Harm Jagerman: “Ja mannen, het is confronterend”

Met verbazing leest deze fotograferende en schrijvende huisvader de reacties van sommige mannen over hun situatie. Net zoals wel vaker het geval is, bijvoorbeeld bij de mannengriep, hebben sommige mannen het zwaar. Heel erg zwaar. In een tijd waarin je gebonden zit aan huis, zou je bijna medelijden krijgen. Bijna.

“Verman jezelf”, dat is het eerste waar ik aan denk. Misschien is het Engelse begrip man up nog iets directer. Wees een man. Of zou je er verstandig aan doen om eens iets verder te kijken? Bijvoorbeeld naar wat je partner normaal doet, wanneer jij als man de hoofdkostwinner bent.

Hoe vaak heb ik er inmiddels over geschreven? Misschien wel te vaak. Daar is een goede reden voor. We leven in een land dat beschouwd wordt als een moderne samenleving. Toch zijn er onderdelen in deze samenleving die nauwelijks veranderd zijn. Nu deze corona crisis zich heeft aangediend en het erop lijkt dat we ook na 28 april niet terug kunnen gaan naar business as usual, houdt dit in dat sommige mannen het zwaar hebben.

Er is geen koffiemoment waarop teruggevallen kan worden. Daarmee doel ik natuurlijk op die momenten bij het koffieapparaat waar je als man even je hart kunt luchten. Bijvoorbeeld over hoe zwaar het weekend was met de kinderen. Weekends en werkdagen, de grenzen zijn vervaagd. Omdat de horeca gesloten is, kun je ook niet meer vluchten naar een echte mannenavond in de kroeg. Dan heb ik het nog maar niet over de voetbalcompetities.

Zijn dit vooroordelen? Zeker! Niet iedere man zal zich verbonden voelen met dit soort zaken. Niet iedere man zal het ermee eens zijn dat deze crisis voor hem extra zwaar zal zijn. Toch is het geluid van deze mannen niet zo luid als het geluid van de mannen die van mening zijn dat hun leven niets anders is dan een enorme crisis.

Mooie initiatieven

Deze crisis heeft ons veel geleerd. Er komen veel mooie initiatieven uit voort. Toch zijn er ook een aantal zeer lelijke dingen uit voortgekomen. De klagende mannen over hun thuissituatie verbleken bij wat bepaalde mannen laten zien.

Wat hebben bedrijven als Hunkemöller, Talpa, MS Mode en America Today met elkaar gemeen? Het antwoord is dat ze geleid worden door mannen die van mening zijn dat deze crisis reden is voor een andere behandeling. Eenzijdig is afgekondigd dat de leveranciers langer op hun geld moeten wachten, dat de huren maar helemaal niet betaald moeten worden of personeel niet meer zeker kan zijn van het voorbestaan van hun baan. De bedrijven hebben nog een andere overeenkomst met elkaar: ze worden geleid door mannen.

De bedrijven die ik hierboven genoemd heb, komen allemaal terug in het lijstje op deze pagina.

Het is gevaarlijk om te stellen dat de beslissingen die men neemt alleen genomen zouden kunnen worden omdat er mannen aan het roer staan. We weten het niet, want er zijn veel bedrijven in de wereld waarin vrouwen beperktere kansen krijgen. Misschien had men die beslissing dan niet genomen. Dat weet ik niet. Eigenlijk weet niemand dit.

Dat niemand dit weet heeft ermee te maken dat bepaalde bedrijven tot op heden nooit geleid zijn door een vrouw. Zou een vrouw het anders doen? Dat weten we niet.

Wanneer je het er niet mee eens bent, dan kun je aanvoeren dat er genoeg bitches zijn die bedrijven leiden. We kennen allemaal de voorbeelden van die harde zakenvrouwen. Wat storend is in dit geval: de vrouw aanduiden als een bitch. Een teef dus. De mannen worden niet aangeduid als reu. Dat zijn gewoon de mannen.

Deze crisis moet ons in ieder geval leren dat er veel mogelijk is. Laat ik focussen op de positieve dingen. Thuiswerken is een optie (niet voor iedereen). Wat ook een optie kan zijn is dat je meebeweegt met je gezin. Misschien ben je de hoofdkostwinner en moet je de vraag stellen: Waarom ben ik dit? Is het omdat je vrouwelijke partner in een soortgelijke functie minder zou gaan verdienen? Of is het omdat je vrouwelijke partner misschien niet voldoende tegengas geeft als het om jouw carrière gaat? In plaats van je te beklagen over deze “verschrikkelijke” situatie waarin je noodgedwongen thuis bent en meer bezig bent met het onderwijs (en misschien zelfs de opvoeding) van je kinderen, zou je ook eens kritisch na kunnen gaan denken over de verdeling. Mocht je niets willen aanpassen, dan zou het op zijn minst een goed idee zijn om te erkennen dat je vrouwelijke partner een geweldige prestatie levert. Eentje waar je dan niets anders dan respect voor mag tonen.

Denk daar maar eens over na! Ja mannen, dat is confronterend. Dát is pas confronterend!

Harm Jagerman: “Emancipatie is geen ‘vrouwending’”

Over emancipatie is heel veel geschreven. Ook ik heb er in het verleden veel over geschreven. Er valt genoeg over te schrijven. Bijvoorbeeld over waarom emancipatie geen ‘vrouwending’ is.

Rituele begrafenis

Samen met de term pappadag zou vrouwending een rituele begrafenis mogen krijgen. Datzelfde geldt voor oppassen, wanneer je dat als vader gebruikt en het gaat over je eigen kinderen. De woorden keren telkens weer terug. Dit keer focus ik me graag even de koppeling tussen emancipatie en vrouwending.

Vanuit een achtergestelde positie jezelf of de groep waar je toe behoort naar een betere positie brengen. Dat is in het kort eigenlijk waar het om gaat bij emancipatie. We zijn gemakkelijk en kiezen er vaak voor om emancipatie zo te noemen wanneer het gaat om gelijke rechten voor vrouw en man. Dan wordt vergeten dat er ook zoiets is als emancipatie van homoseksuelen. Strikt genomen zou je dus moeten spreken van de emancipatie van de vrouw. Of gewoon vrouwenemancipatie.

Welke naam je er ook voor wilt gebruiken, het is geen modeverschijnsel. Het is geen hype of een trend. De wens van vrouwen om als gelijkwaardig beschouwd te worden is er al bijzonder lang. Zelfs na de successen in de vorige eeuw, is er nog steeds de wens om als volwaardig te worden gezien op alle fronten.

Er is in de vorige eeuw al zoveel bereikt. Denk aan het stemrecht voor vrouwen of de gelijke behandeling in het onderwijs. Daar is hard voor gevochten. De sleutel tot het nemen van de beslissingen hierover lag bij de mannen. Zij regeerden, zij beslisten. Nu onze volksvertegenwoordiging, gemeenteraden en andere bestuursorganen ook vrouwelijke vertegenwoordigers kennen is het niet zo dat de sleutel afgenomen is van de mannen. De mannen spelen nog steeds een belangrijke rol. Je kunt de vraag stellen waarom dit nog steeds zo is.

Het antwoord erop is simpel. Voor een groot deel hebben mannen het nog steeds voor het zeggen. Omdat ze nog steeds veel invloed hebben, maakt dit de emancipatie dus geen vrouwending. Je kunt de vraag stellen of dit goed is of niet.

Is het goed dat er een groep mannen beslist (uiteindelijk) of er meer gedaan zal gaan worden aan de positie van de vrouw? Tot nu toe kennen we allemaal de verkeerde voorbeelden. Solliciteert een vrouw naar een functie, dan moet er toch echt gekeken worden naar de kwaliteiten. Solliciteert een man voor een functie, dan hoor je daar weinig meer over. Werkgevers komen er nog steeds mee weg om vrouwen minder te betalen dan hun mannelijke collega’s in gelijkwaardige functies. Dat deze groep uiteindelijk zal moeten beslissen over de toekomst van de emancipatie van de vrouw stemt weinig hoopvol.

Vanuit de politiek zou je een stevig signaal mogen verwachten. Bijvoorbeeld door het te verbieden om vrouwen een lager salaris te geven. Hardere maatregelen als het gaat om de hoeveelheid vrouwen in bepaalde functies. Men werkt hier allemaal heel erg hard aan, maar soms heb ik echt het idee dat het nog niet snel genoeg gaat.

Dochter

Als vader van een dochter vertel ik haar ieder jaar op Internationale Vrouwendag waar het om gaat. Dat meisjes en vrouwen dezelfde kansen zouden moeten krijgen. Geduldig leg ik haar uit dat er veel kansen voor haar weggelegd zijn. Dat er zelfs in ons land nog genoeg kansen door haar niet gepakt kunnen worden, omdat ze een meisje is of, later, omdat ze een vrouw is.

Deze gesprekjes op of rond Internationale Vrouwendag hebben we nu al een paar jaar. Iedere keer is haar reactie bijzonder fel. Ze stelt me de vraag, bijna beschuldigend, waarom dat zo moet zijn. Waarom heeft zij soms niet dezelfde rechten? Ook stelt ze de vraag waarom het voor meisjes en vrouwen in sommige andere landen nog erger is. Waarom meisjes niet naar school mogen of waarom ze sommige dingen niet mogen doen. Maakt dit mijn dochter wereldwijs of te wijs voor haar leeftijd? Met haar negen jaar denkt ze veel te weten, zoals ieder kind. Toch weet ze niet alles. Ze begrijpt niet waarom mannen soms zo kunnen doen. Ben ik heel eerlijk, dan weet ik dat zelf eigenlijk ook niet. Is het macht? Is het een kwestie van angst?

In Nederland kunnen bepaalde zaken soms heel snel geregeld worden. Dat is geweldig. Gaat het om vrouwenemancipatie, dan lijkt het er soms op dat de raderen voorzien worden van te veel olie. De olie wordt stroperig en de raderen gaan steeds langzamer draaien.

Niet gebonden

Emancipatie van de vrouw is niet gebonden aan alleen de vrouw zelf. De mannen moeten gaan inzien dat er zaken te veranderen zijn en moeten veranderen. Gelijkheid begint met de realisatie van beide kanten dat er iets is dat gelijk getrokken moet worden. Zover lijkt het nog niet te zijn. Vandaar dat ik het een goed idee vind om aan de slag te gaan als ambassadeur voor Emancipator. Met als doel om mijn visie met anderen te delen. Ook doe ik dit om te leren van anderen.

Kunnen we alvast een afspraak maken voor het ritueel begraven van pappadag en vrouwending? Ik wil er wel wat woorden over vertellen, als grafrede.

Corona-kronieken 3. Laurens Kleijntjens: Waarom het met mannen altijd goed gaat (zelfs in corona-tijden)

Laurens Kleijntjens werkt als projectleider Mans Genoeg bij Feniks, Emancipatie Expertise Centrum Tilburg, en is ambassadeur van Emancipator. Deze blog verschijnt ook op www.fenikstilburg.nl.

Het is 20.00 uur op een donderdagavond wanneer ik thuis op de bank naar de televisie zit te kijken en de bel hoor gaan. Ik ren van de trap af richting de voordeur, want het is een goede vriend waarmee ik vanavond heb afgesproken. Ik ben blij om hem te zien. Zeker in deze tijden van sociale isolatie waarin bezoek bijna net zo zeldzaam is als een totale zonsverduistering. Als je weet hoe de lichtkrans om de zon heet die bij dit natuurverschijnsel goed te zien is, snap je waarom dit geen willekeurige vergelijking is. Het plan is om vanavond bij mij te chillen. Dat houdt in dat we wat biertjes openen, een muziekje draaien, een spelletje spelen en vooral veel ‘ouwehoeren’ en lachen. Ik open de deur en mijn maat valt bij wijze van grap naar binnen. Dat is een dingetje tussen ons; het is iedere keer weer een verrassing hoe we bij elkaar binnen komen. Hij staat op en bijna willen we elkaar de hand schudden. We bedenken ons net op tijd en een veilige ‘elleboog boks’ wordt het alternatief. “Hey amigo, alles goed?” zegt hij. “Ja man, met jou ook?” antwoord ik. Waarop hij zegt: “Het gaat..”

Alles goed?

De alarmbellen in mijn hoofd beginnen te rinkelen. Als een man tegen je zegt dat “het gaat” betekent dat meestal dat het verre van goed gaat. Sterker nog: zelfs als een man zegt dat het goed gaat, is het beter om toch door te vragen en niet meteen over te gaan tot de orde van de dag. Het is daarom ook effectiever om een open vraag te stellen. Zelf maak ik deze fout ook nog steeds. Op zijn vraag of ‘alles’ goed is, antwoord ik immers direct bevestigend. Ik zie die vraag vaak meer als een begroeting, dan als een echte vraag. Natuurlijk is niet alles goed. Hoe kan ‘álles’ goed zijn? Gelukkig kan ik met mijn vrienden goed praten over gevoelens, onzekerheden, problemen en spanningen. En dat heb ik echt nodig; dat ik af en toe mijn hart kan luchten. Zoals dat voor iedereen geldt.

Terug naar deze avond.. Al voordat het eerste biertje is geopend, vertellen we elkaar hoe we deze bizarre tijden beleven. Hij vertelt me waarom “het gaat”. Ik merk dat hij het fijn vindt om zijn verhaal kwijt te kunnen en ik ben op mijn beurt blij dat ik hem een luisterend oor kan bieden. Goed luisteren en proberen te begrijpen wat de ander zegt, bijvoorbeeld door middel van doorvragen is het belangrijkst. Je laat daarmee immers zien dat je geïnteresseerd bent. Vervolgens vertel ik hem wat ik zelf herken in zijn verhaal (bevestiging). Ten slotte deel ik mijn gedachten over de situatie en waar mogelijk geef ik advies. Nu we toch een fijn gesprek hebben, besluit ik hem te vertellen dat ik het af en toe ook moeilijk heb. Op sommige momenten voel ik me best eenzaam tijdens de Coronacrisis. Als single (het woord zegt het al) ben je maar alleen en dat is toch net even anders dan met een partner in huis. Maar ik verzeker hem direct dat ik het wel red. Het is immers voor iedereen een gekke tijd. Ik wil hem nét genoeg vertellen, maar niet zó veel dat hij zich zorgen gaat maken om mij. Dat is echt niet nodig, garandeer ik hem. Maar toch ben ik blij dat ik het heb verteld; het hoge woord is eruit. Ik neem een slok van mijn bier en realiseer me plotseling hoeveel moeite het mij nog steeds kost om dit soort gevoelens te delen en aan te durven geven dat het soms niet oké met me gaat. Dat zijn meestal de kaarten die een man dicht tegen de borst houdt, zelfs tegenover zijn vrienden. En als het dan toch ter tafel komt, probeert hij het meestal kleiner te maken dan dat het is. Hij wil anderen niet opzadelen met zijn problemen en wil niet dat ze hem zielig gaan vinden. Hij wil geen aansteller lijken. “Het valt allemaal wel mee, niks om je zorgen over te maken; ik los het zelf wel op.” Als projectleider van Mans Genoeg, het mannenemancipatie-project van Feniks, ben ik mij bij uitstek bewust van stereotypen van mannelijkheid. En toch laat ik me er soms nog door afremmen. Ook ik ontsnap er niet aan.

Verman jezelf

Waarom gaat het met mannen altijd goed? Waarom is het toch zo moeilijk voor mannen om eerlijk te zijn over zorgen en negatieve gevoelens? Waarom verbergen we liever onze problemen in plaats van erover te praten? Ik heb het over misschien wel de meest hardnekkige traditionele mannelijkheidsnorm die er bestaat. Eentje waaraan vrijwel alle mannen zich in meer of mindere mate houden. Vanaf jonge leeftijd wordt ons namelijk geleerd dat kwetsbaarheid tonen “echte mannelijkheid” in de weg staat. Dat het een zwaktebod is om jezelf kwetsbaar op te stellen, want dat staat gelijk aan het toegeven van verlies of falen. Dit is een schrijnende misvatting met trieste gevolgen.

Ik kan me nog herinneren dat huilen normaal werd gevonden en geaccepteerd werd toen ik heel jong was. Als ik me pijn deed bijvoorbeeld. Of als mijn ouders boos op me waren en ik straf kreeg. Maar bijvoorbeeld ook als de grote vakantie was afgelopen en ik weer naar school moest. Of je nou een meisje of een jongen bent; huilen is voor ieder mens de eerste, basale, instinctieve uiting van emoties. Of we nou verdrietig zijn, boos, bang, honger hebben of gewoon aandacht willen; huilen is het antwoord op alles. Als kinderen iets ouder worden, wordt er echter plotseling een scheiding gemaakt. Meisjes mogen hun gevoeligheid blijven tonen, maar als jongen mag je ineens niet meer huilen. “Niet zo aanstellen. Wees sterk. Wees een vent. Laat je niet kennen. Je bent toch geen mietje? Straks zien je vriendjes dat je gehuild hebt. Verman jezelf.” Hier begint voor jongens de structurele onderdrukking en ontkenning van bepaalde essentiële, menselijke emoties. Het heeft niks met natuur of biologie te maken; het wordt ons aangeleerd. Opgelegd zelfs.

Huilen is één van de grootste taboes voor een man, al is het ‘niet mogen huilen’ an sich niet het grootste probleem. Het probleem is dat in de boodschap dat je je tranen moet drogen en je niet moet aanstellen ook de opdracht voor mannen ligt verscholen om gevoelens van verdriet, teleurstelling, angst en onzekerheid te onderdrukken en ontkennen. Het gevolg hiervan is dat we emoties gaan opkroppen of uiten door middel van negatief en schadelijk gedrag. Boosheid blijft over als één van de weinige geaccepteerde “mannelijke” emoties. Daarvoor hoef je je niet te schamen. Mannen mogen schreeuwen, vloeken, stampen, slaan en schoppen. Zolang er maar geen tranen te zien zijn. Veel mannen vervangen daarom die “verboden” emoties door boosheid en agressie. Dit gebeurt deels onbewust door simpelweg een onvermogen om de gevoelde emoties op een gezonde manier te uiten. Door jaren achtereen bepaalde gevoelens te vermijden en te onderdrukken, ontstaat het gevaar dat men die gevoelens uiteindelijk niet meer kan determineren, laat staan erover praten. Deze mannen zijn namelijk niet in staat hun eigen gevoelens te benoemen naar anderen. Inleven in andere mensen wordt dan vanzelf ook moeilijker; empathische kwaliteiten raken onderontwikkeld. Deze mannelijkheidsnorm leidt dus tot de amputatie van een groot deel van ons menselijk potentieel. Toch blijven we ons eraan houden, want met het tonen van je kwetsbaarheid verlies je je mannelijkheid, zo is ons geleerd. Ik denk dat iedere man stiekem wel van die momenten kent dat je je uiterste best moet doen om je sterk te houden. “Wat is er met jou aan de hand?” “Niks, hoezo?” Van die momenten waarop je blij bent als je een Fisherman’s Friend op zak hebt. Ken je die reclames nog? Sterk spul, hè?

Het is maar een vleeswond

Het onrecht dat we jongens aandoen door ze dit ouderwetse, stereotype manbeeld voor te houden, is niet te onderschatten en van zeer grote invloed op de rest van hun leven. Generatie na generatie blijven we echter hersenspoelen met deze schadelijke gendernormen. Naast de onderontwikkeling van bepaalde emoties en het onvermogen deze te uiten, leren mannen dat zij altijd sterk moeten zijn, hun gevoelens en problemen moeten verzwijgen en alles zelf op moeten lossen. Het is in wezen de tol die mannen moeten betalen voor hun bevoorrechte positie in de patriarchale samenleving. Veel mannen zullen daarom altijd antwoorden met een simpel ‘goed’ als je vraagt hoe het met ze gaat. Als ze in de put zitten, zullen zij dit niet snel toegeven. Dit terwijl praten over problemen juist heel goed is en helend werkt. Toch is de drempel vaak lager om een fles drank te openen en  problemen “weg te drinken”. Veel meer mannen dan vrouwen hebben last van verslavingen en het overmatig gebruik van verdovende middelen. Het is in feite vluchtgedrag. Eén van de genoemde redenen dat er vooral mannen ernstig ziek worden en sterven aan het Coronavirus is omdat zij er over het algemeen een ongezondere levensstijl op nahouden. Een nog verontrustender feit is dat twee keer zoveel mannen dan vrouwen zelfmoord plegen in Nederland. In Amerika zijn dat er vier keer zoveel en in Polen zelfs acht. En in veel gevallen van zelfdoding zagen de nabestaanden de wanhoopsdaad van hun dierbare totaal niet aankomen, omdat hij niets deelde over zijn gevoel. Zelfs niet met zijn beste vrienden en familie. Niet zelden laten deze mannen een vrouw en kinderen achter.

Een ander voorbeeld en iets wat ik ook bij mezelf herken is het zo lang mogelijk uitstellen van een doktersbezoek. Ik blijf met pijn of een raar bultje rondlopen totdat het vanzelf verdwijnt of het onhoudbaar wordt. Het advies of de zorgen van mensen om me heen wuif ik weg: “Ach, het is niks. Het gaat vanzelf wel over.” Mannen wachten over het algemeen met hulp zoeken totdat het niet meer anders kan. Hierdoor zijn mannen ook vaker te laat met het ontdekken van een ernstige ziekte. Het is een beetje zoals de ‘Black Knight’ uit de film ‘Monty Python and the Holy Grail’. Deze ridder blijft doorvechten terwijl zijn ledematen er één voor één worden afgehakt. Bij hoog en laag blijft hij volhouden dat hij zijn tegenstander gemakkelijk aankan, terwijl hij volkomen kansloos is. “Het is maar een vleeswond”, zegt hij terwijl hij zijn beide armen al kwijt is. Totdat er uiteindelijk alleen nog maar een hoofd over is, dat alsnog beweert dat er niets aan de hand is. Het is een hilarische scène, maar tegelijkertijd staat het symbool voor hoe de meeste mannen zich altijd sterk houden en volhouden dat er niks aan de hand is, wat er ook gebeurt en met alle gevolgen van dien. We willen altijd winnaar zijn en ontkennen pijn en verlies. Totdat we daadwerkelijk geen pijn of verlies meer voelen.

Een wereld zonder mannelijkheidsnormen

Met de leeftijd en dankzij Mans Genoeg groeide bij mij het besef dat het tonen van kwetsbaarheid juist een kracht is in plaats van een zwakte. Het is zeer bevrijdend om over gevoelens en problemen te praten. Als je dat niet met vrienden of familie kunt of wilt, probeer het dan met een psycholoog of andersoortige professional. Ik heb daar veel aan gehad toen mijn laatste relatie stukging. Ik moest mezelf weer oprapen, maar kon dat niet alleen. Door te praten leer je jezelf beter kennen en ga je inzien waar bepaalde gevoelens vandaan komen en hoe je er beter mee om kan gaan. Zo ontwikkel je jezelf en groei je als mens. Daarnaast is het ook enorm ontwapenend. Als iemand mij zijn gevoelens en problemen vertelt, dan is dat voor mij een teken dat hij mij vertrouwt en dat geeft mij dus ook vertrouwen in hem. Hij tilt het gesprek of de vriendschap naar een hoger niveau. Hij toont zich open, eerlijk en gevoelig. Hij toont karakter. Hij toont imperfectie. Kortom: hij toont zich een mens..

Vorig jaar ging ik naar een trainingsweekend van Emancipator, de landelijke organisatie voor mannenemancipatie. Een weekend met alleen maar mannen die ik niet ken en die over gevoelige en persoonlijke zaken praten; ik vond het een spannend idee en voelde ook wel wat weerstand. Het was een hele diverse groep in de breedste zin van het woord. Dit weekend werd onverwachts één van mijn meest bijzondere ervaringen. Ik zag namelijk dat het wél kan: allemaal vreemde mannen bij elkaar die zich op hun kwetsbaarst durven laten zien aan andere mannen zonder dat daarover geoordeeld wordt. We luisterden naar elkaar, begrepen elkaar en ondanks alle diversiteit voelde ik me al snel verbonden met al die mannen. We hebben als mensen meer overeenkomsten dan dat we van elkaar verschillen en die overeenkomsten wegen ook veel zwaarder dan onze verschillen. Een gegeven dat dit weekend voelbaarder was dan ooit tevoren. En juist in het herkennen en erkennen van die overeenkomsten ligt de sleutel tot zelfkennis, acceptatie, begrip, respect en liefde. Er kwam iets los in die groep; de mooiste en meest inspirerende verhalen werden gedeeld en ik had het hele weekend betekenisvolle en leerzame gesprekken die me altijd bij zullen blijven. In plaats van aan de oppervlakte te blijven, bereikten we diepgang en raakten we aan de kern van wat ons als mensen verbindt. Het was een warm bad en een perfecte wereld in het klein. Een wereld zonder beperkende mannelijkheidsnormen. Een wereld waarin je zonder oordelen jezelf en een mens mag zijn. Ik ervaar een blijvende, sterke band met al die mannen die er toen bij waren. En deze ervaring heeft mij nog meer doen overtuigen hoe erg we onszelf en elkaar te kort doen door die achterhaalde stereotypen van mannelijkheid nog steeds als de norm te beschouwen.

We can do it!

De wereld wordt er veel beter van als mannen gaan emanciperen en we jongens anders gaan opvoeden. Wij moeten mannen niet langer hun meest wezenlijke menselijke kwaliteiten ontnemen, zoals zorgzaamheid, gevoeligheid en empathie. Ook mannen kunnen, nu meer dan anders, gevoelens van angst, onzekerheid, verdriet en eenzaamheid ervaren. Die gevoelens mogen er zijn. Onderdruk ze niet en vlucht er niet van weg. Sta er voor open, ervaar ze, omarm ze en praat erover met mensen die je vertrouwt. Let ook op je gezondheid, vooral in deze tijd. Zorg voor regelmaat en structuur; een goed slaapritme, gezonde voeding, afleiding, voldoende beweging en sociaal contact.

Daarnaast dienen we ons meer te focussen op onze overeenkomsten in plaats van onze verschillen. Stoppen met het eeuwige, vermoeiende hokjesdenken en het spreken in termen als ‘wij en zij’. Er is namelijk alleen maar ‘wij’. Ieder mens wil tenslotte hetzelfde en op toeval beruste verschillen als ons geboorteland, gender of seksualiteit veranderen daar niks aan. De huidige crisis benadrukt dit feit en ik hoop van harte dat deze periode ons meer in de goede richting stuurt nu we de tijd hebben om de ingeslopen beperkingen van onze samenleving te overdenken. Bij Mans Genoeg blijven we onze boodschap van mannenemancipatie ‘aan de man’ brengen, ook al staan de thema-avonden momenteel even in de wacht. Want als we ons bewust worden van die ouderwetse gendernormen en inzien hoe we daardoor beperkt worden, kunnen we er óók iets aan veranderen! Zoals we nu samen de verspreiding van het virus tegen kunnen gaan, zo kunnen we ook samen de wereld veranderen en mooier maken. Ik wil namelijk een wereld waarin mannen zich écht goed voelen wanneer zij dat zeggen. Laten we de kansen die deze tijd ons biedt met beide handen aangrijpen en groeien als mensen en als mensheid.

Op een magneetbord bij mij thuis hangt een magneetje van de beroemde Amerikaanse propagandaposter uit de Tweede Wereldoorlog, die uitgroeide tot feministisch symbool. “We can do it!” zegt de vrouw op de afbeelding terwijl ze overtuigend haar gebalde vuist omhoog houdt, zoals mannen vaak hun spierballen laten zien. Heel toepasselijk heb ik ernaast een magneetje hangen met een man die precies dezelfde houding aanneemt en zegt: “We can do it, too!” Vrouwen hebben al bewezen dat ze het kunnen. Nu wij mannen nog..

Corona-kronieken 2.

Alles wat ik vorige keer schreef, lijkt alweer achterhaald en futiel. Mensen zijn hun baan kwijtgeraakt, zijn onzeker over hun ziekte die nu geen behandelprioriteit heeft, zitten eenzaam thuis of worden juist gek van het feit dat kinderen en/of partner continue dichtbij zijn. Of ze zijn ziek..

Maar net als de meeste mensen blijf ik toch onvermoeibaar naar iets positiefs zoeken in deze crisis. Nu worden er mensen blijkbaar boos op social media als je iets positiefs te melden hebt over  deze tijd, maar het lijkt me alleen maar menselijk naar lichtpuntjes te zoeken om je aan vast te houden. Dat wil helemaal niet zeggen dat je daarmee ontkent dat mensen het moeilijk en zwaar hebben.

De ‘upside’ dus:

-Veel meer waardering voor de ‘vrouwelijke’ beroepen in de zorg, het onderwijs en de kinderopvang.

-Mensen met slecht betaalde beroepen zoals supermarktmedewerkers en pakket bezorgers worden ook ineens op waarde geschat.

-Meer mensen gaan iets aan lichaamsbeweging doen. Zolang het nog kan in de buitenlucht en anders binnen via een online klasje yoga of dans. De roeimachines en fitnessapparaten zijn online bijna uitverkocht.

-De communicatie via online platforms dwingt tot helderheid, je beurt afwachten en luisteren.

-Politieke kleur wordt minder belangrijk

-Er is meer waardering voor de natuur. Nu alle andere stedelijke afleiding is weggevallen trekken we massaal de parken en bossen in. Een beetje te massaal bleek. Hopelijk kunnen we het genoeg spreiden zodat het voor iedereen mogelijk blijft alleen of hooguit met zijn tweeën af en toe een frisse neus te halen.

Dat werpt meteen de vragen op: hoe houden we deze positieve veranderingen vast? Zal er na de crisis bijvoorbeeld  nog net zoveel waardering voor zorg en onderwijs zijn? (Of wordt het net als na de Tweede Wereldoorlog: na de oorlog konden alle vrouwen die tijdens de oorlog ‘mannenberoepen’ hadden overgenomen weer vertrekken).

Vertaalt die waardering zich ook naar betere betaling? En zou het nu niet een goed moment zijn om ook meer jongens naar de zorg, het onderwijs, de kinderopvang te krijgen? Wie wil er nu niet in een vitaal beroep werken!

Bij Emancipator worden we in rap tempo digitaal vaardiger. Was het vorige week nog zoeken naar de functie ‘scherm delen’ in Zoom, nu hebben we break-out rooms voor subgroepjes tijdens een online meeting, gooien er Mentimeter-vragen en presentaties tussendoor en geven interactief een virtuele bal door tijdens een check-in.

Als praktisch en handig iemand kijk ik ook met belangstelling naar technische problemen en ontwikkelingen in deze tijd. Ik was stomverbaasd over het probleem met de mondkapjes en zat bij wijze van spreken al klaar achter mijn naaimachine voor een mogelijk naai-collectief zodra ik te weten kwam wat voor materiaal goed genoeg was (er zal toch wel en fabriek zijn die dat materiaal kan gaan maken, denk ik dan?).  En zag vervolgens tot mijn tevredenheid dat er inderdaad een naaiatelier ergens gestart is en dat er inmiddels ook low-tech beademingsapparaten gemaakt worden. Hopelijk geeft dit ook in de techniek een omslag: het besef dat eenvoud belangrijker is dan allerlei onnodige snufjes. Het besef dat grondstoffen bewaard moeten blijven voor essentiële dingen (Wie heeft er behoefte aan een koelkast die zelf melk bestelt, om maar een onzinnige techniek te noemen?) en dat alles wat je maakt gerepareerd en hergebruikt moet kunnen worden. Dat maakt het meteen duurzaam.

Na mijn initiële enthousiasme over een blog ben ik – hopelijk tijdelijk – bevangen door het futiliteitsvirus. Als iemand anders wil bloggen, video’s wil posten of anderszins wil bijdragen aan deze reeks: heel graag! Wij horen graag hoe jullie deze tijd beleven.

Corona-kronieken 1.

Binnen een paar dagen is ons hele leven op zijn kop komen te staan.

Net als bijna iedereen werkt Emancipator vanuit huis. Ik dus ook. We hebben net een video-meeting gehad over wat ons te doen staat nu alle evenementen, bijeenkomsten en workshops in de nabije toekomst zijn afgelast. En op wat voor manier we hier ook een kans van kunnen maken.

In deze vreemde tijd heb ik behoefte een blog te beginnen over wat de Coronamaatregelen met me doen, maar ook – en vooral – over wat voor effect deze crisis mogelijk heeft op de maatschappij ten aanzien van gender en emancipatie, ongelijkheid, over de vanzelfsprekendheid van heteronormativiteit in de berichtgeving, de verhouding tussen mannen en vrouwen, etc.

Geeft deze periode van thuiswerken bijvoorbeeld mannen een kans het vaderschap echt goed op te pakken, ervan te genieten of het serieuzer te nemen? Komen de verhoudingen bij langdurige thuisisolaties juist onder spanning en zal er meer huiselijk geweld plaats gaan vinden?
Sommige ZZP-ers zien hun inkomsten ineens dramatisch snel naar nul gaan en komen mogelijk in de bijstand. Treft dat meer vrouwen dan mannen en worden de inkomensverschillen nog groter?
Wat doet het met singles die nu echt alleen thuis zijn en mogelijk grieperig in zelfisolatie zitten, dat het in berichtgeving alleen over gezinnen en kinderopvang lijkt te gaan? Zal deze crisis ook invloed hebben op de tolerantie van elkaar of zal er weer meer discriminatie komen?

Ondanks de hartverwarmende initiatieven waarover je in eerste instantie hoort, werd de ongelijkheid op microniveau (voor mezelf) meteen voelbaar. Ik woon in een zeer dichtbevolkte (maar rijke) wijk in Amsterdam waar behoorlijk gehamsterd is. Ook vandaag zijn de schappen nog leeg in de supermarkt. Dat heeft tot gevolg dat ik met mijn minimale inkomsten ineens de dure producten moet kopen die nog over zijn. En ik zal niet de enige zijn die niet het geld of de mindset heeft de winkel leeg te kopen. Ik ben zo gewend met €70 per week rond te komen dat ik nooit iets teveel in huis heb en ook nu helemaal niet kon bedenken hoe dat dan moet: dingen inslaan. En dat moet dus ook helemaal niet, dingen inslaan! Maar goed, dan zit je dus wel ineens zonder havermout en handzeep, etc. Hier begint de ongelijkheid: als je niet veel geld hebt, heb je minder mogelijkheden voor hygiënische maatregelen tegen het virus (al blijkt gewone zeep ook prima).

Op wat groter niveau; de voedselbank had meteen tekort. Dat soort dingen zijn deprimerend en beangstigend.

Iets anders waar ik onmiddellijk mee te maken kreeg: een klein ingreepje in het ziekenhuis werd last minute afgelast. Begrijpelijk. Maar realiseer je je eens wat het zegt over al die mensen die voor iets op de wachtlijst staan; een vriend van me wacht bijvoorbeeld al een tijd op een nieuwe knie. En als ik het dicht bij (mijn) huis houd: alle transgenders die op de wachtlijst staan, zien de wachttijd nu nog veel langer worden. Hiervan kun je zeggen dat nu alles relatief onbelangrijk is. Maar in het licht der eeuwigheid mag heel weinig belangrijk zijn: in het dagelijks leven kan het toch knap lastig zijn.

Terug naar ons teamoverleg. Hier kwam vooral naar voren dat we allemaal behoefte hebben aan contact en dat ook bij de mensen om ons heen zo voelen. Emancipator begint daarom een online Emancipator-café waarin eenieder kan laten horen hoe het ze vergaat. Laat je horen en kom gezellig digitaal langs op onze donderdagmiddagborrel! We beginnen morgen om 5 uur. Wel zelf voor hapjes en drankjes zorgen.

De link naar het online Emancipator-café kun je via info@emancipator.nl krijgen en wordt ook aangekondigd op social media.

Wil je zelf bijdragen aan deze blogreeks, het kan ook met een filmpje, neem dan contact met ons op!

Barbican masculinities

Pauline Hubers | Exhibition Masculinities: Liberation Through Photography

Onze stagiaire Pauline Hubers bezocht de expositie Masculinities: Liberation Through Photography in het Barbican in Londen

Over twee verdiepingen, aan hand van zes thema’s werd mannelijkheid getoond, allemaal in film en fotografie. In het Barbican in London is vorige week de tentoonstelling Masculinities geopend (20 februari 2020) die doormiddel van film en fotografie tentoonstelt hoe mannelijkheid sociaal geconstrueerd is vanaf 1960 tot vandaag de dag.

De tentoonstelling begon met het thema disrupting the archetype, waarin hypermasculinity werd getoond. Foto’s van soldaten, cowboys, atleten, stierenvechters, bodybuilders en worstelaars laten het stereotypebeeld van mannelijkheid zien. Krachtige beelden die een en al mannelijkheid uitstralen, samen tonen ze de strijdlustige mannenwereld waar geen vrouw te bekennen is. De hypermasculinity werd vervolgd door statige beelden die tonen welke macht mannen hebben/hadden in de maatschappij, ze toonde het patriarchaat die het stereotypebeeld van de man naast strijdlust compleet maakte met macht.

Bij het derde thema viel het stereotype beeld een beetje weg en kwam er aandacht voor de man en zijn familie, waar het traditionele familieportret doorbroken werd. Op de tweede verdieping verdween het stereotype beeld van mannelijkheid door beelden van queer mannelijkheid te laten zien. Vervolgd met beelden hoe mannelijkheid wordt ervaren door donkere mannen, hoe zij hun eigen macht hebben gewonnen door hun eigen identiteit te ontdekken. De tentoonstelling werd afgesloten met de kijk van de vrouw op de man, waarin vrouwelijk kunstenaars het idee dat mannen actief zijn en vrouwen passief laten betwijfelen.

Masculinities, een drukbezochte expositie die precies op het juiste moment wordt tentoongesteld. Waardoor men bewust wordt welk rol mannelijkheid heeft gespeeld in de afgelopen decennia en deze rol niet meer in de huidige tijd past.

 

Barbican masculinities Barbican masculinities Barbican masculinities Barbican masculinities Barbican masculinities Barbican masculinities Barbican masculinities Barbican masculinities

Blog 20. Jules Schaper: Het begint klein

Dit is blog 20 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

Ook na meer dan vijftien jaar leven als man blijf ik gevoelig voor de minste hint van vrouwonvriendelijk gedrag. Blijkbaar heb ik in mijn vorige hoedanigheid (als vrouw dus, voor de duidelijkheid) zoveel moeten dealen met vervelend mannengedrag en -gezeur, dat als het er maar even schijn van heeft dat mannen vrouwen ergens de schuld van willen geven, ik onverwijld partij trek voor vrouwen. Zielig gedoe zoals dat ‘het onderwijs feminiseert en daardoor jongetjes zich op de lagere school niet goed zouden kunnen ontwikkelen’, of opmerkingen dat mannen best willen zorgen ‘maar dat ze de kans niet krijgen’ daar hoef je bij mij niet mee aan te komen. Meteen de kop in drukken, dat soort geklaag. Als mannen iets willen doen in zorg of onderwijs is er niets dat ze tegenhoudt. Integendeel: de geringste inspanning zal al worden toegejuicht en bijna eeuwige roem opleveren. (Kom daar maar eens om als vrouw in de techniek, maar dit terzijde).

Tot mijn verbazing hoor ik echter ook bij bijeenkomsten waar in principe ‘geëmancipeerde’ mannen komen, met enige regelmaat opmerkingen die me vrouwonvriendelijk lijken. Het gaat dan om opmerkingen in de trant van: ‘Vrouwen zien niet in dat ze ons nodig hebben bij de emancipatie’, of ‘Ik was weer de enige man tijdens die bijeenkomst, die oudere feministen willen gewoon niet met mannen samenwerken’. Bij mij gaan dan onmiddellijk de haren overeind staan. Ten eerste heb ik een grote zwak voor oudere feministen, we hebben ontzettend veel aan hen te danken. En ten tweede denk ik: is dit niet het toppunt van mansplaining? Dat je vrouwen gaat uitleggen hoe het met de emancipatie moet, is dat niet net zoiets als als wit mens, gekleurde mensen uitleggen hoe het racisme bestreden moet worden?

Hoewel het zo is dat het juist inspanning van mannen vraagt om tot gendergelijkheid te komen (en van witte mensen om op te houden met racisme), lijkt het me niet erg passend jezelf op de borst te kloppen als geweldige gelijkheidsstrijder als je als man ook eens komt opdagen op een bijeenkomst (na meer dan 150 jaar gelijkheidsstrijd van vrouwen, als je rekent vanaf de eerste feministische golf). Enig historisch besef is dan wel op zijn plaats. En als je je zo eenzaam voelt als man op een bijeenkomst over emancipatie, dan moet je dus zorgen dat er meer mannen komen, dunkt me. Dat oudere feministen niet met mannen zouden willen samenwerken, lijkt me een grove generalisatie. De meesten roepen juist al decennia dat mannen zich eens moeten gaan inzetten voor emancipatie.

Radio en tv zijn eveneens goede (of eigenlijk slechte natuurlijk) inspiratiebronnen om je te ergeren aan vrouwonvriendelijk gepraat. Zo luister ik naar de nieuwsshow op zaterdag als er een man over ‘ouderverstoting’  komt praten. Dit is een eufemisme voor vaders die geen toegang meer tot hun kinderen krijgen. ‘Ze worden soms zelfs vastgezet door de politie’, zegt de man op de radio. De politie treedt veel te hard op want het is ‘logisch’ dat mannen wat dwingend worden als ze geen toegang meer hebben tot hun kinderen, zegt hij ook nog. Bijvoorbeeld door op de deur te bonken. ‘En ze worden dan steeds dwingender.’ En het lijkt hem dan een goede taak voor de politie het op te nemen voor de vader en de deur binnen te gaan en de moeder over te halen haar kind toch naar de vader te sturen.

Je moet er niet aan denken dat je dat kind bent..

Begrijp me goed, het zal echt wel zo zijn dat er vaders rondlopen die onterecht bij hun kinderen worden weggehouden en dat is erg. Waar ik hier over val is natuurlijk het goedpraten van ‘een beetje dwingend’ optreden. En over het gebrek van inzicht wat dat met een kind zou doen, nog los van wat dat met de moeder doet. Is het ‘recht’ van een vader op zijn kinderen belangrijker dan het welzijn van de kinderen zelf?

Waar ik over val is dat het binnen een paar seconden duidelijk is dat dit onderwerp helemaal niet over ‘ouders’ gaat: het gaat in elk geval niet over vrouwen wiens kinderen door wraakzuchtige partners worden ontvoerd naar het buitenland. Politie-inzet voor hulp aan deze ouders komt niet aan bod.

Bovendien is het zo dat vrouwen met een ex die gewelddadig is veel problemen ondervinden dit voor het voetlicht te brengen. Wat doe je als je weet dat je ex losse handjes heeft? Stuur je je kind daar zomaar naartoe? En onwillekeurig springen mijn gedachten naar kinderen die vermoord zijn door hun vader. De moord op de jongens Ruben en Julian in 2016 werd in kranten (als het AD) zelfs afgedaan als de daad van een zwaar gefrustreerde vader die nooit eerder zijn kinderen had mishandeld. Ehm? Dus het is de schuld van de moeder?? Typisch geval van mannen die geen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen gedrag en vrouwen de schuld geven. Een verhaal zo oud als de mensheid, in dit geval met een gruwelijke afloop.

De tv biedt daarna ook niet veel soelaas voor mijn geërgerde staat: de ene na de andere spannende serie gaat over vrouwen die ontvoerd, verkracht en vermoord worden. Dat is blijkbaar het gangbare spannende verhaal (wat zegt dat over de fantasie van tv-makers?). Is er niks anders spannends te verzinnen? Ontmoedigd geef ik het op voor de dag (en ik besef dat het een luxe positie is, je alleen maar hoeven te ergeren en niet ergens middenin te zitten). Dan maar een blog schrijven over geweld tegen vrouwen…

Geweld tegen vrouwen is overal, is alledaags en gangbaar. Dit bestrijden begint met het herkennen, benoemen en de kop in drukken van de kleine dingen: de snerende of seksistische opmerking, het hemeltergend saaie en irritante mansplaining (een leuke flowchart waarmee je kan checken of je aan het mansplainen bent vind je hier), het zielige gedoe van ‘het komt eigenlijk door de vrouwen’. Gewoon mee ophouden, mannen. Neem verantwoordelijkheid voor jezelf, leef je frustraties niet uit op een ander en accepteer dat er mensen zijn met mogelijk meer expertise dan jij. Dan wordt de wereld een stuk leuker.

Blog 19. Jan van Heuzen: De draak en ik

Dit is blog 19 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

De prinses was ontvoerd door een draak, tijdens de bruiloft met de koning! Voor onze groep stoere mannelijke avonturiers in de magische wereld van Dungeons and Dragons (D&D), betekent dit maar één ding: het begin van een gevaarlijke reddingstocht, met zwaarden, magie en een dodelijke manticorn.

Ik ben de medeoprichter van een grassroots initiatief met rond de 200 mannelijke leden in Canada, genaamd Masculinity: under construction (MUC). Het doel is om op vriendelijke doch strenge wijze mannen verantwoordelijk te houden. Verantwoordelijk voor de schade die wij aanrichten, het geweld tegen mensen van andere genders, huidskleur, sekse, seksualiteit, enzovoort, maar ook geweld tegen onszelf. Wij mannen zijn geen expert over de schade die we aanrichten, en we moeten ervoor zorgen dat we de expertise van anderen respecteren en volgen. Maar MUC vindt ook dat mannen ook zelf moeten werken aan onze eigen groei, in plaats van te wachten op werk van anderen.

We geven informatie, oefenen vaardigheden en dagen elkaar en onszelf uit. We organiseren workshops en voeren gesprekken on- en offline. Sinds kort doen we iets nieuws: we luisteren naar onze leden wanneer zij dit doel willen nastreven in hun eigen activiteiten, en organiseren activiteiten waarin we de expertise van onze leden integreren.

Eén van onze leden is een ervaren D&D facilitator, een Dungeon Master (DM). Hij vertelde dat D&D een oefening is in inlevingsvermogen, en dat de sprookjeswereld veel duidelijk kan maken over hoe oppressie en marginalisatie werken. Tijdens het spelen van D&D worden sociale vaardigheden geoefend in een veilige situatie, met mannen onder elkaar.

Ik heb nog nooit D&D gespeeld. Het is een fantasiewereld waarin een verhalenverteller (de DM) met behulp van dobbelstenen bepaald wat er gebeurt, terwijl de avonturiers besluiten wat hun fantasiekarakter doet in deze fantasiewereld. Het is alsof je Lord of the Rings leest, maar dan zelf Frodo speelt en zelf bepaalt wat Frodo doet. Ik besloot mijn vooroordelen ten opzichte van de D&D spelers opzij te zetten, en “onbaatzuchtig” aan dit experiment mee te werken. Ergens was ik best nieuwsgierig over D&D.

Onze groep bestond uit vijf spelers en de DM. Het was een interessante groep, een onwaarschijnlijke groep, die onder andere omstandigheden nooit zou zijn samengekomen. Hoewel we allemaal witte mannen zijn, waren we extreem verschillend. Er waren vier met een universitair diploma, en twee met een middelbare schoolopleiding. Twee zitten in de ziektewet door psychische gezondheidsklachten, zoals ADHD, angststoornissen en depressies, één is werkloos en drie verdienen bovenmodaal. Vrijwel iedereen was heteroseksueel, behalve een panseksueel. Eén van ons is een burlesque performer. En in vrijwel al deze intersecties ben ik niet gemarginaliseerd. Hoewel ik momenteel werkloos ben, ben ik hoogopgeleid, heteroseksueel en heb ik geen psychische gezondheidsklachten. Met al deze “kwetsbare” “gemarginaliseerde” medespelers in de groep, voelde ik mij verantwoordelijk voor hoe deze dag zou verlopen. Ik was vastbesloten dit een veilige omgeving te maken, zodat iedereen van de dag kon genieten.

Nadat we onder begeleiding van de DM onze karakters hadden gemaakt (ik was een gnome mastermind) begonnen we aan ons avontuur. We vonden onszelf terug in Rao’s Cleft, het koninkrijk van Dandyshire, de hoofdstad, op het marktplein, toen een herald van de koning een publieke declaratie gaf. Een draak had de prinses ontvoerd tijdens de bruiloft met de koning! Alle avonturiers besloten naar de sheriff te gaan, en bij te dragen aan de reddingspoging, in de hoop de beloning te verdienen. Ons avontuur was begonnen!

Halverwege ons avontuur, terwijl we een aantal reizigers hielpen omdat hun wagen beschadigd was, werden we overvallen door een tweetal bandieten. We waren compleet overrompeld. Als mastermind probeerde ik de verdediging te organiseren tegen deze laffe aanval, en wilde ik (in overleg) bepalen waar iedereen moest gaan staan. Echter, een andere avonturier, die super geïntrigeerd was door het vermogen van zijn karakter om kleine vlammen te blazen, bedacht een andere oplossing. Hij zei: “kunnen we die bandieten niet bedreigen met mijn vlammen? Ik zou super geïntimideerd zijn door een tweeëneenhalve meter lange Dragonborn die vlammen ademt.” Alright, dacht ik, raar idee, maar laten we dat maar proberen dan. Twee dobbelstenen later bleek deze oplossing super effectief te zijn, en de bandieten renden er vandoor. Ik was onder de indruk van de originele oplossing, opgelucht dat het zo goed was afgelopen, en riep de groep op om verder te gaan met ons avontuur. Mijn medeavonturier echter, was nog niet klaar met de bandieten. Verontwaardigd over de laffe aanval en over hoe makkelijk de bandieten weg kwamen, besloot hij ze terug te roepen en af te persen onder bedreiging van de eerdergenoemde vlammen uit zijn neus. De bandieten verontschuldigden zich vriendelijk en wierpen ons een magisch amulet toe! Tweede keer dat ik verrast was.

Blijkbaar is de verdeling van schatten een belangrijk onderdeel van D&D. Als zelfuitgeroepen leider van dit spel, wilde ik dit zo eerlijk mogelijk doen. Ik besloot dat het logisch was om dit magische item te geven aan de speler die hiervan het meest zou profiteren. Het amulet bood bescherming tegen fysieke wapens, dus wilden we het geven aan de speler die het grootste risico liep geraakt te worden door zwaarden en zo. Halverwege de onderhandelingen zei de speler die de vlammen blies, dat hij dit niet heel tof vond. Hij was al een tijdje stil, en vond het heel oneerlijk dat dit item dat hij had gewonnen, door anderen werd weggegeven. Oei, dat was best een goed punt! Omdat ik mij zo belangrijk voelde en alles eerlijk wilde laten verlopen, had ik bijna zijn amulet aan iemand anders gegeven.

Om een lang avontuur kort te maken, de prinses had uiteindelijk onze hulp helemaal niet nodig, bleek de koning te haten en een relatie te hebben met de draak. En ik? Ik had mijn eigen les geleerd. Met een goede DM, zijn tijdens de deelnemers van dit spel gelijk aan elkaar, en spelen stigma en marginalisatie een veel kleinere rol. In de echte wereld voel ik ook vaak een verplichting om mensen met psychologische klachten te helpen, en voor hen te spreken. In deze D&D ruimte, waarin de normale machtsverhoudingen minder een rol spelen, waarin resultaten direct zichtbaar zijn, waarin teamwerk essentieel is, leerde ik dat het beter is een stapje terug te zetten en mensen voor zichzelf te laten spreken. De beste manier om ervoor te zorgen dat mijn kwetsbare teamleden meetelden, was door zelf wat stiller te zijn. Toen deze “kwetsbare” mannen tijdens een spelletje D&D de kans hadden wat te zeggen, leerde ik meer van hen dan andersom. Ik begrijp nu dat ik ook in de echte wereld heel voorzichtig moet zijn. Ik begrijp dat ik heel waarschijnlijk veel gemarginaliseerde mensen niet de kans heb gegeven voor zichzelf te spreken.

Euhm… wat heeft dat nu te maken met geweld tegen vrouwen, hoor ik u denken? Dit is een groep mannen onder elkaar, dus per definitie geen geweld tegen vrouwen. Moeten we nu ook al als mannen ons gedrag tegenover elkaar veranderen?

Een boel lezers die geen man zijn, zullen herkennen wat ik deed: ik was aan het mansplainen. Ik maakte mezelf belangrijker en luider dan de anderen. Mansplaining vindt heel vaak plaats, en wordt typisch gezien bijvoorbeeld als een man die een vrouw in de rede valt, ondanks dat de vrouw meer expertise heeft.

Voordat wij mannen neerkijken op vrouwen als emotioneel instabiel, zorgen we ervoor dat we zelf geen emoties meer voelen of kunnen tonen anders dan woede. Voordat wij mannen het gevoel hebben dat we de lichamen van vrouwen bezitten, schamen wij ons voor ons eigen lichaam. Voordat wij mannen ons belangrijker voelen van vrouwen, maken wij ons belangrijker dan andere mannen. En dat was wat ik deed in deze groep mannen. Ik maakte mijzelf een stuk belangrijker dan ik was en luider dan de andere mannen. Als ik het geweld tegen vrouwen wil stoppen, moet ik beginnen met mijzelf, empathisch zijn naar mijzelf en andere mannen, en deze dynamieken herkennen. Als wij andere mannen willen veranderen, moeten we ons anders gedragen naar die mannen. In andere woorden, dit is een oproep aan alle mannen om eerst aan jezelf te werken. De draak, dat ben ik.

Blog 18. Mohammed Saiah: Jongens, ik ben moe

Dit is blog 18 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

Jongens, ik ben moe. Ben jij moe? Ben je het niet zat om die eendimensionale karikatuur te zijn van een man die de wereld ons vertelt te zijn? Het soort dat snel zijn vuisten gebruikt, zich vast en bang voelt maar dit niet kan laten zien. Het soort dat stoer en sterk is, dat geen zwakte toont, altijd in controle is. Ik ben het zat dat we elkaar, onszelf en vrouwen pijn doen.

Omdat dat is wat de mannelijkheidscultuur die we hebben geërfd ons laat doen. Het doet ons pijn. Geweld tegen vrouwen is de meest voorkomende schending van de mensenrechten ter wereld. Het overstijgt leeftijd, ras, religie, nationaliteit en klasse. In Nederland heeft eenenveertig procent, dus bijna de helft van de vrouwen, sinds haar vijftiende ooit een vorm van fysiek of seksueel geweld meegemaakt, besef, het gaat om bijna tweeënhalf miljoen vrouwen. Is tweeëntwintig procent van alle vrouwen, meer dan een op de vijf, het slachtoffer van fysiek geweld door haar partner of expartner, het gaat om meer dan een miljoen vrouwen. Heeft tien procent van de vrouwen een verkrachting meegemaakt. Heeft bijna driekwart van de vrouwen seksuele intimidatie meegemaakt, beste mannen besef even, dat zijn meer dan vier miljoen vrouwen. Misschien ben jij of ik niet aan het slaan of lastigvallen, maar jongens, wij zijn nog steeds verantwoordelijk. De plegers van dit geweld zijn vaker mannen dan vrouwen. Hoe veel vaker? Negen op de tien plegers van fysiek of seksueel geweld tegen vrouwen is een man. We zijn verantwoordelijk omdat we behoren tot de huidige cultuur van mannelijkheid die dit toestaat – een cultuur die zegt dat we geen angst kunnen tonen, we kunnen ons niet vergissen en we hebben recht op macht over anderen, vooral vrouwen. Maar die cultuur is verkeerd. En tenzij we er actief aan werken om het te veranderen, blijven vrouwen gewond raken.

Een cultuur die ons vertelt dat we niet bang mogen zijn, is een cultuur die onze eigen menselijkheid ontkent. En als we geen mens mogen zijn, dan worden we iets anders.

En waar zijn we bang voor? We zijn bang voor onze vaders, onze broers, onze vrienden, ons potentieel om ons meest volledige, beste, meest authentieke zelf te zijn. We zijn bang dat we het niet goed zullen doen, dat iemand ons niet mag, dat we er zwak uit zullen zien. We zijn bang om te zeggen: “Ik hou van je”, of “Het spijt me”, of “Ik kan het niet”, of gewoon, “Gast, kan je alsjeblieft stoppen met willekeurige vrouwen op straat na te roepen?”

Onze acties hoeven niet te voldoen aan verouderde opvattingen over ridderlijkheid. We hoeven niet in te grijpen om vrouwen te beschermen. We moeten ingrijpen om elkaar te controleren – om andere mannen te stoppen.

Om ons een duw in de goede richting te geven heb ik alvast een aantal acties op een rijtje gezet:

  1. SPREEK JE UIT. Spreek je uit en wees geen stille omstander. Zie je iets gebeuren spreek de persoon die fout zit aan. Onthoud dat onze stilte bevestigt. Als we ervoor kiezen om ons niet tegen het geweld van mannen uit te spreken, ondersteunen we het.
  2. Erken en begrijp hoe seksisme, mannelijke dominantie en mannelijke privileges de basis vormen voor alle vormen van geweld tegen vrouwen.
  3. Doorbreek de “man box” – daag traditionele beelden van mannelijkheid uit die ons ervan weerhouden actief op te komen om een einde te maken aan geweld tegen vrouwen.
  4. Daag mannen uit die seksistische taalgebruik gebruiken en grappen maken over vrouwen.
  5. Vraag een vrouw hoe de dreiging van geweld haar leven beïnvloedt, wat de cijfers die ik net benoemde betekenen, wat hún ervaringen zijn; hoe zij graag gehoord en gezien zouden willen worden, geholpen. Want al het huiselijk geweld en het cybergeweld van mannen tegen vrouwen stopt niet als het verhaal bij statistieken blijft. Maak van feiten verhalen in jouw omgeving.
  6. Denk na over hoe onze houding en taal bijdragen aan de problemen van vrouwenmisbruik.
  7. Erken dat huiselijk geweld de verantwoordelijkheid van elke man is. Bel 112. Huiselijk geweld is geen privékwestie – het is een misdrijf.
  8. Erken dat vernederende vrouwenbeelden in de media verband houden met geweld tegen vrouwen.
  9. Spreek je uit tegen artiesten, die in hun video’s en muziek geweld tegen vrouwen bevorderen.
  10. Praat met en leer jongens en jonge mannen over gezonde relaties. Loop het gesprek en wees een goed rolmodel.
  11. Accepteer en neem onze verantwoordelijkheid dat geweld tegen vrouwen niet zal eindigen totdat mannen deel uitmaken van de oplossing om het te beëindigen. We moeten een actieve rol spelen bij het creëren van een culturele en sociale verandering die niet langer geweld tegen vrouwen tolereert.
  12. Stop met het ondersteunen van het idee dat mannelijk geweld tegen vrouwen te wijten is aan psychische aandoeningen, gebrek aan vaardigheden voor woedebeheersing, chemische afhankelijkheid, stress, enz. Geweld tegen vrouwen is geworteld in de historische onderdrukking van vrouwen en de uitgroei van de socialisatie van mannen.
  13. Sluit je aan bij andere betrokken mannen en vrouwen om gendergeweld aan te pakken via groepen zoals EMANCIPATOR.

Het begint met het onderbreken en veranderen van de manier waarop we ons binden als mannen, het creëren van een nieuwe cultuur van broederschap.

Door mannelijke conformiteit uit te dagen leggen we de verantwoordelijkheid om het geweld tegen vrouwen te beëindigen waar het hoort – bij de mannen die het plegen. De oplossing is niet alleen om op te komen voor vrouwen, maar ook om mannen verantwoordelijk te houden. We kunnen dat elk moment tegelijk doen – op het trottoir, in de metro, aan de eettafel, bij de wedstrijd, in de bus, aan de bar, met onszelf.

Dus ja, man. Wil je iets beginnen? Laten we een beweging beginnen – een beweging van mannen die niet bang zijn om geweld tegen vrouwen te stoppen.

Blog 17. Jens van Tricht: Druppels op een gloeiende plaat

Dit is blog 17 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

Vandaag is het 10 december, de Internationale Dag voor de Rechten van de Mens. Ik heb de eer om door het College voor de Rechten van de Mens genomineerd te zijn als mensenrechtenmens. Een grote eer, want ik bevind mij hier in het bijzondere gezelschap van Hameeda Lakho van de Academie voor Herstel en Ervaringsdeskundigheid en Eve Aronson en Laura Adèr van Stichting Fairspace, drie vrouwen die zich vanuit hun eigen ervaringen inzetten om geweld tegen vrouwen te voorkomen. Ik vind het ook wat gênant, want waarom sta ik hier nu als man, en niet al die andere vrouwen die zich in Nederland en wereldwijd dagelijks inzetten voor gelijkheid, veiligheid en rechtvaardigheid?

Waarom moeten we in 2019 überhaupt een mensenrechtenmens eren? Waarom zijn we niet allemaal mensenrechtenmensen? En waarom moeten we ons nog steeds inzetten om geweld tegen vrouwen te voorkomen? Waarom zijn dat er maar zo weinig, ondanks dat we met zovelen zijn? Waarom wordt geweld tegen vrouwen niet serieus genomen? Waarom dweilen we met de kraan open? Waarom zijn we druppels op een gloeiende plaat?

Omdat niemand de kraan dichtdraait. Omdat de stekker van de plaat nog in het stopcontact zit, omdat er nog altijd meer water en brandstof worden toegevoerd. Omdat we wel een beetje stilstaan bij de gevolgen voor de vrouwen die het meemaken – maar helaas ook echt maar een beetje, als we een beetje geluk hebben op 25 november, de Internationale Dag voor het Beëindigen van Geweld Tegen Vrouwen, en als we een beetje meer geluk hebben maar liefst zestien dagen daarna, tot en met vandaag, de wereldwijde 16 Days of Activism to End Gender Based Violence.

Waarom is er maar één Dag voor het Beëindigen van Geweld Tegen Vrouwen? Waarom voeren we maar zestien dagen actie tegen gendergerelateerd geweld? Waarom gaat het geweld ondertussen gewoon door? Waarom maken gezaghebbende witte oude mannen op nationale radio grappen over verkrachting? Waarom vinden programmamakers op nationale televisie aanranding goed voor de kijkcijfers? Waarom zijn er mannen die groepsgewijs meisjes verkrachten? Waarom kunnen vrouwen niet alleen in Leiden maar eigenlijk nergens veilig over straat? Waarom is geweld tegen vrouwen volgens de VN een epidemie van onvoorstelbare proporties? Waarom is thuis de minst veilige plek voor vrouwen?

En waarom gaat dit allemaal maar door?

Terwijl we met alle goedbedoelende mensen en organisaties weer onze jaarlijkse zestien dagen campagne voeren om geweld tegen vrouwen uit te bannen, slaat de harde realiteit ons vrijwel dagelijks om de oren. Ik word er soms toch moe van.

Het is dertig jaar geleden dat een vrouwenhater en antifeminist in Montreal veertien van zijn vrouwelijke medestudenten vermoordde. Naar aanleiding hiervan startten een aantal mannen in Toronto met de White Ribbon Campagne, waarin sindsdien steeds meer mannen zich wereldwijd tegen geweld tegen vrouwen hebben uitgesproken. Het is ook dertig jaar geleden dat ik van vrouwen in mijn directe omgeving vreselijke verhalen te horen kreeg over seksueel geweld, kindermishandeling, incest en partnergeweld. Sindsdien zet ik me in om jongens en mannen te betrekken bij het voorkomen van geweld tegen vrouwen. En gelukkig zetten ook in Nederland zich steeds meer mannen in om deel van de oplossing te worden.

Na dertig jaar ben ik nog steeds niet gewend aan de keiharde realiteit waarin teveel vrouwen moeten leven, en als afgeleide daarvan de dreiging van zo’n keiharde realiteit waarmee feitelijk alle vrouwen moeten leven. Ook de afgelopen weken weer, bij diverse bijeenkomsten in het kader van de 16 Days of Activism, ben ik steeds diep geraakt door de pijn en het verdriet en de wanhoop bij vrouwen die geweld hebben meegemaakt en overleefd. Het went nooit.

Een rode draad in alle verhalen, van de afgelopen weken, van de afgelopen jaren, volgens mij van zo ongeveer altijd, is dat er te weinig capaciteit is om overlevenden op te vangen, te steunen, te helpen, te begeleiden, aangifte te laten doen, etctera. En dan ga ik er maar even vanuit dat de wil er wel is, dat is namelijk zeker het geval bij alle professionals, beleidsmakers, hulpverleners en politiemedewerkers die de moeite nemen naar dit soort bijeenkomsten te komen. Feit is en blijft: er zijn gewoon te weinig middelen om te doen wat nodig is. En dan hebben we het nog niet eens over preventie.

Kortom: het onderwerp wordt gewoon niet serieus genomen. Hoewel de cijfers jaar in jaar uit laten zien hoe groot en ingrijpend en traumatiserend en ontwrichtend geweld tegen vrouwen is, sluit de samenleving blijkbaar liefst de oren en ogen voor dit probleem, en zelfs de mond, want de meesten vinden het al een te grote stap om zich erover uit te spreken.

Hoe kunnen we pretenderen dat we in een gelijk(waardig)e samenleving wonen als geweld zo’n grote rol speelt?! Geweld is tegelijkertijd de ultieme uitdrukking van ongelijkheid en het ultieme middel ervan. Een wereld waarin de ene helft van de bevolking voortdurend bang en op de hoede moet zijn voor de andere helft is niet de wereld waarvan ik geleerd heb dat we er samen naar moeten streven. En het is eigenlijk nog erger, want ook de andere helft van de bevolking is eigenlijk voortdurend bang en op de hoede voor die ene helft.

De olifant in de kamer: veruit het meeste geweld wordt gepleegd door mannen. Dat is statistisch het meest in het oog springende feit. Maar feit is ook dat de meeste mannen geen geweld plegen. De meeste daders zijn weliswaar mannen, maar de meeste mannen zijn zeker geen dader!

Toch vinden wij het belangrijk dat mannen deel van de oplossing worden. En dat impliceert dat mannen ook deel van het probleem zijn. Veel mannen in onze trainingen en workshops geven aan dat ze graag willen bijdragen aan een oplossing, maar dat ze niet weten wat ze eraan kunnen doen. Want zij slaan toch niet, zijn verkrachten niet, zij vermoorden niet.

Klopt. De meeste mannen slaan niet, verkrachten niet en vermoorden niet. Maar de meeste mannen groeien wel op in een cultuur en samenleving die ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, en geweld van mannen tegen vrouwen, bagatelliseert, legitimeert en normaliseert. Het zwijgen over ongelijkheid en geweld is daar wel de duidelijkste uitdrukking van.

Als je neutraal blijft in onrechtvaardige situaties, kies je de kant van de onderdrukker (Desmond Tutu)

In the end, we will remember not the words of our enemies but the silence of our friends (Martin Luther King, jr.)

Om deze reden beloven mannen in de wereldwijde White Ribbon Campagne dat ze geen geweld zullen plegen, het niet zullen goedkeuren, en er niet over zullen zwijgen.

En dat begint al bij lockerroom talk. Bij foute seksistische grappen. Bij homofobie. Bij peer pressure die jongens en mannen aanzet tot grensoverschrijdend gedrag. Bij naroepen en nafluiten en handtastelijkheden. Enzovoorts.

In onze workshops houden we vaak een brainstorm met deelnemers over geweld tegen vrouwen. Op post-its mogen ze steeds een andere vorm van geweld opschrijven en op een groot vel plakken. De flap raakt vol en deelnemers raken niet uitgepraat, of het nu mannen zijn of vrouwen of gemengd. We blijken allemaal verdomd goed te weten hoeveel verschillende vormen van alledaags seksisme en geweld er zijn, wat we meemaken en waar we soms zelf aan meedoen.

Het is groots en overweldigend allemaal, waar kan je beginnen?

Nou, overal! Elke vorm van seksisme en geweld waar je aan bijdraagt kan je nu stoppen. En je kunt je ertegen uitspreken als anderen het doen. En je kunt je positie ook gebruiken om het onderwerp aan te kaarten als het nog niet op tafel ligt. Alleen zo kunnen we bereiken dat we allemaal gaan bijdragen aan een wereld zonder geweld. Door ons uit te spreken en in te zetten, niet alleen als dat door iemand van ons gevraagd wordt, maar als de situatie dat van ons vraagt. En dat is al eventjes behoorlijk aan de gang.

We hebben jongens en mannen nodig als deel van de oplossing. Mannen die in hun eigen omgeving het verschil maken, maar zeker ook mannen die hun macht en status en invloed gebruiken om de wereld te verbeteren. Geweld tegen vrouwen zou ‘chefsache’ moeten zijn, zoals al die andere crises in de wereld. Geweld tegen vrouwen zou niet alleen een vrouwenzaak moeten zijn maar gaat ons allemaal aan.

It’s about time, all hands on deck!