Versvak | Margot Pijnenburg: Reproductieve rechten als duurzaam agendapunt: heeft het zin om op een vrouw te stemmen?

Dit is de derde blog in samenwerking met Versvak. Margot heeft Rechtsgeleerdheid gestudeerd aan de Utrecht Universiteit en volgt momenteel de master Gender Studies. Ze is stagiair bij Women on Waves en Emancipator.

Honderd jaar kiesrecht, jij bepaalt nog steeds voor mij. Je hebt het over kindermoord, ik zeg jij bent niet goed wijs“. Sophie Straat spoorde in de aanstekelijke hit Tweede Kamer de luisteraar op om bij de verkiezingen half maart vooral op een vrouw te stemmen. Immers, zo zingt ze, na honderd jaar vrouwenkiesrecht is nog maar 32 procent van de Tweede Kamer vrouw. Dit betekent voor Sophie Straat in ieder geval een achterhaalde kijk op abortus. Hoe staat het in de werkelijkheid met het recht op abortus in Nederland, en wat is de betekenis van de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen hiervoor geweest?

 

Feminisme is hot

Dat feminisme de afgelopen jaren een hot topic is geworden, is duidelijk. Dit gold al een tijdje voor de commerciële sector – men denke aan de kledingmerken die vrolijke feministische leuzen op witte T-shirts verkondigen – maar de verkiezingspartijen lijken de populariteit inmiddels ook te hebben opgepikt. In de campagnefilmpjes, die nu steeds meer op de sociale media van de al geïnteresseerden opduiken, lijken partijen gretig gebruik te willen maken van het feminisme.

Internationale Vrouwendag op 8 maart had dan ook niet beter kunnen vallen dan midden in de campagneperiode. De Partij voor de Arbeid organiseerde een talkshow over vrouwenrechten in Nederland op zondag 7 maart. Diezelfde avond volgde er één van GroenLinks met de hashtag #meerfeminisme. Onderwerpen als de loonkloof, reproductieve rechten (rechten die samenhangen met seksualiteit en voortplanting) en diversiteit kwamen langs. Tevens spraken meerdere lijsttrekkers die vrouw zijn over het seksisme dat zij ervaren als politiek figuur (zie hier het filmpje). Met name dit laatste is in lijn met een noviteit van dit verkiezingsjaar; voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis zijn er zoveel – tien van alle 37 verkiesbare partijen – vrouwelijke lijsttrekkers.

 

Een overwinning: wijziging van de Wet afbreking zwangerschap

Een belangrijk speerpunt van het feminisme, reproductieve rechten, kwam op 25 februari een overwinning toe, toen de Tweede Kamer met een ruime meerderheid instemde met het wetsvoorstel van GroenLinks-Kamerlid Corinne Ellemeet en PvdA-partijleider Lilianne Ploumen.[1] Dit wetsvoorstel zag erop toe de verplichte bedenktijd van vijf dagen voor een abortus te schrappen.[2] D66-Kamerlid Pia Dijkstra had diezelfde week ook een wetsvoorstel over precies hetzelfde onderwerp ingediend[3], maar uiteindelijk gingen GroenLinks en PvdA er toch met de eer vandoor. Ook het wetsvoorstel van GroenLinks en PvdA, die het mogelijk moet maken voor huisartsen om een abortuspil te verstrekken, werd aangenomen. Trots berichtte Ploumen over het succes, en ook GroenLinks liet weten blij te zijn met de uitslag.

 

Maar hoe zat het eigenlijk met de Wet afbreking zwangerschap?

De voorstellen geven inderdaad redenen tot blijdschap. De Wet afbreking zwangerschap (hierna: de Wafz), dateert van 1984 en is hierna niet meer gewijzigd. Toenmalig Minister van Justitie Job de Ruiter (CDA) en Minister van Volksgezondheid Leendert Ginjaar (VVD) bogen zich toentertijd over het wetsvoorstel. Het resultaat gaf blijk van de sociale en politieke strijd, met o.a. de Dolle Mina’s als voornaamste actievoerders[4]: abortus werd toegestaan, maar vrouwen moesten dan wel verplicht vijf dagen nadenken wanneer zij hierover hadden gepraat met een huisarts.

De bedenktijd was het idee van wetgevingsjurist Cees Fasseur. Hij voorzag dat het CDA vóór het wetsvoorstel zou stemmen wanneer daar bedenktijd in opgenomen was en inderdaad, het wetsvoorstel werd met een zeer nauwe meerderheid – 76 tegen 74 – aangenomen in de Tweede Kamer. Een “politieke handigheid”, zoals hij het zelf omschreef. Het resultaat van deze handigheid is anno 2021 nog te zien in de wet; nog steeds dient een vrouw – of, hoewel de wet hier niet over spreekt, een trans- of queerpersoon – vijf dagen te wachten voordat zij geacht wordt een weloverwogen besluit te hebben genomen, een bedenktijd die veel vrouwen als belastend ervaren.

 

Abortus in Nederland nog steeds strafbaar?

De nieuwe wetsvoorstellen voor de Wafz bieden een welkome doorbreking van de stilte die rondom de wet heerste. Hoewel ooit een progressieve wet, aangenomen in een periode waarin meerdere West-Europese landen (Frankrijk, Verenigd Koningrijk en Duitsland) abortus legaliseerden, loopt de Nederlandse abortuswetgeving inmiddels hopeloos achter op andere Westerse landen. In Frankrijk, Zweden en Engeland wordt de abortuspil bijvoorbeeld al wél door de huisarts verstrekt.

België en Canada hebben het verbod op abortus uit het Wetboek van Strafrecht gehaald, terwijl deze in Nederland nog te vinden is in art. 82a Sr. Sceptici kunnen denken: “Maar het kan toch? Hoe belangrijk is zo’n stukje overblijfsel in het wetboek?” De strafbaarstelling van abortus is echter van grote invloed, stelt Anniek de Ruijter van Bureau Clara Wichmann:

“Het schuldgevoel is in de wet vastgelegd. Abortus is geen recht, zoals we vaak denken, het is een uitzondering op de normale situatie, namelijk dat het strafbaar is. De emotie die abortus losmaakt, ligt nu aan de basis van de wetgeving, niet de logica of rationaliteit dat vrouwen net als mannen het recht op zelfbeschikking hebben.”

 

De macht aan de kiezer?

De abortuswetgeving in Nederland is dan ook aan modernisatie toe. Omdat de wetsvoorstellen om een medisch-ethisch onderwerp gaan, heeft het demissionaire kabinet echter besloten om deze vóór de verkiezingen nog even links te laten liggen. Het wetsvoorstel kan dus nog van tafel worden geveegd als het volgende kabinet besluit het toch niet door te zetten.

Dit brengt dan ook de vraag wat de betekenis is van de recente Tweede Kamerverkiezingen voor de slagingskans van dit voorstel en hiermee de toekomst van abortuswetgeving in Nederland. En: wat kan de kiezer eigenlijk (of wat had de kiezer kunnen) doen om reproductieve rechten te verzekeren?

Wie Sophie Straat’s devies dan ook volgde, stemde bij de Tweede Kamerverkiezingen op een vrouw. Het initiatief “Stem op een Vrouw” is in 2017 in het leven geroepen om precies dit te promoten: stemmen op een vrouw die lager op de stemlijst staat, om ervoor te zorgen dat zij in de Tweede Kamer komt. Vrouwen in de politiek zijn belangrijk en een vertegenwoordiging van 32 procent is dan ook niet voldoende, vindt de organisatie:

Wanneer de politiek meer divers is, maken politici betere besluiten. Omdat meer verschillende mensen meepraten, bijvoorbeeld met verschillende culturele achtergronden, LHBT+, jong en oud, mbo’ers en universitair opgeleiden, met en zonder een beperking, wordt er in die besluiten namelijk met meer mensen rekening gehouden. Ook komen er bij een meer diverse Tweede Kamer meer verschillende onderwerpen aan bod, die van meer kanten bekeken worden.”

 

Wat weten we tot nu toe?

In de wetenschap heerst enige onduidelijkheid over het positieve effect van vrouwenvertegenwoordiging als middel om aandacht te genereren voor vrouwenrechten en -onderwerpen die specifiek voor vrouwen belangrijk zijn.[5] Enkele onderzoeken tonen aan dat het verschil in aandacht voor deze onderwerpen nihil is, wanneer meer vrouwen in het parlement vertegenwoordigd zijn.[6] [7]

Andere onderzoeken duidden echter op een wezenlijk verschil. Zo bleek uit een Zweeds onderzoek dat wanneer er meer vrouwen in de Zweedse Riksdag – het parlement – vertegenwoordigd zijn, meer vrouwenonderwerpen gerepresenteerd worden op de agenda.[8] Het resultaat van dit onderzoek ondersteunt dan ook de theorie van de politics of presence.[9]

Volgens deze theorie is het geslacht en de etniciteit van een parlementariër van belang voor de onderwerpen die hij of zij ter tafel brengt. Oftewel; de aanwezigheid van vrouwen in het parlement (descriptieve vertegenwoordiging van vrouwen) heeft een positieve invloed op de vertegenwoordiging van vrouwenonderwerpen (substantiële vertegenwoordiging van vrouwen).

Als we de theorie van politics of presence volgen, betekent het dus dat vrouwelijke parlementariërs vaker onderwerpen als genderongelijkheid en sociaal welzijn – waaronder reproductieve rechten – aankaarten.

Dat hebben we ook in de praktijk gezien bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen. Vrouwelijke parlementariërs benadrukten de ‘vrouwenonderwerpen’ meer dan mannen, zowel in hun campagnes vóór de verkiezingen als in hun persoonlijke interesses en belangrijke speerpunten voor de toekomst.

Hetzelfde hebben we ook gezien bij de vrouwelijke stemmers, die vaak meer belang hebben gehecht aan thema’s zoals gezondheidszorg en gendergelijkheid dan mannen (zie hier voor het onderzoek uitgevoerd door I&O Research). Ook interessant in dit kader is de eerder verschenen blog van Jos van der Schot over goedbedoeld seksisme.

Bovendien is gebleken dat vrouwen met een migratieachtergrond in de Tweede Kamer vaker onderwerpen aankaarten die van belang zijn voor deze groep.[10] Representatie gaat dus niet slechts over gender, maar speelt ook bij andere identiteiten een rol. Kiezers lijken zich hier ook meer en meer van bewust te zijn; ook het belang van kandidaten van kleur werd onderstreept tijdens de campagneperiode.

 

Alleen vrouwen voor vrouwenrechten?

Het aandeel vrouwen in de Tweede Kamer kan dus van invloed zijn op het belang dat de Kamer hecht aan reproductieve rechten. Wanneer we uitgaan van de politics of presence-theorie moeten we pleiten vóór het stemmen op een vrouw om deze vertegenwoordiging mogelijk te maken. Echter, hier dient wel een kanttekening te worden gemaakt; vrouwenonderwerpen worden niet slechts door vrouwelijke parlementariërs ter tafel gebracht. Ook mannelijke parlementariërs hechten hier vaak waarde aan.

Descriptieve vertegenwoordiging staat dan ook niet altijd gelijk aan substantiële vertegenwoordiging. Opvallend genoeg is uit Duits en Zweeds onderzoek ook nog eens gebleken dat mannelijke parlementariërs iets minder vaak vrouwenonderwerpen aankaarten wanneer het aandeel vrouwelijke parlementariërs stijgt. [11],[12] Een verklaring zou kunnen zijn dat mannen zich terugtrekken van de zogenaamde vrouwenonderwerpen wanneer er genoeg vrouwen zijn om die onderwerpen zelf te vertegenwoordigen.

Het moderniseren van de abortuswetgeving zal nog wat meer voeten in de aarde hebben. D66 besloot na de verkiezingen van 2017 in een coalitie te stappen met CDA en de Christenunie, en zette zichzelf zo buitenspel voor wat betreft hun progressieve medisch-ethische politiek. De afspraak was namelijk dat geen wetsvoorstellen mochten worden ingediend die gericht waren op de aanpassing van de abortuswetgeving. D66 kon daarom pas in februari 2021 het wetsvoorstel indienen en ook VDD moest eerder toegeven hun onmacht wat betreft de abortusdiscussie te betreuren: “We hebben nou eenmaal te maken met een coalitie en dan is het: afspraak is afspraak.”

Nu, na de verkiezingen van 2021, bevindt zich dan ook de voornaamste onzekerheid over de positie van reproductieve rechten op de agenda van de volgende vier jaar in de volgende coalitievorming. Wat betreft de diversiteit, in het bijzonder het aantal vrouwen in de Tweede Kamer, laat de verkiezingsuitslag een positieve beweging zien; 39 procent van de Tweede Kamerleden bestaat, mede dankzij voorkeursstemmen uit vrouwen. Door voorkeursstemmen zijn bijvoorbeeld Kauthar Bouchallikht en Lisa Westerveld van GroenLinks, en Marieke Koekkoek van Volt in de Kamer gekomen.

Er bestaat tegelijkertijd wederom een grote kans dat er een coalitie wordt gevormd met als kern de VVD, D66 en het CDA. Hoewel de ChristenUnie nu niet een grote speler lijkt, wordt het wellicht nog steeds moeilijk om progressieve medisch-ethische besluiten te nemen. Zelfs met een grotere vertegenwoordiging van vrouwen, blijft de invloed van de christelijke partijen, die samen met DENK ieder tegen de laatste twee wetsvoorstellen stemden, groot, en zal volwaardig zelfbeschikkingsrecht voor vrouwen misschien nog even moeten wachten.

 

Noten

[1] https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2021Z03816&did=2021D08319

[2] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29323-152

[3] https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?id=2021Z03572&dossier=35737

[4] https://www.ntvg.nl/system/files/publications/2006105670001a.pdf

[5] https://pure.uva.nl/ws/files/46899745/De_tweede_sekse_in_politiek.pdf

[6]https://www.researchgate.net/publication/297600652_The_Parliamentary_Behaviour_of_Women_and_Men_MPs_Equal_Status_Similar_Practices

[7] https://www.researchgate.net/publication/4779971_Westminster_Women_The_Politics_of_Presence

[8]https://www.researchgate.net/publication/229961540_Testing_the_Politics_of_Presence_Women%27s_Representation_in_the_Swedish_Riksdag

[9]https://www.researchgate.net/publication/229667435_Dealing_With_Difference_A_Politics_of_Ideas_Or_A_Politics_of_Presence1

[10] https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/01402382.2019.1573036

[11] https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/spsr.12392

[12] https://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/1554477X.2016.1219582

 

Omslagfoto door Giacomo Ferroni via Unsplash

 

Versvak | Jos van der Schot: Hard en zacht seksisme gaan hand in hand

Dit is de tweede van drie blogs in samenwerking met Versvak. Jos van der Schot is journalist en essayist en schrijft al meer dan 30 jaar over maatschappelijke verandering.

Seksisme komt in vele gedaanten. Sommige zijn onmiskenbaar, venijnig en destructief, zoals bedreiging, vernedering, stalking, intimidatie of mishandeling. Andere zijn verscholen, zachtaardig en … even destructief. Deze versluierde vormen – goedbedoeld, welwillend of hoffelijk seksisme – lijken onschuldig, maar zijn dat niet. Lees hier hoe het werkt, de effecten ervan en wat je ertegen kunt doen.

Afgelopen maand stond Nederland in het teken van de Tweede Kamerverkiezingen, met veel vrouwen als lijsttrekker. En dat hebben deze vrouwen geweten. Ze ontvingen een stortvloed van hatelijke en bedreigende berichten. De Groene Amsterdammer bekeek samen met onderzoekers van de Universiteit Utrecht meer dan 300.000 twitterberichten aan vrouwen in de landelijke politiek en kwalificeerde 10 procent daarvan als haatdragend of bedreigend.

D66-voorvrouw Sigrid Kaag, volgens velen de meest gezaghebbende van de vrouwen die de lijst trekken, kreeg de hoofdprijs. Ze ontving gemiddeld ieder kwartier een haatmail of bedreiging en de hashtag #kutkaag was populair. Politici scoren sowieso hoog op de haatlijsten van sociale media, maar van hen krijgen vrouwen disproportioneel veel haat over zich heen. De onderzochte berichten waren persoonlijker, met verwijzing naar hun vrouw-zijn, soms gecombineerd met racistische en xenofobe uithalen.

Binnen al dat verbale geweld kreeg Lilian Marijnissen te maken met een heel andere vorm van seksisme: een opzichtige flirt van Mark Rutte. De rechts-conservatieve minister-president prees de linkse partijleider van de SP voor de ‘vrolijke sfeer’ van de SP-campagne. Waar de haat tegen Kaag overduidelijk seksistisch is – de titel van het artikel in De Groene Amsterdammer (Misogynie als politiek wapen) spreekt boekdelen – is de flirt van Rutte aan het adres van Marijnissen minder herkenbaar als seksisme.

Het heeft een vriendelijke, positieve en ontspannen toon en lijkt iets onschuldigs. De toehoorder én de zender en ontvanger van het ‘compliment’ ontgaat gemakkelijk de neerbuigende en arrogante boodschap die verpakt zit in het combineren van ‘vrouwelijkheid’ en ‘vrolijkheid’. De boodschap, zo lijkt het, is dat als Marijnissen politiek niet al te lastig is en zich vrolijk blijft gedragen, zij misschien wel mag meedoen in ‘zijn’ nieuwe kabinet.

Goedbedoeld seksisme

De twee vormen van seksisme – hard en zacht – zijn verbonden. De basis van seksisme is dat mensen elkaar allereerst zien als ‘man’ of als ‘vrouw’. Vooroordelen over ‘de’ eigenschappen van mannen en vrouwen bepalen mede welke eigenschappen en gedrag mensen van elkaar verwachten in de dagelijkse omgang en hun onderlinge relatie.

De genderstereotypen die hieruit ontstaan zijn talrijk. Zo zouden mannen meer ruimtelijk inzicht hebben, zouden vrouwen meer taalgevoel hebben, vrouwen beter voor kinderen kunnen zorgen, mannen beter met gereedschap kunnen omgaan, mannen zouden ‘van nature’ sterk en competitief zijn en strijden om de macht, terwijl vrouwen zwak, empathisch en verbindend zijn.

De vooroordelen zijn discutabel. Wie goed kijkt ziet dat de verschillen tussen mannen onderling en vrouwen onderling groter zijn dan de verschillen tussen de groepen. Ondanks dat zijn ze hardnekkig en geven ze de samenleving vorm. Zo is de verdeling van betaalde en onbetaalde arbeid op die vermeende verschillen gebaseerd.

Op de werkvloer nemen mannen relatief veel van de ‘fysieke’ banen in, zoals in de bouw, en werken vrouwen weer relatief veel in zorgende beroepen, zoals kinderopvang, onderwijs en de zorg. Ook binnen bedrijfstakken zie je het onderscheid. In vliegtuigen zijn piloten in hoge mate man en stewards vooral vrouw – het onderscheid tussen ‘gezagvoerder’ en ‘cabinepersoneel’ zegt veel over de maatschappelijke status. Seksisme is kortom meer dan een persoonlijke ervaring of geïsoleerd incident. Het is een cultureel verschijnsel.

De flirt van Rutte valt in de categorie ‘goedbedoeld seksisme’ (benevolent sexism). Het bevat vaak een compliment of een ogenschijnlijk ondersteunend gebaar. Het doet denken aan de ouderwetse, maar nog steeds aanwezige hoffelijkheid waarbij mannen specifiek voor vrouwen deuren openhouden, koffers tillen, wielen verwisselen en rekeningen betalen en is vaak werkelijk goedbedoeld. De ontvangende vrouw kan hier moeilijk boos om worden – ze ervaart het ook lang niet altijd als seksisme – terwijl het gedrag wel degelijk is gebaseerd op traditionele genderstereotypes en vooroordelen.

Maar goedbedoeld seksisme is niet altijd even goedbedoeld. Het kan ook een bewuste strategie zijn om iets te bereiken. De hoffelijkheid van de rekening betalende man kan ook berekenend zijn om een tegenprestatie van de vrouw te ‘verdienen’. In het geval van de flirt van Rutte in de campagne zijn het niet de kwaliteiten van Marijnissen die ertoe doen in geval van samenwerking in de Kamer of het kabinet – politiek inzicht, scherpe debatstijl, rechtstatelijke kennis, integriteit en sociaal rechtvaardigheidsgevoel – die Rutte benadrukt.

Rutte prijst de stereotypische vrouwelijke vrolijkheid. Dat degradeert Marijnissen tot een bijzaak in zijn belangrijke ‘mannelijke’ werk en tot een persoon waar je inhoudelijk geen rekening mee hoeft te houden. Hij bevestigt daarmee de ‘natuurlijke’ orde en de dominantie van de man. Door zijn concurrent vriendelijk te verwijzen naar de vrouwendivisie bezweert hij het gevaar van de politieke vrouw. Het is ondenkbaar dat hij zijn mannelijke collega’s ooit zal complimenteren om hun vrolijkheid.

Motor van ongelijkheid

Goedbedoeld seksisme, hoe onschuldig het ook lijkt, is niet zonder gevolgen. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen die worden geprezen om kwaliteiten die geen relatie hebben met de taak die ze moeten uitoefenen een negatiever zelfbeeld krijgen en slechter gaan presteren dan vrouwen die deze oneigenlijke complimenten niet krijgen. Dat begint al in het onderwijs, waar misplaatste complimenten bijdragen aan lagere deelname van vrouwen aan economie en bètastudies en hogere deelname in ‘zachte’ vakken, zoals taal en filosofie.

Op de werkvloer versterkt dit effect zichzelf. Neem bijvoorbeeld de zorg en het onderwijs. Vrouwen worden in functioneringsgesprekken gewaardeerd om hun inlevende omgang met patiënten en leerlingen en hun verbindende rol in het team. Of zij de medische handelingen of de lesstof beheersen lijkt minder belangrijk. Omgekeerd krijgen mannen complimenten over hun (vermeende) leiderschapskwaliteiten. Soms heeft het verschil in behandeling zelfs niets met het werk te maken, maar alleen met het feit dat iemand een vrouw of man is (zoals in deze scene van Scrubs). Goedbedoeld seksisme draagt bij aan de scheefgroei in deze (en andere) sectoren. Vrouwen blijven gevangen op de werkvloer en mannen worden afdelingshoofden en schooldirecteuren – of ze dat nu ambiëren of niet.

Deze vorm van seksisme vindt in vrijwel alle segmenten van de samenleving plaats. Je ziet het tot in de hoogste rangen van de wereldpolitiek. Een voorbeeld is premier Jacinda Ardern van Nieuw-Zeeland. Zij heeft het, als grote uitzondering, geschopt tot staatshoofd. Haar vernieuwende, verbindende leiderschapsstijl tekent haar als succesvol staatshoofd. Ze wordt echter vooral geprezen om haar vrouw-zijn en haar vermeende vrouweneigenschappen. Goedbedoeld seksisme is één van de middelen om de patriarchale status quo en de m/v-machtsbalans in stand te houden.

Zelfs als deze seksistische behandeling werkelijk goedbedoeld is, bevestigt en versterkt het de traditionele genderrollen, en daarmee ook het verschil in (carrière)kansen en inkomen, status en macht. Dit is een zichzelf versterkend effect, doordat op deze manier geen rolmodellen ontstaan die van de vooroordelen afwijken: zorgende mannen en leidende vrouwen.

Piramide van geweld

Venijnig en goedbedoeld seksisme zijn twee loten aan de stam van vrouwenhaat, twee uitwerkingen van dezelfde onderliggende patriarchale structuur. Beide leiden ertoe dat de dominantie van de man behouden blijft, waarbij alle middelen geoorloofd zijn. Een groot deel van die middelen onttrekt zich aan ons bewustzijn.

Ze vallen bijna niet op in het ‘normale’ leven van alledag en lijken onschuldig: de dubbele moraal, seksistische grappen en kleedkamerpraat, hoffelijke houding, de verdeling van betaald en onbetaald werk. Als mannen er al op worden aangesproken, wijzen ze maar al te vaak op vertekenende maar bewust en onbewust in standgehouden beelden van mannen en vrouwen. Of ze doen het af als onschuldig grapje of goedbedoelde hulp.

Deze gedragingen zijn niet onschuldig. Ze zijn, zoals alle seksisme, gebaseerd op de vermeende verschillen tussen mannen en vrouwen en het gevoel dat de dominantie van de man en de afhankelijkheid en onderdanigheid van de vrouw natuurlijk en vanzelfsprekend zijn.

De normen, verwachtingen en stereotypen over mannelijkheid en vrouwelijkheid ontstaan niet uit het niets. Het ontstaat met de eerste vraag die vaak al vóór de geboorte klinkt: ‘is het een jongetje?’ of ‘is het een meisje?’.

Vanaf dat moment of vaak zelfs al daarvoor worden jongetjes gesocialiseerd om sterk te zijn, geen emoties te tonen, autoritair, agressief en rationeel te zijn. Kortom, ‘een man’ te zijn. Dat is vooral ook: geen meisje/vrouw, geen homo. Deze man-box wordt niet alleen van buiten opgelegd. Jongens en mannen corrigeren elkaar en spreken elkaar aan op deze normen. Je bent om te beginnen een man. Wie afwijkt kan op afkeuring, pestgedrag en geweld van zijn mede-mannen rekenen.

Een vergelijkbare ‘woman-box’ bestaat ook voor vrouwen. Zij worden in de mal van dienstbaarheid, onderdanigheid, afhankelijkheid en moederschap gegoten. Als ze daaraan niet voldoen zijn ze een bitch of een slet.Op deze normerende laag en de laag van ‘onbewust’ en ‘onschuldig’ seksisme rust een heel bouwwerk van vormen van seksistisch geweld.

Bron: Emancipator. De blauwe lijn markeert seksisme dat zich ‘onder water’ aan het zicht onttrekt.

Doorbreken van de cultuur van (goedbedoeld) seksisme

Uitgangspunt van een eerlijke samenleving is dat ieder mens wordt geboren met een arsenaal aan mogelijkheden en het recht heeft om die ook te ontwikkelen. Door deze enorme potentie constant aan te spreken, los van gender, kan iedereen zich optimaal ontwikkelen.

Als we daarbij erkennen dat, zelfs met de patriarchale normen, de verschillen tussen vrouwen onderling en mannen onderling veel groter zijn dan de vermeende verschillen tussen de seksen dan opent zich een zee van mogelijkheden. Om onze cultuur van seksisme te doorbreken is actie nodig op alle verschillende, maar met elkaar verbonden thema’s en niveaus: onderwijs, gegenderd taalgebruik, vrouwvijandige humor, selectieprocedures voor arbeidsplaatsen, managementfuncties en commissariaten, enzovoort.

We zullen om te beginnen de man-box en de woman-box met beperkende normen en verwachtingen moeten ombouwen in een tool-box voor ieder mens. Kern daarvan is dat iedereen wordt aangemoedigd om zich in alle richtingen die bij hem of haar passen te ontplooien. Het demonteren van de verwachtingspatronen zal tijd kosten, tijd waarin vooral het gesprek erover van belang is en waarin rolmodellen een belangrijke taak hebben.

Eenzelfde hervorming past in het onderwijs, op de werkvloer, in het huishouden, relaties. Iedereen heeft daar recht op gelijkwaardige begeleiding en stimulering om het beste uit zichzelf te kunnen halen en door te groeien naar de mens die zij willen zijn. Dat betekent dat iedereen op eigen functioneren en ambities wordt aangesproken, los van gender. Een mooi voorbeeld hiervan is te zien bij het Concertgebouworkest, waar bij audities een gordijn hangt tussen de muzikant en de selectiecommissie. Alleen het geluid telt.

In de politieke en economische machtscentra zullen vrouwen een volwaardige plek moeten krijgen. Niet voor de ‘vrolijke sfeer’, als ‘excuus-truus’ of als afvinkvrouw om het quotum te halen, maar gebaseerd op kwaliteit, karakter en ambitie. Het verhogen van de deelname van de vrouwen aan het arbeidsproces moet hand in hand gaan met het toebedelen van gelijkwaardige rollen en posities, zowel op de werkvloer als daarbuiten.

Bij deze herverdeling moeten mannen en vrouwen écht samenwerken. Mannen maken ruimte voor vrouwen onder andere door zorgtaken thuis op zich te nemen en door functies ‘genderblind’ te verdelen op basis van kwaliteiten. Lean in door vrouwen moet gepaard gaan met lean out door mannen[1]. Alleen dan is het doorbreken van het seksisme werkelijk mogelijk.

We hebben nog een lange weg te gaan. Een eerste en onmisbare stap is het doorgronden en blootleggen van de taal achter de taal. Hoe maken we goedbedoelde woorden en daden los van de vooroordelen, stereotypen en daarbij passende seksistische taal en gedrag?

 

[1] Jens van Tricht, directeur van Emancipator, riep tijdens een training van Lean In mannen op actief te helpen om de posities van mannen en vrouwen gelijkwaardiger te maken en noemde dat Leaning out.

Omslagfoto door Claudio Schwarz | @purzlbaum via Unsplash

 

man en vrouw door deur

Versvak | Bas Zwiers: Van Gentleman naar GentleHuMan, een zoektocht…

Dit is de eerste van drie blogs in samenwerking met Versvak. Bas Zwiers* is ambassadeur en kwartiermaker van Stichting Emancipator.

In mijn werk ben richt ik me op ‘toxic masculinity’, hoe kunnen we jongens en mannen betrekken om dit tegen te gaan? Omdat te veel (jonge) vrouwen slachtoffer zijn van de traditionele of stereotype vorm van mannelijkheid. Maar ook (jonge) mannen gaan er onder gebukt, onder deze codering, de druk om een ‘echte man te zijn’. Onderdeel van deze code is ook die van het galant zijn: ‘Be a Gentleman’.

In workshops onderzoeken we deze codering, juist om die te doorbreken, onszelf daarvan te bevrijden. De man die vlees eet, liefst vanaf de BBQ, die met vrienden over voetbal en vrouwen praat tijdens het bier drinken. De man die gevoelens onderdrukt en zijn tranen mogen niet gezien worden. De man als jager, die initiatief neemt, die de kostwinnaar is, die voor een vrouw zorgt. De man als ridder op het witte paard die vrouwen beschermt. De man die een deur voor vrouwen openhoudt, die de rekening betaalt bij een date, die de boodschappen draagt.

Moeten we alles binnen de codering weggooien omdat het bijdraagt aan ongelijkheid? Ik denk het niet, maar we moeten ons er wel bewust van zijn welke ongelijkheid het in stand houdt. En waarom doe ik als man wat ik doe? Omdat ik denk dat het zo hoort, omdat ik denk dat het zo moet? Omdat ik denk dat vrouwen zwakker zijn en daarom mijn hulp nodig hebben?

Benevolent Sexism?

Deze laatste gedachte heeft een definitie, het ‘benevolent sexism’ oftewel ‘goedbedoeld seksisme’, en het galant zijn kan als een vorm hiervan gezien worden. Maar is het galant zijn op zich fout? Of is dat alleen als je dat om die reden doet? Is er een binair antwoord? Of vraagt dit onderwerp om balanceren? Om constant aanvoelen? Om bewustwording? Om een gesprek?

Wat in workshops steeds weer blijkt is dat de codering niet alleen van mannen op mannen wordt doorgegeven, maar ook wordt versterkt door vrouwen in hun interactie met vrouwen, omdat ook zij te maken hebben met een codering, over hoe je een vrouw zou moeten zijn. Draag jurkjes of rokjes, gebruik make-up, laat je versieren, versier niet zelf, zet niet de eerste stap en laat hem betalen.

The man in the mirror

In het kader van mijn werk heb ik vaak in de spiegel gekeken naar waar ik bij mezelf ‘toxic masculinity’ tegenkom. En hoe pijnlijk het soms ook is, dit is een vraag die ik steeds weer wil of eigenlijk moet beantwoorden en ervan te leren. Maar ik merk dat ik het moelijker vind om net zo in de spiegel te kijken naar mijn hoffelijkheid, naar mijn wil om een gentleman te zijn. Zo heb ik het immers geleerd, mijn intenties zijn goed en veelal wordt het gewaardeerd.  Maar eigenlijk zit er ook zeker ongelijkheid in.

Als je mij echt zou kennen, dan weet je dat ik wil leven in een wereld waar we hoffelijk zijn naar elkaar, waarin je deuren voor elkaar open houdt, waarin je iemand helpt om zware tassen te dragen, waarin je af en toe de rekening oppakt. En ‘going Dutch’ gaan, waarbij je de rekening moet uitpluizen en tikkies moet sturen, daar word ik niet heel gelukkig van.

Pleidooi voor hoffelijkheid

Dus ja, ik pak vaak bij een eerste ontmoeting de rekening op, bij dates, maar ook bij zakelijke ontmoetingen. Bij vrouwen en bij mannen. Maar heb er ook geen probleem mee als de ander dat doet. En vind het fijn als bij de tweede ontmoeting de ander het doet, zodat we beide de kans krijgen galant te zijn. Hou ik ook voor mannen deuren open? Ja denk ik wel, toch? Vanaf nu zal ik er in ieder geval op letten! En ik zal met een grote glimlach reageren als een vrouw voor mij de deur openhoudt.

Zo hoeven we de hoffelijkheid niet te verliezen, maar breken we die uit de gevangenis van de codering, hoffelijkheid zou eigenlijk niet alleen een mannelijke eigenschap moeten zijn, maar een menselijke. Vanaf nu wil ik geen GentleMan meer zijn, maar een GentleHuMan….

 

Seksisme in samenwerking met Versvak
Versvak maakt de sociale wetenschappen toegankelijk voor iedereen. Zonder omwegen, zonder poespas en in begrijpelijke taal. Versvak richt zich daarom voornamelijk op korte stukjes tekst met hedendaagse, relevante sociale thema’s en bevindingen uit onder andere de sociologie, politicologie, psychologie, communicatiewetenschappen en onderwijskunde. Door (jonge) wetenschappers en vakidioten met passie voor hun vakgebied.

Voor deze rubriek hebben de teams van Emancipator en Versvak de koppen bij elkaar gestoken om het licht te schijnen op goedbedoeld seksisme. Wat is goedbedoeld seksisme? Wat zijn de gevolgen van goedbedoeld seksisme. Is dit per se slecht? Wat kunnen we eraan doen? Deze en meerdere vragen worden behandeld en beantwoord in deze rubriek.

*Mijn naam is Bas Zwiers. Ik ben een man die zichzelf en andere mannen de vraag stelt ‘Wat voor man wil jij zijn?’. Dat doe ik als ambassadeur en kwartiermaker van Stichting Emancipator. Maar ook als partner en model in het HEAR ME NOW project, waar ik mannen oproep te luisteren naar de verhalen van vrouwen over seksueel geweld en grensoverschrijdend gedrag. Daarnaast ben ik een mens die zichzelf en andere mensen de vraag stelt ‘Wat voor een mens wil jij zijn’, dit doe ik onder andere als coördinator van Vreedzaam Oost.

 

Redactionele noot: mocht je nu meer te weten willen komen over ‘toxic masculinity’ of andere vormen van masculiniteit, dan is wellicht dit YouTube-filmpje interessant. Daarin wordt besproken hoe Aragorn van Lord of the Rings enkele stereotypes omverwerpt. Hou er wel rekening mee dat niet gehele filmpje genderneutraal of -doorbrekend is:

—–

Omslagfoto door William Fortunato via Pexels

Blog 17. Barry de Bruin: Radicale empathie en de afwijkende andere

In deze tekst zal ik schrijven over wat ik heb geleerd over het ontmoeten van de afwijkende ander in gesprekken over discriminatie. Graag maak ik eerst twee van mijn eigen standpunten bekend. Discriminatie is geen debat, het is een feit. Discriminatie is ook geen eigendom van iemand. Dit maakt het verschil tussen ‘Dat is seksistisch van je’ en ‘Dat is seksisme’.

De reactie van een vrouw in het groepsgesprek na het zien van de voorstelling ‘Waarom mannen Slaan’, is dat vrouwen ook gemeen zijn, elkaar ook onder de duim houden, ook geweld plegen.

De reactie van een jongen in een gesprek tijdens een Imagine workshop, ditmaal met een groep uit een politieke jongeren partij, is dat het gevaarlijk is om de man neer te zetten als dader. Als wij ons specifiek richten op DE MAN als geweldpleger, zetten we mannen juist aan tot daderschap!

Deze mensen praten vanuit hun eigen ervaring. Ze durfden zich persoonlijk te verbinden aan het gesprek dat plaatsvond en spreken ter verdediging van wat hun lief is. Als ik bereid ben te luisteren naar wat ze zeggen, stil te staan bij hun standpunt en hun ervaring te erkennen… Dan pas heb ik deze mensen ontmoet. Ik heb namelijk mijn eigen overtuigingen, voortkomend uit mijn eigen ervaringen, die niet stroken met wat zij verdedigen. Een respectvolle ontmoeting heeft voor mij prioriteit over de wens de ander te veranderen bij het tegengaan van discriminatie.

De mens is een groepsdier. In ons karakter zit een grote dosis empathie. Het komt dan ook zelden voor dat een persoon, nadat ik hem, haar of hen gehoord heb, niet bereid is met dezelfde aandacht naar mij te luisteren. We zijn socialer dan blijkt uit ons handelen als groep. Deze kwaliteiten moeten vaker aangesproken worden zodat deze worden ontwikkeld.

In activisme heb je twee tijden nodig die elkaar tegen zullen spreken. Er is tijd nodig om informatie te ordenen en standpunten te vormen en er is tijd nodig om al je geschillen te laten luchten en elkaar te ontmoeten. Je doet dus eerst een stap vooruit met het opdoen van kennis, daarna doe je een stap terug om afwijkende anderen te kunnen ontmoeten.

Ook al moet je een stap terugzetten, laat je de informatie niet helemaal achter. Je zet een stap terug, maar staat niet meer hetzelfde als daarvoor. Ik stel me deze ontwikkeling voor als een spiralende beweging waarin de spiralen als lagen over elkaar komen te liggen. Ik zie veel rechtlijnig handelen in het activistische veld, er is immers geen tijd te verliezen en dus vaak ook geen tijd voor standpunten die afwijken van de juiste (de jouwe). Maar door deze rechtlijnigheid zijn we niet in staat de afwijkende ander echt te ontmoeten. Dit moet veranderen.

Het maakt niet uit wat je overtuiging is, ook al strijd je voor gelijkheid. Als je niet bereid bent de tijd te geven aan een andere overtuiging ben je de onderdrukker. De realiteit geeft niks om strijd, energie of mate van inspanning. Je hebt een juiste manier van omgang nodig en dat is radicale empathie.

Blog 16. Michael Kaufman: Een alledaagse gebeurtenis?

If it were between countries, we’d call is a war.

If it were a disease, we’d call it an epidemic.

If it were an oil spill, we’d call it a disaster.

But it is happening to women,

and it’s just an everyday affair.

Bovenstaande tekst schreef Michael Kaufman in 1991. In november van dat jaar organiseerden Jack Layton, Ron Sluser en Michael Kaufman een mannenmars, met een wit lint als symbool voor hun strijd tegen geweld tegen vrouwen. De White Ribbon Campagne was geboren.

Aanleiding voor de mars was een massamoord specifiek gericht op vrouwen. Op 6 december 1989 stapte een man de École Polytechnique in Montreal, Canada binnen. Hij vermoorde 14 vrouwen en verwondde er 10. Zijn motief: vrouwenhaat. Vrouwen hebben geen recht om op deze school te zijn.

Michael Kaufman speelt ook nu nog een sleutelrol in de campagne.

 

Blog 15. Michiel van der Padt: De beheerste man

Vorige week vrijdag was ik aanwezig bij een theatervoorstelling van Jurrien van Rheenen genaamd Waarom Mannen Slaan. De voorstelling, gebaseerd op uitgebreide interviews die Van Rheenen hield met zowel slachtoffers als daders van huiselijk geweld, toont een man die de controle verliest en zijn partner zwaar mishandelt.

Als hij ontwaakt uit zijn narcose, beseft hij met verdriet en afgrijzen wat hij haar heeft aangedaan. Er zit een discrepantie tussen de overtuiging dat fysiek geweld hem weer controle geeft over de situatie en zijn zelfhaat achteraf. Hij betreurt zijn verlies van zelfbeheersing omdat het geweld eigenlijk geen enkele oplossing biedt voor zijn probleem.

Deze tegenstrijdigheid zie ik vaak terugkomen. Mannen zouden hun emoties beter controle hebben, in tegenstelling tot vrouwen. Echter, wanneer mannen zich uiten door middel van verbale of fysieke agressie, zien we dat niet als tegenstrijdig met het idee dat mannen juist zo rationeel en beheerst zijn. Vaak wordt de agressie zelfs geëxcuseerd met uitspraken als “vrouwen kunnen ook gemeen zijn” en “je moet hem ook niet uitlokken”.

Het is voor vrouwen vaak een haast onmogelijke taak: enerzijds worden ze geconfronteerd met een pantser van emotie verhullende ondoorgrondelijkheid, anderzijds is er een constante mogelijkheid dat een man ontsteekt in blinde woede. We leren vrouwen tegenwoordig om assertiever en mondiger te zijn, maar ze moeten tegelijkertijd nog altijd op hun tenen lopen om mannen niet boos te maken. De fijngevoeligheid van de vrouw is zodoende vaak een overlevingsstrategie om zich voor mannelijke agressie te behoeden.

Toch teistert deze tegenstelling niet alleen de vrouw, maar ook de man zelf. Mannen krijgen zowel impliciet als expliciet mee dat ze zich moeten “vermannen” wanneer hun emoties komen bovendrijven, maar ook dat woede hierop een uitzondering is: woede is gerechtvaardigd om frustratie te uiten, om voor jezelf op te komen en om situaties te kunnen domineren.

De maatschappij probeert mannen wel te leren zichzelf hierin te beheersen, en veel mannen lukt dat ook aardig. Echter, om geweld volledig uit te bannen hebben we meer nodig dan dat. De oplossing zit denk ik niet in het beter balanceren van onze woede, maar in het diversifiëren van onze zelfexpressie.

Want laten we eerlijk zijn, de man is in vele opzichten een emotionele analfabeet. Wat kunnen we allemaal nog leren wanneer het gaat over omgaan met teleurstelling, met eenzaamheid, of angst? Waar zijn we bang voor als we de controle dreigen te verliezen? En hoe gaan we hiermee om zonder toe te geven aan de drang om anderen te domineren? Wat komen we tegen als we machteloosheid of kwetsbaarheid toelaten?

Wat ik wat meer zou willen zien is een man die op zichzelf reflecteert als mens. Wat we van een goed mens verwachten staat soms nog lijnrecht tegenover wat we van de man verwachten. Van een goed mens verwachten we eerlijkheid, geduld, empathie en compassie. Deze eigenschappen vergaar je niet met een afgewogen dosis woede en dominantie, maar door je medemens tegemoet treden met kwetsbaarheid en emotionele zelfkennis.

Wat je hiermee ontwikkelt is de moed om de drang naar controle los te laten. Ervoor in de plaats komt de mogelijkheid om met compassie naar de situatie en jezelf te kijken.

Blog 14. Jos van der Schot: Tegen het terrorisme

Lezend in de blogs van deze White Robbon Campagne gaat bij mij de vraag weer knagen of we ons wel voldoende bezighouden met het bestrijden van geweld tegen vrouwen. De zoektocht naar onszelf als man en als mens – Be the human you wish to see in the world – is belangrijk en onmisbaar, maar waar blijft onze maatschappelijke strijd? Vormt die strijd tegen geweld tegen vrouwen niet al dertig jaar de kern van de White Ribbon Campagne? Onderschatten we niet het systematische geweld dat een groeiend aantal mannen afvuren op vrouwen én op mannen?

Ik realiseer me dat ik zelf deze blinde vlek ook lang had. Toen ik in 2012 begon aan een boek over de toekomst van de man luidde mijn werktitel: Lone wolves on a lost planet. Het startte bij wat ‘het jongensprobleem’ werd genoemd: jongens die op scholen lage cijfers halen, die de klas op stelten zetten, die uitvallen, zich te buiten gaan aan openbare geweldpleging of erger. Iets verder kijkend dan het schoolplein breed is, zag ik corruptie, machtsmisbruik, vriendjespolitiek, zelfverrijking, mishandeling, verkrachting, (massa)moord. Kortom, ik zag een mannenprobleem.

De hoofdstuktitels die ik destijds koos laten de richting van mijn gedachten lezen. Ik was optimistisch. In mijn visie loopt het oude vaderland van jongens en mannen – het patriarchaat – op zijn laatste benen. Het heeft de meeste mannen niets meer te bieden. Het is logisch dat mannen verdwalen, maar zodra mannen zich dat realiseren, zullen ze kiezen voor een nieuw vaderland, of beter een ouderland (m/v).

Als ik er nu weer naar kijk ziet de opzet er nog steeds gedegen uit. De massale onthullingen van seksuele misstanden die in 2017 de #MeToo-beweging in gang zetten versterken mijn gevoel dat het gedaan is met de patriarchale man. Maar ik miste een signaal: de enorme verbetenheid waarmee mannen zich vastklampen aan hun verloren wereld en van daaruit de aanval openen op vrouwen die in hun ogen de oorzaak zijn van hun treurige lot.

De manosphere

Voor deze mannen is er wél een andere optie dan de gelijkwaardigheid die ik voor ogen heb. Het is een optie waar veel, heel veel mannen hun nieuwe vaderland vinden: de manosphere. En, ja, ik vind nog altijd dat de reddingsboei van deze patriarchale oprisping zo lek is als een mandje, maar de voormannen van de manosphere weten er een aura van zeewaardigheid aan te geven, een antwoord op het verdriet, de angsten, de eenzaamheid, de boosheid en de vertwijfeling van veel (jonge) mannen. Daarbij maken ze veel slachtoffers, zowel onder vrouwen als mannen.

Wie gedetailleerd inzicht wil hebben wat we precies verstaan onder de manosphere, moet het boek Men who hate Women van Laura Bates lezen (The Guardian geeft een mooie introductie). Bates’ verhaal leidt de lezer langs de vele gezichten en gedragingen die deze vrouwenhaat laat zien, zowel online als offline.

Het gaat over incels, involuntairy celibates die boos zijn omdat vrouwen hun niet de seks geven waar zij recht op denken te hebben. Het gaat om pickup artists, die elkaar aanmoedigen om wildvreemde vrouwen aan te spreken en te ‘verleiden’ tot seks. Mannen die vrouwen alle rechten in de mannenwereld willen ontzeggen (men gowing their own way). Mannen die woedend zijn omdat het de schuld van vrouwen is dat ze … niet krijgen (je kunt van alles op de puntjes invullen). Mannen (trollen) die vrouwen op internet en in het dagelijkse leven bedreigen of aanvallen, als ze publiekelijk van zich laten horen of een prominente plaats innemen in de samenleving. Mannen die de haat en de woede van mannen uit de online manospere gebruiken om zelf – offline – voordeel te halen. Mannen die bang zijn voor (de macht van) vrouwen, bijvoorbeeld voor een valse beschuldiging van verkrachting.

Serieus en dodelijk

Wie denkt dat het hier gaat om een kleine groep weirdo’s, die zich ergens diep verborgen op het internet bevinden, vergist zich. Het gaat om een enorme roedel van ‘eenzame’ wolven op zoek naar een gemeenschap waar ze bij kunnen horen, die samenpakken en elkaar aanmoedigen om hun haat in steeds explicietere termen te verwoorden en om te zetten in daadwerkelijke actie. De verbindingen met de offline bovenwereld zijn talrijk, onder andere met invloedrijke personen. Trump is een schoolvoorbeeld hiervan maar zeker niet de enige. En de groep groeit razendsnel. In het hoofdstuk Men who don’t know they hate women werpt Bates een blik op de ronselcampagnes via internet, met name gericht op pubers.

Het idee dat deze wolven wel huilen maar niet bijten, klopt niet. De misogyne daden die hun voedingsbodem vinden in de manosphere vallen één-op-één onder de juridische definitie die de AIVD aan terrorisme geeft: “het plegen van gewelddaden met het oogmerk om de bevolking of een deel van de bevolking van een land vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen” (bron: AIVD). En vrees aanjagen doen deze mannen, zowel online – van hatemail tot doodsbedreigingen – als offline – van grensoverschrijdend benaderen en aanrandingen tot verkrachtingen en (massa)moord.

Het gewelddadige en moorddadige karakter van de manosphere is legendarisch door de dodemansrit van Elliot Roger in Palo Alto, California. Roger had het expliciet gemunt op vrouwen. In een afscheidsvideo op YouTube zei hij: “I’ve been forced to endure an existence of loneliness, rejection and unfulfilled desires, all because girls have never been attracted to me. Girls gave their affection and sex and love to other men, never to me.” Hij was op dat moment 22 jaar. Roger werd de held van de manosphere. Het volgen van E.R., zoals hij op het internet genoemd wordt, is een heldendaad. En velen volgden E.R..

Twee routes

Zo biedt de manosphere jongens en mannen, naast de ‘natuurlijke’ route in de richting van gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen, een parallelle terroristische route die leidt tot toename van haat en geweld tegen vrouwen.

Betekent dit dat wij bij Emancipator met onze inzet op een meer menselijke man op de verkeerde weg zitten? ‘Nee, zeker niet’. We zullen het voorbeeld moeten blijven leven van de hele man. De man die zijn mannelijkheidsnormen onder de loep neemt en daar nieuwe mogelijkheden voor geluk in ontdekt. De man die zorgzaam is en arbeid en zorg deelt met vrouwen. De man die geweld afwijst en er tegen opstaat als andere mensen geweld plegen. De man die opkomt voor diversiteit. De man die opstaat tegen bestaande gendernormen in de samenleving.

Gelijktijdig zullen we ook de strijd aan moeten gaan met de manosphere. En dat wordt een stevig gevecht, dat zich met name op de kruising van de parallelle wegen afspeelt. Want daar nemen onschuldige en kwetsbare jongens en mannen de afslag naar de haat en het geweld. Er bestaat daarbij een duidelijk onderscheid tussen mannen die naar de incel-wereld toegetrokken worden vanuit hun kwetsbaarheid, angst, schaamte en ongeluk, en mannen die voor de incel-wereld kiezen met gewelddadige bedoelingen.

Strijd? Gevecht? Verliezen we dan niet de zachte mannelijkheid die we net aan het ontdekken en ontwikkelen zijn? Wederom luidt het antwoord ‘Nee’. Het wordt tijd om de kernhouding van de manosphere in het volle daglicht te ontmaskeren. En die kern is ‘vrouwenhaat’, niet meer en niet minder. We moeten politieke verontwaardiging veroorzaken, zodat er wetten en regels komen en terroristische acties als zodanig worden bestraft. We moeten maatschappelijk verzet mobiliseren. Maar bovenal moeten we de jongens en mannen die op de kruising staan, de warmte van een alternatieve mannengemeenschap aanbieden. We moeten laten zien dat een vrouwvijandige houding mannen niet helpt om van hun verdriet, angst, boosheid, eenzaamheid en vertwijfeling af te komen.

Blog 13. Gerbrand Martini: Huiselijk geweld en Overgave

Hoe fijn is het als je naar je vader kunt lopen en hem vast kunt houden met het gevoel hem nooit meer los te willen laten. Je vader die alles voor je is, de held, de stevigheid en je veiligheid. Het is je eigen bloed en als je naast elkaar zit lijken jullie als twee druppels water op elkaar. Je vader, de vertegenwoordiging van het mannelijk geslacht. Het is je eerste referentiepunt in je leven.

En als je vader ook nog iemand is die niet geboren is in het land waarin jij wel bent geboren dan is dat helemaal een speciaal gevoel. Maar dit speciale gevoel kan in één keer totaal veranderen in een hel. Een hel waarin je helemaal niet meer weet hoe je werkelijk moet leven, waarin er geen basis meer is om op te staan en waarin je constant zoekend bent naar iets wat je wilt vasthouden wat heel veilig is. Het oorspronkelijke gevoel van het veilig vast kunnen houden van je vader.

Verlangen & Trauma

Hoe kan het zijn dat je aan de ene kant zo het verlangen hebt om je vader vast te houden en dat je tegelijkertijd weet dat “Hij” diegene is die de oorsprong van je trauma is. “Ga maar even kijken hoe het met je moeder is”, zei hij tegen mij, terwijl hij mijn moeder voor mijn ogen knock-out sloeg. Hoe is het mogelijk om van je vader te houden, terwijl je in een vol Italiaans restaurant zit en je er getuige van bent dat je vader je moeder bij haar haren pakt en naar buiten sleept. En eenmaal buiten wist je wat er daarna ging komen. Beelden die niet meer van je netvlies verdwijnen.

De agressie van mijn vader naar mijn moeder was buitensporig. Mijn moeder was de held en het slachtoffer van huiselijk geweld. De held omdat zij, nadat mijn vader een paar glazen wijn op had, precies de pijnplekken van mijn vader kon raken. Het slachtoffer, omdat zij slechts even kon genieten van haar vrijheid, omdat ze daarna kon voelen wat het was om totaal in elkaar te worden geslagen.

Ik was erbij, ik zat ertussen en ik wilde dat het op zou houden. Hoe ouder ik word, hoe meer ik ben gaan beseffen dat de beelden niet weggaan. Ja, ik kan het verstoppen ergens in mijn lichaam, zodat ik verder kan leven of misschien wel overleven. Maar het trauma en het verlangen gaan daarmee niet weg.

Was er maar

Hoe zou het zijn als er gewoon iemand naast je zit. Die niks zegt, geen vragen stelt. Gewoon je laat voelen “Het is oké”. Iemand die je begrijpt en weet dat het niet altijd even gemakkelijk is. Als ik nu terugkijk naar die kleine jongen die midden in dat geweld probeert te bewegen, te overleven en die niet meer weet wat is goed en wat fout is. Was er maar iemand geweest die naast mij had gezeten en die mij een gevoel van “Je bent veilig” had kunnen geven. Ze hadden mij er ook even uit kunnen halen. Even eruit kunnen halen om naar een andere plek te gaan. Ver weg van mijn vader en moeder. Een plek misschien die voor een tijdelijke vervanging kon zorgen. Was ik er dan iets anders uit gekomen?

De overgave

Het komt naar boven. Iets in mijn onderbewustzijn komt naar boven. Het begon met een scheiding. De basis was weg en het verlangen kwam weer naar boven. Ik draaide eromheen en wilde het weer weg stoppen. Dan een hevige rugpijn. Ik kon er niet meer omheen. Ik kon het alleen nog maar ontmoeten. We zijn weer terug bij het kleine kind. Het onveilige kind dat zoekt naar veiligheid en liefde. Ik pak zijn hand vast en ik neem hem mee naar een plek die veilig is. Er is overgave. Het trauma heelt, maar het verlangen blijft.

Hoe zou het zijn om je vader vast te houden en zijn “liefde” te kunnen voelen? Of is het de liefde die jij voor hem voelt en die je zo graag aan hem wilt laten voelen? “Papa, het is goed. Jij bent oké”. Ook al blijven de beelden aanwezig. “Je bent oké”.

Huiselijk geweld

De boodschap die ik als kind heb meekregen over huiselijk geweld is heftig. Het doet wat met mijn leven, het bracht me in beweging. Zowel fysiek, emotioneel en mentaal. Geweld is hard en geeft geen oplossing en er zijn alleen maar slachtoffers.

En als er vaders zijn die deze blog lezen, kan ik alleen maar zeggen: “Papa, denk na voordat je slaat”. Stap eruit en kijk naar jezelf en werk aan jezelf. Hoe zou het zijn als ik naar je toeloop en ik hou je vast en zeg: “Papa ik hou je vast en laat je nooit meer los.” Liefde heelt alles!

Gerbrand Martini, zoon van een Italiaan en met een Nederlandse moeder, geeft samen met zijn vrouw Rita Kroeze in zijn eigen Trainingscentrum Nuova Strada individuele begeleiding aan jongens, meisjes en volwassenen.

Met dank aan Taco Houkema voor zijn hulp met de nodige taalkundige correcties en feedback.

Blog 12. Laurens Kleijntjens: Mannen, sta op en spreek je uit! Deel 2

In het eerste deel van mijn blog benadrukte ik het belang voor mannen om zich uit te spreken tegen gendergerelateerd geweld en ander onrecht in de wereld. Dit vanuit de vraag wat voor man of mens jij wilt zijn. Iedereen kan wat doen. Iedereen MOET wat doen om deel van de oplossing te worden in plaats van deel van het probleem. In het tweede deel van mijn blog ga ik in op twee kwesties waarbij ook jij het verschil kunt maken.

Let’s talk about sex

Over de uitspraken van minister Slob over het afwijzen van homoseksualiteit op scholen is onlangs terecht veel ophef ontstaan. Maar enkele weken voordat hij al die commotie veroorzaakte, viel me een ander nieuwsbericht over Arie Slob op.2 Ik las in het artikel dat hij van mening is dat reclames voor sekslijnen moeten verdwijnen. De minister vindt deze reclames op commerciële zenders onwenselijk. Er zit volgens hem een suggestie in ‘dat je op een bepaalde manier met vrouwen om kan gaan’, die hij niet steunt. Hij verwijst in zijn brief aan de Tweede Kamer naar de #MeToo-beweging van de laatste jaren en dat de nadruk nu moet liggen op ‘een zorgvuldige omgang met elkaar en elkaars seksualiteit’. Ik moet zeggen dat ik mij goed kan vinden in deze uitleg van Slob. Ware het niet dat ik er dwars doorheen kijk. Het is bewonderenswaardig dat hij in heel zijn brief woorden als ‘god’, ‘Christus’ en ‘de bijbel’ heeft kunnen vermijden. Hij problematiseert hier namelijk enkel en specifiek sekslijnreclames op televisie. Voor hem en een groot deel van zijn achterban zullen deze reclames waarschijnlijk als zondig worden ervaren. Tijdens het niets vermoedend zappen langs tv-zenders loop je zomaar ineens de kans om geconfronteerd te worden met een vrouw in Evakostuum. Het gevaar van onzedelijke buitenhuwelijkse gedachten ligt op de loer. Ik maak natuurlijk een grapje. Maar waar het wel om gaat is dat als je de problemen die hij in zijn brief benoemt wilt aanpakken, sekslijnreclames echt nog maar het topje van de ijsberg zijn. Daarnaast is het probleem natuurlijk niet opgelost, wanneer het niet meer zichtbaar is. Dat is hetzelfde als drugs of prostitutie verbieden en vervolgens beweren dat het niet meer bestaat of gebeurt. Bovendien vraag ik me af of minister Slob dan ook alle pornografische websites, tijdschriften en films wil verbieden? En als we toch bezig zijn, waarom niet meteen vrouwonvriendelijke rapteksten en muziekvideo’s? Een onbegonnen missie én een verkeerde aanpak, wat mij betreft.

Ik ben het met Slob eens dat veel pornografisch materiaal een totaal verkeerd beeld schetst van seks en seksualiteit. Dit geldt voor mannen en al helemaal voor vrouwen en vrouwelijke seksualiteit. Porno is meestal gericht op en wordt veel bekeken door mannen. Het herhaalt, net als vele andere beeldproducten, een klein aantal thema’s in een oneindig aantal variaties. De meest voorkomende thema’s zijn ideeën zoals dat seks zonder relatie of emotionele band altijd fijn is, verbale toestemming niet nodig is, vrouwen altijd van seks genieten, zelfs als ze eerst ‘nee’ zeggen of als het tegen hun wil gebeurt, en dat iedereen altijd klaar is voor seks. Ook komt de objectivering en vernedering van vrouwen vaak voor en wordt er in sommige gevallen een verband gelegd tussen seksueel genot en geweld. Deze thema’s weerspiegelen maatschappelijke mannelijkheidsnormen zoals o.a. dominantie, een gebrek aan emoties, het gebruiken van geweld als het nodig is, de dubbele seksuele moraal en minachting voor vrouwen en vrouwelijkheid.3 Kinderen worden op internet vaak al op jonge leeftijd geconfronteerd met dit soort beelden en door telkens diezelfde thema’s te zien, bestaat het gevaar dat ze gaan denken dat het waarheid is en zullen ze zich er ook naar gaan gedragen. Maar het zijn niet alleen jongens en mannen die door het kijken van porno beïnvloed worden. Ook meiden en vrouwen kunnen beïnvloed worden door deze beelden waarin het genot van mannen centraal staat en vrouwen enkel het onderdanige middel daartoe zijn. Over het feit dat porno schadelijk kan zijn, bestaat dus geen twijfel.

Ik zeg ‘kan zijn’, omdat er wel degelijk iets kan worden gedaan hiertegen. Niet zoals Slob bepleit door het verbieden van pornografisch materiaal, maar door goede seksuele voorlichting te geven aan kinderen vanaf een jonge leeftijd. Hierin dienen thema’s als toestemming, gelijkwaardigheid, eigen grenzen, respect, veiligheid, genot en seksuele diversiteit helder te worden uitgelegd en openlijk en uitvoerig bespreekbaar zijn, zonder uitzonderingen. Het is belangrijk om ‘met’ en niet ‘tegen’ jongeren te praten. Goede seksuele voorlichting is een proces waarbij openheid en het opbouwen van vertrouwen van belang zijn, dus het volstaat niet om simpelweg een lesje af te draaien. Eerder dit jaar bleek uit onderzoek dat een op de vijf jonge mannen tussen de 16 en 35 jaar oud vindt dat het een ‘verzachtende omstandigheid voor verkrachting’ is als een vrouw níet nadrukkelijk ‘nee’ zegt.4 Hier valt dus nog heel veel te winnen en het moet anno 2020 echt eens uit de taboesfeer. Let’s talk about sex! Momenteel heeft stichting Rutgers hierover een petitie geopend. Het zou mooi zijn als zoveel mogelijk mannen deze ondertekenen. En bedenk bij jezelf wat je nog meer kunt doen. Heb je zelf een jonge zoon? Werk je met jongens? Praat met ze over seksualiteit en grenzen. En spreek jij ook andere mannen aan als zij denigrerend en objectiverend praten over meiden en vrouwen? Doorbreek de cirkel van (seksueel) geweld! Teken de petitie van Rutgers.

De loser die niet kan verliezen

Een ander voorbeeld dat misschien voor de hand ligt maar dat ik ook zeker wil benoemen, is de huidige situatie met Donald Trump en politiek populisme. Tegen culturele progressie is helaas altijd veel weerstand, zeker vanuit degenen die hun macht en bezit bedreigd zien. Leiders als Trump en Bolsonaro lopen weg van alle verantwoordelijkheid om ongelijkheid te bestrijden en misstanden op te lossen. Het zijn machomannen die met gebalde vuisten en oorlogstaal bezigend, een spoor van vernieling achterlaten. Zij beschouwen macht en geld als enige succesfactor in het leven. Achter dit soort leiders staat vaak een heel leger van zelfverklaarde “mannenrechtenactivisten”, die slachtoffer zijn geworden van een falend patriarchaal systeem, waarvoor ze vrouwen en het feminisme de schuld geven in plaats van de hand in eigen boezem te steken. Dat is niet verassend want één van de traditionele mannelijkheidsnormen is immers om nooit je kwetsbaarheid te tonen en toe te geven dat je hebt gefaald, laat staan dat je daar zélf schuldig aan bent. Falen is hetzelfde als verliezen, en mannen moeten altijd winnaar zijn. Trump is daar het perfecte voorbeeld van. Toen hij besmet was met het coronavirus werd hij naar een militair ziekenhuis afgevoerd en sprak zijn zoon over hem als ‘warrior’ die dapper vocht tegen het virus. Na zijn ziekenhuisopname verkondigde hij dat het virus niets voorstelt en dat hij gezonder was dan ooit. Nu hij de verkiezingsstrijd heeft verloren van de nieuwe president Biden, kan hij dat niet toegeven. Hij mag geen verliezer zijn, hij kan geen verliezer zijn en hij zál geen verliezer zijn. Als je het mij vraagt is het een beschamende vertoning van een wanhopige loser.

In de strijd die mannen dagelijks voeren om ‘on top’ te blijven en waar Trump zo’n goed voorbeeld van is, mogen zij nooit iets van menselijke twijfels, onzekerheden of angsten laten zien. Dat kan volgens de geldende norm voor mannen en mannelijkheid namelijk worden opgevat als zwakte. En een zwakke man is een loser. En dus géén winnaar; de cirkel is rond. Het is een onmogelijke, uitputtende en onophoudelijke taak voor mannen om hun “mannelijkheid” te bewijzen, wat dat ook moge betekenen. Deze incapabele ‘toxic masculeaders’ doen er alles aan om positieve verandering in de wereld tegen te houden en daarmee hun eigen bevoorrechte positie veilig te stellen. Het liefst zouden ze terug willen in de tijd naar een wereld van rassen- en seksesegregatie, al zullen veel van hen dit niet hardop durven uitspreken. Maar hun angst voor alles wat hun machtspositie in gevaar zou kunnen brengen, hun onwil om welvaart te delen en hun ongegronde superioriteitsgevoelens weten ze goed in te zetten als wapens in de politieke strijd. Het zijn deze onderbuikgevoelens die ze projecteren op doorsnee burgers om ook bij hen angst, verdeeldheid en haat te zaaien. En zo is iedere verkiezingsbelofte al bij voorbaat een leugen want als een politieke partij floreert bij verdeeldheid, haat en andere negatieve sentimenten, dan zullen toestanden nooit verbeteren maar eerder verslechteren wanneer zo’n partij meer macht krijgt. Hoe groter de onrust, hoe meer stemmen ze krijgen. Ze hebben dus geen enkel belang of motivatie om de wereld te verbeteren. Ze hebben zelfs vaak niet eens de ambitie om daadwerkelijk te regeren, omdat ze vanuit de oppositie veilig kunnen blijven volhouden dat ze alles beter weten, zonder het gevaar te lopen om door de mand te vallen. Waarom zou je dan nog de moeite doen om een partijprogramma te schrijven dat langer is dan 1 A4tje? Ik raad aan om komend jaar bij de Tweede Kamerverkiezingen op 17 maart te gaan stemmen op een partij die qua idealen in het verlengde ligt van de man/de mens die jij wilt zijn. Lees je in, verdiep je en kom in actie!

De man die ik wil zijn

Mijn blog is inmiddels al wél wat langer dan 1 A4tje en ik hoop dat het genoeg stof biedt tot nadenken in de zoektocht naar de man die je wilt zijn en wat je kunt doen om die man te zijn. Laat ik eindigen met mijn eigen antwoord op die vraag. Ik wil een man zijn die zich blijft uitspreken tegen geweld, seksisme, racisme, homohaat en ander onrecht in de wereld. Een man die een voorbeeld is voor jongens, praat met andere mannen over de noodzaak van zorgzame mannelijkheid en gendergelijkheid als voorwaarde voor ieders geluk, luistert naar en leert van vrouwen, is niet bang om kwetsbaarheid te tonen, durft hulp te vragen als dat nodig is en neemt zijn verantwoordelijkheid om een betere wereld achter te laten voor toekomstige generaties. Aletta Jacobs vatte het prachtig samen: “Fighting for what’s right makes life worth living”.5 De grote uitdaging voor ons als mannen en als mensen ligt volgens mij in het niet langer benadrukken van verschillen en in plaats daarvan onze focus te richten op wat ons als mensen verbindt. En daarvoor zijn zorgzaamheid, inlevingsvermogen en samenwerking cruciaal. We willen tenslotte allemaal hetzelfde en zijn allemaal gelijk. Daar moeten we de samenleving dan ook op inrichten. Gelijk zijn, is gelukkig zijn. En geluk vermenigvuldigt als je het deelt. Het klinkt zo simpel en daardoor bijna naïef-idealistisch. Er staat ons nog zo ontzettend veel te doen. Maar iedereen kan wat doen en zijn steentje bijdragen. Mijn tip is daarom om jezelf die belangrijke vragen te blijven stellen. In wat voor wereld wil jij leven? Wat doe jij zelf om aan die wereld bij te dragen? Wat zou jij anders of beter willen doen? Wat voor man/vader/echtgenoot/vriend/broer/versierder/mens wil jij zijn? Als we onszelf deze kritische vragen blijven stellen en ernaar gaan leven, en steeds meer mannen zover krijgen om aan te sluiten en in actie te komen, dan gaan we echt vooruit. De beweging zal van kringen in het water dan uiteindelijk een golf vormen. En dan heb ik het niet over een nieuwe coronagolf, maar een feministische golf. Of je het dan de derde, vierde of zelfs vijfde feministische golf wilt noemen, maakt niet uit. Maar sta op, spreek je uit, wijk af van de norm, wees de verandering, draag die uit, vind bondgenoten, verenig je, en laat het dit keer dan een ‘feministische tsunami’ worden. Het is hoog tijd.

Bronnen:

2. Minister Slob wil reclames voor sekslijnen verbieden, Mulligen van R., Nederlands Dagblad, 20 oktober 2020

3. Is Masculinity Toxic?, Smiler, A., 2019

4. Driekwart Nederlanders: seks zonder instemming is verkrachting, RTL Nieuws, 29 juni 2020

5. Aletta Jacobs op een briefkaart naar een goede vriendin, 1921

 

Blog 11. Laurens Kleijntjens: Mannen, sta op en spreek je uit! Deel 1

‘Ben jij wel mans genoeg?’ Die vraag prijkt in sierlijke letters op de voorkant van de flyer van ‘Mans Genoeg’, waaraan ik met veel plezier werk als projectleider bij Feniks Emancipatie Expertise Centrum in Tilburg. Op de voorkant staat een illustratie van een man met allerlei stereotypes van mannelijkheid (zie afbeelding). Als je de flyer openslaat, zie je echter een heel ander beeld van een man. Een zorgzame man die kwaliteiten laat zien die we in onze samenleving vooral zien als ‘vrouwelijk’. Plotseling word je duidelijk wat er met de vraag op de voorkant wordt bedoeld. Het roept ineens nieuwe en heel andere vragen bij je op. Wat betekent ‘mans genoeg’ eigenlijk? Wat is mannelijkheid? Waarom zien we de stereotype zaken op de voorkant eigenlijk als “mannelijk”? En ben je ‘minder man’ als je de zorg voor de kinderen op je neemt en huishoudelijk werk doet in plaats van dat je kostwinner bent? Nee, natuurlijk niet!

Illustratie: Jeroen de Leijer

Dit beeld is niets meer dan een culturele constructie, gebaseerd op maatschappelijke ideeën over wat mannelijk is en wat vrouwelijk. Een culturele constructie waarbinnen mannen en mannelijkheid hoger gewaardeerd worden dan vrouwen en vrouwelijkheid. Het zijn ouderwetse denkbeelden die gek genoeg nog steeds massaal worden gedeeld en gelden als de norm. Vooral in Nederland zijn we heel conservatief wat betreft die denkbeelden. Ze beperken ons en houden traditionele rolpatronen en genderongelijkheid in stand. En daarom is het hoog tijd dat we afstappen van de vraag of we ‘mans genoeg’ zijn. Vorig jaar schreef ik in mijn White Ribbon blog: “We moeten de kwaliteit van mannen niet langer afmeten aan hun mannelijkheid, maar in plaats daarvan aan hun menselijkheid”. De White Ribbon Campagne legt ons dit jaar een veel betere vraag voor: ‘Wat voor man wil je zijn?’ Of beter gezegd: ‘Wat voor mens wil je zijn?’ Een vraag waar iedere man eens een tijdje over na zou kunnen denken. Ben jij eigenlijk wel de man die je wilt zijn en wilt zien in de wereld? En wat doe je om die man te zijn of te worden? Of zoals Gandhi het naar verluidt zo mooi verwoordde: “Be the change you want to see in the world.” Wees zelf de verandering die je wilt zien in de wereld.

De White Ribbon Campagne gaat over het betrekken van mannen als deel van de oplossing van gender-gerelateerd geweld. Daarbij is het nodig om anders te gaan denken over wat mannelijkheid is en de traditionele verwachtingen die worden gesteld aan mannen en mannelijkheid te transformeren. Die verwachtingen hangen namelijk nauw samen met geweld in de wereld. Zo’n transformatie is een langzaam cultureel proces, dat stapje voor stapje gaat. Belangrijk is dat meer mannen overtuigd raken om het anders te gaan doen en deel uit te maken van de oplossing. Hier kan naar mijn mening nog veel winst geboekt worden. Daarom zal ik in deze tweedelige blog proberen duidelijk te maken hoe ook jij een steentje kunt bijdragen aan positieve verandering. Ik zal handvaten uitreiken voor waar jij kunt beginnen. Want wees eerlijk; wil jij in een land leven waar meer dan driekwart van de vrouwen op straat seksueel geïntimideerd wordt? Waar bijna de helft van alle vrouwen seksueel of fysiek geweld meemaakt? Waar 10% van de vrouwen een verkrachting meemaakt? En waar iedere 10 dagen een vrouw wordt vermoord? Uit deze cijfers blijkt dat iedere man wel een vrouw kent die ooit het slachtoffer is (geweest) van mannelijk geweld. Ben jij je dit bewust en praat je hierover? Dat mannen elkaar hiernaar vragen is namelijk nog steeds een groot taboe. Zo sprak ik laatst met een kennis die vertelde dat hij ooit een vermoeden had van huiselijk geweld bij één van zijn vrienden. Achteraf bleek dat hij en zijn vrienden er allemaal twijfels over hadden, maar zij hebben er uiteindelijk nooit naar durven vragen: “Zit het wel goed in jullie relatie?” Als we niets doen blijft dit probleem levens verwoesten. En als we niet opschieten, is het voor veel vrouwen al te laat. Iedere dag dat ‘wij mannen’ ons niet uitspreken laten we slachtoffers in de steek..

De ultieme uitdaging

Man, man, man… Wat een wereld.. Het was al een zooitje vóór de coronacrisis, maar 2020 bewees dat er nog een overtreffende trap bestaat. Het is bijna onmogelijk om bij te houden wat er dit jaar allemaal gebeurt en is gebeurd in de wereld. Af en toe moet je het even rustig laten bezinken. Het is een tijd van onrust, angst, extreme verdeeldheid, protesten, geweld, radicalisme, onzekerheid, wantrouwen, rouw, eenzaamheid, en meer ellende. Gelukkig gebeuren er ook goede dingen; mensen die elkaar helpen en voor elkaar zorgen, mooie en hartverwarmende initiatieven, hoopvolle berichten, en een groeiende groep mensen die zich actief willen inzetten voor verandering en een betere wereld. Maar het is niet genoeg. De wereldwijde demonstraties tegen racisme na de moord op Amerikaan George Floyd stemden hoopvol. Zou de coronacrisis en de anderhalve meter-samenleving mensen juist dichter bij elkaar brengen? Maar een paar maanden later maakte dat vroege optimisme bij mij geleidelijk plaats voor teleurstelling en zorgen om de sterk gepolariseerde samenleving. Daarbij merk ik dat het belangrijk blijft om te beseffen dat alles wat je ziet en leest op social media geen representatieve afspiegeling is van de samenleving. Er zijn gelukkig veel mensen die tegen seksisme, racisme en homofobie zijn. De meeste mensen zijn tegen geweld en gebruiken ook geen geweld. Dit zijn echter vaak mensen die zich niet in het debat mengen en zich niet of nauwelijks uitspreken. Zij maken deel uit van de zwijgende meerderheid. Ik heb er zelf ook lang vertoefd. Vaak wordt gedacht dat het geen nut heeft om je uit te spreken en wordt er geen moeite gedaan om te kijken hoe ieder, dus ook jij, het verschil kunt maken. Zo vertoont de een een algehele desinteresse voor wat er in de wereld gebeurt, een ander durft zijn hoofd niet boven het maaiveld uit te steken. Nog schrijnender is dat veel Nederlanders ineens wél die energie blijken te hebben als het om samenzweringstheorieën gaat. Maar als we ons niet massaal verenigen en actie ondernemen op zaken die er veel meer toe doen, blijft culturele verandering en progressie zich als een slak op schuurpapier voortbewegen.

We zijn als mensheid op een kruispunt aanbeland waarop we moeten beslissen over onze toekomst. Gaan we het anders en beter doen of gaan we op dezelfde manier verder? Verder met ons (zelf)destructieve systeem dat gebaseerd is op ongelijkheid, onrechtvaardigheid, discriminatie, uitbuiting, onderdrukking en verwoesting? Of je dit nu een melodramatische omschrijving vindt of niet, het staat vast dat er maar weinig mensen zijn die van een dergelijk systeem profiteren. Nog zekerder is dat uiteindelijk iedereen verliest. Zo hebben (vooral witte, heteroseksuele) mannen, die de norm bepalen in de patriarchale samenleving, veel privileges. Maar daar betalen zij ook een behoorlijke prijs voor. Mannen zijn vaker dan vrouwen laagopgeleid, zijn vaker werkloos en vertonen vaker crimineel gedrag. Maar liefst 84% van de daklozen is man. Mannen plegen twee keer zo vaak zelfmoord als vrouwen. Mannen hebben veel vaker dan vrouwen problemen met drugs en alcohol en mannen hebben een lagere levensverwachting.1

Het wordt dus tijd dat ‘wij mannen’ gaan inzien dat we allemáál enorm gebaat zijn bij verandering. We kunnen met elkaar het roer omgooien en de maatschappelijke normen die we aan mannen en mannelijkheid stellen, herdefiniëren. De daarmee samenhangende kwaliteiten die we als samenleving zijn gaan idealiseren, herwaarderen. Empathie, verbondenheid, samenwerking, zorgzaamheid, begrip en liefde moeten drijfveren worden die voor écht geluk zorgen. Dus niet prestatie, succes, geld, winst, en macht (vaak over de rug van anderen). Dit zijn geen voorwaarden of garanties voor geluk. In plaats daarvan gaan we streven naar een samenleving waarin iedereen in vrijheid en veiligheid zichzelf mag en kan zijn. Waar sprake is van gelijke behandeling, rechten en plichten, kansen en (keuze)mogelijkheden voor iedereen. Waar een evenredige verdeling geldt van macht(sposities). Dat is namelijk een échte gelukkige samenleving, waarin niemand achterblijft, waarin alle neuzen dezelfde kant op staan en waarin niets vooruitgang en (gedeeld) succes in de weg staat. Een samenleving waarin we ons gezamenlijk kunnen richten op misschien wel de grootste uitdaging van ons relatief korte bestaan op deze planeet. Een uitdaging waarbij haast is geboden, want we hebben met ons huidige systeem inmiddels zo veel schade aangericht, dat er bijna geen weg terug meer is. Want één ding is zeker nu we op dat kruispunt staan: het besluit dat we gaan nemen zal de welvaart en levenskwaliteit van toekomstige generaties gaan bepalen, de rijkdom en leefbaarheid van onze planeet en zelfs het lot van de mensheid.

Maar laat ik een stap terugnemen en teruggaan naar die persoonlijke vraag over wie jij wilt zijn. Welke rol speel jíj in dit grote verhaal? Welke uitdaging ligt er voor jou? Wat kun jij doen? Om die vraag te kunnen beantwoorden, is het belangrijk om je bewust te zijn van traditionele mannelijkheidsnormen in de samenleving en hoe die jou als man en mens persoonlijk (kunnen) beïnvloeden en beperken. Vervolgens kun je bepalen wat jij kunt doen om ook jouw steentje bij te dragen. Ieder stapje is er een. En daarom wil ik in het tweede deel van deze blog inzoomen op een paar uiteenlopende actualiteiten die mijns inziens de diversiteit aan maatschappelijke problemen met betrekking tot mannelijkheidscoderingen laat zien. Het zijn belangrijke kwesties waar we ons misschien onvoldoende bewust van zijn. En hieruit zal blijken dat íets doen al zo simpel kan zijn als een petitie ondertekenen of gaan stemmen. Ik pleit daarom ook voor meer maatschappelijke betrokkenheid van mannen. Om me heen zie ik soms mannen die niet of nauwelijks weten wat er in de wereld om hen heen gebeurt en zij verdiepen zich niet in urgente kwesties die spelen. Op die manier wordt persoonlijke verantwoordelijkheid afgeschoven en zo word je geen deel van de oplossing. Door weg te kijken ben je zelfs deel van het probleem omdat je geweld en ander onrecht de ruimte geeft. Mannen, sta op en spreek je uit!

1. Talentontwikkeling van Jongens, Emancipator, 2020