Intersectionaliteit, wat moeten we ermee? Verslag van de Kennishub Intersectionaliteit

Op 7 februari 2019 vond de eerste Kennishub van de Alliantie Genderdiversiteit plaats, over intersectionaliteit. Verslaggever Robert Witte was erbij!

 

Dagvoorzitter Ira Kip opende de Kick Off met een opsomming van wat ze allemaal is, van zus tot theatermaker tot Olympisch zwemmer (in haar hoofd), en dat was meteen de introductie van intersectionaliteit, het thema van vandaag. Het is zowel een woord waar je snel je tong over breekt als een woord dat nog niet erg bekend is bij de gemiddelde Nederlander. Keynote speaker Nancy Jouwe (onderzoeker, curator en projectleider op het gebied van culturele en sociale bewegingen in postkoloniaal Nederland) sprak de hoop uit dat na vandaag mensen er wat minder bang voor zijn. Volgens haar helpt het om het woord vaak uit te spreken, dus laten we dat even doen:

In-ter-sec-ti-o-na-li-teit. Inter-sectio-naliteit. Intersectionaliteit.

Intersectionaliteit dus. Maar wat is dat dan? En wat is het verschil met diversiteit, het woord waar Jouwe inmiddels klaar mee is?

 

Diversiteit

Stel dat er een norm is in Nederland en die norm is de witte heteroseksuele cisman zonder beperkingen en met een modaal inkomen. Bij diversiteitsdenken weet je dat er ook mensen zijn die afwijken van de norm: er zijn vrouwen, zwarte mensen, homoseksuelen, transseksuelen en mensen met een bijstandsuitkering. Als je een divers personeelsbestand wilt, probeer je als werkgever uit elke van deze groepen iemand aan te nemen en voilà, je doet aan diversiteit. Dat dacht General Motors tenminste. Ze hadden niet alleen witte mannen in dienst, maar ook vrouwen en zwarte mensen. Maar wat bleek? De vrouwen die er werkten waren allemaal wit en zaten aan de balie, de zwarte mensen waren allemaal man en stonden aan de lopende band. Is dat diversiteit? Misschien wel, maar intersectioneel is het niet.

 

Intersectionaliteit

Bij intersectionaliteit ben je je ervan bewust dat mensen op meerdere assen kunnen afwijken van ‘de norm’, dat die assen elkaar beïnvloeden en dat dat iemands positie in de maatschappij bepaalt. Iemand kan vrouw zijn en zwart. En lesbisch. En alleenstaand moeder. En ook nog slechtziend. Heb je het plaatje? Voeg er dan nog even aan toe dat ze rijk is, erg rijk. Opeens is het plaatje anders. Want iemand die rijk is, neemt een geheel andere positie in de maatschappij in dan iemand die arm is, ook al zijn ze verder exact hetzelfde. Dat is, in een notendop, intersectionaliteit. Jouwe definieert het zo:

Onze verschillende identiteiten/categorieën van verschil (ras, klasse, gender, seksualiteit, etc.) beïnvloeden elkaar op materieel, institutioneel en symbolisch niveau met als resultaat dat we op een verschillende manier met discriminatie of machtsposities te maken krijgen.

 

Ingewikkeld?

Voor mensen die in het dagelijks leven te maken hebben met discriminatie en de machtsposities van anderen, is intersectionaliteit waarschijnlijk niet ze zo moeilijk te begrijpen: ze ervaren het al. Ook mensen die in hun leven verschillende posities in de maatschappij hebben ingenomen, weten uit ervaring hoe intersectionaliteit werkt. Ingewikkeld is het, denk ik, vooral voor mensen die altijd een comfortabele plek op de diverse assen hebben gehad. Bij hen hebben de assen elkaar op een positieve manier beïnvloed en meewind merk je nu eenmaal minder snel op dan tegenwind. Sterker nog, bij meewind kun je zelfs denken dat het niet waait.

 

In de praktijk

Intersectionaliteit, wat kunnen/moeten/willen we ermee? Stap een is, zoals bij alles, bewustwording: intersectionaliteit bestaat en heeft invloed op ieders leven. De volgende stap is met een intersectionele blik naar mensen en situaties kijken, zodat je het hele plaatje ziet. En dan ontdek je misschien nieuwe bondgenoten, of je ziet dat je organisatie niet zo inclusief is als dat je dacht of je kunt mensen beter helpen doordat je de invloed van de verschillende assen begrijpt.

 

Samen sterk

Wat heb je als organisatie aan de Alliantie Genderdiversiteit? De Single Supermoms vroegen of de alliantie hun petitie wilde tekenen. Jens van Tricht (Emancipator) antwoordde dat dat kon, maar dat het meer impact heeft als alle aanwezige organisaties apart ondertekenen. En dat is waar de kracht van de alliantie ligt: het verenigen van allerlei ‘kleine stemmen’ op de meest uiteenlopende intersectionele posities tot een grote stem die ons allen verder helpt.

 

Foto’s door Hazem Abboud.

Drie dingen die mannen vandaag kunnen doen om geweld tegen vrouwen te stoppen

Geweld tegen vrouwen is een groot probleem. Rutgers berekende dat meer dan een op de vijf vrouwen in Nederland seks tegen de wil heeft meegemaakt. Meer dan de helft van de vrouwen maakte dit mee als je zoenen en aanraken tegen de wil meeneemt.

Mannen zijn oververtegenwoordigd als pleger. Om deze reden hebben mannen een cruciale rol in het voorkomen van intimidatie, verkrachting en andere vormen van geweld tegen vrouwen. Een kanttekening: ook mannen kunnen slachtoffer van (seksueel) geweld worden. Een op de twintig mannen maakte bijvoorbeeld seks tegen de wil mee.

Natuurlijk: geweld voorkom je als man in eerste instantie door zelf niet over grenzen te gaan. Toch lost deze houding niet alle geweld op. Geweld is namelijk niet eenduidig en vindt vaak sluipend plaats. Wat voor de een als een leuke grap, een vriendschappelijke aanraking of een logische voortzetting van de avond voelt, kan voor de ander intimiderend, grensoverschrijdend of gewelddadig zijn.

Als man kun je meer doen om ervoor te zorgen dat vrouwen zich gehoord, veilig en als een gelijke behandeld voelen. Op 17 januari kwamen Emancipator, Movisie, Doetank PEER, Rutgers en andere organisaties samen om deze onderwerpen te bespreken in het kader van de White Ribbon Campagne. Hieruit kwamen de volgende acties die je als man vandaag al kunt toepassen.

 

  1. Check of je inschatting klopt

Mensen vinden vaak dat ze weinig informatie nodig hebben om in te schatten wat de ander denkt of wenst. Generalisaties werken deze schijnzekerheid in de hand. Bijvoorbeeld: “Een vrouw op eerste date met een man wil waarschijnlijk dat hij de rekening betaalt.” Of: “Een mannelijke leraar voelt zich niet snel thuis in het onderwijs, omgeven door vrouwelijke collega’s. Een vrouwelijke leraar voelt zich daar wel thuis.” En: “We hebben al gezoend en zijn naar mijn huis gegaan dus de ander wil vast ook meer.”

Generaliseren is overzichtelijk, maar resulteert ook te vaak in een verkeerde inschatting, soms met pijnlijke gevolgen. Check daarom of je inschatting klopt. Praat erover en wees nieuwsgierig naar de werkelijke wensen en ideeën van de ander.

Checken of je inschatting klopt kan zo klinken: “Vond je mijn grap leuk of eigenlijk ongepast?” Of: “Mag ik je een knuffel geven?” Of in een restaurant: “Wil je de rekening splitten, zelf betalen of wil je dat ik betaal?” En, later op de avond: “Vind jij het ook een leuk idee om seks met elkaar te hebben?” Minder direct kan natuurlijk ook: “Wat kan je goed zoenen! Zullen we wat verder gaan?”

Vind je deze vragen te ongemakkelijk? Lees actie 2.

 

  1. Accepteer het ongemak

Je bent meestal niet gewend grenzen aan te geven en als iemand het wel doet voelt dat als een afwijzing. Op de een of andere manier vind je dat je perfect aan moet voelen wat iemand wil. Ongemakkelijke vragen horen daar niet bij.

Hoewel je wilt dat communicatie vlekkeloos verloopt, gebeurt dat vaak niet. Per ongeluk doe je wel eens iets wat een ander niet wil. Logisch, want we voeren veel te weinig gesprekken over wensen en hebben daar dus weinig ervaring in. Niet gek dat het checken van verwachtingen daarom ongemak oplevert.

Is dat erg? Welnee. Fouten maken mag, volgende keer beter. Het ongemak dat je voelt als je een te directe vraag stelt hoeft je daarom niet in de weg zitten. Zie het als een teken dat je aan het leren bent en er steeds beter in wordt.

 

  1. Stel de vraag: ben je oké?

Ok, jij als man kunt dus je best doen om de grens van de ander te checken, en het ongemak dat daarbij hoort te accepteren. Maar er is meer dat je kunt doen: je kunt ook ingrijpen als je ziet dat een iemand een vrouw (of man) lastigvalt. En ook hier kan onze snelle inschatting van wat de ander wil je inschatting in de weg zitten. Iedereen heeft een andere grens: niet elke vrouw vindt het vervelend als een man in haar billen knijpt en niet elke vrouw zit erop te wachten om door een man gered te worden.

Richt je in eerste instantie niet op de (mogelijke) pleger maar op de vrouw die het overkomt. De campagne ‘Ben je oké?’ zet mensen er bijvoorbeeld toe aan om op een neutrale manier te informeren of er inderdaad sprake is van ongewenst seksueel gedrag. Op die manier biedt je iemand in nood je hulp aan, zonder direct te oordelen over de intentie van de ander. Het doel van de Ben je oké campagne is dat iedereen een fijne tijd heeft tijdens het uitgaan, door een beetje op elkaar te letten. Een extra vraag die je kan stellen is of zij wil dat je hem aanspreekt op zijn gedrag.

Geweld tegen vrouwen is een groot probleem. Elke man kan er wat aan doen, of het nou thuis, op werk, met vrienden of op straat is. Check of je verwachtingen kloppen en wees nieuwsgierig naar de wensen van de ander. Soms gaat dat gepaard met ongemak, maar de vraag is of dat nou zo erg is. Ongemak betekent namelijk dat je je best doet om een ander niet verdrietig, angstig of boos te maken. Vraag of iemand oké is, als je denkt dat die persoon wordt lastiggevallen. En vraag of die persoon hulp nodig heeft.

 

Steven de Grauw is interventiemedewerker en trainer bij Rutgers, kenniscentrum seksualiteit. Hij ontwikkelt voor Rutgers lesmateriaal, trainingen en campagnes met als doel om geweld tegen mensen vanwege hun sekse, genderidentiteit of hun genderexpressie te voorkomen. Op dit moment werkt hij samen met Atria aan de alliantie Act4Respect.

Blog 22. Kevin Heller: Geweld is mijn brood

Als ambassadeur van Emancipator onderteken ik de verklaring dat Geweld tegen Vrouwen moet stoppen. Dat maakt mij echter niet een pacifist. Als zelfverdediging instructeur houd ik me dagelijks bezig met geweld. Ik focus mijn trainingen op geweld tegen vrouwen en de LHBTI-gemeenschap. Tot mijn verbazing merk ik iedere keer weer dat ik deelnemers heb in mijn cursus die geweld verafschuwen, zo ver zelfs dat ze zich liever niet willen verdedigen tegen een aanval. Een klap of schop uitdelen wordt gezien als een soort van schending van de Beschaafdheidscode.

Als ik les geef aan mannen kom ik dit echter weinig tot niet tegen. Blijkbaar worden vrouwen van jongs af aan geconditioneerd om een soort van allergische reactie te hebben op het gebruiken van geweld. Het probleem is helaas dat mannen zich niet houden aan deze code en geweld gebruiken normaler vinden. Als iemand je slaat, sla je terug.

Het meest nadelige van deze allergie voor geweld zorgt er voor dat mannen zonder vrees voor eigen lijf en leed geweld toepassen tegen vrouwen, die vervolgens niks terug durven of willen doen.

Zelfverdediging staat of valt bij het willen en kunnen toepassen van geweld. Er bestaan geen effectieve zelfverdedigingsvormen die totaal pacifistisch zijn. Zelfs het geroemde Aikido dat als basis geweldloosheid heeft past technieken toe die gericht zijn op het breken van voornamelijk polsen. Pijn werkt als afschrikker en equalizer. Ikzelf ben instructeur Krav Maga, een Joods systeem dat niet anders betekent dan Contact Gevecht. Binnen mijn systeem ligt de aandacht op een korte verdediging tegen een verwurging, klap, schop of bedreiging met een wapen dat vervolgens opgevolgd dient te worden met een aanval richting de dader. Hierbij ligt de focus op het zo hard als mogelijk toe slaan op algemene zwakke plekken zoals het kruis, de neus, de ogen, vingers en gewrichten. Wij gaan er namelijk vanuit dat als je alleen maar aanvallen ontwijkt of afweert je aanvaller per techniek leert waar jouw zwakke plek zit. Op een gegeven moment laat je een gat vallen. Ondertussen hoeft een aanvaller niet te denken aan zijn eigen veiligheid of lichamelijke integriteit omdat er geen agressie is richting hem.

Bij Krav Maga zeggen we dus: zet zo snel mogelijk de tegenaanval in. Zorg ervoor dat jouw aanvaller zich zorgen gaat maken over zijn kruis, ogen of neus. Dwing een aanvaller in de verdediging te gaan en ze zullen afdruipen, want weerstand, dat was niet de bedoeling. Weerstand zorgt voor lawaai, dat het allemaal meer tijd kost en een dader met schade is makkelijker te veroordelen of te herkennen.

Ik dring er dus dagelijks bij mijn vrouwelijke deelnemers op aan dat geweld gebruiken in hun voordeel werkt. Dat een dader de beschavingsgrens overstoken is en dat jij je dan niet meer daar mee bezig hoeft te houden.

Een bijkomende factor van trainen met geweld is dat het enorm empowerend werkt. Waarom denk je dat machomannen breder lopen na een gewonnen gevecht? Waarom hooligans een kick krijgen van rellen? Waarom vechtsporten zo populair zijn? Geweld kunnen toepassen brengt zekerheid met zich mee. De “don’t mess with me”-houding. Het is macht. Kracht.

Ik zie aan mijn leerlingen die de beschavingsdrempel overstappen een soort van ontluiking. Men put in ene uit een potje waar ze nog nooit iets mee hebben gedaan. Sterker nog, vaak moet ik ze na drie of vier lessen afremmen zodat ze elkaar niet beschadigen in de les. Ook ontvang ik klachten van vriendjes die zich afvragen waarom alle technieken op hen worden geoefend thuis in de woonkamer.

Vrouwen die het echt lang volhouden merken dat ze geweld leren te distribueren. De ene keer is er meer nodig dan de andere keer. De blauwe plekken worden tekens van trots. Hoewel op kantoor vaak gevraagd wordt of thuis alles ok is…

Mijn doel is om een leger aan vrouwen te creëren dat zich op effectieve wijze van zich af kan bijten waardoor daders steeds minder behoefte krijgen om toe te slaan omdat ze er niet zonder kleerscheuren van afkomen.

Moeten deze strijders eruit zien als She-Hulk? Zeker niet. Krav Maga is juist ontworpen voor hen die kleiner van stuk zijn en een stuk lichter zijn dan hun aanvallers zonder dat je jezelf moet gaan oppompen tot Schwarzenegger proporties. Het hele idee is namelijk dat je bepaalde zwakke plekken als kruis en ogen niet kunt trainen waardoor een schop of klap erop bij iedereen een vergelijkbaar effect heeft.

Geweld is niet vies. Geweld hoeft niet fout te zijn. De associatie met foute oorlogen en macho bullshit is overheersend, maar geweld werkt ook ten goede. De bevrijding van Europa door de geallieerden is wellicht het beste voorbeeld. Zonder die bevrijding was de Holocaust nog velen malen erger geweest. Duizenden, wellicht zelfs miljoenen, mensen zijn blij dat er geweld is gebruikt om hen te bevrijden.

Maar geweld moet je leren. Door training. En praktijk. Mijn weekendtip: ga eens op stap met een groepje hooligans en zie hoe gemakkelijk geweld bij hen gebruikt wordt. Soms kan je leren van de lompste mensen die je kent. Beschaving is ook maar een privilege.

Blog 21. Jules Schaper: Een kleine selectie alledaags (verbaal) geweld tegen vrouwen en wat ertegen te doen

Een klein positief begin

Zonder nu te denken dat er van vrouwen nooit iets slechts kan komen, leek 2019 in de VS toch met een lichtpuntje te beginnen. Een vrouw (Nancy Pelosi) is benoemd als speaker of the House en 123 vrouwen maken nu deel uit van het House of Congress (Senaat en Huis van Afgevaardigden), wat eindelijk eens begint te lijken op een redelijke vertegenwoordiging van vrouwen (maar nog steeds minder is dan 25%!). Het jongste vrouwelijke congreslid kreeg echter meteen te maken met een poging haar belachelijk te maken, een anonieme rechtse twitteraar heeft een filmpje van haar online gezet waar ze dansend en feestend te zien is. Gelukkig mislukte de opzet omdat heel veel mensen vinden dat ze heel leuk kan dansen en het bericht zien voor wat het is: het zoveelste voorbeeld van misogynie.

 

Vrouwen krijgen steeds weer de schuld

Dat handel en wandel van vrouwen altijd ter discussie staat, is iets waar veel vrouwen aan gewend zijn. Vooral de wandel van vrouwen (zomaar door parken, langs onverlichte straten, in niet-alles-bedekkende kleding) blijkt nogal eens als gegronde reden tot geweld naar voren gebracht te worden. Zo hoorde ik vorige maand tot mijn grote verbazing iets op NPOradio 1, wat sindsdien als een steen-in-de-schoen in mijn hoofd is blijven hangen.

Er was een nieuwsitem over een grote groep vrouwen (meer dan 100) die verkracht zijn in Zuid-Sudan. Twee mannen spraken hierover. De eerste vraag van de ene man aan de andere was: wat deden die vrouwen daar? Deze opmerking ging onopgemerkt voorbij, het werd blijkbaar als een gewone, legitieme vraag gezien in deze context.

Ik dacht: WAT? Dat kun je toch niet menen? Hoezo, wat deden die vrouwen daar?

Vrouwen bewandelen de aarde inderdaad, net zoals mannen (en in grote delen van Afrika, wandelen de vrouwen nog heel wat meer dan de mannen, om voedsel of water te halen).  Zelfs als het de bedoeling van de vraagsteller was om naar boven te krijgen dat de vrouwen daar waren om voedselhulp te krijgen, is het een vreemde vraag.  Wat deden die mannen daar, zou al veel logischer klinken in deze context. Waarom deden die mannen zo? Hoe komt het dat mannen denken dat ze vrouwen zo kunnen behandelen? Waarom gebruiken mannen zo vaak geweld? Niets van dat alles kwam aan bod. Wordt nog steeds de schuld bij de vrouwen gelegd? Het oude verhaal…

 

Nog een steen-in-de-schoen ergernis (al is het van een ander niveau als het voorgaande) was de SIRE-reclame: Laat je jouw jongen genoeg jongen zijn? en de verwante discussie over de ‘feminisering’ van het onderwijs. Oooh…. Waar zal ik eens beginnen…

Ik geef toe, als transman ben ik waarschijnlijk sowieso niet degene die hier enthousiast van gaat worden, want ik was als meisje een echte jongen. En kan dus nu ook niet nalaten te denken; laat je jouw meisje wel genoeg jongen zijn, of je jongen genoeg meisje? Maar eigenlijk denk ik: laat kinderen gewoon kinderen zijn, zonder volwassen genderprojecties op hun gedrag. Dat kinderen gebaat zijn bij zowel mannelijke als vrouwelijke rolmodellen en te zien krijgen dat mannen ook zorg en opvoeding op zich nemen, vind ik wat anders. Maar hier past geen zielig gehuil over ‘feminisering’ en impliciete beschuldigingen dat jongetjes niet genoeg stoere dingen te doen krijgen in het onderwijs omdat er allemaal juffen zijn. Dit vraagt om actie en zelfreflectie bij mannen. Als er al jongetjes tekortkomen in een klas, dan komen er natuurlijk meer kinderen tekort in een klas, dat heeft helemaal niets te maken met gender. Het klinkt ook wel erg ondankbaar en beschuldigend voor al die juffen, kan ik me zo voorstellen. Bovendien: laten we wel wezen, niets belet mannen ook naar de PABO te gaan. Dat dit niet gebeurt, heeft meer te maken met het feit dat mannen nog steeds niet erg bereid zijn tot ‘zorgende’ beroepen of niet bereid zijn om voor zo weinig geld te werken. Zolang dat zo is, lijkt het me gepast dat we god op onze blote knieën danken dat er nog vrouwen zijn die dat wel willen doen voor het geld dat ze ervoor krijgen.

 

Traditionalisten en Nashville

Het lijkt er soms op dat wat vrouwen ook doen, ze hoe dan ook de schuld ergens van zullen krijgen, of ze nu ergens wandelen, lesgeven, zorgen, gewoon thuis zijn. Alles kan reden zijn tot verbaal of ander geweld van een bepaald soort mannen, laat ik ze maar even traditionalisten noemen, die bang zijn macht of positie te verliezen, of botweg zo lang in een geprivilegieerde positie hebben gezeten dat ze geen enkel vermogen tot zelfreflectie meer lijken te hebben.

Zo kwam er vorige week nog wat verbaal geweld langs met de Nashville-verklaring. Niet dat dit direct tegen vrouwen was gericht maar het komt wel uit dezelfde traditionalistische koker. Een groep fundamentalistische christenen, witte-hetero-cismannen, die zich duidelijk niet aan de stelling houden: als je niets positiefs te zeggen hebt, zeg dan maar niets, vond het nodig hun standpunten over homoseksualiteit en gender naar voren te brengen. En dan verschuilen ze zich nog achter God ook, een miezerig vertoon. Er kwamen overigens ineens wonderlijk archaïsche woorden voorbij zoals homofiel, een woord dat ik sinds de jaren 80 van de vorige eeuw niet meer gehoord heb, en transgenderisten (huh?), een woord dat lijkt te stammen uit een DSM* van het jaar nul maar waar ik op een of andere manier associaties bij kreeg – vraag me niet waarom – van een vrolijke fanfareband: De Transgenderisten.

 

Alles komt goed

Wat kun je nu doen aan dat alledaagse seksisme van mannen? Ineens had ik een idee:

Misschien kunnen deze mannen naar een soort heropvoedingsscholen worden gestuurd, waar alleen maar vrouwen uit de MeToo beweging werken. Vrouwen waar niet mee te spotten valt en er zeer goed voor betaald worden de jongetjes juist níet al te erg jongetjes te laten zijn. Of nee, er werkt misschien toch een man: een homofiel (dit is een hele lieve man die van homo’s houdt), hij geeft les in liefde en barmhartigheid. En het is trouwens geen bar oord, dit instituut, want kijk: om de hoek komt de fanfare de Transgenderisten al aan marcheren; vrolijk trommelend en dansend in prachtige harmoniepakken.

Afrikaanse vrouwen wandelen af en toen langs. Niet voor voedselhulp, voor de duidelijkheid, maar gewoon omdat ze er zin in hebben en deze mannen, dit uitstervende ras, wel eens van dichtbij willen bekijken zolang het nog kan. Kinderen spelen rond de school, ze bouwen hutten, bakken koekjes en bakkeleien. En de mannen op school leren de hand in eigen boezem te steken (i.p.v. in die van een ander) en ervaren dat er liefde is, barmhartigheid, vrolijkheid en hoop. Ze gaan inzien dat er helemaal geen reden is om zo lelijk te doen eigenlijk!

 

Jules Schaper, transgenderist (het lijkt zo meteen of ik er een gezellig beroep bij heb)

*=diagnostisch handboek psychiatrische stoornissen

Blog 20. Jos van der Schot: Waarom mannen zich niet uitspreken

“Hoe kunnen we de stem van mannen in het debat over geweld tegen vrouwen (het #MeToo-debat) vaker en luider laten klinken?” Dat was de centrale vraag waarmee we dit jaar de tweede blogmarathon startten. Het is een vraag die me al de nodige jaren bezighoudt. De meeste mannen in mijn omgeving vinden geweld tegen vrouwen onacceptabel, maar om zich er publiekelijk over uit te spreken …

Het mannelijke zwijgen

Wat maakt dat mannen zich niet roeren in dit debat? Uiteraard zijn er mannen die de #MeToo-situatie niet herkennen of afdoen als een incident, maar zelfs de mannen die zich bewust zijn van de aard en ernst van een gebeurtenis, zwijgen vaak. Toen de Amerikaanse feminist Jackson Katz de vraag kreeg voorgelegd in een televisie-interview gaf hij vier verklaringen: 1) ze weten niet wat te zeggen; 2) ze zijn bang de verkeerde dingen te zeggen; 3) ze zijn bang dat ze aan mansplaining doen (iemand die iets uitlegt aan een ander, die er vaak meer van weet); of 4) ze zijn bang status te verliezen bij hun peers. Kort samengevat zijn deze mannen onzeker en doen er daarom maar het zwijgen toe.

Rebecca Solnit maakt in haar essay Een korte historie van het zwijgen onderscheidt tussen stilte en zwijgen. “Zwijgen doet mensen lijden zonder verhaal, maakt dat leugens groeien en gedijen en misdaden onbestraft blijven.” Ze maakt ook een onderscheidt tussen het zwijgen van mannen en van vrouwen. Vrouwen zwijgen omdat ze geleerd hebben niet te worden gehoord, terwijl mannen zwijgen om daarvoor iets terug te krijgen. “Van mannen wordt een ander soort zwijgen verwacht dan van vrouwen. Je kunt je het toezicht op de seksen voorstellen als het opleggen van wederzijds zwijgen, en dan herken je in het zwijgen van de man een ruiloffer voor macht en lidmaatschap.”

Macho paradox

In die zin vraagt het spreken van mannen, met name als andere mannen zich misdragen, lef. Dat noemt Katz de Macho Paradox. Waar denigrerend en grensoverschrijdend gedrag als macho wordt gezien en mannen in veel situaties een hogere status geven, is het veel krachtiger als een man opstaat en het gedrag van deze macho’s afkeurt en afremt. In zijn boek The Macho Paradox – Why some men hurt women and all men can help geeft hij een lijst van tien dingen die een man kan doen.

 


Ten things men can do to prevent gender violence

 

De kern ervan is dat we geweld tegen vrouwen moeten zien als mannenvraagstuk. Mannen zijn daarbij niet alleen dader, maar ook empowered bystander. Dat betekent dat wij, mannen, niet de andere kant op kijken bij misbruik, seksisme en homofobie, maar ons uitspreken en in actie komen. Daarvoor moeten we ons bewust zijn van onze eigen houding en gedrag en ons daarin continue moeten scholen. Praktisch vraagt het om de verbinding aan te gaan met vrouwen en groepen die seksisme bestrijden en om geen geld te besteden aan artikelen of lidmaatschappen van mensen die seksisme in stand houden en versterken. Tot slot, wees een mentor en leraar voor jongens en laat ze zien hoe je een man kunt zijn op een manier die vrouwen niet vernedert of misbruikt.

Lef

Het is een lijst met (mannelijke) waarden, waar niemand tegen kan zijn. Gelijktijdig is het een to-do-lijst die eist dat je altijd op je hoede moet zijn. Want de meeste mannen hebben het tegendeel geleerd, zien het dagelijks om zich heen en worden door hun omgeving beloond voor het verkeerde gedrag.

Heb het lef om je uit te spreken. Ik doe dat, zowel in geschreven teksten als in – vaak spannende – situaties waar mannen over de schreef gaan. Mijn ervaring is dat het me waardering oplevert, zowel van anderen als van mezelf. Het heeft me een gelukkiger man gemaakt.

 

Spreken en luisteren

Dat mannen stoppen met zwijgen is een voorwaarde voor het creëren van een gelijkwaardigere wereld. Minstens zo belangrijk is het (blijven) luisteren. De Zweedse hoogleraar organisatiestudies, Carl Cederström besloot zich een maand op te sluiten met feministische klassiekers. Hij schreef hier in de Guardian een prachtig stuk over (How to be a good man: what I learned from a month reading the feminist classics, https://www.theguardian.com/world/2018/oct/02/how-to-be-good-man-me-too-month-reading-feminist-classics). Misschien een idee om de komende donkere dagen te verlichten. Hier nog een aantal titels die mij hebben geïnspireerd om niet langer te zwijgen.

 

  • Jackson Katz: The Macho Paradox – How some men hurt women and all man can help.
  • Rebecca Solnit: A short history of silence (in The mother of all questions; ook in Nederlandse vertaling te krijgen: Een korte historie van het zwijgen, in De moeder aller vragen)
  • Susan Brownmiller: Against our will – Men, women and rape.
  • Susan Falludi: Backlash – The Undeclared War against American Women; en Stiffed – The Betrayal of the American Man.
  • Jens van Tricht: Waarom feminisme goed is voor mannen.

Blog 19. Yuri Ohlrichs: Kunnen we alsjeblieft naar elkaar blijven luisteren als het over mannelijkheid gaat?

Beste Jens,

Onlangs had ik mij thuis comfortabel geïnstalleerd op de bank om een interview met Jordan Peterson te kijken. Het was ‘t gesprek dat vooraf veel stof deed opwaaien en leidde tot een verontwaardigde brief van verontruste studenten en universiteitsstaf. Zij verzochten de organisatie dringend om een referent die tegenwicht kon bieden aan de ‘conservatieve, patriarchale, anti-feministische, anti-klimaatwetenschappelijke, politiek incorrecte wereldbeschouwing’ van Peterson.

Om verschillende redenen moest ik aan dit interview denken toen ik jouw blog las over het najaarscongres van de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging Voor Seksuologie (NVVS). Als NVVS-bestuurslid en voorzitter van het wetenschappelijk congrescomité was ik nauw betrokken bij de organisatie en facilitatie van die dag. Deze blog schrijf ik echter op persoonlijke titel.

De titel van het najaar congres luidde ‘Was will der Mann?’. Je was gevraagd zitting te nemen in het slotdebat van de middag. Dit omdat je een gewaardeerde deelnemer bent in de maatschappelijke discussie over gender en mannelijkheid in het bijzonder. Hoewel de samenstelling van het panel voor jou niet de makkelijkste was, is het je volgens mij en vele congresbezoekers gelukt jouw punten te maken. Al besefte ik dat de discussie meer in balans was geweest met een tweede panellid die de visie van de Emancipator deelde.

Vlak voordat het congres begon, publiceerde je jouw blog. Daarin typeer je jouw drie medepanelleden in twee zinnen en zet ze in een hoek voordat jullie het gesprek aangingen. Dit was mijn eerste associatie met het interview van Peterson. Zijn vooraf beschreven, door de UvA-briefschrijvers verafschuwde wereldbeschouwing, zag ik niet terug in het televisiegesprek. Als ik me verbaasde, of ergerde, was het over het gebruik van mistig jargon als ‘cultureel marxisme’ en andere vaagheden.

 

Ik ken zijn werk en uitspraken niet maar ik veronderstel dat hij dingen schrijft die haaks staan op hoe jij en ik over mannelijkheid denken. Echter, in het interview op de UvA hoorde ik deze niet. Jordan sprak uit een ander hokje dan waarin zijn critici hem daags eerder hadden geplaatst.

Ook dacht ik bij het lezen van jouw blog terug aan het moment waarop een studente Peterson vroeg wat hij vindt van ‘toxic masculinity’. In haar vraag meende ik enig verwijt te horen. Jordan’s reactie was duidelijker dan al zijn socio-psycho jargon van daarvoor. Hij vroeg de studente wat ze precies bedoelde met het genoemde begrip. Nadat zij dit stamelend probeerde uit te leggen, wees Jordan alle soorten giftig gedrag op het hele genderspectrum af.

Dit korte gesprekje illustreerde precies wat er volgens mij vaak misgaat in het debat over mannelijkheid, #metoo en andere gevoelige thema’s: polarisatie door ongenuanceerde uitspraken, eenzijdige belichting van knelpunten en problemen, onwil om te luisteren naar of contact te maken met elkaar. Iets dat ik ook (deels) meende te herkennen in jouw blog. Ik zal dit toelichten, te beginnen met jouw kritiek op de titel van het congres.

 “Was will der Mann?”. Tussen aanhalingstekens dus. Een ironiserende parafrase met dito afbeelding op Freud’s uitspraak ‘Was will das Weib?’. Freud deed deze vermoedelijk in een gesprek met vriendin Marie Bonaparte, die ook bij hem onder behandeling was. ‘De grote vraag, die nooit beantwoord is en waarop ik ondanks de dertig jaren dat ik de vrouwelijke ziel heb bestudeerd, nog geen antwoord hebben kunnen vinden, is `wat wil de vrouw’. Aldus zijn biograaf Ernst Jones.

Wat wil die ene man nu eigenlijk? Kunnen we dat voor eens en altijd oplossen?! Laten we het over de verschillen tussen mannen hebben? Over diversiteit?”, vraag jij je af bij de naam van het congres. Als er één beroepsgroep is die dagelijks ervaart hoe mannen verschillen en overeenkomen, is het die van de NVVS-seksuoloog. Tijdens gesprekken met mannen – in het bijzijn van hun partners of alleen – zien mijn collega’s het hele spectrum aan mannelijkheid aan zich voorbijtrekken.

Bovendien, als zij wisten wat ‘die ene man’ wilde, was deze groep cliënten bediend en hadden seksuologen vele minder werk. Alle deelnemers aan het congres hebben dus met mannelijke diversiteit te maken en beseffen dat ‘de man’ niet bestaat. Het congres was bedoeld hen te inspireren hoe zij cliënten kunnen bewegen verder te kijken dan bestaande, knellende normen, waarden en verwachtingen rondom mannelijkheid. Net als jij, Jens.

Vervolgens schreef je daags voor het congres te zijn geïnformeerd over de mede-panelleden. Hun namen en die van jou stonden echter al sinds augustus in het congresprogramma op de NVVS-site. Je had je dus al veel eerder een hoedje kunnen schrikken!

Jouw medepanelleden op die congresmiddag vertegenwoordigen veel gedachten, gevoelens en verwachtingen van mannen waarmee NVVS-seksuologen te maken hebben. Helaas, en daar heb je een punt, heeft een minderheid van hun mannelijke cliënten een niet-westerse achtergrond. Dat zijn mijn collega-seksuologen en ik ons bewust. De oorzaken zijn divers: psychosociaal, cultureel en economisch. Het wereldwijd traditionele en hardnekkige beeld van een man is er ook één: “Echte mannen lossen zelf hun eigen problemen op en hebben nooit last van erectiestoornissen of seksproblemen”.

Niet gerepresenteerd in de spreekkamer en dus niet gerepresenteerd op het congres of in het panel…” schrijf je dan. Denk je dat een niet-westerse deelnemer op een ander dan het witte cis-hetero spectrum heel veel meer had toegevoegd die dag? Ongetwijfeld had zo iemand ook interessante perspectieven gegeven op die “boze witte man”. Het congres was echter bedoeld om “boze en andere witte mannen” zelf te laten horen.

Bovendien is mijn ervaring dat de mannen wereldwijd te maken hebben – of lijden onder – sterk overeenkomende stereotypen over mannelijkheid. Mannen mogen niet huilen, uiten geen gevoelens, zijn hetero, gezinshoofd, baas in bed, altijd geil, etcetera enzovoorts. In mijn werk als, onder meer, trainer in gendertransformatieve seksuele en relationele vorming, kom ik dat overal tegen; in Azië, Afrika en Nederland.

Tot slot, vroeg jij je in jouw blog af of we het die dag konden hebben over mannen die bang en verdrietig zijn. Het congres opende met een indrukwekkende presentatie van Nathan Vos, over mannen die suïcide hadden gepleegd en hun achterblijvende partners. Hoe veel banger en verdrietiger wil je het hebben?

Andere sprekers beschreven mannen die tegen alle eerdergenoemde stereotypen in hulp zochten en hadden gevonden. Gekwetste of kwetsbare, machteloze, verdrietige mannen die gelukkig verstandig – of moet ik zeggen ”dapper”- genoeg zijn om met een (vaak vrouwelijke!) hulpverlener de meest intieme problemen te gaan oplossen. Dus, om de laatste vraag in jouw blog te beantwoorden: ja, het ging tijdens “Was will der Mann” ook over “de fragiele menselijkheid van mannen die niets belangrijker vinden dan mannelijk zijn. Dus niet vrouwelijk”.

Beste Jens, ik snap dat je soms doodmoe wordt van het roepen tegen een storm van niet-luisterende mannen op die apenrots van ouderwetse, seksistische, eenzijdige en beperkende opvattingen over gender. Je doet dat goed, met veel geduld en respect – ook tijdens het debat aan het eind van “Wass will der Mann” op 30 november. Dat waardeer ik bijzonder in je. Toch zul je die gesprekken moeten blijven voeren denk ik, ook al is de weerstand nog zo groot. Met elkaar in gesprek gaan, meerdere perspectieven blijven onderzoeken en naar anderen luisteren is naar mijn mening nog steeds de beste strategie.

Ik hoop dat je door mijn blog snapt dat de meeste van jouw kritiek op het congres Was will der Mann wat voorbarig en – achteraf beschouwd – onnodig was.

Laten we vooral contact houden.

Met hartelijke groet,
Yuri

 

Yuri Ohlrichs is seksuoloog NVVS, trainer en consultant bij Rutgers, kenniscentrum seksualiteit. In ontwikkelde hij voor Rutgers programma’s voor jongens en gaf counseling aan minderjarige zedendelinquenten.Nederland, Afrika en Azië traint hij professionals in onderwijs en hulpverlening in het praten over seksualiteit met aandacht voor seksuele, religieuze en culturele diversiteit. Ter bevordering van respectvol, gezond en zorgzaam seksueel gedrag.

Blog 18. Patrick Engels: Geweld is een mannenprobleem

Aanpakken van geweld kan niet zonder de sociale normen en de heersende moraal positief te veranderen en mannen te betrekken als onderdeel van de oplossing.

‘’Tijd voor een kritische zelfreflectie op eigen gedrag en cultuur.’’

 

Wereldwijd verliezen 1,4 miljoen mensen elk jaar hun leven door geweld. Voor elke persoon die sterft als gevolg van geweld, raken nog veel meer mensen gewond en lijden aan fysieke, seksuele, reproductieve en mentale gezondheidsproblemen. Nederland staat op nummer drie in Europa als het gaat om geweld tegen vrouwen. Ruim 45% van de vrouwen in Nederland heeft (seksueel) geweld meegemaakt, en gezien het grote aantal incidenten dat niet wordt gerapporteerd en gemeld ligt dat percentage waarschijnlijk nog hoger. Een ander confronterend feit is dat negen op de tien plegers van geweld man is. Niet alle mannen zijn daders, maar te veel daders zijn wel mannen – wat betekent dat mannen niet enkel het probleem zijn maar juist ook onderdeel van de oplossing kunnen worden. Om te beginnen niet langer passief te blijven, het zwijgen erover te doorbreken en zich uit te spreken tegen geweld tegen vrouwen.

 

Gedrag: een sociaal construct

Het gebruik van geweld, en de acceptatie ervan, hangt samen met heersende traditionele normen, waarden en beelden die gekoppeld zijn aan mannen en mannelijkheid. Die sociale normen vormen onze persoonlijkheidseigenschappen en gedrag vormen. Ons gedrag is dan ook een sociaal construct en wordt beïnvloed wordt door sociaal-culturele factoren als opvoeding, wensdenken, heersende stereotypen en groepsdwang.

 

‘’Gender is alles bepalend en schept de wereld waar we in leven.’’ 
-Raewyn Connell, Masculinities (1995)

 

Het begint al voor onze geboorte, wanneer een ‘gender reveal party’ bekend maakt of wij als meisje of jongetje op de wereld komen. Het liefst in een warm roze of blauw bad aan decoraties, hapjes, drankjes en de binnenkant van de taart die het gender onthult. Hoera, je genderrol is vastgesteld!

Vanaf dat moment wordt er een lijn getrokken: aan de ene kant de jongens en de andere kant de meisjes. Die verdeling gaat gepaard een reeks opvattingen, verwachtingen en gedragsnormen. Dit gendersysteem bestaat uit sociale normen die allerlei menselijke kwaliteiten en eigenschappen labelt als ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ en daardoor de verschillen tussen mannen en vrouwen uitvergroot. Deze labels zijn cultureel bepaald door heersende stereotypes, en niet door het gedrag van de gemiddelde man of vrouw maar door ‘types’ die zich aan het ene of andere uiterste van het genderspectrum bevinden. Het gevolg hiervan is dat mensen een druk voelen zich anders te gedragen dan zij van nature zouden doen, zoals De Vrieze en Van Duin eerder beschreven names de Correspondent.

De sociale factoren, zoals hoe wij onze zonen en dochters aanspreken, aanmoedigen en dus opvoeden, blijken veel krachtiger dan eerder werd gerealiseerd. Dit beschrijft Lise Eliot in haar boek Pink Brain, Blue Brain, dat in 2010 werd gepubliceerd. Ook Amerikaanse psycholoog Janet Shibley Hyde toonde middels een klassiek grafiek aan dat er weliswaar een verschil is tussen de twee seksen, maar dat de overlap tussen mannen en vrouwen veel groter is.

Mannen en mannelijkheid

‘’Mannelijkheid’’ verwijst dan ook naar bepaalde eigenschappen, gedragingen en rollen die geassocieerd worden met mannen. Al die associaties samen vormen een mannelijkheidsnorm die voorschrijft hoe mannen zich zouden moeten gedragen. En dat is vooral stoer, dominant, seksueel en vastberaden. Een man moet volgens de norm vooral geen ‘vrouwelijk’ gedrag – emotie, empathie en zorgzaamheid – tonen. Al vanaf jonge leeftijd wordt het gedrag dat toegeschreven is aan het andere gender afgekeurd. Door opmerkingen als ‘’Niet huilen! Je bent toch een stoere jongen?’’ worden jongens van jongs af aan geleerd dat emotie tonen niet gewenst is. Naarmate jongens ouder worden krijgen ze nog meer afkeurende en corrigerende opmerkingen als ‘watje’, ‘mietje’, ‘pussy’ of ‘homo’ naar hun hoofd geslingerd. En is je mannelijkheid aangetast en wil je deze stempel(s) ontwijken dan gooi je – mannen onder elkaar – gewoon een seksistische grap over het andere gender erin. Zoals ik een tijd geleden op mijn werk meemaakte: Er stapten twee mannen in pak al pratend in de lift, waarbij de één spottend vroeg: ‘’Wat zou zij (vrouwelijke collega) gedaan hebben om op jonge leeftijd al zo’n hoge functie te bekleden?’’ Waarop de ander lachend zei, ‘’Pijpen zeker!’’ 

 

Bewust of onbewust rekenen mannen elkaar af op het niet voldoen aan de heersende norm, en vertonen ze compenseergedrag dat voortkomt uit een alledaagse mannelijkheidsangst: de angst niet mannelijk, sterk, stoer, grappig, leuk of goed genoeg te zijn. Het continue moeten bewijzen van je mannelijkheid uit zich in gedrag als ‘’onschuldige’’ kleedkamerpraat, seksistische grappen, homo-fobische uitlatingen, (straat)intimidatie, aanranding, mishandeling of erger. Zolang anderen je ‘’mannelijkheid’’ maar niet in twijfel trekken en je bestempelen als ‘vrouwelijk’ of ‘homoseksueel’.

 

‘’Mannen vertonen compenseergedrag dat voortkomt uit
een alledaagse mannelijkheidsangst.’’

 

Die heersende traditionele mannelijkheidsnorm is rigide. Hij leert mannen dat een echte man altijd en overal paraat ‘hoort’ te staan en bereid moet zijn om geweld te gebruiken – en zo niet, te ondergaan – ter verdediging van anderen, vaderland of eigen eer, of om eigen positie en identiteit te versterken. Geweld is daarmee een mannen en/of mannelijkheidsprobleem. Het vindt plaats in een context die seksisme, genderongelijkheid en geweld bagatelliseert, normaliseert en uitlokt. In onze samenleving, waarin die traditionele mannelijkheidsnorm geldt, is competitie, strijd en gewelddadige mannelijkheid normaal.

Geweld kent verschillende vormen die aan elkaar zijn gerelateerd, zoals te zien in de piramide. Alle vormen van geweld dragen op hun manier bij aan het in stand houden van een ‘geweldscultuur en het patriarchaat.

Mannenemancipatie onmisbaar

Tegelijkertijd is dat patriarchaat ook voor mannen niet goed. De zelfdodingscijfers en het alcohol-, en drugsmisbruik onder mannen liegen er niet om. Uit onderzoek blijkt dat dit komt doordat mannen gevangen zitten in het idee dat ze altijd sterk moeten zijn. ‘’The first act of violence that patriarchy demands of males is not violence towards women. Instead patriarchy demands of all males that they engage in acts of psychic self-mutilation, that they kill off the emotional parts of themselves. If an individual is not successful in emotionally crippling himself, he can count on patriarchal men to enact rituals of power that will assault his self-esteem,’’ aldus Bell Books.

 

Veel problemen van mannen op persoonlijk, sociaal en politiek vlak (waaronder geweld) hebben te maken met genderongelijkheid. Mannen dienen betrokken te worden als onderdeel van de oplossing door hen aan te spreken op zowel hun verantwoordelijkheid als hun persoonlijke belang bij emancipatie. Mannenemancipatie is dan ook onmisbaar om gelijkwaardigheid te creëren tussen man en vrouw. En ook mannen hebben baat bij gelijkwaardigheid, gelijkheid en individuele keuzevrijheid betreft identiteit, werk en zorg. Nu wordt hen van jongs af aan geleerd om dominant te zijn en geen gevoelens te mogen uiten, en daarmee hun menselijke kant te onderdrukken.

Om mannelijkheid inclusiever te maken moeten traditionele genderrollen en de giftige heersende norm losgelaten worden. Mannelijkheid komt namelijk voor in diverse vormen en maten. Man-zijn draait veel meer om empathie, samenwerken, en een gezonde balans en verbinding tussen kracht en kwetsbaarheid. Tot nu toe zijn mannen op het gebied van emancipatie altijd een beetje achtergebleven, waardoor er nog een wereld te winnen is.

 

Op naar bloeiende mannelijkheid!

 

Blog 17. Tim de Jong: Niet wegkijken maar luisteren

Meisjes, maar ook jongens, worden seksueel misbruikt.
Gewoon in hun eigen huis, op hun kamer. Of op de camping.

‘Hij trok aan mijn haren, het deed pijn’, vertelt de kleuter. En: ‘hij ging op mij liggen en bewegen’.
Bij een foto barst ze in hevig huilen uit. Ze wil nooit meer terug naar die man.
Gelukkig bestaat er therapie voor getraumatiseerde kinderen. Innerlijke gedachten kunnen worden omgebogen: ‘Het was nooit jouw schuld’. ‘Hij heeft het gedaan, hij moet naar de gevangenis’. ‘Iedereen is boos om wat hij jou heeft aangedaan’. ‘Je zal heel bang zijn geweest want je was nog zo klein.’ En de belangrijkste: ‘Wij houden van je en zullen je altijd helpen’. Er is hoop voor het kind. Al zal de dader nooit gepakt worden. Die is gevlucht naar het buitenland.

Je bent 13 en met je ouders op vakantie. Hij verkracht je niet één keer, maar de volgende dag weer. Een oudere jongen die sadistische spelletjes speelt. Niemand die het merkt. Niemand die oplet wat er gebeurt tussen tieners op een camping. En jij houdt je mond, gaat helemaal op slot.
Je leven wordt nooit meer normaal. Je trouwt, raakt depressief, je huwelijk strandt. Zelf begrijp je niet wat er aan de hand is. In de psychiatrie krijg je keer op keer verkeerde diagnoses. Medicijnen. Het helpt allemaal niet. Tot een toevallige ontmoeting een trigger blijkt. Een seksueel vrijgevochten vrouw die bij jou iets aanboort. En ineens wordt alles duidelijk, alsof het licht aan gaat.
Een paar jaar later sta je voor een volle zaal met traumatherapeuten. Eindelijk de juiste hulp gekregen, jezelf kunnen ontwikkelen, de effecten van het trauma kunnen begrijpen.
De zaal is muisstil, het verhaal is schokkend maar ook indrukwekkend omdat het gaat over overleving en herstel. Goed verwoord, helder over waar het allemaal foutging, ook in de hulpverlening.
De vrouw heeft haar kracht hervonden. Met adequate hulp, gehoord en gezien worden, een nieuwe liefde waarmee seksualiteit eindelijk ontdekt kan worden. Van zo’n verhaal kunnen we allemaal leren.

Laten we dat doen: luisteren naar deze verhalen, over misbruik dat om ons heen gebeurt. Als het licht uit is, als we even niet opletten. Op de camping of bij de buren. Of in onze eigen familie.
Het lijkt soms of dit soort geweld ‘gewoon’ wordt gevonden. Minder belangrijk dan MeToo of seksisme in de media. Omdat het er nu eenmaal is? Omdat we er niets aan kunnen doen?
Dat is niet waar. We doen allemaal te weinig. Aan het voorkomen van geweld, en aan hulp voor hen die het meemaakten. Zij hebben jouw en mijn support duizendmaal nodig.

Mannen: ga om het kind heen staan, biedt bescherming, durf te vragen, te luisteren, erkenning te geven, durf daders aan te pakken, vertel het kind dat het geen schuld draagt, geef het kind nieuw vertrouwen, toon een ander soort man-zijn, laat het kind haar eigen kracht ervaren en bewonder die kracht. Zie vrouwen niet als slachtoffer maar als sterke overlever, luister naar hun verhaal. Praat met andere mannen en jongens over seksualiteit, over hoe het wel moet, over respect, over gelijkwaardigheid.

Blog 16. Hannah Mars: “Die hele #metoo-discussie”

We zijn #metoo-moe maar tegelijkertijd onderschatten we nog altijd de enorme omvang van het probleem

Observatie: het woord ‘#metoo’, vaak gevolgd door ‘discussie’ of ‘beweging’, wordt bijna altijd voorafgegaan door ‘hele’. ‘Die hele #metoo-discussie’. (Dit geldt trouwens ook voor de zwartepietendiscussie, maar dat is een ander verhaal.) Zelfs op bijeenkomsten, debatten en in paneldiscussies met mensen die er hun werk van hebben gemaakt om seksueel geweld te voorkomen wordt het gebruikt.

Dat is niet zomaar een observatie: zo’n voorvoegsel bepaalt de lading van het woord. In dit geval: diskwalificeert de discussie, bagatelliseert het probleem, doet het af als gezeur. Die ‘hele’ discussie: daar sta ik boven, dat is wat geharrewar in de marge, ze doen maar. Dat ‘hele’ gedoe steeds, moet daar steeds zo veel aandacht voor zijn, is dat nu niet eens klaar? Mensen worden #metoo-moe – mooi woord wel.

Ik ben ook #metoo-moe, maar op een andere manier, en ik wou ook dat het klaar was. Maar het is nog lang niet klaar: uit een rapport van onderzoeksbureau Ipsos bleek vorige week nog dat in alle onderzochte Europese landen mensen enorm onderschatten hoe vaak seksuele intimidatie voorkomt. In Nederland heeft 73 procent van de vrouwen seksuele intimidatie meegemaakt, mannen schatten dat percentage op 38 procent, vrouwen nauwelijks hoger. Ondanks de vele aandacht voor #metoo weten mensen dus nog steeds niet hoe erg het eigenlijk is. Uit eerder onderzoek van Atria bleek al dat 45 procent van de Nederlandse vrouwen sinds haar vijftiende fysiek of seksueel geweld heeft meegemaakt, 20 procent heeft vóór haar vijftiende seksueel geweld meegemaakt en 10 procent van de Nederlandse vrouwen is verkracht.

Deze en andere statistieken zijn al decennia bekend en toch is iedereen elke keer weer verbaasd als er een nieuw onderzoek verschijnt. De cijfers blijven blijkbaar niet hangen. Misschien helpt het om ze even te vertalen naar je eigen omgeving: hoe veel vrouwen ken je? Hoe veel van hen zijn dus tegen hun wil aangeraakt, nageroepen, binnengedrongen? Je kent ze, maar je weet het niet.

Vrouwen praten er niet graag over, ik ook niet. Omdat het pijnlijk is om traumatiserende gebeurtenissen terug te halen, omdat het taboe is, omdat slachtoffers niet worden geloofd, worden gevictimblamed, geslutshamed: zo was het niet bedoeld, ze zal het wel verzonnen hebben, ze was dronken dus het was haar eigen schuld, wat deed ze daar alleen in het donker, ze had ook wel een erg kort rokje aan, en is zij eigenlijk niet veel te lelijk om aangerand te worden? Voor levensechte voorbeelden raad ik je aan te googlen op #WhyIDidntReport. Tegelijkertijd is het zo gewoon geworden dat we het niet meer benoemen. Het is zoals het weer, zoals een collega zei, je moet je er maar op kleden.

Dat is de kracht van #metoo: gesterkt door elkaars verhalen durfden vrouwen wél hun verhaal te doen. Hoewel het ook voor mij bijna vanzelfsprekend was dat ik en andere vrouwen allerlei ervaringen hebben was het ook voor mij tegelijk een schok en een geruststelling dat zo veel vrouwen met dezelfde verhalen rondlopen. Ik heb van verscheidene mannen in mijn omgeving gehoord dat ze verbaasd en geschokt waren door de verhalen van vrouwen om hen heen. Door die ene hashtag zijn er gesprekken gevoerd die anders het daglicht nooit hadden gezien en hebben veel mensen zich gerealiseerd dat het probleem veel groter is dan ze dachten.

Vervolgens werd die krachtige beweging, ik wil niet zeggen gekaapt, maar misschien toch, gekaapt door beroemde vrouwen die hun beroemde regisseurs, dirigenten en managers in de media ter verantwoording riepen. Logisch: voor de media zijn de alledaagse gevallen van alledaagse vrouwen niet interessant. Maar daardoor is de discussie weggetrokken van de dagelijkse realiteit en is het beeld ontstaan dat seksueel geweld enkel wordt gepleegd door beroemde, machtige, rijke mannen: De Ander. Een ander discours dat bijdraagt aan die ‘othering’ van het probleem is dat van de immigrant/vluchteling/allochtoon die ‘onze vrouwen’ komt verkrachten.

En dat is niet zo. Geweld en seksueel geweld tegen vrouwen vindt overal plaats, in alle lagen en doorsnedes van de samenleving. Sterker: daders zijn meestal een bekende van het slachtoffer, in 25 procent van de gevallen een partner of ex-partner. Er is maar één overeenkomstige factor: in negentig procent van de gevallen is de dader een man. Dat wil niet zeggen dat de meeste mannen daders zijn (!), maar de meeste mannen dragen wel bij aan het in stand blijven van het probleem.

Een van de (vele) bezwaren tegen het tegenwoordig veelvuldige gebruik van #metoo is dat alle incidenten op één grote hoop gegooid worden: handtastelijkheden vallen onder dezelfde noemer als verkrachting. Ik kan me erin vinden dat dat afdoet aan de ernst van verkrachting, maar punt is: het is ook een grote hoop. Van kleedkamerpraat en nafluiten tot verkrachting en moord: incidenten van (seksueel) geweld tegen vrouwen bevinden zich allemaal op hetzelfde spectrum en vinden allemaal plaats in dezelfde context. Op het oog onschuldige grapjes dragen bij aan een cultuur waarin het oké is om vrouwen na te roepen, lastig te vallen, aan te randen, te verkrachten.

 

Die hele grote hoop van alle verschillende incidenten zijn allemáál problematisch en we moeten ze allemaal zichtbaar en bespreekbaar maken en allemaal bestrijden. Dat betekent ook dat álle mannen kunnen bijdragen aan een begin van de oplossing. Spreek de mannen om je heen aan op hun gedrag, weiger mee te lachen om hun grappen. En geloof vrouwen. Er zijn zo veel redenen om ervaringen van seksueel geweld niet te delen, als iemand je in vertrouwen neemt is de kans bijzonder klein dat haar verhaal niet waar is.

* Ik schrijf steeds ‘zij’ en ‘haar’ als ik het over slachtoffers heb, maar mannen kunnen uiteraard ook slachtoffer zijn van seksueel geweld. Zonder aan de ernst daarvan te willen afdoen: (seksueel) geweld tegen vrouwen is een enorm, structureel probleem van epidemiologische omvang en hoewel mannelijke slachtoffers net zo veel aandacht verdienen gaat het me hier om de structurele aard van geweld tegen vrouwen. (#yesallwomen)

** De meeste cijfers zijn gebaseerd op dit onderzoek van Atria.

Blog 15. Jeremy Heshof: Man durf te huilen

Vrijdag 30 november 2018 vond het najaarscongres ‘Was will der Mann?’ plaats en was georganiseerd door de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie. De focus van het congres lag wat meer op wat de heteroseksuele man wil. Voor seksuele diversiteit onder mannen was er minder expliciete aandacht mijns inziens. Hulde voor spreker Yuri Ohlrichs die herhaaldelijk met vanzelfsprekendheid praatte over gevoelens die een jongeman kan hebben voor meisjes en/of jongens. Idem voor spreker en sfeerbeheerder Kevin Heller die een duidelijk standpunt inneemt: in uitgaansgelegenheden waar hij werkt mag iedere man zichzelf zijn, ongeacht of hij gay is of in een jurk loopt.

Het slotdebat begon grappig maar werd al snel vol op de man gespeeld. Deelnemer Jens van Tricht uitte zijn eerdere twijfels om in dit panel van – naar eigen zeggen – vier hoogopgeleide, blanke en heteroseksuele mannen plaats te nemen. Ook vertelde hij iets belangrijks over homofobie onder heteromannen maar dit werd ondergesneeuwd door andere panelleden: “We moeten ons niet willen gedragen als vrouwen en homo’s”, en vervolgens werd Jens ook gevraagd of hij “ook op zo’n gevoelige manier seks heeft”. De laatste opmerking weet ik niet meer voor 100% zeker omdat ik me toen best ergerde.

Gedurende deze dag werd ons meermaals op het hart gedrukt hoe belangrijk (soms zelfs van levensbelang) het is om als man je gevoelens meer te uiten. Toen Jens precies dát deed, werden er vervolgens grappen over gemaakt door de andere mannen in het panel. Hiermee werd pijnlijk duidelijk hoe sommige mannen met elkaar omgaan: elkaar zien als concurrent, vooral je kwetsbaarheden verbergen en deze bij een ander belachelijk maken.

Ik was niet ad rem genoeg om in de zaal het volgende tegen Jens te zeggen: Ik ben blij dat je die ochtend NIET had afgebeld om in het panel plaats te nemen want het illustreerde hoe nodig deze discussies zijn en dank je wel voor wat je uitlegde over homofobie. Homofobie zorgt er nog steeds voor dat ik wekelijks jongemannen maar ook oudere mannen die hooggeplaatste functies bekleden in mijn praktijk spreek die niet uit de kast durven te komen. Precies om wat jij vertelde: bang om ondergeschikt en afgekeurd te worden.

Op mijn website staat duidelijk vermeld dat álle mannen welkom zijn in mijn praktijk voor seksuologische, relationele en/of psychologische hulpverlening. Ook ben ik op mijn website open over het feit dat ik samenleef met een andere man. Tijdens het intakegesprek nodig ik mijn cliënten uit vooral oprecht en kwetsbaar te zijn: dus over alle mooie dingen maar ook de minder mooie dingen. Mannen hoeven zich niet beter voor te doen dan ze zijn bij mij (en uiteraard ook niet minder). Heel belangrijk om dit expliciet te zeggen, want veel mannen zijn dit niet gewend. Opvallend is dat met name de heteroseksuele mannen die mijn praktijk bezoeken vaak zeggen het bijzonder en waardevol te vinden dat ze bij mij kwetsbaar en onzeker “mogen” zijn. Niet zelden wordt er door hen voor het eerst sinds lange tijd gehuild vanwege (verdrongen) verdriet over bijvoorbeeld een verstoorde relatie met de vader, seksverslaving, prostitutiebezoeken, erectiestoornissen of een partner die hen heeft verlaten.