Corona-kronieken 2

Alles wat ik vorige keer schreef, lijkt alweer achterhaald en futiel. Mensen zijn hun baan kwijtgeraakt, zijn onzeker over hun ziekte die nu geen behandelprioriteit heeft, zitten eenzaam thuis of worden juist gek van het feit dat kinderen en/of partner continue dichtbij zijn. Of ze zijn ziek..

Maar net als de meeste mensen blijf ik toch onvermoeibaar naar iets positiefs zoeken in deze crisis. Nu worden er mensen blijkbaar boos op social media als je iets positiefs te melden hebt over  deze tijd, maar het lijkt me alleen maar menselijk naar lichtpuntjes te zoeken om je aan vast te houden. Dat wil helemaal niet zeggen dat je daarmee ontkent dat mensen het moeilijk en zwaar hebben.

De ‘upside’ dus:

-Veel meer waardering voor de ‘vrouwelijke’ beroepen in de zorg, het onderwijs en de kinderopvang.

-Mensen met slecht betaalde beroepen zoals supermarktmedewerkers en pakket bezorgers worden ook ineens op waarde geschat.

-Meer mensen gaan iets aan lichaamsbeweging doen. Zolang het nog kan in de buitenlucht en anders binnen via een online klasje yoga of dans. De roeimachines en fitnessapparaten zijn online bijna uitverkocht.

-De communicatie via online platforms dwingt tot helderheid, je beurt afwachten en luisteren.

-Politieke kleur wordt minder belangrijk

-Er is meer waardering voor de natuur. Nu alle andere stedelijke afleiding is weggevallen trekken we massaal de parken en bossen in. Een beetje te massaal bleek. Hopelijk kunnen we het genoeg spreiden zodat het voor iedereen mogelijk blijft alleen of hooguit met zijn tweeën af en toe een frisse neus te halen.

Dat werpt meteen de vragen op: hoe houden we deze positieve veranderingen vast? Zal er na de crisis bijvoorbeeld  nog net zoveel waardering voor zorg en onderwijs zijn? (Of wordt het net als na de Tweede Wereldoorlog: na de oorlog konden alle vrouwen die tijdens de oorlog ‘mannenberoepen’ hadden overgenomen weer vertrekken).

Vertaalt die waardering zich ook naar betere betaling? En zou het nu niet een goed moment zijn om ook meer jongens naar de zorg, het onderwijs, de kinderopvang te krijgen? Wie wil er nu niet in een vitaal beroep werken!

Bij Emancipator worden we in rap tempo digitaal vaardiger. Was het vorige week nog zoeken naar de functie ‘scherm delen’ in Zoom, nu hebben we break-out rooms voor subgroepjes tijdens een online meeting, gooien er Mentimeter-vragen en presentaties tussendoor en geven interactief een virtuele bal door tijdens een check-in.

Als praktisch en handig iemand kijk ik ook met belangstelling naar technische problemen en ontwikkelingen in deze tijd. Ik was stomverbaasd over het probleem met de mondkapjes en zat bij wijze van spreken al klaar achter mijn naaimachine voor een mogelijk naai-collectief zodra ik te weten kwam wat voor materiaal goed genoeg was (er zal toch wel en fabriek zijn die dat materiaal kan gaan maken, denk ik dan?).  En zag vervolgens tot mijn tevredenheid dat er inderdaad een naaiatelier ergens gestart is en dat er inmiddels ook low-tech beademingsapparaten gemaakt worden. Hopelijk geeft dit ook in de techniek een omslag: het besef dat eenvoud belangrijker is dan allerlei onnodige snufjes. Het besef dat grondstoffen bewaard moeten blijven voor essentiële dingen (Wie heeft er behoefte aan een koelkast die zelf melk bestelt, om maar een onzinnige techniek te noemen?) en dat alles wat je maakt gerepareerd en hergebruikt moet kunnen worden. Dat maakt het meteen duurzaam.

Na mijn initiële enthousiasme over een blog ben ik – hopelijk tijdelijk – bevangen door het futiliteitsvirus. Als iemand anders wil bloggen, video’s wil posten of anderszins wil bijdragen aan deze reeks: heel graag! Wij horen graag hoe jullie deze tijd beleven.

De Corona-Kronieken deel 1

Binnen een paar dagen is ons hele leven op zijn kop komen te staan.

Net als bijna iedereen werkt Emancipator vanuit huis. Ik dus ook. We hebben net een video-meeting gehad over wat ons te doen staat nu alle evenementen, bijeenkomsten en workshops in de nabije toekomst zijn afgelast. En op wat voor manier we hier ook een kans van kunnen maken.

In deze vreemde tijd heb ik behoefte een blog te beginnen over wat de Coronamaatregelen met me doen, maar ook – en vooral – over wat voor effect deze crisis mogelijk heeft op de maatschappij ten aanzien van gender en emancipatie, ongelijkheid, over de vanzelfsprekendheid van heteronormativiteit in de berichtgeving, de verhouding tussen mannen en vrouwen, etc.

Geeft deze periode van thuiswerken bijvoorbeeld mannen een kans het vaderschap echt goed op te pakken, ervan te genieten of het serieuzer te nemen? Komen de verhoudingen bij langdurige thuisisolaties juist onder spanning en zal er meer huiselijk geweld plaats gaan vinden?
Sommige ZZP-ers zien hun inkomsten ineens dramatisch snel naar nul gaan en komen mogelijk in de bijstand. Treft dat meer vrouwen dan mannen en worden de inkomensverschillen nog groter?
Wat doet het met singles die nu echt alleen thuis zijn en mogelijk grieperig in zelfisolatie zitten, dat het in berichtgeving alleen over gezinnen en kinderopvang lijkt te gaan? Zal deze crisis ook invloed hebben op de tolerantie van elkaar of zal er weer meer discriminatie komen?

Ondanks de hartverwarmende initiatieven waarover je in eerste instantie hoort, werd de ongelijkheid op microniveau (voor mezelf) meteen voelbaar. Ik woon in een zeer dichtbevolkte (maar rijke) wijk in Amsterdam waar behoorlijk gehamsterd is. Ook vandaag zijn de schappen nog leeg in de supermarkt. Dat heeft tot gevolg dat ik met mijn minimale inkomsten ineens de dure producten moet kopen die nog over zijn. En ik zal niet de enige zijn die niet het geld of de mindset heeft de winkel leeg te kopen. Ik ben zo gewend met €70 per week rond te komen dat ik nooit iets teveel in huis heb en ook nu helemaal niet kon bedenken hoe dat dan moet: dingen inslaan. En dat moet dus ook helemaal niet, dingen inslaan! Maar goed, dan zit je dus wel ineens zonder havermout en handzeep, etc. Hier begint de ongelijkheid: als je niet veel geld hebt, heb je minder mogelijkheden voor hygiënische maatregelen tegen het virus (al blijkt gewone zeep ook prima).

Op wat groter niveau; de voedselbank had meteen tekort. Dat soort dingen zijn deprimerend en beangstigend.

Iets anders waar ik onmiddellijk mee te maken kreeg: een klein ingreepje in het ziekenhuis werd last minute afgelast. Begrijpelijk. Maar realiseer je je eens wat het zegt over al die mensen die voor iets op de wachtlijst staan; een vriend van me wacht bijvoorbeeld al een tijd op een nieuwe knie. En als ik het dicht bij (mijn) huis houd: alle transgenders die op de wachtlijst staan, zien de wachttijd nu nog veel langer worden. Hiervan kun je zeggen dat nu alles relatief onbelangrijk is. Maar in het licht der eeuwigheid mag heel weinig belangrijk zijn: in het dagelijks leven kan het toch knap lastig zijn.

Terug naar ons teamoverleg. Hier kwam vooral naar voren dat we allemaal behoefte hebben aan contact en dat ook bij de mensen om ons heen zo voelen. Emancipator begint daarom een online Emancipator-café waarin eenieder kan laten horen hoe het ze vergaat. Laat je horen en kom gezellig digitaal langs op onze donderdagmiddagborrel! We beginnen morgen om 5 uur. Wel zelf voor hapjes en drankjes zorgen.

De link naar het online Emancipator-café kun je via info@emancipator.nl krijgen en wordt ook aangekondigd op social media.

Wil je zelf bijdragen aan deze blogreeks, het kan ook met een filmpje, neem dan contact met ons op!

Barbican masculinities

Pauline Hubers | Exhibition Masculinities: Liberation Through Photography

Onze stagiaire Pauline Hubers bezocht de expositie Masculinities: Liberation Through Photography in het Barbican in Londen

Over twee verdiepingen, aan hand van zes thema’s werd mannelijkheid getoond, allemaal in film en fotografie. In het Barbican in London is vorige week de tentoonstelling Masculinities geopend (20 februari 2020) die doormiddel van film en fotografie tentoonstelt hoe mannelijkheid sociaal geconstrueerd is vanaf 1960 tot vandaag de dag.

De tentoonstelling begon met het thema disrupting the archetype, waarin hypermasculinity werd getoond. Foto’s van soldaten, cowboys, atleten, stierenvechters, bodybuilders en worstelaars laten het stereotypebeeld van mannelijkheid zien. Krachtige beelden die een en al mannelijkheid uitstralen, samen tonen ze de strijdlustige mannenwereld waar geen vrouw te bekennen is. De hypermasculinity werd vervolgd door statige beelden die tonen welke macht mannen hebben/hadden in de maatschappij, ze toonde het patriarchaat die het stereotypebeeld van de man naast strijdlust compleet maakte met macht.

Bij het derde thema viel het stereotype beeld een beetje weg en kwam er aandacht voor de man en zijn familie, waar het traditionele familieportret doorbroken werd. Op de tweede verdieping verdween het stereotype beeld van mannelijkheid door beelden van queer mannelijkheid te laten zien. Vervolgd met beelden hoe mannelijkheid wordt ervaren door donkere mannen, hoe zij hun eigen macht hebben gewonnen door hun eigen identiteit te ontdekken. De tentoonstelling werd afgesloten met de kijk van de vrouw op de man, waarin vrouwelijk kunstenaars het idee dat mannen actief zijn en vrouwen passief laten betwijfelen.

Masculinities, een drukbezochte expositie die precies op het juiste moment wordt tentoongesteld. Waardoor men bewust wordt welk rol mannelijkheid heeft gespeeld in de afgelopen decennia en deze rol niet meer in de huidige tijd past.

 

Barbican masculinities Barbican masculinities Barbican masculinities Barbican masculinities Barbican masculinities Barbican masculinities Barbican masculinities Barbican masculinities

Blog 20. Jules Schaper: Het begint klein

Dit is blog 20 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

Ook na meer dan vijftien jaar leven als man blijf ik gevoelig voor de minste hint van vrouwonvriendelijk gedrag. Blijkbaar heb ik in mijn vorige hoedanigheid (als vrouw dus, voor de duidelijkheid) zoveel moeten dealen met vervelend mannengedrag en -gezeur, dat als het er maar even schijn van heeft dat mannen vrouwen ergens de schuld van willen geven, ik onverwijld partij trek voor vrouwen. Zielig gedoe zoals dat ‘het onderwijs feminiseert en daardoor jongetjes zich op de lagere school niet goed zouden kunnen ontwikkelen’, of opmerkingen dat mannen best willen zorgen ‘maar dat ze de kans niet krijgen’ daar hoef je bij mij niet mee aan te komen. Meteen de kop in drukken, dat soort geklaag. Als mannen iets willen doen in zorg of onderwijs is er niets dat ze tegenhoudt. Integendeel: de geringste inspanning zal al worden toegejuicht en bijna eeuwige roem opleveren. (Kom daar maar eens om als vrouw in de techniek, maar dit terzijde).

Tot mijn verbazing hoor ik echter ook bij bijeenkomsten waar in principe ‘geëmancipeerde’ mannen komen, met enige regelmaat opmerkingen die me vrouwonvriendelijk lijken. Het gaat dan om opmerkingen in de trant van: ‘Vrouwen zien niet in dat ze ons nodig hebben bij de emancipatie’, of ‘Ik was weer de enige man tijdens die bijeenkomst, die oudere feministen willen gewoon niet met mannen samenwerken’. Bij mij gaan dan onmiddellijk de haren overeind staan. Ten eerste heb ik een grote zwak voor oudere feministen, we hebben ontzettend veel aan hen te danken. En ten tweede denk ik: is dit niet het toppunt van mansplaining? Dat je vrouwen gaat uitleggen hoe het met de emancipatie moet, is dat niet net zoiets als als wit mens, gekleurde mensen uitleggen hoe het racisme bestreden moet worden?

Hoewel het zo is dat het juist inspanning van mannen vraagt om tot gendergelijkheid te komen (en van witte mensen om op te houden met racisme), lijkt het me niet erg passend jezelf op de borst te kloppen als geweldige gelijkheidsstrijder als je als man ook eens komt opdagen op een bijeenkomst (na meer dan 150 jaar gelijkheidsstrijd van vrouwen, als je rekent vanaf de eerste feministische golf). Enig historisch besef is dan wel op zijn plaats. En als je je zo eenzaam voelt als man op een bijeenkomst over emancipatie, dan moet je dus zorgen dat er meer mannen komen, dunkt me. Dat oudere feministen niet met mannen zouden willen samenwerken, lijkt me een grove generalisatie. De meesten roepen juist al decennia dat mannen zich eens moeten gaan inzetten voor emancipatie.

Radio en tv zijn eveneens goede (of eigenlijk slechte natuurlijk) inspiratiebronnen om je te ergeren aan vrouwonvriendelijk gepraat. Zo luister ik naar de nieuwsshow op zaterdag als er een man over ‘ouderverstoting’  komt praten. Dit is een eufemisme voor vaders die geen toegang meer tot hun kinderen krijgen. ‘Ze worden soms zelfs vastgezet door de politie’, zegt de man op de radio. De politie treedt veel te hard op want het is ‘logisch’ dat mannen wat dwingend worden als ze geen toegang meer hebben tot hun kinderen, zegt hij ook nog. Bijvoorbeeld door op de deur te bonken. ‘En ze worden dan steeds dwingender.’ En het lijkt hem dan een goede taak voor de politie het op te nemen voor de vader en de deur binnen te gaan en de moeder over te halen haar kind toch naar de vader te sturen.

Je moet er niet aan denken dat je dat kind bent..

Begrijp me goed, het zal echt wel zo zijn dat er vaders rondlopen die onterecht bij hun kinderen worden weggehouden en dat is erg. Waar ik hier over val is natuurlijk het goedpraten van ‘een beetje dwingend’ optreden. En over het gebrek van inzicht wat dat met een kind zou doen, nog los van wat dat met de moeder doet. Is het ‘recht’ van een vader op zijn kinderen belangrijker dan het welzijn van de kinderen zelf?

Waar ik over val is dat het binnen een paar seconden duidelijk is dat dit onderwerp helemaal niet over ‘ouders’ gaat: het gaat in elk geval niet over vrouwen wiens kinderen door wraakzuchtige partners worden ontvoerd naar het buitenland. Politie-inzet voor hulp aan deze ouders komt niet aan bod.

Bovendien is het zo dat vrouwen met een ex die gewelddadig is veel problemen ondervinden dit voor het voetlicht te brengen. Wat doe je als je weet dat je ex losse handjes heeft? Stuur je je kind daar zomaar naartoe? En onwillekeurig springen mijn gedachten naar kinderen die vermoord zijn door hun vader. De moord op de jongens Ruben en Julian in 2016 werd in kranten (als het AD) zelfs afgedaan als de daad van een zwaar gefrustreerde vader die nooit eerder zijn kinderen had mishandeld. Ehm? Dus het is de schuld van de moeder?? Typisch geval van mannen die geen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen gedrag en vrouwen de schuld geven. Een verhaal zo oud als de mensheid, in dit geval met een gruwelijke afloop.

De tv biedt daarna ook niet veel soelaas voor mijn geërgerde staat: de ene na de andere spannende serie gaat over vrouwen die ontvoerd, verkracht en vermoord worden. Dat is blijkbaar het gangbare spannende verhaal (wat zegt dat over de fantasie van tv-makers?). Is er niks anders spannends te verzinnen? Ontmoedigd geef ik het op voor de dag (en ik besef dat het een luxe positie is, je alleen maar hoeven te ergeren en niet ergens middenin te zitten). Dan maar een blog schrijven over geweld tegen vrouwen…

Geweld tegen vrouwen is overal, is alledaags en gangbaar. Dit bestrijden begint met het herkennen, benoemen en de kop in drukken van de kleine dingen: de snerende of seksistische opmerking, het hemeltergend saaie en irritante mansplaining (een leuke flowchart waarmee je kan checken of je aan het mansplainen bent vind je hier), het zielige gedoe van ‘het komt eigenlijk door de vrouwen’. Gewoon mee ophouden, mannen. Neem verantwoordelijkheid voor jezelf, leef je frustraties niet uit op een ander en accepteer dat er mensen zijn met mogelijk meer expertise dan jij. Dan wordt de wereld een stuk leuker.

Blog 19. Jan van Heuzen: De draak en ik

Dit is blog 19 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

De prinses was ontvoerd door een draak, tijdens de bruiloft met de koning! Voor onze groep stoere mannelijke avonturiers in de magische wereld van Dungeons and Dragons (D&D), betekent dit maar één ding: het begin van een gevaarlijke reddingstocht, met zwaarden, magie en een dodelijke manticorn.

Ik ben de medeoprichter van een grassroots initiatief met rond de 200 mannelijke leden in Canada, genaamd Masculinity: under construction (MUC). Het doel is om op vriendelijke doch strenge wijze mannen verantwoordelijk te houden. Verantwoordelijk voor de schade die wij aanrichten, het geweld tegen mensen van andere genders, huidskleur, sekse, seksualiteit, enzovoort, maar ook geweld tegen onszelf. Wij mannen zijn geen expert over de schade die we aanrichten, en we moeten ervoor zorgen dat we de expertise van anderen respecteren en volgen. Maar MUC vindt ook dat mannen ook zelf moeten werken aan onze eigen groei, in plaats van te wachten op werk van anderen.

We geven informatie, oefenen vaardigheden en dagen elkaar en onszelf uit. We organiseren workshops en voeren gesprekken on- en offline. Sinds kort doen we iets nieuws: we luisteren naar onze leden wanneer zij dit doel willen nastreven in hun eigen activiteiten, en organiseren activiteiten waarin we de expertise van onze leden integreren.

Eén van onze leden is een ervaren D&D facilitator, een Dungeon Master (DM). Hij vertelde dat D&D een oefening is in inlevingsvermogen, en dat de sprookjeswereld veel duidelijk kan maken over hoe oppressie en marginalisatie werken. Tijdens het spelen van D&D worden sociale vaardigheden geoefend in een veilige situatie, met mannen onder elkaar.

Ik heb nog nooit D&D gespeeld. Het is een fantasiewereld waarin een verhalenverteller (de DM) met behulp van dobbelstenen bepaald wat er gebeurt, terwijl de avonturiers besluiten wat hun fantasiekarakter doet in deze fantasiewereld. Het is alsof je Lord of the Rings leest, maar dan zelf Frodo speelt en zelf bepaalt wat Frodo doet. Ik besloot mijn vooroordelen ten opzichte van de D&D spelers opzij te zetten, en “onbaatzuchtig” aan dit experiment mee te werken. Ergens was ik best nieuwsgierig over D&D.

Onze groep bestond uit vijf spelers en de DM. Het was een interessante groep, een onwaarschijnlijke groep, die onder andere omstandigheden nooit zou zijn samengekomen. Hoewel we allemaal witte mannen zijn, waren we extreem verschillend. Er waren vier met een universitair diploma, en twee met een middelbare schoolopleiding. Twee zitten in de ziektewet door psychische gezondheidsklachten, zoals ADHD, angststoornissen en depressies, één is werkloos en drie verdienen bovenmodaal. Vrijwel iedereen was heteroseksueel, behalve een panseksueel. Eén van ons is een burlesque performer. En in vrijwel al deze intersecties ben ik niet gemarginaliseerd. Hoewel ik momenteel werkloos ben, ben ik hoogopgeleid, heteroseksueel en heb ik geen psychische gezondheidsklachten. Met al deze “kwetsbare” “gemarginaliseerde” medespelers in de groep, voelde ik mij verantwoordelijk voor hoe deze dag zou verlopen. Ik was vastbesloten dit een veilige omgeving te maken, zodat iedereen van de dag kon genieten.

Nadat we onder begeleiding van de DM onze karakters hadden gemaakt (ik was een gnome mastermind) begonnen we aan ons avontuur. We vonden onszelf terug in Rao’s Cleft, het koninkrijk van Dandyshire, de hoofdstad, op het marktplein, toen een herald van de koning een publieke declaratie gaf. Een draak had de prinses ontvoerd tijdens de bruiloft met de koning! Alle avonturiers besloten naar de sheriff te gaan, en bij te dragen aan de reddingspoging, in de hoop de beloning te verdienen. Ons avontuur was begonnen!

Halverwege ons avontuur, terwijl we een aantal reizigers hielpen omdat hun wagen beschadigd was, werden we overvallen door een tweetal bandieten. We waren compleet overrompeld. Als mastermind probeerde ik de verdediging te organiseren tegen deze laffe aanval, en wilde ik (in overleg) bepalen waar iedereen moest gaan staan. Echter, een andere avonturier, die super geïntrigeerd was door het vermogen van zijn karakter om kleine vlammen te blazen, bedacht een andere oplossing. Hij zei: “kunnen we die bandieten niet bedreigen met mijn vlammen? Ik zou super geïntimideerd zijn door een tweeëneenhalve meter lange Dragonborn die vlammen ademt.” Alright, dacht ik, raar idee, maar laten we dat maar proberen dan. Twee dobbelstenen later bleek deze oplossing super effectief te zijn, en de bandieten renden er vandoor. Ik was onder de indruk van de originele oplossing, opgelucht dat het zo goed was afgelopen, en riep de groep op om verder te gaan met ons avontuur. Mijn medeavonturier echter, was nog niet klaar met de bandieten. Verontwaardigd over de laffe aanval en over hoe makkelijk de bandieten weg kwamen, besloot hij ze terug te roepen en af te persen onder bedreiging van de eerdergenoemde vlammen uit zijn neus. De bandieten verontschuldigden zich vriendelijk en wierpen ons een magisch amulet toe! Tweede keer dat ik verrast was.

Blijkbaar is de verdeling van schatten een belangrijk onderdeel van D&D. Als zelfuitgeroepen leider van dit spel, wilde ik dit zo eerlijk mogelijk doen. Ik besloot dat het logisch was om dit magische item te geven aan de speler die hiervan het meest zou profiteren. Het amulet bood bescherming tegen fysieke wapens, dus wilden we het geven aan de speler die het grootste risico liep geraakt te worden door zwaarden en zo. Halverwege de onderhandelingen zei de speler die de vlammen blies, dat hij dit niet heel tof vond. Hij was al een tijdje stil, en vond het heel oneerlijk dat dit item dat hij had gewonnen, door anderen werd weggegeven. Oei, dat was best een goed punt! Omdat ik mij zo belangrijk voelde en alles eerlijk wilde laten verlopen, had ik bijna zijn amulet aan iemand anders gegeven.

Om een lang avontuur kort te maken, de prinses had uiteindelijk onze hulp helemaal niet nodig, bleek de koning te haten en een relatie te hebben met de draak. En ik? Ik had mijn eigen les geleerd. Met een goede DM, zijn tijdens de deelnemers van dit spel gelijk aan elkaar, en spelen stigma en marginalisatie een veel kleinere rol. In de echte wereld voel ik ook vaak een verplichting om mensen met psychologische klachten te helpen, en voor hen te spreken. In deze D&D ruimte, waarin de normale machtsverhoudingen minder een rol spelen, waarin resultaten direct zichtbaar zijn, waarin teamwerk essentieel is, leerde ik dat het beter is een stapje terug te zetten en mensen voor zichzelf te laten spreken. De beste manier om ervoor te zorgen dat mijn kwetsbare teamleden meetelden, was door zelf wat stiller te zijn. Toen deze “kwetsbare” mannen tijdens een spelletje D&D de kans hadden wat te zeggen, leerde ik meer van hen dan andersom. Ik begrijp nu dat ik ook in de echte wereld heel voorzichtig moet zijn. Ik begrijp dat ik heel waarschijnlijk veel gemarginaliseerde mensen niet de kans heb gegeven voor zichzelf te spreken.

Euhm… wat heeft dat nu te maken met geweld tegen vrouwen, hoor ik u denken? Dit is een groep mannen onder elkaar, dus per definitie geen geweld tegen vrouwen. Moeten we nu ook al als mannen ons gedrag tegenover elkaar veranderen?

Een boel lezers die geen man zijn, zullen herkennen wat ik deed: ik was aan het mansplainen. Ik maakte mezelf belangrijker en luider dan de anderen. Mansplaining vindt heel vaak plaats, en wordt typisch gezien bijvoorbeeld als een man die een vrouw in de rede valt, ondanks dat de vrouw meer expertise heeft.

Voordat wij mannen neerkijken op vrouwen als emotioneel instabiel, zorgen we ervoor dat we zelf geen emoties meer voelen of kunnen tonen anders dan woede. Voordat wij mannen het gevoel hebben dat we de lichamen van vrouwen bezitten, schamen wij ons voor ons eigen lichaam. Voordat wij mannen ons belangrijker voelen van vrouwen, maken wij ons belangrijker dan andere mannen. En dat was wat ik deed in deze groep mannen. Ik maakte mijzelf een stuk belangrijker dan ik was en luider dan de andere mannen. Als ik het geweld tegen vrouwen wil stoppen, moet ik beginnen met mijzelf, empathisch zijn naar mijzelf en andere mannen, en deze dynamieken herkennen. Als wij andere mannen willen veranderen, moeten we ons anders gedragen naar die mannen. In andere woorden, dit is een oproep aan alle mannen om eerst aan jezelf te werken. De draak, dat ben ik.

Blog 18. Mohammed Saiah: Jongens, ik ben moe

Dit is blog 18 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

Jongens, ik ben moe. Ben jij moe? Ben je het niet zat om die eendimensionale karikatuur te zijn van een man die de wereld ons vertelt te zijn? Het soort dat snel zijn vuisten gebruikt, zich vast en bang voelt maar dit niet kan laten zien. Het soort dat stoer en sterk is, dat geen zwakte toont, altijd in controle is. Ik ben het zat dat we elkaar, onszelf en vrouwen pijn doen.

Omdat dat is wat de mannelijkheidscultuur die we hebben geërfd ons laat doen. Het doet ons pijn. Geweld tegen vrouwen is de meest voorkomende schending van de mensenrechten ter wereld. Het overstijgt leeftijd, ras, religie, nationaliteit en klasse. In Nederland heeft eenenveertig procent, dus bijna de helft van de vrouwen, sinds haar vijftiende ooit een vorm van fysiek of seksueel geweld meegemaakt, besef, het gaat om bijna tweeënhalf miljoen vrouwen. Is tweeëntwintig procent van alle vrouwen, meer dan een op de vijf, het slachtoffer van fysiek geweld door haar partner of expartner, het gaat om meer dan een miljoen vrouwen. Heeft tien procent van de vrouwen een verkrachting meegemaakt. Heeft bijna driekwart van de vrouwen seksuele intimidatie meegemaakt, beste mannen besef even, dat zijn meer dan vier miljoen vrouwen. Misschien ben jij of ik niet aan het slaan of lastigvallen, maar jongens, wij zijn nog steeds verantwoordelijk. De plegers van dit geweld zijn vaker mannen dan vrouwen. Hoe veel vaker? Negen op de tien plegers van fysiek of seksueel geweld tegen vrouwen is een man. We zijn verantwoordelijk omdat we behoren tot de huidige cultuur van mannelijkheid die dit toestaat – een cultuur die zegt dat we geen angst kunnen tonen, we kunnen ons niet vergissen en we hebben recht op macht over anderen, vooral vrouwen. Maar die cultuur is verkeerd. En tenzij we er actief aan werken om het te veranderen, blijven vrouwen gewond raken.

Een cultuur die ons vertelt dat we niet bang mogen zijn, is een cultuur die onze eigen menselijkheid ontkent. En als we geen mens mogen zijn, dan worden we iets anders.

En waar zijn we bang voor? We zijn bang voor onze vaders, onze broers, onze vrienden, ons potentieel om ons meest volledige, beste, meest authentieke zelf te zijn. We zijn bang dat we het niet goed zullen doen, dat iemand ons niet mag, dat we er zwak uit zullen zien. We zijn bang om te zeggen: “Ik hou van je”, of “Het spijt me”, of “Ik kan het niet”, of gewoon, “Gast, kan je alsjeblieft stoppen met willekeurige vrouwen op straat na te roepen?”

Onze acties hoeven niet te voldoen aan verouderde opvattingen over ridderlijkheid. We hoeven niet in te grijpen om vrouwen te beschermen. We moeten ingrijpen om elkaar te controleren – om andere mannen te stoppen.

Om ons een duw in de goede richting te geven heb ik alvast een aantal acties op een rijtje gezet:

  1. SPREEK JE UIT. Spreek je uit en wees geen stille omstander. Zie je iets gebeuren spreek de persoon die fout zit aan. Onthoud dat onze stilte bevestigt. Als we ervoor kiezen om ons niet tegen het geweld van mannen uit te spreken, ondersteunen we het.
  2. Erken en begrijp hoe seksisme, mannelijke dominantie en mannelijke privileges de basis vormen voor alle vormen van geweld tegen vrouwen.
  3. Doorbreek de “man box” – daag traditionele beelden van mannelijkheid uit die ons ervan weerhouden actief op te komen om een einde te maken aan geweld tegen vrouwen.
  4. Daag mannen uit die seksistische taalgebruik gebruiken en grappen maken over vrouwen.
  5. Vraag een vrouw hoe de dreiging van geweld haar leven beïnvloedt, wat de cijfers die ik net benoemde betekenen, wat hún ervaringen zijn; hoe zij graag gehoord en gezien zouden willen worden, geholpen. Want al het huiselijk geweld en het cybergeweld van mannen tegen vrouwen stopt niet als het verhaal bij statistieken blijft. Maak van feiten verhalen in jouw omgeving.
  6. Denk na over hoe onze houding en taal bijdragen aan de problemen van vrouwenmisbruik.
  7. Erken dat huiselijk geweld de verantwoordelijkheid van elke man is. Bel 112. Huiselijk geweld is geen privékwestie – het is een misdrijf.
  8. Erken dat vernederende vrouwenbeelden in de media verband houden met geweld tegen vrouwen.
  9. Spreek je uit tegen artiesten, die in hun video’s en muziek geweld tegen vrouwen bevorderen.
  10. Praat met en leer jongens en jonge mannen over gezonde relaties. Loop het gesprek en wees een goed rolmodel.
  11. Accepteer en neem onze verantwoordelijkheid dat geweld tegen vrouwen niet zal eindigen totdat mannen deel uitmaken van de oplossing om het te beëindigen. We moeten een actieve rol spelen bij het creëren van een culturele en sociale verandering die niet langer geweld tegen vrouwen tolereert.
  12. Stop met het ondersteunen van het idee dat mannelijk geweld tegen vrouwen te wijten is aan psychische aandoeningen, gebrek aan vaardigheden voor woedebeheersing, chemische afhankelijkheid, stress, enz. Geweld tegen vrouwen is geworteld in de historische onderdrukking van vrouwen en de uitgroei van de socialisatie van mannen.
  13. Sluit je aan bij andere betrokken mannen en vrouwen om gendergeweld aan te pakken via groepen zoals EMANCIPATOR.

Het begint met het onderbreken en veranderen van de manier waarop we ons binden als mannen, het creëren van een nieuwe cultuur van broederschap.

Door mannelijke conformiteit uit te dagen leggen we de verantwoordelijkheid om het geweld tegen vrouwen te beëindigen waar het hoort – bij de mannen die het plegen. De oplossing is niet alleen om op te komen voor vrouwen, maar ook om mannen verantwoordelijk te houden. We kunnen dat elk moment tegelijk doen – op het trottoir, in de metro, aan de eettafel, bij de wedstrijd, in de bus, aan de bar, met onszelf.

Dus ja, man. Wil je iets beginnen? Laten we een beweging beginnen – een beweging van mannen die niet bang zijn om geweld tegen vrouwen te stoppen.

Blog 17. Jens van Tricht: Druppels op een gloeiende plaat

Dit is blog 17 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

Vandaag is het 10 december, de Internationale Dag voor de Rechten van de Mens. Ik heb de eer om door het College voor de Rechten van de Mens genomineerd te zijn als mensenrechtenmens. Een grote eer, want ik bevind mij hier in het bijzondere gezelschap van Hameeda Lakho van de Academie voor Herstel en Ervaringsdeskundigheid en Eve Aronson en Laura Adèr van Stichting Fairspace, drie vrouwen die zich vanuit hun eigen ervaringen inzetten om geweld tegen vrouwen te voorkomen. Ik vind het ook wat gênant, want waarom sta ik hier nu als man, en niet al die andere vrouwen die zich in Nederland en wereldwijd dagelijks inzetten voor gelijkheid, veiligheid en rechtvaardigheid?

Waarom moeten we in 2019 überhaupt een mensenrechtenmens eren? Waarom zijn we niet allemaal mensenrechtenmensen? En waarom moeten we ons nog steeds inzetten om geweld tegen vrouwen te voorkomen? Waarom zijn dat er maar zo weinig, ondanks dat we met zovelen zijn? Waarom wordt geweld tegen vrouwen niet serieus genomen? Waarom dweilen we met de kraan open? Waarom zijn we druppels op een gloeiende plaat?

Omdat niemand de kraan dichtdraait. Omdat de stekker van de plaat nog in het stopcontact zit, omdat er nog altijd meer water en brandstof worden toegevoerd. Omdat we wel een beetje stilstaan bij de gevolgen voor de vrouwen die het meemaken – maar helaas ook echt maar een beetje, als we een beetje geluk hebben op 25 november, de Internationale Dag voor het Beëindigen van Geweld Tegen Vrouwen, en als we een beetje meer geluk hebben maar liefst zestien dagen daarna, tot en met vandaag, de wereldwijde 16 Days of Activism to End Gender Based Violence.

Waarom is er maar één Dag voor het Beëindigen van Geweld Tegen Vrouwen? Waarom voeren we maar zestien dagen actie tegen gendergerelateerd geweld? Waarom gaat het geweld ondertussen gewoon door? Waarom maken gezaghebbende witte oude mannen op nationale radio grappen over verkrachting? Waarom vinden programmamakers op nationale televisie aanranding goed voor de kijkcijfers? Waarom zijn er mannen die groepsgewijs meisjes verkrachten? Waarom kunnen vrouwen niet alleen in Leiden maar eigenlijk nergens veilig over straat? Waarom is geweld tegen vrouwen volgens de VN een epidemie van onvoorstelbare proporties? Waarom is thuis de minst veilige plek voor vrouwen?

En waarom gaat dit allemaal maar door?

Terwijl we met alle goedbedoelende mensen en organisaties weer onze jaarlijkse zestien dagen campagne voeren om geweld tegen vrouwen uit te bannen, slaat de harde realiteit ons vrijwel dagelijks om de oren. Ik word er soms toch moe van.

Het is dertig jaar geleden dat een vrouwenhater en antifeminist in Montreal veertien van zijn vrouwelijke medestudenten vermoordde. Naar aanleiding hiervan startten een aantal mannen in Toronto met de White Ribbon Campagne, waarin sindsdien steeds meer mannen zich wereldwijd tegen geweld tegen vrouwen hebben uitgesproken. Het is ook dertig jaar geleden dat ik van vrouwen in mijn directe omgeving vreselijke verhalen te horen kreeg over seksueel geweld, kindermishandeling, incest en partnergeweld. Sindsdien zet ik me in om jongens en mannen te betrekken bij het voorkomen van geweld tegen vrouwen. En gelukkig zetten ook in Nederland zich steeds meer mannen in om deel van de oplossing te worden.

Na dertig jaar ben ik nog steeds niet gewend aan de keiharde realiteit waarin teveel vrouwen moeten leven, en als afgeleide daarvan de dreiging van zo’n keiharde realiteit waarmee feitelijk alle vrouwen moeten leven. Ook de afgelopen weken weer, bij diverse bijeenkomsten in het kader van de 16 Days of Activism, ben ik steeds diep geraakt door de pijn en het verdriet en de wanhoop bij vrouwen die geweld hebben meegemaakt en overleefd. Het went nooit.

Een rode draad in alle verhalen, van de afgelopen weken, van de afgelopen jaren, volgens mij van zo ongeveer altijd, is dat er te weinig capaciteit is om overlevenden op te vangen, te steunen, te helpen, te begeleiden, aangifte te laten doen, etctera. En dan ga ik er maar even vanuit dat de wil er wel is, dat is namelijk zeker het geval bij alle professionals, beleidsmakers, hulpverleners en politiemedewerkers die de moeite nemen naar dit soort bijeenkomsten te komen. Feit is en blijft: er zijn gewoon te weinig middelen om te doen wat nodig is. En dan hebben we het nog niet eens over preventie.

Kortom: het onderwerp wordt gewoon niet serieus genomen. Hoewel de cijfers jaar in jaar uit laten zien hoe groot en ingrijpend en traumatiserend en ontwrichtend geweld tegen vrouwen is, sluit de samenleving blijkbaar liefst de oren en ogen voor dit probleem, en zelfs de mond, want de meesten vinden het al een te grote stap om zich erover uit te spreken.

Hoe kunnen we pretenderen dat we in een gelijk(waardig)e samenleving wonen als geweld zo’n grote rol speelt?! Geweld is tegelijkertijd de ultieme uitdrukking van ongelijkheid en het ultieme middel ervan. Een wereld waarin de ene helft van de bevolking voortdurend bang en op de hoede moet zijn voor de andere helft is niet de wereld waarvan ik geleerd heb dat we er samen naar moeten streven. En het is eigenlijk nog erger, want ook de andere helft van de bevolking is eigenlijk voortdurend bang en op de hoede voor die ene helft.

De olifant in de kamer: veruit het meeste geweld wordt gepleegd door mannen. Dat is statistisch het meest in het oog springende feit. Maar feit is ook dat de meeste mannen geen geweld plegen. De meeste daders zijn weliswaar mannen, maar de meeste mannen zijn zeker geen dader!

Toch vinden wij het belangrijk dat mannen deel van de oplossing worden. En dat impliceert dat mannen ook deel van het probleem zijn. Veel mannen in onze trainingen en workshops geven aan dat ze graag willen bijdragen aan een oplossing, maar dat ze niet weten wat ze eraan kunnen doen. Want zij slaan toch niet, zijn verkrachten niet, zij vermoorden niet.

Klopt. De meeste mannen slaan niet, verkrachten niet en vermoorden niet. Maar de meeste mannen groeien wel op in een cultuur en samenleving die ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, en geweld van mannen tegen vrouwen, bagatelliseert, legitimeert en normaliseert. Het zwijgen over ongelijkheid en geweld is daar wel de duidelijkste uitdrukking van.

Als je neutraal blijft in onrechtvaardige situaties, kies je de kant van de onderdrukker (Desmond Tutu)

In the end, we will remember not the words of our enemies but the silence of our friends (Martin Luther King, jr.)

Om deze reden beloven mannen in de wereldwijde White Ribbon Campagne dat ze geen geweld zullen plegen, het niet zullen goedkeuren, en er niet over zullen zwijgen.

En dat begint al bij lockerroom talk. Bij foute seksistische grappen. Bij homofobie. Bij peer pressure die jongens en mannen aanzet tot grensoverschrijdend gedrag. Bij naroepen en nafluiten en handtastelijkheden. Enzovoorts.

In onze workshops houden we vaak een brainstorm met deelnemers over geweld tegen vrouwen. Op post-its mogen ze steeds een andere vorm van geweld opschrijven en op een groot vel plakken. De flap raakt vol en deelnemers raken niet uitgepraat, of het nu mannen zijn of vrouwen of gemengd. We blijken allemaal verdomd goed te weten hoeveel verschillende vormen van alledaags seksisme en geweld er zijn, wat we meemaken en waar we soms zelf aan meedoen.

Het is groots en overweldigend allemaal, waar kan je beginnen?

Nou, overal! Elke vorm van seksisme en geweld waar je aan bijdraagt kan je nu stoppen. En je kunt je ertegen uitspreken als anderen het doen. En je kunt je positie ook gebruiken om het onderwerp aan te kaarten als het nog niet op tafel ligt. Alleen zo kunnen we bereiken dat we allemaal gaan bijdragen aan een wereld zonder geweld. Door ons uit te spreken en in te zetten, niet alleen als dat door iemand van ons gevraagd wordt, maar als de situatie dat van ons vraagt. En dat is al eventjes behoorlijk aan de gang.

We hebben jongens en mannen nodig als deel van de oplossing. Mannen die in hun eigen omgeving het verschil maken, maar zeker ook mannen die hun macht en status en invloed gebruiken om de wereld te verbeteren. Geweld tegen vrouwen zou ‘chefsache’ moeten zijn, zoals al die andere crises in de wereld. Geweld tegen vrouwen zou niet alleen een vrouwenzaak moeten zijn maar gaat ons allemaal aan.

It’s about time, all hands on deck!

Blog 16. Jos van der Schot: Laten we het (weer) over mannen hebben

Dit is blog 16 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

Taal is een machtig wapen. Ook als het over geweld tegen vrouwen gaat. Hoe machtig taal kan zijn, laat Jackson Katz in zijn Ted-talk zien. Hij beschrijft hoe taal de dader, in de overgrote meerderheid man, op een subtiele manier uit het verhaal schrijft. Lees bijvoorbeeld deze vier zinnen: “Jan slaat Marie” – “Marie is geslagen door Jan” – “Marie werd geslagen” – “Marie is een geslagen vrouw”. Het gaat over precies dezelfde gebeurtenis. Maar betekenen deze zinnen hetzelfde? Nee. Jan, de dader, is verdwenen, ook Jans daad is verdwenen. Het gaat alleen nog over Marie, het slachtoffer.

Man en roofdier

De grote verdienste van #MeToo is dat vrouwen dit taalkundige spel hebben teruggedraaid. Doordat zij massaal naar voren kwamen om mannen aan te klagen, brachten ze de daad en de dader weer terug in taal en beeld en in enkele gevallen ook letterlijk in de beklaagdenbank.. In plaats van alleen te vertellen dat zij vernederd, aangerand en verkracht waren, gaven zij de dader een naam en een gezicht. De vrouwen waren geen slachtoffer meer, die iets was overkomen, maar werden (weer) verbonden met de dader. In plaats van “… is een verkrachte vrouw” – bij de puntjes kunnen we talloze namen invullen – stond er ineens “… is verkracht/aangerand door Harvey Weinstein”. Terwijl bij veel anderen (nog) de passieve taalvorm bleef staan – “zij is aangerand door hem” – ging in dit specifieke geval de weg verder terug. Niet alleen stond er “Weinstein heeft … aangerand/verkracht”. Er stond ook “Weinstein is een roofdier”.

Eindelijk ging het verhaal over de dader, was de man als onderwerp. Dat is belangrijk want we mogen ons niet beperken tot het weerbaarder maken van vrouwen. Als er aan de andere kant niets verandert en we de daders, zonder publieke afkeuring, laten doorgaan met slaan, aanranden, verkrachten en vermoorden, is het dweilen met de kraan open. De kraan moet dicht, mannen moeten ophouden met het plegen van (seksueel) geweld, en niet alleen tegen vrouwen. En dat begint met het noemen van man en paard (in dit geval roofdier), gevolgd door publieke en juridische veroordeling (uiteraard na zo zorgvuldig mogelijke bewijsvoering).

#MeToo is zonder meer winst. Het recht op ongecontroleerde machtsuitoefening, onder de sluier van verzonnen consent of onbewijsbare daad en in stand gehouden door bot machtsverschil, is verleden tijd. Natuurlijk blijft het ‘haar woord tegen het zijne’, maar haar stem wordt gehoord en de geloofwaardigheid van beide partijen is er meer door in evenwicht gekomen.

Verantwoordelijkheid

De afgelopen twee jaar is de situatie er niet simpeler op geworden en wederom speelt de taal een hoofdrol. Er is namelijk een flinke schare mannen die het dader-slachtoffer verhaal weer proberen om te draaien. Natuurlijk, zo stellen ze, is verkrachting en geweld ontoelaatbaar en moeten daders gestraft worden. Maar niet iedere man is een (potentiële) dader. Met deze redenering in het achterhoofd zetten mannen de aanval in. #MeToo maakt het leven van heel veel mannen kapot, doordat ze onterecht beschuldigd worden. Hun carrière is naar de vaantjes, hun huwelijk op de klippen, hun reputatie aan diggelen. Minstens zo belangrijk in deze redenering is dat zij stellen “dat alle mannen daar last van hebben”. Ze mogen niet meer flirten, aanrakingen zijn taboe, ze mogen zelfs geen ‘onschuldige’ grappen meer maken of de deur voor een vrouw openhouden.

Deze buitensporige aanklacht – #MeToo was echt alleen gericht op het seksuele geweld dat vrouwen hadden ervaren – kan twee dingen betekenen. Ten eerste is het een zelfverdedigingslinie van de roofdieren: ontkennen en in de tegenaanval gaan. Een tweede betekenis is dat mannen bang en onzeker zijn. Zij voelen zich ongemakkelijk bij hun daden. Zelfs als zij er geen slechte bedoelingen hebben, lijken ze zichzelf niet helemaal te vertrouwen. Door zichzelf als slachtoffer neer te zetten, ontwijken zij hun verantwoordelijkheid.

Tegengeluid?

Ook dit is een taalspel. Want weer wordt de man uit het verhaal weggeschrijven, nu op een zo mogelijk nog subtielere manier. Er ontstaat een nieuwe serie zinnen, die de werkelijkheid op de kop zet. “Vrouwen beschuldigen ‘specifieke’ mannen van seksueel geweld” – “Vrouwen vinden alle mannen gewelddadig” – “Mannen voelen zich door vrouwen beperkt in hun bewegingsvrijheid” – “Vrouwen klagen mij, als man, aan voor wat ik niet heb gedaan” – “Vrouwen zijn gemeen en rancuneus”. De overeenkomst met de serie zinnen aan het begin van deze blog is dat de man aan het eind niet meer voorkomt. Het verschil is dat de vrouw nu is veranderd van slachtoffer in dader. Daarmee hebben ze het verhaal verplaatst van de man als dader (#MeToo) naar de vrouw als dader (#MeToo is fake of over the top).

Mannen die deze taalkundige omkering maken, stellen vaak dat ze een tegengeluid willen laten horen, uit een soort van zelfverdediging. Maar mag een tegengeluid wel een tegengeluid heten als het dient om alles bij het oude te laten en seksueel geweld weg te poetsen? In de nieuwe versie gaat het verhaal over seksueel geweld namelijk niet meer over seksueel geweld. Toedekken, verkleinen of ontkennen van het bestaan van seksueel geweld, door te zeggen dat er ook mannen zijn die geen dader zijn, gumt de gruwelijke werkelijkheid uit.

Het echte verhaal vertellen

Ik startte dit verhaal met de zin – “dat taal de dader, in de overgrote meerderheid man, op een subtiele manier uit het verhaal schrijft” – maar dat is natuurlijk niet waar. Taal schrijft niet; taal wordt geschreven. Mensen gebruiken taal. En mensen gebruiken taal onder andere om te bepalen waar ‘het verhaal’ over gaat. In dit geval willen mannen in kwestie niet dat het verhaal over mannen gaat en zeker niet over de relatie tussen mannen en seksueel geweld. En daar moet het wel over gaan.

Deze ontkenning mag niet onbeantwoord blijven. Ook wij, mannen die geweld tegen vrouwen niet accepteren, beschikken over taal als machtig instrument. Wij kunnen ons uitspreken, stelling nemen, man en roofdier noemen, andere mannen aanspreken en met ze in gesprek gaan. We kunnen onze privileges – veel mannen luisteren nog altijd eerder naar andere mannen dan naar vrouwen – gebruiken om het echte verhaal te vertellen.

Maar hoe doe je dat? Hoe kunnen we het verhaal weer laten gaan over seksueel geweld en over de werkelijke daders? Hoe bereiken mannen die geen dader zijn, maar zich wel onzeker voelen? Hoe kunnen we het gesprek zo voeren dat mannen zich realiseren dat het onvoldoende is om niet-dader, niet-seksist te zijn, maar dat het nodig is om anti-seksist, feminist te zijn?

Luisteren én spreken

Dat begint bij luisteren, echt luisteren. Luisteren naar wat vrouwen zeggen én naar wat ze niet zeggen. Dan kom je erachter dat feminisme niet tegen mannen is gericht, maar voor gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. Dat zij van ons verwachten dat wij zelf ook voor deze gelijkwaardigheid gaan strijden. Dat een aanklacht wegens seksueel geweld zich richt tegen de dader en niet tegen alle mannen. Dan begrijp je dat de angst en onzekerheid van vrouwen om in het gezelschap van mannen te zijn reëel is, maar niet door jou persoonlijk hoeft te worden veroorzaakt. Vrouwen kunnen niet aan je blauwe (of anderskleurige) ogen zien of jíj wel te vertrouwen bent, of jij potentiële medestander of (potentiële) dader bent.

In de praktijk is het zaak dat meer mannen zich publiekelijk uitspreken en het geweld tegen vrouwen aan de kaak stellen, het benoemen als een probleem van mannen en mannelijkheid. Schrijf blogs, opiniestukken, spreek mannen aan die ‘foute’ grappen maken op een feestje, vraag ze om de grap uit te leggen – werkt heel krachtig – ontvriend mannen die over de schreef gaan of – beter nog – ga gericht met ze in gesprek over het onderwerp.

Begin het gesprek met mannen niet beschuldigend. Begin met luisteren en doorvragen om te zien waarom ze zeggen wat ze zeggen en doen wat ze doen. Vinden ze stiekem dat ze het recht hebben om de aandacht van vrouwen te claimen en ze aan te raken als hen dat goeddunkt? Dan is een publieke veroordeling op haar plaats. Maar zijn ze zoekende en weten ze oprecht niet meer hoe ze op een open, respectvolle, eerlijke en gelijkwaardige manier met vrouwen omgaan? Dan kan het onderlinge gesprek ertoe leiden dat jullie samen deel worden van de oplossing. En uiteindelijk is er maar een oplossing voor geweld tegen vrouwen. En die oplossing is dat het stopt.

Taal is daarbij het begin. Zwijgen is geen optie. Niet meer.

Blog 15. Peter de Vroed: Mannen en vrouwen, schokdempers en veren

Dit is blog 15 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

Op vijfjarige leeftijd zag ik een man de arm van zijn vrouw omdraaien. Hij duwde haar tegen het aanrecht aan en snauwde haar af. Ik hoorde de vrouw jammeren van de pijn. Een jaar later werd deze man van de ene op de andere dag mijn nieuwe vader.

Nog steeds vind ik het moeilijk om hierover te praten. Binnen mijn familie heb ik dit nooit durven delen. Een van de grote familiegeheimen die maar ‘beter’ geheim kunnen blijven. Maar zou het zo kunnen zijn dat juist doordat deze geheimen ‘geheim’ blijven, geweld in stand wordt gehouden?

Pas sinds twee jaar durf ik onder ogen te zien wat er allemaal fucked up is in mijn leven en opvoeding. Tot die tijd waren mijn twee vaders en moeder heilig. Begrijp mij niet verkeerd: ik hou van alle drie. In wezen draait het ook allemaal niet om hen, maar om wat ik van alle drie mijn ouders geïntegreerd heb in mijn leven (en lijf).

“Pain travels through families until someone is ready to feel it.” -Stephi Wagner

De spiraal van geweld richting vrouwen heeft grote invloed gehad op een groot deel van mijn leven. Niet in de zin van slaan, maar wel in de zin van enorm dominant zijn. Mijn wil was wet en zolang mijn vriendin daar maar rekening mee hield, hadden wij de meest perfecte relatie.

Passief agressief

Naast dat ik als jongen niet ‘mocht’ huilen, was het zeker niet toegestaan om boos te worden. Nu weet ik dat boosheid enorm gezond is. Het wordt pas ongezond wanneer het niet geuit wordt of omslaat in woede. Voor mij is gezonde boosheid de boosheid die direct verdwenen is nadat hij geuit is. Het wordt pas ongezond wanneer je erin blijft hangen of wanneer er een verhaal omheen gebouwd wordt. Dit heb ik geleerd van de jongste zoon van mijn vriendin. Ik zag hoe hij enorm boos werd en direct daarna weer lief ging spelen.

Het niet mogen uiten van mijn boosheid als kind en later als volwassenen, heeft in mijn leven een enorme stempel gedrukt. Ik werd er passief-agressief van. Dit zorgt voor enorme stress in mijn lichaam en dus ook voor enorm veel ziektebeelden. In mijn geval enorme rugpijn.

Onbekende vormen van geweld

Er zijn twee vormen van geweld tegen vrouwen die vaak over het hoofd gezien worden, of zelfs helemaal niet als gewelddadig gezien worden.

  1. Vroegtijdige penetratie. Iedere volwassen vrouw heeft hier mee te maken gehad. Mannen die penetreren terwijl het lichaam van de vrouw nog geen tijd heeft gehad om zich te openen. (Dit duurt gemiddeld tussen de 20 en 45 minuten). Vroegtijdige penetratie is vaak pijnlijk voor vrouwen.
  2. Vrouwen ‘behandelen’ alsof het mannen zijn. Met name, het geen rekening houden met de behoeftes van vrouwen aangaande hun menstruatiecyclus.

De onzin van gelijke behandeling m/v

Een paar feitjes op een rij:

  • Genetisch gezien verschillen mannen en vrouwen op 6500 punten
  • Vrouwen menstrueren. Verreweg de meeste mannen niet
  • Vrouwen en mannen denken dat menstruatieklachten er gewoon bij horen. Hierdoor loopt 84% van de vrouwen met zorgelijke menstruatieklachten gewoon door

Een en ander blijkt uit onderzoek onder meer dan 75.000 vrouwen in Nederland

In mijn beleving is het dus gewelddadig wanneer je van een vrouw verwacht dat zij 100% functioneert wanneer zij menstrueert. Maar ja, wanneer vrouwen zelf ook maar gewoon doorgaan…

De ware magie

Voor mij is het mannelijke en het vrouwelijke complementair aan elkaar (dus ook het mannelijke en het vrouwelijke in mijzelf). Zoals er geen links zonder rechts is en geen hoog zonder laag. Bij het mannelijke stel ik mij een lijn van A naar B voor en bij vrouwelijk een cirkel. Als een mens alleen maar mannelijk zou zijn, wordt het een saaie bedoening. Wanneer een mens alleen maar vrouwelijk zou zijn, wordt het waarschijnlijk een stuk gezelliger maar is het de vraag of er wel iets uit de handen komt.

Een beetje zoals schokdempers (m) en veren (v). Heb je wel eens in een auto gereden die wel schokdempers maar geen veren heeft? Op een rechte weg gaat het nog maar bij de eerste de beste bocht breekt alles af. Heb je weleens in een auto gereden waar de veren van kapot zijn? De auto hobbelt alle kanten op en de kans dat je van de weg af raakt of wagenziek wordt is zeer groot.

De ware magie zit hem in de balans tussen de twee. Waar balans is bestaat geen ruzie of oorlog. Waar balans is bestaat respect en begrip. Waar respect en begrip heerst (in jouzelf en/of jouw omgeving) is geweld onmogelijk.

 

De blogs in de White Ribbon-blogmarathon worden geschreven door externe bloggers; meningen en ideeën die in de blogs worden gedeeld zijn die van de schrijver en zijn niet altijd representatief voor meningen en ideeën van Emancipator als organisatie of van haar medewerkers.

Blog 14. Willy van Berlo en Steven de Grauw: Een vrolijke benadering van een fundamenteel probleem

Dit is blog 14 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

In deze dagen van activisme gaat het om geweld tegen vrouwen. We kleuren de wereld oranje om aandacht te vragen voor een probleem dat wereldwijd nog steeds onacceptabele vormen aanneemt. Minister van Engelshoven deed op maandag 25 november de aftrap in Utrecht. Met een druk op een grote rode knop verlichtte ze, samen met burgemeester Jan van Zanen en mensenrechtenambassadeur Bahia Tahzib-Lie het stadhuis, met de uitspraak dat geweld tegen vrouwen te vaak voorkomt en ’we doen er te weinig aan’. De vraag is wat we kunnen doen om geweld tegen vrouwen effectief te bestrijden.

Stereotiepe normen

We weten dat er niet één strategie is om dit te doen, maar dat er meerdere nodig zijn. We moeten ons niet alleen op gedragsverandering van individuen richten, maar ook op opvattingen en normen die gangbaar zijn in de maatschappij. Het gaat niet zozeer om weerbaarheid van vrouwen, maar vooral om gedrag van degenen die het geweld plegen. En ja, dat zijn in grote meerderheid nog altijd mannen. Maar het gaat ook over heersende stereotiepe normen over mannelijkheid, vrouwelijkheid en seksualiteit die  leven bij zowel jonge mannen als jonge vrouwen. Bijvoorbeeld dat een vrouw die veel seks heeft een slet is, terwijl een man die hetzelfde doet daar niet op wordt aangekeken. Uit recent onderzoek blijkt dat een op de vijf jonge mannen en een op de tien jonge vrouwen vindt dat een vrouw die zich niet  heeft verzet niet echt verkracht is. En 18% van de mannen en 8% van de vrouwen vindt dat je seks niet meer mag weigeren als je eenmaal toestemming hebt gegeven.

Generatie Ja …. En?

Het is van groot belang dat deze normen veranderen, want ze dragen bij aan grensoverschrijdend gedrag. Vanuit Act4Respect, een alliantie van Atria en Rutgers, is een campagne opgezet om jongeren tussen de 17-23 jaar bewust te maken van positieve denkbeelden over mannelijkheid, vrouwelijkheid en seksualiteit: Generatie Ja …En? Rondom dit thema is op vrijdag 29 november 2019 een congres georganiseerd in de OBA voor professionals en beleidsmakers. Hoe kunnen we jongeren verder helpen om zich die positieve denkbeelden meer eigen te maken?

Geen wijzend vingertje

Marije Cornelissen, directeur van UN Women Nederland, liet zien dat steeds meer Nederlandse gemeenten meedoen aan #OrangeTheWorld. Zo zetten zij de norm dat er voor gendergerelateerd geweld in deze gemeenten geen plek is. (Weetje: het oudste oranje verlichte bouwwerk ter wereld staat in Nederland: de hunebedden in Drenthe.) Steven de Grauw, interventiemedewerker bij Rutgers, vertelde hoe stereotiepe mannelijkheidsnormen kunnen bijdragen aan zulk geweld en wat professionals die met jongeren werken kunnen doen om jongens uit te dagen op zoek te gaan naar een positieve invulling van mannelijkheid die bij ze past. Zijn tips: zie jongens als deel van de oplossing, niet als probleem; van welke positieve invulling van mannelijkheid krijgen jongens zelf energie? En: niet elke jongen hoeft zich man/mannelijk te voelen. Jamila Mejdoubi, projectleider bij Atria, en Maartje Puts, campaigner bij Rutgers, demonstreerden vervolgens hoe deze aanpak werkt in een massa-mediale campagne. De campagne Generatie Ja… en? gaat heel bewust uit van een positieve insteek; er wordt niet met een vingertje gewezen naar wat de jongeren verkeerd doen, maar zet in op het versterken van positieve denkbeelden die de meeste jongeren wel degelijk hebben. Ze denken alleen vaak dat andere jongeren niet zo ruimdenkend zijn als zijzelf, en gaan daarom mee in genderstereotiep gedrag.

Positieve benadering

Angelo Bromet, talentontwikkelaar bij de Melkweg, deelde zijn ervaringen in het werken met jongeren. Hij vertelde dat jongeren veel minder snel in ongewenst gedrag vervallen als ze zichzelf en elkaar leren zien om wie ze als individu zijn en wat ze als individu kunnen. Angelo werd gevolgd door een jongerenpanel met Gianny Emmanuel, Ambrien Moeniralam, Lennart van Schravendijk en Izy Dekker. Deze jongeren vertelden waar zij denken dat stereotiepe denkbeelden en opvattingen bij hun generatiegenoten kunnen worden beïnvloed. Bijvoorbeeld op straat, zie de Cat calls of Amsterdam van Ambrien, op school of op feesten. ’Luister naar jongeren’, zeggen Ambrien en Izy, ’ga met ze in gesprek.’

In twee break-outsessies werd in kleinere groepen doorgepraat over Generatie Ja… En? en over cultuursensitief werken. ‘Muziekdocent van het Jaar’ Petra Smit en vier van haar leerlingen van de Christelijke Scholengemeenschap Buitenveldert (CSB) lieten tenslotte zien wat voor moois er kan ontstaan als jongeren worden uitgedaagd te delen waar ze goed in zijn. Onder groot applaus en met een toegift sloten ze dit congres met een muzikaal optreden af.

De vrolijke vibe op dit congres, de sprankelende inbreng van de jongeren, de insteek van hoe het beter kan maakt duidelijk dat een positieve benadering veelbelovend is.