot te zwijgen. Inmiddels zijn meer zwijgende omstanders uit de kast gekomen.

Het is natuurlijk interessant om te bedenken wat deze zwijgende mannen – deelnemers of toeschouwers – beweegt om de Weinsteins van deze wereld hun gang te laten gaan. Keuren ze het gedrag goed? Zijn ze het er diep van binnen niet mee eens, maar laten ze zich het buitenkansje op seks, drugs, rock-n-roll, geld, carrière en ‘kadootjes’ toch welgevallen? Zijn ze te bang om tegen hun machtige baas of vriend op te staan? Vinden ze het stiekem wel cool om mee te doen met de rijken en machtigen der wereld en geeft het ze het gevoel zelf macht te bezitten? Er zijn tal van begrijpelijke redenen om niet op te staan tegen wangedrag.

Minstens zo interessant is wat andere mannen beweegt om te passen voor de ‘eer’. Mannen die hun baas, vriend of collega op zijn wangedrag aanspreken of die publiekelijk de klok luiden. Zij weten dat naming and shaming een krachtig middel is, maar ook dat het zich tegen henzelf kan keren. Je kan zelf in het beklaagdenbankje belanden, je vrienden kwijtraken, je zakelijk waardevolle relaties en kansen verliezen of erger. En toch zijn er dappere mannen die sterk genoeg zijn om de persoonlijke, maatschappelijke en sociale druk te weerstaan.

Stop being John Doe

Ik maak mezelf graag wijs dat ik zelf geen John Doe ben. Maar, klopt dat? Ben ik niet, ongewild en onbewust, een van de zwijgende omstanders. Ik kan me momenten herinneren dat ik me wel in onverkwikkelijke situaties heb gemengd. Het heeft me goede vriendschappen gekost en ik heb het risico gelopen klappen te krijgen. Maar ik herinner me ook momenten dat ik uit een lastige situatie ben gevlucht. Dat ik niet heb gevraagd aan een vrouw of ‘het’ goed was en of ze hulp nodig had. Dat ik mannen niet vroeg of ze zich minder macho en opdringerig wilden gedragen.

Het is het bijna dagelijkse dilemma van mannen die ‘deugen’. Accepteer je de wereld waarin je leeft met zijn alledaagse seksisme en sluit je je ogen voor de misdragingen van andere mensen om je heen? Of verzet je je er tegen? Roep je je eigen vrienden tot de orde als ze dreigen grenzen te overschrijden? Spreek je ze aan op hun misplaatste grappen? Ga je met ze in gesprek over de kunst om echt gevoelig te zijn voor de grenzen die je tegenkom, gevoelig voor het onuitgesproken ‘nee’ van de ander? En, lukt het je om dat consequent vol te houden?

Jim Jefferies, de Australische komiek en presentator van een Amerikaanse talkshow, verwoordde zijn coming out als volgt: I thought I was a pretty good guy, what with all the not raping I’ve done, but it turns out, that’s not enough. It’s a start, but it’s not enough. We need to create a culture where women feel safe coming forward about their experiences, and when they do, we need to hear them.

Dat is het belang om uit onze rol van John Doe te stappen, te besluiten niet langer de dader of het slachtoffer te zijn, niet langer de onbekende man. Dat is minder makkelijk dan meedoen met mannen die vrouwen vernederen. Jackson Katz noemt dit de Macho Paradox. En toch: stop die onbekende man!

 

blog 40: Relatieconflicten: nodig, tot ze niet meer nodig zijn

Niet zo lang geleden overleed in een Engelse kloostergemeenschap een vrouw. Ze liet een briefje achter met onder andere deze zin: “I wasn’t easy to live with. Nor were you”. Een beetje pijnlijke opmerking, maar ook wel humoristisch. Waarschijnlijk kunnen we ons hier wel een beetje in herkennen. Wie niet? Ruzie, conflicten, drama, ingewikkeldheden – we kennen ze uit ons eigen leven. Bij sommigen leidt dat tot geweld en gebruik van relatieve macht. 

Confrontaties

Boeddha zegt: “Het leven is te kort om ruzie te maken”. Eigenlijk zegt hij het nog wat plastischer: “Als je weet hoe snel de dood komt, stop je ermee anderen en jezelf te laten lijden.”

Fair enough.

Het gekke van veel van onze ruzies is dat ze ons meestal niet verder brengen. Natuurlijk komen er confrontaties voor die je moet aangaan en die leiden tot een betere situatie. Maar vooral in intieme relaties zijn er regelmatig ruzies die (bijna) nergens over gaan. Dan ga je met elkaar een pijnstraatje in, een lijdensweggetje. Een parcours dat je al heel goed kent. You’ve been there. Je draagt allebei je steentje bij aan het huis van lijden. En na een kortere of langere tijd kun je uitgeput je wonden likken. Tot een volgende keer.

Het gaat dan om een rugzakje met oude ellende. Iedereen draagt er een. En af en toe wil er iets ouds uitgepakt worden. Voor je het weet is het zo ver. En dan ben je wel in het hier en nu, maar je speelt een oud scenario van toen en daar.

Onbehagen

Het is heel verleidelijk om mee te bewegen, mee te resoneren met de pijn van je partner. Onbewust heb je elkaar daar deels op uitgezocht. De uitdaging is om de pijn van de ander wel te voelen en te erkennen, maar om niet in automatische reacties te schieten, die weer veel met jouw eigen geschiedenis te maken hebben.

Hetzelfde geldt natuurlijk voor je eigen onbehagen. Je kunt het voelen opkomen, erkennen dat het er is, zien, het er laten zijn en het weer laten gaan. Aanvaarden dat het er is, maar niet inpluggen, dus ook niet meeresoneren met je éigen pijn. Dat aanvaarden is het moeilijkste.

Maar Roemi zegt: “The moment you accept what troubles you’ve been given, the door will open.”

 

Deze blog verscheen eerder op https://zinweb.nl/levenskunst/relatieconflicten-nodig-tot-meer-nodig/

blog 39: Ook een man kan #metoo zeggen

Kort na de explosie van #MeToo-verklaringen schreef Rob Visser de volgende blog.

MeToo-manifest voor veiligheid en respect

Voormalig minister Bussemaker vroeg mannen mee te doen aan de discussie over #MeToo. Onderstaand manifest is een poging daartoe, geschreven als uiting van respect voor vrouwen en erkenning van hun behoefte aan veiligheid. 

Gehoord en beantwoord

Opkomen voor een vrouw

Belangrijkste vraag voor mij is hoe we punt 5 realiseren. Hoe maak je als man kenbaar dat je (onvoorwaardelijk) voor een vrouw opkomt als dat nodig is? Ik hoop natuurlijk dat dit blog veel reacties krijgt, vooral over dat laatste punt.

De steunbetuiging die in het kader van de White Ribbon Campagne is opgesteld – “Ik zal nooit geweld tegen vrouwen plegen, het nooit goedpraten en er nooit over zwijgen.” – is een andere manier om je uit te spreken tegen geweld tegen vrouwen. Emancipator heeft in het kader van de campagne een white ribbon laten maken om actief je steun voor deze beweging te laten zien (neem hiervoor contact op met Emancipator: info@emancipator.nl)

 

De blog van Rob verscheen eerder op http://robservaties.blogspot.nl/2017/10/metoo-manifest-voor-veiligheid-en.html

blog 38: Please, don’t be like that. Thanks.

Dezelfde bull sh*t tegen-argumentatie rondom de tag #BlackLivesMatter zie ik min of meer zich óók nu herhalen met de tag #MeToo. 

Bij ‘Black Lives Matter’ reageerden sommige witte mensen met de tag #AllLivesMatter. En ook nu zie je dat er mannen (en vrouwen) zijn, die zeggen dat #MeToo óók op mannen slaat. Sure, óók mannen zijn dagelijks het slachtoffer van seksueel geweld. Maar het gaat -nu- even om vrouwen, oké? 

God mag weten dat de cijfers, deze ‘eenzijdige’ focus op vrouwen, wat seksueel geweld betreft, naar mijn mening volkomen rechtvaardigen. 

Maar dan nog? Zelfs als mannen net zo vaak ongepast seksueel zouden worden benaderd als vrouwen, waarom zou je je niet mogen focussen op een bepaalde deelgroep?

Het is net alsof iemand je verwijt dat je aandacht schenkt aan borstkanker, en prostaatkanker ‘vergeet’. Om dan vervolgens zijn (of haar) kleinzieligheid op tenenkrommende wijze te etaleren, door de tag #AllCancerMatter in het leven te roepen.

Activist A: Borstkanker!
Activist B: Hé, waarom niet óók prostaatkanker?

Activist A: Kindermisbruik!
Activist B: Hé, volwassenen worden óók mishandeld!

Activist A: Black Lives Matter!
Activist B: Hé, het is All Lives Matter, ja!?
 

Activist A: Vrouwen worden seksueel onderdrukt!
Activist B: Hé, óók mannen, hoor!

Don’t be like this. Please!

 

Deze blog verscheen eerder op https://www.facebook.com?khadimschrijft/

 

 

blog 37: Wat kunnen mannen toch dom doen zeg!!!

Bar lekker vol 2 leuke verjaardagen.

De deur is wel open dus er komen ook andere mensen binnen.

Zitten er twee leuke meiden uit Australië aan de bar waar ik een gezellig praatje mee maak. Komt er een lange gozer binnen lopen, besteld een biertje begint een heel verhaal met een zachte ‘G’ dat ie vrij is en dat ie wel even een dame ging scoren op zijn dagje Amsterdam. 

Meteen daarna als een vlieg op een hoop stront over die vrouwen heen hangen die er duidelijk geen zin in hadden.

“Sorry, gab kun je een beetje afstand houden, volgens mij zit je zowat in hun aura”.

“Ok ok ja, ik kom uit Brabant ….” 

“Ooh, dat hoorde ik niet” … haha … “maakt me niet uit al kom je uit Madurodam”.

En het was even stil want deze opmerking van mij was effe te moeilijk voor ‘m. 

“Geef ze gewoon wat ruimte vriend ze zijn hier niet voor jou, geloof me”. 

Ok, ik verder want het was rete druk. 

Probeert die lul tussen de dames te gaan staan terwijl ze tegen elkaar aan zitten aan de bar. 

“Wat zei ik nou net vriend. Afstand! Zo versier je geen vrouw, pik, een vrouw moet zich veilig voelen en jij rijdt gewoon tegen ze aan! Ga daar maar zitten”. 

Ok, hij gaat 2 plekken van ze vandaan zitten.

Als ik na een glazenrondje terug achter de bar kom heeft hij een arm om een van de twee. 

“Drink jij even je biertje leeg, praten mag, maar aanraken niet niet in dit cafe”.

Hij lacht en denkt dat ik een grapje maak.

“Heeft nou echt niemand je geleerd, dat je van mensen af moet blijven?” Biertje opdrinken en wegwezen, gab, anders pak ik ‘m uit je hand”.

Hij gooit ‘m achterover en loopt weg, ik hoop dat ie iets heeft geleerd. Ik denk ‘t helaas niet. 

Geld ook voor dames trouwens ik hoef ook niet meteen een zoen op mijn wang. Als ik je niet ken, ik geef wel een hand….

blog 36: Verander het patriarchale systeem – doe het samen

Allereerst wil ik kwijt dat ik het een heel goede zaak vind, dat alles wat er op het gebied van seksueel misbruik, verkrachting en ongewenste intimiteiten met vrouwen (en mannen) is gebeurd en nog steeds gebeurt aan het licht mag komen en niet langer verborgen blijft!

Er is een behoorlijke diversiteit aan reacties op dit onderwerp gekomen, waarbij naast moedige en schrijnende verhalen, schuldbekentenissen, verantwoordelijkheid nemen en vergeven door zowel vrouwen als mannen ook helaas nog vaak, wel begrijpelijk (maar ook zinvol en helend?), beschuldigingen over en weer worden geuit.

#Metoo wil graag een bijdrage leveren met mijn inzichten.

In dit “patriarchale systeem” dat we in mijn ogen, onbewust, al generaties lang samen hebben gecreëerd worden naar mijn mening, meisjes en jongens, vanaf geboorte uit verbinding met zichzelf gehaald, doordat we hen in opvoeding en onderwijs, leren zich aan te passen aan eisen en wensen van ons volwassenen, zonder in de gaten te hebben dat kinderen daardoor niet mogen zijn zoals ze zijn!  Zo gezien zijn zowel meisjes als jongens al generaties lang “slachtoffer” van door volwassenen doorgegeven pijn en angst op het gebied van de rolpatronen die van jongens en meisjes worden verwacht.

In ons reguliere onderwijs en daaraan gerelateerde opvoedingssysteem worden kinderen door volwassenen onbewust “ontmoedigt” in hun creatieve vermogens, nemen van verantwoordelijkheid, het ont-wikkelen van autonomie en authentiek mogen zijn. De bewijzen van wetenschappelijke onderzoeken die dit staven zijn legio!

Gevolg daarvan is dat we van kinds af aan leren denken volgens vast aangeleerde en opgelegde patronen en handelen, zonder ons nog echt bewust te zijn van wat we doen! We lopen onbewust dag in, dag uit volgens vaste patronen in een tredmolen!

Vanuit dit onbewuste denken en handelen doen kinderen van de ene generatie later als volwassenen hetzelfde, maar nu als “dader”, met de volgende generatie! De eisen en wensen van het “volwassen” systeem worden weer vanuit onbewust denken en handelen doorgegeven! En ook wij volwassenen van deze generatie hebben daar vrijwel allemaal onbewust aan meegewerkt, totdat we in deze tijd ieder op zijn/haar moment wakker worden.

Dat de meerderheid (en ikzelf af en toe ook!) nog steeds een grotendeels onbewust leven leiden, wordt mooi duidelijk in de filmpje van Bruce Lipton, waarin hij laat zien dat wij voor 95% (of meer) onbewust zijn van ons denken en handelen:

Zo gezien, ben ik dus zowel slachtoffer als dader van dit patriarchale systeem en tot het moment dat ik me daarvan bewust word, hou ik het systeem zelf onbewust in stand!

Een belangrijke vraag voor mij wordt dan; “Kan ik verantwoordelijkheid nemen, als ik me niet bewust ben van mijn patronen in denken en handelen?”

Volgens Eckhart Tolle in zijn boek “Een nieuwe aarde” kan men iemand die zich niet bewust is van mijn on(der)bewuste (ego!) patronen eigenlijk nooit iets verwijten of verantwoordelijk stellen!

Ik ben dat helemaal met hem eens, hoewel ik dit zeker geen pleidooi vind voor het niet hoeven nemen van verantwoordelijkheid!

Trauma’s, die vrouwen (en mannen) door seksueel misbruik, verkrachting en ongewenste intimiteiten hebben opgelopen dienen we heel erg serieus te nemen en vragen om verwerkingstijd en erkenning! In het belang daarvan is verantwoordelijkheid nemen een absolute must!

Maar, verantwoordelijkheid nemen kan ik dus pas als ik mijn denken, voelen en handelen “niet meer buiten mezelf leg” maar besef dat ik alles zelf creëer en heb gecreëerd!

Wat ik hiermee wil zeggen is, dat wijzen naar anderen,  een excuus is om niet met mijn eigen verantwoordelijkheid aan de slag te gaan!

En nu ik me daarvan bewust ben geworden neem ik verantwoordelijkheid voor het feit dat ik anderen, waaronder vrouwen heb gekwetst, gemanipuleerd, belogen, gedreigd en onderuit gehaald! Daarvan ben ik de DADER en ik ben volledig verantwoordelijk voor de daaruit ontstane schade!

Maar………, ook voor mijn SLACHTOFFERSCHAP neem ik verantwoordelijkheid. Niet als kind  want die verantwoordelijkheid kon ik als kind nog niet dragen. Maar op het moment dat ik volwassen werd en me nog steeds liet slachtofferen, heb ik verzuimd voor mezelf op te komen en mijn ware gevoelens te uiten. Ik heb altijd een keuze gehad, maar was niet altijd bereid de gevolgen daarvan te nemen, waardoor ik mezelf  in de steek liet, heb verloochend!

Ik ervaar dan ook dat dit patriarchale “systeem” waarin we nu leven in stand wordt gehouden door ALLE DEELNEMERS, zowel mannen als vrouwen die allemaal ook daders en slachtoffers zijn.  Wij zijn allemaal het systeem en daarom kunnen we het volgens mij ook alleen samen veranderen, te beginnen bij mezelf, want ik kan iemand anders niet veranderen. Daarom pleit ik ervoor dat vrouwen en mannen, allemaal de hand in eigen boezem steken voor hun eigen dader en slachtofferschap!  Door persoonlijk verantwoordelijkheid te nemen kunnen we weer in onze eigen kracht gaan staan en samen de pijn van het verleden transformeren naar de liefde, die we allemaal in wezen zijn. Het moeilijkst daarin is misschien wel om compassie te blijven voelen voor mannen en vrouwen, die zich nog niet bewust zijn van zichzelf en dus geen verantwoordelijkheid kunnen nemen, omdat zij nog niet zijn ontwaakt?

En daarom is VERGEVING, voor zowel mannen als vrouwen voor mij de voorwaarde om samen op een constructieve manier te kunnen groeien in bewust zijn. Allereerst vergeving van mezelf voor zowel mijn daderschap als mijn slachtofferschap. Daaruit volgt vanzelf vergeving van alle anderen. Mocht je nog twijfelen aan de logica en kracht van vergeving, bekijk dan tot slot nog even dit filmpje:

In Lak’ech (ik ben een andere jij)

blog 35: United we stand

Het is voor mij als mens vanzelfsprekend om me uit te spreken tegen geweld tegen vrouwen. Geweld tegen mannen, transgenders, non-binairen, queers en ieder ander op of buiten het genderspectrum veroordeel ik net zo sterk. Mijn motivatie voor het schrijven van deze blog is echter een andere. Namelijk dat de bal niet alleen bij de mannen, maar bij iedereen – dus alle mensen – ligt. Te lang is er in de emancipatie en anti-seksisme discussies te veel sprake geweest van het “wij” tegen “zij”. Ook in de White Ribbon-blog lees ik dat nog te veel terug.

Om mijn punt te maken, neem ik jullie mee terug naar november 2017 waarin ik  – binnen één week – onderstaande opmerkingen hoorde:

  • Ben je al zo oud?!? Wat zie je er dan goed uit voor je leeftijd!”
  • “En natuurlijk hebben we genòten van die bloedmooie docenten daar!”
  • “Niet te lang voor mijn neus bukken, hoor. Ik heb óók gevoelens!”

Drie uitspraken gedaan toen #MeToo het nieuws nog dagelijks beheerste. Gedaan ten overstaan van groepen mensen, in aantal tussen de 15 en 250 groot. Zonder uitzondering allen werkzaam in de sociaal maatschappelijke sector. Waarbij minimaal twee derde van de aanwezigen vrouw was, dan wel zich het meest met deze sekse identificeerde. En al deze drie uitspraken werden gedaan door een vrouw.

Ik zat erbij, keek en luisterde ernaar. Verbaasd. Had ik het goed gehoord? Hoe werd dit bedoeld? Moest ik hiervan iets zeggen als geëmancipeerde anti-seksist van het mannelijk geslacht? Of was het beter dat niet te doen? Zou ik de “andere sekse” gelaten tijd en ruimte geven zich te revancheren op het seksisme waaronder zij sinds mensenheugenis gebukt gaat? Zulke opmerkingen staan toch niet in verhouding tot het ongemak, laat staan doodsangst, die vrouwen ervaren bij (dreigend) seksuele grensoverschrijding en geweld? Maakte ik zo een onschuldig compliment veel te negatief beladen? Of, sterker nog, werden deze opmerkingen juist zo seksistisch doordat ik dat er als man op projecteerde?!?

Het “momentum” voor een reactie vervloog in de turbulentie van mijn tegenstrijdige gedachten.

Na de eerste opmerking, gemaakt door een universitair docente die mannelijke gastspreker introduceerde, reageerde geen van de ruim 250 congressanten. De tweede opmerking werd gemaakt door een vrouwelijk hoofd van een sociale gemeentedienst. Tijdens een intern symposium keek zij terug op de deskundigheidsbevordering die haar afdeling had gevolgd. Ik was één van de trainers, die bloedmooie docenten waren er (dus…) niet bij die dag.

De derde opmerking in bovenstaand rijtje was direct gericht aan mij. Toen ik iets van de grond raapte tijdens een meerdaagse training, met mijn rug gekeerd naar een deelneemster. Een actieve, gevatte vrouw, ongeveer even jong als ik. Het was in de middag van de tweede dag, die – qua onderwerp – in het teken van seks stond, de seksuologische basiskennis in het bijzonder. Vooral de leuke kanten van seksualiteit kwamen die dag aan bod. Grappen, soms  doordacht, vaak ook flauw, zijn dan niet van de lucht. Ik maak ze en geniet ervan als de deelnemers aan mijn training dat ook doen. Het is onderdeel van het leren wennen aan professioneel praten over seks. Zo lang het met respect voor elkaar en de gemaakte werkafspraken gebeurt, is er niets aan de hand.

Toch raakte deze opmerking mij, vooral achteraf. Direct nadat de deelneemster in kwestie mij liet weten dat ze niet te lang gevoelloos mijn billen kon aanzien, riposteerde ik dat ze hopelijk een meer verfijnde smaak had. Nu ik dit schrijf, vraag ik me ineens af of ik haar gevoelens misschien niet teveel seksualiseer – vond ze het een onaangenaam gezicht? Doelde zij misschien op mijn brede schouders? Hoe dan, van die opmerking had ik geen last. Tot ik later in de training me ongemakkelijk voelde in haar buurt. Wat voor seksueels zou ze nu weer gaan roepen? Wat als ze ècht seksuele interesse had? Moest ik daar dan trots op zijn? En er misschien flirtend op reageren?  Als onzeker stuntelende puber had ik toch niets liever gehad dan bevestiging dan de (seksuele) aantrekkelijkheid waar ik zo op hoopte? Wilde ik die van haar? Moest ik blij zijn dat ik blijkbaar nog sexappeal bezat als man van ongeveertig zonder sixpack? Vertel ik het mijn vrouw? En dan?

Nee, dit is geen ervaring die vergelijkbaar is met dat wat vele vrouwen helaas meemaken. Als ervaren trainer stond ik in mijn kracht, kon de opmerking met een kwinkslag pareren. Gevoed door de #MeToo beweging werd ik me wél meer bewust hoe een kleine dubbelzinnigheid een eigen leven kan leiden en – onbedoeld, dan wel geprojecteerd, of niet – ongemak kan veroorzaken. Zelfs als er géén sprake is van machtsmisbruik of bedreiging. Een seksistische opmerking, gebaar of aanraking is zo waar als de aangesprokene of -geraakte deze ervaart. Excuses maken en daarmee stoppen is het enige antwoord.

Ik hoop dat mensen door deze blogserie en andere reacties op #metoo gaan beseffen dat iedere reactie telt. En dat ieder op of buiten het genderspectrum met elkaar probeert ouderwetse, achterhaalde, binaire en polariserende opvattingen over mannelijkheid, vrouwelijkheid he-, ho- en biseksualiteit, te verbannen naar het verleden. Voor mij zijn deze de bron van heel veel seksueel grensoverschrijdend gedrag en geweld van mens naar mens.

Leg je de bal neer bij “de man” of iemand anders, dan sta je voor je het weet weer buitenspel. En kent #MeToo alleen maar verliezers.

 

In the end, we will remember not the words of our enemies, but the silence of our friends.

blog 34: Mannen hoe simpel kan het zijn?

Geweld tegen vrouwen: het zou verboden moeten worden. Een zin die logisch zou lijken, zeker gezien het aantal keer dat #MeToo ondertussen de ronde heeft gedaan op social media als Facebook en Twitter. Dat geweld tegen vrouwen al heel lang strafbaar is weten we, maar dat heeft blijkbaar niet voldoende effect. Niet alleen blijft het veelvuldig gebeuren, het aanspreken van de daders blijkt ook nog eens een stap te ver. De daders zijn voor het overgrote gedeelte mannen, dus blijkbaar – tenzij we aannemen dat mannen biologisch zijn geprogrammeerd tot agressiviteit – zit er iets in de cultuur of opvoeding van mensen dat dit veroorzaakt.

Om wie gaat het nou precies?

Ik vind als man dat het gebruiken van de noemer geweld tegen vrouwen onterecht de indruk wekt dat de focus van deze discussie op vrouwen ligt. Het gaat namelijk om het gedrag van bepaalde mannen; het onderliggende probleem schuilt in de samenleving, waarin bepaalde rollen worden toebedeeld die ervoor zorgen dat een aantal mannen meent over grenzen te kunnen gaan. Dat dit intrinsiek weinig met vrouwen te maken heeft blijkt uit de cijfers omtrent homo-gerelateerd geweld. Uit een onderzoek van de politie naar geweldsmisdrijven tussen 2009 en 2013 tegen personen vanwege het (vermeende) homoseksuele karakter van de slachtoffers, blijkt de dader in 92,7% van de gevallen een man te zijn. Na een korte analyse van de gegevens van het CBS blijken soortgelijke cijfers aanwezig wanneer het gaat over ‘algemeen’ geweld. Wanneer we kijken naar alle geweldsdelicten in Nederland tussen 2005 en 2012 blijkt de dader in 88% van de gevallen een man te zijn. Wanneer we dit tot seksuele delicten beperken stijgt dit cijfer naar 97,4%.

Met de oververtegenwoordiging van mannelijke daders in dergelijke misdrijven kunnen we moeilijk blijven beweren dat dit geen rol in de discussie zou moeten hebben. Vandaar dat het handig kan zijn toch nog eens te kijken naar de reeds vaak aangehaalde rol van opvoeding en cultuur. Als man moet je sterk zijn, mag je vooral niet huilen en hoor je respect af te dwingen. Het creëert een status-cultus, waarbij de man zich constant in zal moeten zetten om deze status niet te verliezen. Dit constante gevecht van sterk en mannelijk moeten zijn zal tevens gepaard moeten gaan met het idee dat dit juist is; een dergelijke rol is anders niet vol te houden. Daarnaast zal er geen psycholoog voor nodig zijn om duidelijk te krijgen dat het niet uiten van je gevoelens negatieve effecten heeft op een persoon. Krop genoeg op, dan komt er vanzelf genoeg narigheid uit.

Niet alle mannen zijn zo

Maar wat is het dan dat ervoor zorgt dat alleen een aantal mannen over de schreef gaat? Er zijn genoeg mannen die zich niet gedragen als de persoon die ooit een #MeToo kan verwachten. Nota bene drie jaar voor het viraal gaan van de hashtag #MeToo was er al de hashtag #notallmen welke begon als verweer tegen de generalisatie dat het negatieve gedrag van een aantal mannen een afspiegeling vormt voor de hele groep. Het is duidelijk dat een (groot) deel van de mannen zich niet als gewelddadig roofdier opstelt, echter zullen deze mannen wel moeten helpen in de verandering van de mannelijkheidscultus-cultuur. Het is namelijk niet zo dat zich ergens in een oerwoud op de Utrechtse Heuvelrug een groep mannelijke amazones schuilhoudt, die volledig in isolatie van de buitenwereld haar eigen cultuur in stand houdt.

Wat kunnen we doen?

De mannen die over de schreef gaan zijn gewoon onderdeel van de samenleving; het zijn onze vrienden, buren, vaders, zonen en collega’s. Wanneer wij deze groep mannen niet aanspreken op hun gedrag, blijft de mannelijkheidscultuur onveranderd. Dat de vrouwen in het leven van deze mannen hen aanspreken is belangrijk, ook dat helpt met de verandering. Het is alleen niet genoeg. Er zijn genoeg mannen die dit soort tegenspraak van vrouwen al bij voorbaat afdoen als onzin; je gaat je toch immers niet door een vrouw laten vertellen wat je moet doen? Dat is waarom het belangrijk is dat vooral mannen elkaar gaan aanspreken wanneer iemand de grens over gaat. Dat als er een huilt, dat de ander niet gaat zeggen dat huilen voor watjes is. Dat duidelijk wordt dat zinnen als ‘hoeveel wijven heb jij geneukt tijdens je vakantie’ niet puur onschuldige kleedkamerpraat is. Dat nee ook echt nee betekent. Dat je als persoon nogal mislukt bent wanneer je je macht misbruikt om iemand het bed in te krijgen. En dat het ok is wanneer je tegen anderen durft te zeggen dat je je slecht voelt of dat je iets niet durft. Maar vooral dat je met je poten van een ander afblijft. Als wij willen dat onze dochters, moeders, zussen, collega’s, vriendinnen en buurmeisjes ’s avonds veilig door het park kunnen fietsen dan zullen we daar als mannen voor moeten zorgen. Niet met een knokploeg op elke hoek, maar door elkaar aan te spreken. Zo simpel kan het zijn.

 

Deze blog verscheen eerder in tijdschrift Lover (http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/mannen_hoe_simpel_kan_het_zijn)