Blog 17. Tim de Jong: Niet wegkijken maar luisteren

Meisjes, maar ook jongens, worden seksueel misbruikt.
Gewoon in hun eigen huis, op hun kamer. Of op de camping.

‘Hij trok aan mijn haren, het deed pijn’, vertelt de kleuter. En: ‘hij ging op mij liggen en bewegen’.
Bij een foto barst ze in hevig huilen uit. Ze wil nooit meer terug naar die man.
Gelukkig bestaat er therapie voor getraumatiseerde kinderen. Innerlijke gedachten kunnen worden omgebogen: ‘Het was nooit jouw schuld’. ‘Hij heeft het gedaan, hij moet naar de gevangenis’. ‘Iedereen is boos om wat hij jou heeft aangedaan’. ‘Je zal heel bang zijn geweest want je was nog zo klein.’ En de belangrijkste: ‘Wij houden van je en zullen je altijd helpen’. Er is hoop voor het kind. Al zal de dader nooit gepakt worden. Die is gevlucht naar het buitenland.

Je bent 13 en met je ouders op vakantie. Hij verkracht je niet één keer, maar de volgende dag weer. Een oudere jongen die sadistische spelletjes speelt. Niemand die het merkt. Niemand die oplet wat er gebeurt tussen tieners op een camping. En jij houdt je mond, gaat helemaal op slot.
Je leven wordt nooit meer normaal. Je trouwt, raakt depressief, je huwelijk strandt. Zelf begrijp je niet wat er aan de hand is. In de psychiatrie krijg je keer op keer verkeerde diagnoses. Medicijnen. Het helpt allemaal niet. Tot een toevallige ontmoeting een trigger blijkt. Een seksueel vrijgevochten vrouw die bij jou iets aanboort. En ineens wordt alles duidelijk, alsof het licht aan gaat.
Een paar jaar later sta je voor een volle zaal met traumatherapeuten. Eindelijk de juiste hulp gekregen, jezelf kunnen ontwikkelen, de effecten van het trauma kunnen begrijpen.
De zaal is muisstil, het verhaal is schokkend maar ook indrukwekkend omdat het gaat over overleving en herstel. Goed verwoord, helder over waar het allemaal foutging, ook in de hulpverlening.
De vrouw heeft haar kracht hervonden. Met adequate hulp, gehoord en gezien worden, een nieuwe liefde waarmee seksualiteit eindelijk ontdekt kan worden. Van zo’n verhaal kunnen we allemaal leren.

Laten we dat doen: luisteren naar deze verhalen, over misbruik dat om ons heen gebeurt. Als het licht uit is, als we even niet opletten. Op de camping of bij de buren. Of in onze eigen familie.
Het lijkt soms of dit soort geweld ‘gewoon’ wordt gevonden. Minder belangrijk dan MeToo of seksisme in de media. Omdat het er nu eenmaal is? Omdat we er niets aan kunnen doen?
Dat is niet waar. We doen allemaal te weinig. Aan het voorkomen van geweld, en aan hulp voor hen die het meemaakten. Zij hebben jouw en mijn support duizendmaal nodig.

Mannen: ga om het kind heen staan, biedt bescherming, durf te vragen, te luisteren, erkenning te geven, durf daders aan te pakken, vertel het kind dat het geen schuld draagt, geef het kind nieuw vertrouwen, toon een ander soort man-zijn, laat het kind haar eigen kracht ervaren en bewonder die kracht. Zie vrouwen niet als slachtoffer maar als sterke overlever, luister naar hun verhaal. Praat met andere mannen en jongens over seksualiteit, over hoe het wel moet, over respect, over gelijkwaardigheid.

Blog 16. Hannah Mars: “Die hele #metoo-discussie”

We zijn #metoo-moe maar tegelijkertijd onderschatten we nog altijd de enorme omvang van het probleem

Observatie: het woord ‘#metoo’, vaak gevolgd door ‘discussie’ of ‘beweging’, wordt bijna altijd voorafgegaan door ‘hele’. ‘Die hele #metoo-discussie’. (Dit geldt trouwens ook voor de zwartepietendiscussie, maar dat is een ander verhaal.) Zelfs op bijeenkomsten, debatten en in paneldiscussies met mensen die er hun werk van hebben gemaakt om seksueel geweld te voorkomen wordt het gebruikt.

Dat is niet zomaar een observatie: zo’n voorvoegsel bepaalt de lading van het woord. In dit geval: diskwalificeert de discussie, bagatelliseert het probleem, doet het af als gezeur. Die ‘hele’ discussie: daar sta ik boven, dat is wat geharrewar in de marge, ze doen maar. Dat ‘hele’ gedoe steeds, moet daar steeds zo veel aandacht voor zijn, is dat nu niet eens klaar? Mensen worden #metoo-moe – mooi woord wel.

Ik ben ook #metoo-moe, maar op een andere manier, en ik wou ook dat het klaar was. Maar het is nog lang niet klaar: uit een rapport van onderzoeksbureau Ipsos bleek vorige week nog dat in alle onderzochte Europese landen mensen enorm onderschatten hoe vaak seksuele intimidatie voorkomt. In Nederland heeft 73 procent van de vrouwen seksuele intimidatie meegemaakt, mannen schatten dat percentage op 38 procent, vrouwen nauwelijks hoger. Ondanks de vele aandacht voor #metoo weten mensen dus nog steeds niet hoe erg het eigenlijk is. Uit eerder onderzoek van Atria bleek al dat 45 procent van de Nederlandse vrouwen sinds haar vijftiende fysiek of seksueel geweld heeft meegemaakt, 20 procent heeft vóór haar vijftiende seksueel geweld meegemaakt en 10 procent van de Nederlandse vrouwen is verkracht.

Deze en andere statistieken zijn al decennia bekend en toch is iedereen elke keer weer verbaasd als er een nieuw onderzoek verschijnt. De cijfers blijven blijkbaar niet hangen. Misschien helpt het om ze even te vertalen naar je eigen omgeving: hoe veel vrouwen ken je? Hoe veel van hen zijn dus tegen hun wil aangeraakt, nageroepen, binnengedrongen? Je kent ze, maar je weet het niet.

Vrouwen praten er niet graag over, ik ook niet. Omdat het pijnlijk is om traumatiserende gebeurtenissen terug te halen, omdat het taboe is, omdat slachtoffers niet worden geloofd, worden gevictimblamed, geslutshamed: zo was het niet bedoeld, ze zal het wel verzonnen hebben, ze was dronken dus het was haar eigen schuld, wat deed ze daar alleen in het donker, ze had ook wel een erg kort rokje aan, en is zij eigenlijk niet veel te lelijk om aangerand te worden? Voor levensechte voorbeelden raad ik je aan te googlen op #WhyIDidntReport. Tegelijkertijd is het zo gewoon geworden dat we het niet meer benoemen. Het is zoals het weer, zoals een collega zei, je moet je er maar op kleden.

Dat is de kracht van #metoo: gesterkt door elkaars verhalen durfden vrouwen wél hun verhaal te doen. Hoewel het ook voor mij bijna vanzelfsprekend was dat ik en andere vrouwen allerlei ervaringen hebben was het ook voor mij tegelijk een schok en een geruststelling dat zo veel vrouwen met dezelfde verhalen rondlopen. Ik heb van verscheidene mannen in mijn omgeving gehoord dat ze verbaasd en geschokt waren door de verhalen van vrouwen om hen heen. Door die ene hashtag zijn er gesprekken gevoerd die anders het daglicht nooit hadden gezien en hebben veel mensen zich gerealiseerd dat het probleem veel groter is dan ze dachten.

Vervolgens werd die krachtige beweging, ik wil niet zeggen gekaapt, maar misschien toch, gekaapt door beroemde vrouwen die hun beroemde regisseurs, dirigenten en managers in de media ter verantwoording riepen. Logisch: voor de media zijn de alledaagse gevallen van alledaagse vrouwen niet interessant. Maar daardoor is de discussie weggetrokken van de dagelijkse realiteit en is het beeld ontstaan dat seksueel geweld enkel wordt gepleegd door beroemde, machtige, rijke mannen: De Ander. Een ander discours dat bijdraagt aan die ‘othering’ van het probleem is dat van de immigrant/vluchteling/allochtoon die ‘onze vrouwen’ komt verkrachten.

En dat is niet zo. Geweld en seksueel geweld tegen vrouwen vindt overal plaats, in alle lagen en doorsnedes van de samenleving. Sterker: daders zijn meestal een bekende van het slachtoffer, in 25 procent van de gevallen een partner of ex-partner. Er is maar één overeenkomstige factor: in negentig procent van de gevallen is de dader een man. Dat wil niet zeggen dat de meeste mannen daders zijn (!), maar de meeste mannen dragen wel bij aan het in stand blijven van het probleem.

Een van de (vele) bezwaren tegen het tegenwoordig veelvuldige gebruik van #metoo is dat alle incidenten op één grote hoop gegooid worden: handtastelijkheden vallen onder dezelfde noemer als verkrachting. Ik kan me erin vinden dat dat afdoet aan de ernst van verkrachting, maar punt is: het is ook een grote hoop. Van kleedkamerpraat en nafluiten tot verkrachting en moord: incidenten van (seksueel) geweld tegen vrouwen bevinden zich allemaal op hetzelfde spectrum en vinden allemaal plaats in dezelfde context. Op het oog onschuldige grapjes dragen bij aan een cultuur waarin het oké is om vrouwen na te roepen, lastig te vallen, aan te randen, te verkrachten.

 

Die hele grote hoop van alle verschillende incidenten zijn allemáál problematisch en we moeten ze allemaal zichtbaar en bespreekbaar maken en allemaal bestrijden. Dat betekent ook dat álle mannen kunnen bijdragen aan een begin van de oplossing. Spreek de mannen om je heen aan op hun gedrag, weiger mee te lachen om hun grappen. En geloof vrouwen. Er zijn zo veel redenen om ervaringen van seksueel geweld niet te delen, als iemand je in vertrouwen neemt is de kans bijzonder klein dat haar verhaal niet waar is.

* Ik schrijf steeds ‘zij’ en ‘haar’ als ik het over slachtoffers heb, maar mannen kunnen uiteraard ook slachtoffer zijn van seksueel geweld. Zonder aan de ernst daarvan te willen afdoen: (seksueel) geweld tegen vrouwen is een enorm, structureel probleem van epidemiologische omvang en hoewel mannelijke slachtoffers net zo veel aandacht verdienen gaat het me hier om de structurele aard van geweld tegen vrouwen. (#yesallwomen)

** De meeste cijfers zijn gebaseerd op dit onderzoek van Atria.

Blog 15. Jeremy Heshof: Man durf te huilen

Vrijdag 30 november 2018 vond het najaarscongres ‘Was will der Mann?’ plaats en was georganiseerd door de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie. De focus van het congres lag wat meer op wat de heteroseksuele man wil. Voor seksuele diversiteit onder mannen was er minder expliciete aandacht mijns inziens. Hulde voor spreker Yuri Ohlrichs die herhaaldelijk met vanzelfsprekendheid praatte over gevoelens die een jongeman kan hebben voor meisjes en/of jongens. Idem voor spreker en sfeerbeheerder Kevin Heller die een duidelijk standpunt inneemt: in uitgaansgelegenheden waar hij werkt mag iedere man zichzelf zijn, ongeacht of hij gay is of in een jurk loopt.

Het slotdebat begon grappig maar werd al snel vol op de man gespeeld. Deelnemer Jens van Tricht uitte zijn eerdere twijfels om in dit panel van – naar eigen zeggen – vier hoogopgeleide, blanke en heteroseksuele mannen plaats te nemen. Ook vertelde hij iets belangrijks over homofobie onder heteromannen maar dit werd ondergesneeuwd door andere panelleden: “We moeten ons niet willen gedragen als vrouwen en homo’s”, en vervolgens werd Jens ook gevraagd of hij “ook op zo’n gevoelige manier seks heeft”. De laatste opmerking weet ik niet meer voor 100% zeker omdat ik me toen best ergerde.

Gedurende deze dag werd ons meermaals op het hart gedrukt hoe belangrijk (soms zelfs van levensbelang) het is om als man je gevoelens meer te uiten. Toen Jens precies dát deed, werden er vervolgens grappen over gemaakt door de andere mannen in het panel. Hiermee werd pijnlijk duidelijk hoe sommige mannen met elkaar omgaan: elkaar zien als concurrent, vooral je kwetsbaarheden verbergen en deze bij een ander belachelijk maken.

Ik was niet ad rem genoeg om in de zaal het volgende tegen Jens te zeggen: Ik ben blij dat je die ochtend NIET had afgebeld om in het panel plaats te nemen want het illustreerde hoe nodig deze discussies zijn en dank je wel voor wat je uitlegde over homofobie. Homofobie zorgt er nog steeds voor dat ik wekelijks jongemannen maar ook oudere mannen die hooggeplaatste functies bekleden in mijn praktijk spreek die niet uit de kast durven te komen. Precies om wat jij vertelde: bang om ondergeschikt en afgekeurd te worden.

Op mijn website staat duidelijk vermeld dat álle mannen welkom zijn in mijn praktijk voor seksuologische, relationele en/of psychologische hulpverlening. Ook ben ik op mijn website open over het feit dat ik samenleef met een andere man. Tijdens het intakegesprek nodig ik mijn cliënten uit vooral oprecht en kwetsbaar te zijn: dus over alle mooie dingen maar ook de minder mooie dingen. Mannen hoeven zich niet beter voor te doen dan ze zijn bij mij (en uiteraard ook niet minder). Heel belangrijk om dit expliciet te zeggen, want veel mannen zijn dit niet gewend. Opvallend is dat met name de heteroseksuele mannen die mijn praktijk bezoeken vaak zeggen het bijzonder en waardevol te vinden dat ze bij mij kwetsbaar en onzeker “mogen” zijn. Niet zelden wordt er door hen voor het eerst sinds lange tijd gehuild vanwege (verdrongen) verdriet over bijvoorbeeld een verstoorde relatie met de vader, seksverslaving, prostitutiebezoeken, erectiestoornissen of een partner die hen heeft verlaten.

Blog 14. Martijn Dekker: Tot hier en niet verder

Enige tijd geleden deed ik een oefening met een groep studenten. Ik had een formulier uitgedeeld, waarop ze verschillende categorieën moesten invullen die op enigerlei wijze onderdeel uitmaakten van hun identiteit; onder andere etniciteit, klasse, religie, seksualiteit en gender. Onder deze categorieën stond een rijtje met vragen die bijvoorbeeld gingen over dat deel van hun identiteit waar ze het vaakst of het minst vaak aan dachten. Of welk deel van hun identiteit ze de meeste voordelen of nadelen zou geven bij het nastreven van hun doelen.

Een van de effecten van deze oefening is dat studenten zich bewust worden van de privileges die ze al dan niet hebben, maar het belangrijkste inzicht dat ik hoop mee te geven, gaat over hoe bewust je je bent van bepaalde onderdelen van je identiteit en hoe dat bewustzijn je ervaringen beïnvloedt. En dus je denken. Als jij je bijvoorbeeld nauwelijks bewust bent van je huidskleur, omdat die dezelfde is als de meeste mensen om je heen en omdat deze je geen nadelen oplevert, dan is het moeilijk voor te stellen hoe dit is voor mensen die er wél dagelijks mee geconfronteerd worden. Het is in dat opzicht dus oneerlijk, om maar een voorbeeld te noemen, om als wit persoon te zeggen dat kleur er voor jou niet toe doet en dat je kleurenblind bent. Als je onderdeel van een dominante groep bent, dan kan er al snel een blinde vlek ontstaan voor de ervaringen van “de Ander”. Je verheft je eigen ervaringen tot de norm en beschouwt die van anderen, zeker als ze in tegenspraak zijn met jouw eigen perspectief, als overdreven, als gezeur, of als onjuist.

Het is moeilijk om dit soort vastgeroeste denkpatronen te doorbreken als je daar als individu weinig moeite voor wilt doen. Maar op een gegeven moment, als er zoveel informatie op je afkomt die in tegenspraak lijkt te zijn met jouw perspectief, die indruist tegen jouw ervaringen, dan ontstaat er misschien een potentie tot verandering; een aanleiding om iets te doen met deze cognitieve dissonantie.

Met name mannen blijken het echter moeilijk te vinden om te accepteren dat er andere ervaringen bestaan dan die van henzelf. In plaats van begripvol te luisteren naar slachtoffers of te reflecteren op de overstelpende hoeveelheid van ervaringen met seksuele intimidatie of seksueel geweld, proberen ze hun eigen ervaringen tot norm te verheffen en die van anderen (veelal vrouwen) af te doen als onjuist. De kwalificaties om alle #metoo-ervaringen te bagatelliseren, variëren van ‘gezeur’ tot ‘kwaadaardig’.

Maar, naast deze “hakken in het zand”-reactie, zie ik ook twee belangrijke positieve effecten. Ik zie bijvoorbeeld in toenemende mate empathie. Een vaardigheid die voortkomt uit zelfbewustzijn en mensen in staat stelt om zich in te leven in de gevoelens en ervaringen van anderen. Het is ook vaak een reactie die voortkomt uit verrassing en verbazing. Hebben echt zóveel vrouwen last van seksueel grensoverschrijdend gedrag?

Het is een ervaring die noopt tot zelfreflectie. Heb ik zelf wel eens de grenzen opgezocht of heb ik de grenzen van een ander overschreden? En hoe kan ik mijn gedrag op zo’n manier aanpassen dat ik de grenzen van anderen respecteer en dat ook duidelijk communiceer? Vragen als deze zijn tegelijkertijd oorzaak en gevolg van een toenemende bereidheid om te luisteren naar slachtoffers. Erkenning, en het geloven van slachtoffers, is een heel belangrijke eerste stap.

Daarnaast is wat mij betreft het belangrijkste effect van de #metoo movement dat er momentum lijkt te zijn voor nieuwe procedures, nieuw beleid, en nieuwe wetgeving. Natuurlijk is er ook een tegenbeweging, en zien we bij velen een soort #metoo-moeheid ontstaan, maar er is wel degelijk iets groots in gang gezet door Tarana Burke, en later Alyssa Milano en vele, vele anderen.

Je ziet allerlei bewegingen ontstaan die niet direct gekoppeld zijn aan #metoo, maar wel passen binnen de wereldwijde aandacht voor seksueel geweld. Zo is er op dit moment in Zuid-Afrika iets bijzonders gaande. Vierentwintig jaar geleden beloofde de eerste post-Apartheid regering een prioriteit te maken van gendergerelateerd geweld. Maar tot op heden is dat slechts bij wat vage beloften gebleven en is er enorm veel seksueel geweld in het land.

En nu lijkt er een “perfecte storm” te ontstaan. De val van president Jacob Zuma*, die zelf was beschuldigd van verkrachting, en de komst van een opvolger die genderongelijkheid en -gerelateerd geweld wel serieus lijkt te nemen – Cyril Ramaphosa – plus het dreigende wegvallen van internationale financiering voor lokale NGO’s, heeft een beweging in gang gezet die échte verandering wil afdwingen. Een brede coalitie van lokale organisaties die hulp bieden aan slachtoffers van seksueel geweld, heeft een lijst van vierentwintig eisen opgesteld, en om die ingewilligd te krijgen, organiseert ze bijeenkomsten, demonstraties, en zelfs een grote landelijke staking, onder de naam “Total Shutdown”**. Waar dit alles toe gaat leiden is nog onduidelijk, en de organisaties zelf lijken ook verrast, maar er broeit iets. Men lijkt te zeggen: we pikken het niet langer en we gaan net zo lang door tot we échte verandering zien.

Het is een bijzondere beweging die hopelijk ook inspiratie biedt aan anderen, over de hele wereld. Inspiratie voor hen die beter beleid en meer veiligheid voor met name vrouwen willen afdwingen. Zowel in Zuid-Afrika als in andere landen, maar ook binnen organisaties en bedrijven, lijkt er momentum te zijn dat mensen de kracht en kans geeft om te zeggen: tot hier en niet verder. En omdat steeds meer mensen bereid zijn om te luisteren, ontstaan er kansen die kunnen leiden tot verandering. We weten dat het gebeurt, we weten dat het op grote schaal gebeurt, nu gaan we eindelijk écht eens iets doen aan seksuele intimidatie en seksueel geweld.

 

* In een controversiële rechtszaak werd Zuma uiteindelijk vrijgesproken, omdat het hof besloot dat de geslachtsgemeenschap consensueel was. Wat overigens een pikant (lees: schandalig) detail in de zaak is, betreft de opmerking van Zuma dat hij wel wist dat zijn beschuldiger HIV-positief was, maar dat hij direct na de daad een douche genomen had, om de risico’s te beperken. Een opmerking die fel bekritiseerd is door HIV/AIDS-organisaties.

** Met dank aan Paula Vermuë, die nu onderzoek doet in Kaapstad en mij wees op het bestaan van de Total Shutdown. Zie: http://thetotalshutdown.org.za/

Blog 13. Henk Kouijzer: Geweld tegen vrouwen

Onlangs fietste ik terug van de school van mijn kinderen waar ik in de smalle straatjes van Prinseneiland een vrachtauto zag staan waar zich behoedzaam een vrouw van middelbare leeftijd omheen manoeuvreerde.

Ik ving de woorden “vieze vuile kankerhoer” op die vanuit de cabine naar buiten werden geschreeuwd en maakte mijn analyse. Duidelijk voor mij was dat de vrouw een opmerking had gemaakt over misschien het rijgedrag of in ieder geval de hinder die ze ondervond van de auto.

Ik hield in en draaide terug. De vrouw reed langzaam door en in het oogcontact dat ik vervolgens met de chauffeur kreeg stond het hele verhaal. Als ik iets langer oogcontact had gehouden en verder op hem toe was gegaan zou er een flinke confrontatie hebben plaats gevonden. Ik ben niet gauw bang, maar de dreiging die hiervan uitging was me te veel.

Ik noteerde in mijn hoofd wat ik had meegemaakt en vervolgde mijn weg.

In het verkeer is veel agressie. Frustratie van verkeersdeelnemers leidt regelmatig tot onverkwikkelijke situaties. Ik maak ze gelukkig als fietser niet veel mee, maar heb te doen met automobilisten. Dit echter, was zo walgelijk om mee te maken dat het nog in me doordendert.

Hij vanuit zijn grote auto, hoog verheven in de cabine naar beneden schreeuwend omdat iemand het lef had om iets over zijn gedrag te moeten zeggen. Schaamte aan mijn kant voor deze fellow man.

Had ik graag in gesprek met hem geweest. Volgende keer zet ik me over mijn angst heen.

Blog 12. Jos van der Schot: Nieuwe normaal

Als ik nadenk wat er in het afgelopen jaar en de explosie van #MeToo-meldingen is gebeurd dan denk ik vooral aan de vorming van een nieuwe normaal. Geweld tegen vrouwen is niet normaal. Machtsmisbruik is niet normaal. Het vragen van ‘seksuele diensten’ voor het verlenen van een ‘gunst’ is niet normaal, zeker niet als er sprake is van een afhankelijke relatie. Kortom, waar de deksels van beerputten lang gesloten bleven, omdat melden van misstanden meestal alleen de slachtoffers schade toebracht, zijn veel van die putten het afgelopen jaar geopend. En wie nog een beerput heeft, doet er goed aan deze grondig schoon te maken, voor ook deze misstanden geopenbaard zullen worden. Het is aan iedereen, vooral ook mannen, om misstanden aan het licht te brengen en te voorkomen.

Ik wacht inmiddels met spanning op de rechtszaken die op het punt van beginnen staan en dan niet alleen die tegen Harvey Weinstein. Wetten leggen vast wat mensen normaal vinden en zorgen ervoor dat mensen die zich niet aan deze normen houden daarvoor ter verantwoording kunnen worden geroepen. Juristen noemen wetgeving ook wel de gestolde werkelijkheid, die de maatschappelijke ontwikkelingen volgt en weeffouten in de rechtsbescherming moet herstellen. Rechtszaken bevestigen vervolgens die werkelijkheid.

 

De praktijk

“De wet is er niet voor de vrouw”, luidde de kop boven een artikel in Trouw van 6 november. Het ging over huiselijk geweld in Rusland, waar 20% van de vrouwen door haar man wordt mishandeld. Hoeveel anders is dit in Nederland? Een paar cijfers. Jaarlijks zijn er ongeveer 200.000 slachtoffers van ernstig huiselijk geweld. Daarmee is het de meest omvangrijke vorm van geweld in onze samenleving. Van de totale Nederlandse bevolking tussen de 18 en 70 jaar, is 45 procent ooit slachtoffer geweest van enige vorm van fysiek, seksueel of psychisch geweld in huiselijke kring. Elk jaar zijn er tussen de 120 en 150 dodelijke slachtoffers (60-75 vrouwen, 25 mannen, 40-50 kinderen). 51 procent van de vrouwen die om het leven worden gebracht, wordt gedood door een (ex-)partner. Ieder jaar worden er ruim 63.000 gevallen van ernstig huiselijk geweld bij de politie gemeld. Dat is ongeveer een derde van het totale aantal gevallen. Kortom, ook in Nederland werkt de wet nog niet optimaal.

Waar huiselijk geweld meestal verstopt zit achter deuren, is een andere vorm van geweld veel zichtbaarder: straatintimidatie. In Rotterdam komen binnenkort twee mannen voor de rechter. Het zijn de eerste rechtszaken voor straatintimidatie, dat sinds een jaar strafbaar is in Rotterdam en Amsterdam. De waarde van deze strafzaak mag niet worden onderschat. In een tijd dat het debat vooral gaat over #MeToo, zwaar machtsmisbruik en seksueel geweld, is het een duidelijk signaal aan jongens en mannen dat sissen, nafluiten en -roepen, lastigvallen, uitschelden en nalopen geen simpele kwajongensstreken zijn. Het zijn serieuze inbreuken op (het gevoel van) veiligheid van de mensen die geïntimideerd worden.

Wie zich realiseert dat circa 53 procent van de vrouwen in Amsterdam te maken heeft gehad met verschillende vormen van straatintimidatie, weet dat dit geen klein bier is. Het is dan ook geen keuze tussen de aanpak van verkrachtingen, aanrandingen en mishandeling enerzijds en straatintimidatie anderzijds. Ze maken beide onderdeel uit van de verkrachtingscultuur waarin we leven. In de White Ribbon Campagne van vorig jaar vroegen mannen aandacht voor de piramide van geweld tegen vrouwen, waarin de harde vormen van seksisme, genderongelijkheid en geweld leunen op het bagatelliseren en goedpraten van kleedkamerpraat, ‘stoer’ gedrag en seksistische grappen.

 

De strijd tegen straatintimidatie gaat hand in hand met de #MeToo-beweging en dateert eveneens van lang geleden. Al in de jaren 1980 gingen vrouwen wereldwijd de straat op met de slogan ‘Take back the night’. In Nederland waren de Heksennachten legendarisch. De juridische aanpak van straatintimidatie zet nu een nieuwe norm, die past in de huidige samenleving. Dit biedt een stevigere basis aan mannen (en vrouwen) om het geweld tegen vrouwen en de verkrachtingscultuur te bestrijden.

Blog 11. Nik Poldervaart: Juist mannen moeten opstaan tegen seksisme, zoals hetero’s tegen homofobie en witte mensen tegen racisme

Beste lezer,

Allereerst, fantastisch initiatief.

Ik ben zelf zeer vrij opgevoed in Amsterdam door een feministische moeder. Zij heeft mij toch wel het meeste meegegeven, al ben ik met het met veel feministische stellingen/opvattingen niet eens. Verder ben ik lang werkzaam geweest in de hulpverlening en heb ruim 25 jaar horecagelegenheden gerund en gehad waar mensen ook hun verhaal deden/doen.

Ik heb natuurlijk niet de waarheid in pacht maar denk graag mee over hoe mannen beter hun stem kunnen laten klinken tegen agressie tegen vrouwen.

Er heerst een taboe over agressie in relationele sfeer. Ook ik heb agressie meegemaakt in een van mijn relaties en daar heb je ‘t niet over, dat laat je in de kast. Pas toen ik echt eerlijk om mij heen ging vragen, kwamen stellen (homo en hetero) ervoor uit weleens met elkaar op de vuist te gaan.

Geweld is natuurlijk altijd een uiting van onmacht, je kunt het verbaal niet af en de gemoederen lopen zo hoog op dat het tot een lichamelijke uiting komt. Liefde ligt dicht bij haat (veel passie voor elkaar uit zich in negatieve zowel als in positieve zin) en daarom kun je denk ik de mensen die het dichtst bij je staan ook het meeste pijn doen.

Het is natuurlijk wel de manier waarop: vrouwen zijn verreweg het vaakste slachtoffer van huishoudelijk geweld. Ik denk omdat mannen vaak niet geleerd hebben om met emotie om te gaan en daarom een lichamelijke oplossing zoeken. Dat is verschrikkelijk, gek is mijn ervaring dat ik zie dat vrouwen wel vaak in een herhalingspatroon vallen en dit in meerdere relaties meemaken. Daarom is het denk ik ook belangrijk om te bespreken waar dat dan vandaan komt, behalve mannen die zich daar schuldig aan maken.

Want het zijn de mannen die dit natuurlijk zouden moeten doorbreken, seksisme in het algemeen. Zoals hetero’s homofobie zouden moeten bestrijden en witte mensen racisme.

Een man is namelijk wel bereid om zich tegen de wet te keren zodra zijn vrouw of dochter door een ander in elkaar gebeukt wordt en het wordt vaak nog sociaal aanvaard ook dat mannen eigen rechter spelen in deze gevallen.

Maar ook dit moet natuurlijk een geweldloze actie zijn dus verhalen van vrouwen die jarenlang mentaal/lichamelijk onderdrukt zijn, kunnen denk ik het beste empathie opbrengen door dit naar buiten te brengen bij mannen die dit weer op hun beurt het beste weten af te keuren en iets tegen te doen. Dat is moeilijk natuurlijk omdat de slachtoffers vaak bang en onzeker zijn door deze onderdrukking/agressie.

Als iets jouw probleem wordt dan doe je er iets aan. Neem een heel gek voorbeeld: Koos Alberts (rust in vrede) ging pas wat doen voor invaliden toen hij zelf in een rolstoel terechtkwam. Dat is een beetje mensen eigen. Er zijn veel te weinig mannelijke feministen en ook ik ben weleens uitgekotst vanwege mijn uitspraken, zowel door mannen als door vrouwen. Het onderwerp groot maken is het begin. Je hoort tegenwoordig weinig over geweld tegen vrouwen. Ik weet ook niet of vrouwen zelf soms wel weten dat het fout is dat ze geslagen of geschopt worden.

Misschien moet er een makkelijkere manier van melden komen als je in je omgeving geweld tegen vrouwen ziet. Zouden mensen in het algemeen natuurlijk wat meer voor elkaar over moeten hebben.

De politiek erin betrekken misschien? Zou er graag nog over brainstormen.

Blog 10. Mark-Robin Hoogland: Naar Gods beeld is ieder mens zowel mannelijk als vrouwelijk: ruimte om mens te zijn

Dit is een deel van een stuk dat eerder verscheen op www.katholiek.nl

Wij kennen allemaal het scheppingsverhaal, toch? “God schiep Adam en Eva en zei: ‘Gaat heen en vermenigvuldigt u.’” Deze versimpeling èn verhaspeling van de Schrift zorgt tot op de dag van vandaag voor veel ellende, vooral voor hen die niet in “het plaatje” passen. Het Goede Nieuws is echter dat dit er helemaal niet staat. Bovendien zijn er in de Bijbel sowieso tenminste twee scheppingsverhalen en die zijn bepaald niet hetzelfde. Ze staan náást elkaar: Genesis 1 en daarnaast Genesis 2 over Adam en Eva. Dit tweede verhaal weerspiegelt de algemene praktijk waarin een man en een vrouw in liefde elkaar zo aanvullen, dat zij met elkaar een levenslange verbintenis aangaan en kinderen voortbrengen – ‘zoals het hoort.’ JHWH zegent hen en zij leefden nog lang en gelukkig (nou ja, min of meer dan). Gelukkig maar!

Ook het eerste scheppingsverhaal gaat over lang en gelukkig; God heeft de mens gezegend, omdat Hij zag dat het zeer goed was [Gn 1,28.31]. Toch is in het eerste scheppingsverhaal de visie op de mens ‘ietsje’ anders. Want in Genesis 2 is karakteristiek voor de mens dat deze uit het stof van de aarde (adamah) genomen is; de mens is een aardling, een adam [Gn 2,7]. In ‘ons’ scheppingsverhaal wordt echter als bijzonder kenmerk genoemd dat de mens naar Gods beeld is geschapen. Hierop ligt nadruk, want het wordt herhaald: God schiep de mens, naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem [Gn 1,27]. In het Hebreeuws gaat het hier om de nabijheid van God en mens, in het Grieks (de joodse vertaling, de Septuaginta) en het Latijn (de christelijke vertaling, de Vulgaat) wordt eerder richting uitgedrukt: God heeft de mens naar Zich toe geschapen. Beide beelden in dit scheppingsverhaal spreken mij gelovig zeer aan: als mens zijn wij dichtbij God èn op weg naar God toe [Dt 4,7 & Lk 15,20. 1Kor 8,6 etc.].

In Genesis 2 is het JHWH Die schept. In Genesis 1 is het “God”. Het Hebreeuwse woord dat voor God gebruikt wordt is meervoud. De vroege christenen zien hier al de Drie-eenheid in: voor ons dus geen probleem, zogezegd. Opmerkelijker is dat de mens enkelvoud is: God, meervoud, schiep de mens, enkelvoud – en niet andersom!

Toch vinden wij vervolgens ook meervoudigheid in die mens: de mens is namelijk mannelijk en vrouwelijk. Hier is nota bene geen sprake van man en vrouw [zoals de Statenvertaling en andere vertalingen geven], maar van “de mens” die naar Gods beeld mannelijk en vrouwelijk is [Gn 1,27]. De mens heeft mannelijke en vrouwelijke aspecten. Natuurlijk is dit waar voor de geslachtelijkheid; die is uiterlijk zichtbaar. Maar er zijn daarnaast dus ook andere menselijke eigenschappen: de hormonen alsmede het karakter, de manieren van denken en voelen, seksualiteit enzovoorts.

God zegende deze mens [Gn 1,28] – zoals Hij de mens heeft gemaakt in al diens mannelijkheid en vrouwelijkheid. Hij zegent de mens, omdat deze mens een goede schepping is, zeer goed zelfs! [Gn 1,31]

Nu zou je kunnen zeggen dat de daaropvolgende opdrachten van God toch duidelijk slaat op mannen en vrouwen: “Weest vruchtbaar en wordt talrijk, vervult de aarde” [Gn 1,28: in het meervoud dus]. Het lijkt op het eerste gezicht misschien ook dat God drie keer hetzelfde zegt. Gods opdracht geldt inderdaad óók voor mannen en vrouwen, maar niet per se uitsluitend. Zeker, de tweede opdracht heeft duidelijk betrekking op de voortplanting: wordt talrijk! Echter, de eerste opdracht “Weest vruchtbaar (of: groeit)!”, heeft zowel in de Hebreeuwse, Griekse als Latijnse bewoording meerdere betekenissen. Denk maar aan Christus’ uitspraak over het voortbrengen van rijke vrucht: 30-, 60- en 100-voudig [Mt 13,23]; (ook) daar gaat vruchtbaarheid echt niet over het krijgen van kinderen!

Hetzelfde geldt voor de derde opdracht: “Vervult de aarde”; dit kan gezien worden als het vullen qua aantal, maar vervullen betekent in de Schrift tevens: het tot voltooiing brengen van de aarde [bijv. Hab 2,14 cf. het vervullen van de mens in Fil 1,10v. Kol 2,10]. Kortom, om te groeien en goede vruchten voort te brengen – van geloof, hoop en liefde – en om de wil van God te vervullen, hoef je niet per se met iemand van het andere geslacht samen te zijn.

Dat scheppingsverhaal in Genesis 1 geeft iedere mens dus welbeschouwd alle ruimte om volledig mens te zijn. Voor het aangezicht van God zijn er diverse mogelijkheden om onze ingeschapen mannelijkheid en vrouwelijkheid waarmee God de mens geschapen heeft verder te ontplooien en om zo als mens te groeien.

Blog 9. Walter Hoogerbeets: De strijd tegen het patriarchaat

Als je de buzz in de media mag geloven, was 2018 geen goed jaar. Een nieuwe lichting seksistische witte mannen leek niet weg te slaan van televisie en de voorpagina’s. Ze stoppen een oeroud conservatisme in een modern jasje en lokken onzekere jonge mannen met de belofte dat binnenkort de wereld weer om hen zal draaien. Het klinkt eng en het is eng. Maar toch ben ik voorzichtig optimistisch. Deze terugval is tijdelijk.

Een fantasierijke schrijver zou er een spannende saga van kunnen maken. De eeuwenlange strijd tegen Het Patriarchaat. Begon hij vandaag met schrijven, dan koos hij ongetwijfeld #MeToo als de grote veldslag. Of misschien begon zij wel bij #ZegHet, zoals er de afgelopen jaren veel geschreven is over de Eerste Wereldoorlog als opmaat naar de veel grotere Tweede Wereldoorlog. Bij succes van het boek zouden er wellicht prequels komen over de Suffragettes, Aletta Jacobs, de Dolle Mina’s. Duistere delen over de dagen waarin de fascisten vrouwen terug naar het aanrecht stuurden en als broedmachines voor nieuwe soldaten beschouwden.

Zo beschreven lijkt het een eindeloze strijd tussen goed en kwaad, die telkens heen en weer gaat. De episode over het jaar 2018 zou vertellen hoe het kwaad weer terrein wint. The Patriarchy Strikes Back. Een nieuwe duistere heerser staat op. Hij luistert naar de naam Jordan Peterson of Donald Trump. Jair Bolsonaro misschien. Of, als het boek zich in Nederland zou afspelen, Thierry Baudet.

Het is soms verleidelijk om een maatschappelijke strijd zo te zien. Zeker voor wie zelf meestrijdt: Wie voelt zich niet graag een held? Maar het is ook heel bedrieglijk. Het is niet overdreven om het patriarchaat, het patriarchale denken en hoe dit mensen programmeert als een groot kwaad te zien. Het richt vreselijke dingen aan, in de eerste plaats bij vrouwen en bij mensen die niet zomaar in een m/v-hokje passen. De strijd hiertegen is in veel gevallen zonder meer heroïsch.

En ook het idee dat het patriarchaat terugslaat en regelmatig terrein terugwint, komt niet uit de lucht vallen. Dat een Nederlandse universiteit bakken met geld uitgeeft om een paleoconservatief in te vliegen en hem onweersproken en feitenvrij zijn seksisme laat spuien, was een paar jaar geleden nog ondenkbaar.

Alleen, een sociale strijd is iets heel anders dan een militaire strijd. Er is niet een fysiek front dat heen en weer kan schuiven. Er zijn geen strategische industrieën die vernietigd kunnen worden of voorraden grondstoffen die uitgeput raken. Een sociale strijd gaat om hoe mensen denken, om hoe ze met elkaar omgaan, wat ze van elkaar verwachten. Het gaat er niet om dat de ene mens sterft en de andere leeft. Je wilt je tegenstander helemaal niet vernietigen, je wilt dat hij anders gaat denken.

De strijd tegen het patriarchale denken is geen oorlog, maar een evolutieproces van het denken. Een slecht idee dat het moet afleggen tegen een beter idee: Dat alle mensen gelijk en vrij zijn, en dat gender een feest van diversiteit moet zijn in plaats van een veel te krappe kooi.

En als ik vanuit die gedachte kijk, denk ik toch niet dat die nieuwe dark overlords aan de winnende hand zijn. Ja, ze richten heel veel schade aan. Ze injecteren een deel van de jonge mannen met nieuwe giftige mannelijkheid. Ze overtuigen hen dat vrouwen hun vijand zijn, dat een echte man agressief en ongenaakbaar is. De natuurlijke baas van het universum. En dat heeft vreselijke gevolgen. Dat maakt mensenlevens kapot, ook in de meest letterlijke zin.

Het lijkt geen eerlijke strijd. Wij, als moderne mannen die inzien tot welk leed die ideeën leiden, mannen die gendergelijkheid en gendervrijheid omarmen, komen niet zo gemakkelijk in de talkshows of op de voorpagina van de Volkskrant Magazine. Het boek van Jens lag niet in de etalage. Ik moest het bestellen, waarbij het nog even zoeken was naar een boekhandel waar het boek van Jordan Peterson niet in een grote stapel op tafel lag.

Maar wij hebben één enorm voordeel dat de nieuwe patriarchalen niet hebben. Gendergelijkheid werkt. Seksisme helpt je als man niet om beter met vrouwen door een deur te kunnen. Feminisme wel.

De meeste mannen lezen geen boeken over gender. Die kijken niet naar elke talkshow waarin Baudet mag schitteren. Die leven. Die proberen het in de praktijk te rooien met hun vrouw, hun dochters, hun collega’s. En daarbij zullen ze gemiddeld, als in een evolutionair proces, steeds vaker de dingen doen die goed werken en de dingen achterwege laten die alleen maar tot conflicten en andere ellende leiden. Want aan het eind van de dag wil de grote meerderheid van de mannen een prettig leven leiden met de mensen waar ze van houden, en zo weinig mogelijk gedonder met andere mensen.

Stopt dit geweld tegen vrouwen? Niet morgen. Niet volgende week, niet volgend jaar en ik vrees dat volgende eeuw de vrouwen die dan leven, er bij tijd en wijle nog steeds onder zullen lijden. Ingesleten patronen verdwijnen niet zomaar. De talloze vooroordelen over vrouwen en mannen zijn als een achter de boot slepend dreganker dat het proces eindeloos tergt en vertraagt. Maar vertragen is geen omdraaien. De grote onderstroom gaat door.

Ik ben ervan overtuigd dat mannen langzaam maar zeker aan het ontgiften zijn. Met ups en downs, soms traag en soms sneller. In die paar decennia die ik op aarde rondloop, heb ik gezien hoe mannen opener zijn geworden, elkaar een knuffel durven geven. Hoe jonge vaders in deeltijd zijn gaan werken, terwijl twintig jaar geleden iedereen nog zeker wist dat mannen een fulltimebaan wel een mooie manier vonden om zich aan hun gezin te onttrekken.

Ik heb zelf geen kinderen maar ik ken wel heel wat jonge vaders. Ik denk dat ik liever probeer om een biefstuk van een pitbull af te pakken dan de deeltijddag van een jonge vader.

Je hoort al deze mannen zelden. Ze komen niet in de talkshows, hun boeken staan niet in de toptien, ze worden niet ingevlogen vanuit Toronto. Maar ze zijn overal.

Daarom zie ik alle reden om stug door te gaan met strijd, met of zonder airplay. Ook de kleine dingen helpen, om de simpele reden dat ze werken. Een gesprek in de kroeg over het leven en de liefde, een goed voorbeeld geven op je werk, een verveelde blik als reactie op een seksistische grap. Een enthousiast verhaal bij de borrel over hoe bevrijdend het is om je vooroordelen los te laten.

We komen er. Ooit.

Blog 8. Stijn Schenk: Beeldverhalen tegen geweld

In 2017 en 2018 ben ik bezig geweest met de productie van beeldverhalen die de impact van geweld tegen vrouwen laat zien. De verhalen zullen in januari gebundeld verschijnen. Maar de verhalen zijn ook online en in verschillende media te vinden.

Dit project “Verhalen van vrouwen” volg ik in 2019 op met “Wij mannen”. De uitgangsvraag was “Hoe kunnen beeldverhalen ervoor zorgen dat minder mannen geweld tegen vrouwen gebruiken?”

Zoals bij zo veel zaken veranderen mensen niet snel wanneer je ze wijst op de fouten die zij hebben gemaakt. Maar mensen staan wel open om te leren wanneer je hen aanspreekt op gebieden die voor hen relevant zijn. In het “Wij mannen”-project ga ik daarom op zoek naar werk dat mannen meer in balans, en meer in hun kracht zet.

Aan de hand van vier thema’s ga ik met tekenaars op zoek naar vormen en verhalen die mannen raken en stimuleren om actief met zichzelf aan de slag te gaan. Daarbij is er aandacht voor seks en lichamelijkheid. Wat is echt verbinding maken en hoe kunnen seks en intimiteit intenser en bevredigender vorm krijgen? De gedachte is dat als mannen zich in hun behoefte verdiepen, zij in hun seksualiteit niet hoeven te verharden.

Het tweede thema is kwetsbaarheid, waarbij we aandacht besteden aan daklozen. We kijken naar de weg naar beneden en de moeizame weg terug. De basispremisse is dat als mannen eerder hun kwetsbaarheid kunnen delen, het gevaar tot afglijden krimpt. Mensen denken bij mannen nog vaak dat falen een eigen keuzen is. Daarom adresseren we deze mythe. Dit project zal in samenwerking met federatieopvang worden ontwikkeld.

Het derde thema is daderschap. Daderschap en donkere gedachten zijn in onze samenleving taboe, wat goed te begrijpen is. Maar wanneer mannen niet kunnen praten over gepleegd gedrag of gevoelde gedachten, is het omgaan daarmee en het oplossen van de gevolgen lastig. Aan de hand van verhalen van daders hoop ik inzicht te geven in de belevingswereld en een brug tussen wereld te slaan waardoor het gesprek wordt gestimuleerd.

Het vierde onderdeel richt zich op hinderlijk gedrag en de bewustwording daarvan.

 

Het project zal uiteindelijk samenkomen in CC Amstel, waar het geheel aangevuld zal worden met vier theatrale avonden. Het project is mogelijk gemaakt door het Bank Giro Loterij fonds, en geïnitieerd door Stichting In Lijn. De uitvoer van het project doe ik vanuit mijn bedrijf Realcomics.
Het project staat open voor samenwerkingen en verdieping met uiteenlopende partners. Er is nog genoeg ruimte en ik sta dan ook open voor ideeën, koffie en telefoontjes.

Stijn Schenk Amsterdam, realcomics.nl