Coba Hordijk: De Mannenknuffel

Vanaf 25 november bloggen we weer in het kader van de White Ribbon Campagne: Wat voor man wil jij zijn om gendergerelateerd geweld te voorkomen? Schrijf mee!

Hij zit in een café. Hij wacht op zijn vriend – of nee, zijn maat. Hij zit rustig op zijn telefoon te kijken en een eerste biertje te drinken. Steeds als er iemand binnen komt, kijkt hij hoopvol op: is het zijn vriend – of nee, zijn maat? Als na een paar minuten zijn maat inderdaad binnenkomt, springt hij blij op en brult hij iets door de ruimte. De twee mannen lopen met grote, zelfverzekerde passen op elkaar af. Hun armen wijd open gespreid. Als ze dan vlak voor elkaar staan, dan is die er: de mannenknuffel. De borsten knallen hard tegen elkaar op, de armen sluiten zich snel. Vlakke handen timmeren hard op ruggen. De ruggen worden behandeld alsof het stoffige deurmatten zijn die al te lang niet zijn uitgeklopt. De harde, doffe klappen zijn hoorbaar in de hele ruimte – zoals het hoort.

Dit hele spektakel duurt niet langer dan twee seconden. Intimiteit is ongemakkelijk en de harde klappen op elkaars ruggen kunnen dat maar voor beperkte tijd overstemmen. Iets langer innig in elkaars armen verzonken staan zou vragen oproepen. De verschijning moet hetero blijven. Als de twee gedaanten zich snel weer van elkaar losmaken, vullen ze de ruimte op met luide woorden, voordat dat verrekte Ongemak het kan overnemen. Snel weer zitten. De avond is gered, ondanks dat risicovolle moment dat had kunnen afglijden naar enkele seconden van intimiteit. Vanaf daar was het alleen maar bergafwaarts gegaan. Voor je het weet, ben je over je gevoelens aan het praten, en moet je misschien wel een echt volwassen gesprek over behoeften en wensenvoeren. Straks is het huilen.

De avond is gered. Er is succesvol door de nauwe straatjes van het patriarchaat gemanoeuvreerd. Er was innigheid, er was intimiteit, er was liefde. Maar niemand vond het gek. Ze kregen geen verdachtmakingen dat ze misschien wel homo zijn. Niet van anderen en ook niet van zichzelf. En dat is misschien nog wel het belangrijkste. 
Het succes zat ‘m in de vanzelfsprekendheid waarmee het stuk werd opgevoerd. Acte I: bewijs dat je een man bent. Een opvoering waarbij het hele café het publiek is en zij de acteurs, maar iedereen jury. Een opvoering die geen regisseur nodig had want de twee mannen kenden het script al uit hun hoofd. Ze hebben het al zo vaak opgevoerd.

De avond is gelukkig gered. Maar was er wel innigheid? Was er wel intimiteit, was er liefde? Is de mannenknuffel het hoogst haalbare in het nauwe spectrum van intimiteit tussen hetero mannen? Wat zegt het dat zelfs zoiets simpels als een knuffel zo beladen is met de dreiging van een beschuldiging van homoseksualiteit? En dat die dreiging genoeg is om de knuffel niet uit te breiden naar iets warmers, iets zachters?
In het theater van het patriarchaat hebben we allemaal een duidelijke rol. Maar op het moment dat je uit je rol als man stapt, kun je iets zachts doen. En op het moment dat je iets zachts doet, stap je uit je rol als man. Misschien dat daarom de mannenknuffel zo agressief is: om dat zachte dat een knuffel eigenlijk is, te compenseren met iets hards, iets mannelijks. De ergste misdaad die je namelijk kan begaan als man in het patriarchaat, is het opgeven van je mannelijkheid.
Maar dat is niet het hele verhaal. Als die knuffel zo gevaarlijk is, en luidruchtig gepaard moet gaan met agressie om de mannelijkheid intact te houden, waarom gebeurt die knuffel dan alsnog? Is het niet veel veiliger om gewoon een stevige handdruk te geven?

Was er intimiteit in de mannenknuffel tussen deze twee vrienden? Was er liefde? Ja, die was er zeker. Blijkbaar komt zelfs onder alle lagen van censuur en zelfcensuur nog die behoefte aan intimiteit naar boven kruipen, zelfs in de mannelijkste momenten onder de mannelijkste mannen. Men is bereid om de aanklacht, veroordeling en straf van de genderpolitie te riskeren. En dat is toch wel een beetje hoopvol.

 

Shirodj Raghoenath: Masc 4 Masc – daten als bi+ man

Vanaf 25 november bloggen we weer in het kader van de White Ribbon Campagne: Wat voor man wil jij zijn om gendergerelateerd geweld te voorkomen? Schrijf mee!

“No fems en geen handtasjes”, “Ik val alleen op echte mannen” en uiteraard “masc 4 masc”. Dit zijn allemaal uitspraken die je binnen enkele minuten kan tegenkomen als je op Grindr zit of op mannen tindert als man. Natuurlijk heeft iedereen een voorkeur voor een (bed)partner. Echter, waarom moet er altijd zo’n nadruk liggen op mannelijkheid in de datingwereld tussen mannen?

Net als bij Facebook heb je de optie om ook op de bekende datingsapps je gender en je voornaamwoorden aan te geven op je profiel. Voor mensen die niet-traditionele voornaamwoorden gebruiken is dit een uitkomst. Helaas wordt er met name op Grindr hier regelmatig de draak mee gestoken door “grapjes” of random emoji’s op deze plek achter te laten. Dat irriteert me mateloos en is het zeker een afknapper als ik dit op een datingprofiel zie.

Zelf identificeer mij als bi+/pan/queer. Deze labels gebruik ik door elkaar. Afhankelijk van de situatie en van wie mijn gesprekspartner is, gebruik ik één van deze labels. Dit is trouwens niet bijzonder, want net als ik zijn er in Nederland één miljoen mensen die zich als bi+ of een andere term onder deze grote paraplu identificeren. Voor mij gaat aantrekking niet om iemands gender(identiteit). Ik val juist op iemands persoonlijkheid, intelligentie en kwetsbaarheid. Het maakt mij dus ook niet uit hoe mannelijk iemand zich voelt, zolang diegene zich openstelt voor mij en er een wederzijdse klik is.

Uit onderzoek weten we dat mannen die zich distantiëren van masculiene normen meer te maken krijgen met afwijzing dan vrouwen die zich distantiëren van feminiene normen. De druk die een bi+man ervaart in zijn dating leven, maakt dus dat hij man gaat twijfelen aan zijn eigen mannelijkheid. Zeker op plekken waar heteroseksualiteit de norm is. Een bi+ man die een relatie en/of seks heeft met een andere man wordt als minder ‘stoer’ gezien, omdat hij niet zou voldoen aan deze heteronormatieve verwachtingen. Het is ook gemakkelijk voor een bi+ man om niet open te zijn over zijn biseksualiteit zodra hij in een hetero- of homorelatie heeft. De bi+ identiteit blijft dan vaak zowel van de binnen- als de buitenkant verstopt. Bovendien is monoseksualiteit bijna overal de norm. Monoseksueel betekent dat je exclusief op één gender valt, dus hetero, homo en lesbisch vallen hieronder. Terwijl iemand met een bi+ ervaring juist aantrekking voelt tot meerdere genders. Waar bi+ vrouwen worden geseksualiseerd door de maatschappij, wordt een bi+ man sneller gezien als een onbetrouwbare partner die eerder vreemdgaat. Voor deze mannen is hierdoor het proces om te accepteren dat zij niet monoseksueel zijn en om daarvoor uit te komen langer en ingewikkelder dan voor de meeste bi+ vrouwen.

Tot slot ervaren bi+ mannen druk van buitenaf dat hun mannelijkheid op het spel staat. Ze hebben het gevoeld dat ze “iets hebben ingeleverd op hun mannelijkheid”, waardoor de tegenreactie is om dit te compenseren. ”Je moet je wel mannelijk opstellen, als je ook op vrouwen valt!”, dat is een reactie die ik wel eens eerder mijn richting op gehoord hebt. De drang om je mannelijkheid te bewijzen tegenover potentiële vrouwelijke partners is hierdoor groter. Tevens worden bi+ mannen vaak geconfronteerd met haatreacties rondom homoseksualiteit en er wordt juist van hen verwacht (nog meer) te conformeren aan dominante masculiene normen. Dit gedrag is een overcompensatie van hun mannelijkheid. Het gevolg hiervan is dat bi+ mannen zich belemmerd voelen in hun eigen genderuitingen én seksuele expressie. Dit is ook een conclusie die getrokken wordt in het onderzoek Ik was altijd al niet standaard’ dat Rutgers en de Rijksuniversiteit Groningen op 7 oktober 2021 publiceerden.

De bi+ man staat dus onder druk. Hij moet veel bewijzen voor zichzelf en de buitenwereld, terwijl de bi+ man zich juist seksueel vrij wil voelen. Van deze snelkookpan moet dus snel wat druk af. Mijn tip: je kan pas echt van jezelf en je partner genieten, als je openstaat voor jezelf en de ander. Wees wie je bent en wees lief voor wie je liefhebt!

 

Harm Bult: “Hé man!”

Vanaf 25 november bloggen we weer in het kader van de White Ribbon Campagne: Wat voor man wil jij zijn om gendergerelateerd geweld te voorkomen? Schrijf mee!

Altijd als ik een onbekende man begroet dan zeg ik “Hé man!”. Een beetje stoer, maar ook geruststellend. Waarom eigenlijk? Afgelopen voorjaar stond ik erbij stil waarom ik dit altijd doe.

Als ‘man’ ben je continu jezelf aan het bewijzen ten opzichte van andere ‘mannen’. Ben je wel mannelijk genoeg: Ben je niet eigenlijk een homo? En is het erg dan als je een homo bent? Mietje? Een nicht?

Het is heel makkelijk. Een vuile opmerking is zo gemaakt: “Doe niet zo gay! Stel je niet aan! Wat loop je te zeuren? Je lijkt wel een vrouw!” En hop: daar gaat je mannelijkheid. En als je mannelijkheid weg is wat ben je dan? Dan ben je een prooi en een gemakkelijk doelwit.

Voor sommige mannen betekent dit dat ze zich dan extra willen bewijzen dat ze niet zo’n slappeling zijn. Vroeger werd dat ook wel ‘poten rammen’ genoemd. Het is een reden om fysiek of verbaal geweld te gebruiken. We gaan met z’n allen laten zien dat we vooral niet gay of vrouwelijk zijn. En wat gebeurt er dan? Juist de mensen die al in een kwetsbare positie zitten krijgen soms letterlijk een harde trap na.

En dit is een groot probleem. Door deze continue bewijsdruk die wij mannen onszelf opleggen ontkennen we een heel belangrijk onderdeel van ons zijn. Mannen kunnen soms ook emotioneel zijn. Gevoelig. Andere mannen knap vinden. En daar is helemaal niets mis mee!

En al ben je dat allemaal niet, je kunt je ook prima solidair opstellen ten opzichte van de goede zaak. Ook als hetero man mag je staan voor homorechten. Is het oké om trans personen te supporten. Mag je feminisme steunen. Je laat zien dat je staat voor een eerlijke en open wereld waarin iedereen mee kan doen. Maakt dat je minder mannelijk? Voor sommige mannen wellicht. Maar uiteindelijk moeten we er naar toe dat je ook dan gewoon mag zijn. Veilig zijn.

Terug naar “Hé man!”

Waarom roep ik dit altijd? Ik doe dit ter geruststelling. Door “Hé man!” te roepen erken ik die andere man in zijn mannelijkheid: nee ik vind je niet gay. Ik vind je niet vrouwelijk. Je bent een man, maak je geen zorgen. Eigenlijk slaat dit natuurlijk nergens op. Maar ik schep op deze manier veiligheid. Eventjes. Heel eventjes, hoef je je niet te bewijzen.

Maar daarvoor vraag ik impliciet ook wat terug. Laat je mij ook met rust? Laat je mij veilig zijn? Mag ik gewoon zijn zonder dat ik bang hoef te zijn of ik wel mannelijk genoeg ben? Zonder dat ik word uitgescholden? Dat je me gaat intimideren of uitlachen met je vriendengroep?

Eigenlijk wapper ik eventjes een witte vlag, zo voelt het eigenlijk. Door even mee te doen aan het erkennen van mannelijkheid schep ik mijn eigen veiligheid. Hierdoor kan ik gewoon naar de winkel. Stapt een andere man even opzij als ik ergens bij wil. Of ik nou wel, of niet voldoe aan het beeld van wat een mannelijke man zou zijn.

 

Joost Mallo

Joost Mallo: Mannen zijn helden, maar niet alle helden zijn mannen

Vanaf 25 november bloggen we weer in het kader van de White Ribbon Campagne: Wat voor man wil jij zijn om gendergerelateerd geweld te voorkomen? Schrijf mee!

Een maand mannenemancipatie. 

Exact een maand geleden, o maandag 8 november, stapte ik voor het eerst, als werknemer, het Emancipator kantoor binnen om te beginnen aan mijn droombaan. Echt bijdragen aan iets wat ik zo belangrijk vind met de talenten en kunde die ik heb. Impact maken. Mannen betere mannen maken. Bijdragen aan hun geluk, hun welzijn, hun gezondheid en daarbij aan eenieder in hun omgeving. Ik was er helemaal klaar voor. En toen maakte ik kennis met mannenemancipatie.

Help/gelukkig, ik ben een man.

“Als je het eenmaal ziet, dan blijft je het zien”, vertelde Jens van Tricht mij in mijn tweede week. Ik had net verteld hoe overweldigend ik het thema vond. Wat draait er veel om mannelijkheid in de wereld. Wat heeft mannelijkheid veel invloed op de wereld. Wat heeft mannelijkheid veel invloed op jongens en mannen, en op meiden en vrouwen, en op ieder ander. Als je eenmaal door de mannenemancipatie bril kijkt, stop je nooit meer en die bril is ver van roze.

De effecten van mannelijkheid reiken ver. Om mij heen en in mijzelf. Vrouwen die extra alert zijn als zij alleen op straat lopen of überhaupt niet alleen over straat lopen. De emotionele armoede waarin mannen opgroeien, omdat zij niet mogen huilen of goed leren te communiceren over hun emoties. Hoe mannelijkheid (en vrouwelijkheid) is verwezen in taal. Het hele ‘gay attachment trauma’. En alle andere ellende in de wereld die allemaal is te linken aan mannelijkheid.

En dan opeens realiseer je het je. Help, ik ben een man. Een homoseksuele man weliswaar, maar toch een man. Oh jee, en ik rugby ook nog. Ben ik dan een hypermasculine man? En waarom rugby ik eigenlijk? Is het het kameraadschap en dat het gewoon een fantastische sport is of is het om mijn kracht te meten met andere mannen om zo te bepalen wie de alfa is? Of compenseer ik zo mijn homoseksualiteit? Ik ben ook nog eens de aanvoerder van het Nederlandse gay team, dus wat zegt dat over mijn behoefte aan macht en waarom bij een gay team? Hoe komt mijn mannelijkheid seksueel tot uiting? En hoort dat zo? Ik doe ook aan mantelzorg voor mijn oma, dus compenseert dat weer iets? En wat zegt dat over mij? Ben ik een softie? Ik huil ook wel eens om reclames. Hoeveel procent man ben ik?

Af en toe in ieder geval honderd procent. Honderdtien procent zelfs. Als ik affectie toon op straat en wordt uitgescholden voor iets met een ziekte met iets van flikker erachter, schat ik meteen de situatie in. Kan ik die andere man(nen) aan, ja of nee? Ja? Oke. Rechtop staan. Borst vooruit. Volume op 110. “Kom eens terug en zeg het in mijn gezicht dan. Wat zei je? O, niks? Dacht dat je ******flikker zei? Kom dan.” Het helpt misschien dat ik een witte rugbyer ben van 1,94 meter en 110 kilo, want tot op heden is het nog nooit geëscaleerd. Maar wat als dat wel gebeurt? Ga ik lopen matten? Ik weet het niet. Ik weet het oprecht niet.

Het doet altijd pijn. Ook als homoseksuele man, ook van 1,94m en 110 kilo, scan je altijd je omgeving, voordat je affectie toont. Waar ben ik in welke buurt? Hoe laat is het? Is het hier veilig? Maar boven alles, wie lopen er op straat?

Doorbreek je bubbel. 

Het was weer tijd voor een demonstratie bij het Homomonument. Met vlag, met stok en al, over straat. Wachten bij het stoplicht.

“Mooie vlag, man.”

Ik kijk naar rechts, twee gastjes op een scooter. Het wordt weer tijd voor het incasseren van homofoob gedrag, dacht ik. Rechtop staan. Ik sta zowat midden op de Dam, dus hey, laat maar komen.

“Heb je ook een Marokkaanse vlag?”
“Ja man, natuurlijk heb ik er één. Die is alleen thuis, had vandaag deze even nodig.”
“Oke, man, en een Palestijnse vlag?”
“Ook thuis.”
“Lekker, man. Boks.”
“Boks.”

Doorbreek je bubbel, lieve mensen.

Tijdens een bijeenkomst van Servicepunt Emancipatie Amsterdam vertelt Hajar Fallah over S.P.E.A.K. en over de veiligheid van moslima’s in de publieke ruimte. Tijdens de pauze vraag ik haar daarnaar. Blijkt dat moslima’s, omdat zij moslima zijn, worden geduwd, bespuugd en erger. Nooit geweten.

Doorbreek je bubbel, lieve mensen.

“Waarom mag ik een vrouw niet een compliment geven op straat?”, vraag ik een vriendin. “Omdat zij dat ziet als het begin van een potentieel gevaarlijke situatie.”

Doorbreek je bubbel, lieve mensen.

“Hoe voelt dat eigenlijk, non-binair zijn?”, aldus ik tegen een collega.

Doorbreek je bubbel, lieve mensen.

Niemand is bubbelloos. Niemand. Maar hoe ga jij met jouw bubbel om en hoe met die van de ander? Verruim je bubbel en je wordt vanzelf een held (want is dat niet wat de maatschappij uiteindelijk van iedere ‘man’ verwacht?).

Mannen zijn helden, maar niet alle helden zijn mannen. 

Heftig hè, mannenemancipatie? Intens. Groot. Breed. Complex. Ja. Dat alles. Maar ook belangrijk. Mooi. Prachtig. Geweldig.

Mannenemancipatie is geweldig, want wat brengt het veel moois. Als je eenmaal de mannenemancipatiebril op zet, kleurt die soms namelijk ook roze. Roze als je denkt aan je opa die drie weken verlof nam toen de kinderen jong waren, omdat oma net was geopereerd en hij haar zo kon ontlasten. Roze als je denkt aan Bob, Pieter, Sam en Gillian, die zo comfortabel zijn met hun eigen heteroseksualiteit, dat zij meespelen met een gay rugby team. Roze als je denkt aan twee Marokkaanse gastjes op een scooter op de Dam. Roze als je denkt aan je vader, die al je hele leven in de zorg werkt, altijd klaar staat voor zijn gezin en bij wie je probleemloos uit de kast kan komen. Roze als je denkt aan Joris, die zo comfortabel is met het delen van zijn emoties. Roze als je denkt aan je buurman met wie je gesprekken voert over de islam, relaties en homoseksualiteit. Roze als je denkt aan je broer, die jaren in het onderwijs heeft gewerkt en dolgraag huisvader zou worden. Roze als je denkt aan de groeiende hoeveelheid geëmancipeerde mannen. Roze als je denkt aan hoe het steeds ietsjes makkelijker wordt om niet te conformeren aan de heteronorm. Roze als je denkt aan jezelf, hoe goed je kan huilen, hoe zorgzaam je bent, hoe je de strijd aangaat met je bubbel en je eigen mannelijkheid en dat soms ook gewoon even laat zijn. Stuk voor stuk helden.

En dat is mijn vlammetje. Van alle mannen helden maken. Zolang wij maar blijven stilstaan bij het feit dat niet alle helden mannen zijn. Want als je geen man bent in een mannenwereld, ben je voor mij sowieso al een held(in).

 

Kevin Groen: #BUTNOTALLMEN AKA RAPE CULTURE

Vanaf 25 november bloggen we weer in het kader van de White Ribbon Campagne: Wat voor man wil jij zijn om gendergerelateerd geweld te voorkomen? Schrijf mee!

The question hits me like a sledgehammer,
we’re standing in the kitchen and my mom
and sister are having a heated argument
about her clothing.
My sister has tied the bottom part of her shirt
into a knot and now her belly is showing.
My mom doesn’t agree with her style and
asks me “Don’t you want to grab a girl
who is dressed like this?”,
and for a while the sound of my
deafening silence is unbearable.
I am 8 years old,
I can tell she means well, but I know
my answer to that question is ‘No!’
But I don’t dare to challenge my mom;
too scared to fight authority
so I mumble something inaudible and
they continue arguing,
I don’t know how it ends.

I am only 8 years old,
but for the first time in my life
I am being complicit in
rape culture.

We’re in the boys dressing room of
the swimming pool where we have just
finished our training session.
The older boys are getting rowdy,
and the conversation turns to sex.
“Whoever is silent is still a virgin!”
one of the oldest boys exclaims.
I stare at the floor and don’t say a word
as they laugh at all the boys who are dead
silent, most of whom are still wet behind the
ears, no more than 15 years young.
I know they are wrong!
How can you make fun of kids being virgins?
And why do I feel ashamed and not them?
But instead of blaming them for messing
with our heads, I get dressed as fast as I can,
dry myself off with a towel of self-loathing,
wear my shame like clothing that fits perfectly.

I am 15 years old,
and I have just learned an important lesson
in that boys dressing room; boys will be boys.
Unless you have lots of sex, then you become
the man who won’t be made fun of anymore,
and I internalise that lesson.

I am lying on my bed with my girlfriend,
we’re making out. She wants to take it
further, I don’t; you see I’m still a virgin and
don’t feel ready yet. She insists.
And for what feels like an eternity I am
running all the scenarios in my head,
all the options, all the choices I have
in this moment; then a voice takes over…
You’re supposed to like it!
You’re supposed to like it!
You’re supposed to like it!
Dude! You’re supposed to like it!
Man up! You’re supposed to like it!
And so I man up, get undressed and we have sex.
I know should feel proud and happy in this moment,
but in truth I feel disgusted, this isn’t lust, love nor desire.
We finish, I don’t, she doesn’t either,
neither of us say a word.
It hurts to pretend.

I am 17 years old,
and I have just lost my virginity, but more
importantly, I have lost my innocence.
I have become the embodiment of
toxic masculinity.

The train station is a chaos, and it seems
that I’ll be stranded in a foreign city.
My local friend lends a hand and offers to
host me at her place, and instantly my
concerned face turns into a smile; you see
she and I, we have history.
We arrive at her apartment, have dinner with
her friends and end up in her bed.
She turns the lights off, and I put my arm
around her, pull her towards me and try to kiss her.
She pulls away, turns the lights back on and says
“Why do you grab me like that in the dark?”
She doesn’t look angry, rather empowered
in her decision to confront me,
she’s not letting this one slide.
I have nowhere to hide, I know I am guilty.
I don’t remember how I replied to her question,
as if my mind tries to hide this ugly truth,
the same way society chooses to erase
women’s identities from our history; unimportant.
We continue talking and she is teaching me an
important lesson that doesn’t register yet.
We fall asleep in her bed and the next day,
after a nice breakfast, she takes me to the
train station where we say goodbye.

I am 24 years old,
and I feel more entitled to her body
than she is to a ‘No!’.
I am 24 years old,
and I have become rape culture

It’s a cold autumn afternoon and I am waiting
at a tram stop in Amsterdam with a dozen or so people.
A few meters away I see a young man and
woman caught in what I initially thought was
a romantic act of stealing kisses.
But upon closer observation you can clearly
see that she is not feeling comfortable with
his aggressive demeanour and keeps pulling
away every time he goes in for a kiss, creating
distance whenever he pulls her towards him.
But to no avail, he is just too intimidating, too
strong, too entitled, too dominant, and so wrong.
My first instinct is to walk over, I want to tell him:
Man, your arms are armed with violence,
they are too dangerous to be anywhere near
your girlfriend; I fear for her safety.
But instead I remain just another bystander
like all the other people, all awkwardly waiting
for the tram that can’t arrive soon enough.

I am 30 years old,
and this time I am not the perpetrator,
but make no mistake; I am still guilty
of allowing rape culture to thrive.

You see,
rape culture isn’t just about men raping.

Rape culture is
men justifying sexual harassment as “just flirting”.

Rape culture is
men condoning other men’s oppressive behaviours.

Rape culture is
a joke that isn’t funny.

Rape culture is
men saying things like:
Sex sells.
I’ve never see him do anything problematic.
What was she wearing?
But not all men!

Rape culture is
debat centrum De Balie in Amsterdam giving
voice to an alleged rapist instead of the survivors.

Rape culture is
Spoken FM in the Netherlands awarding an
alleged sexual predator making rape
jokes with a spoken word award.

Rape culture is
the Netherlands only updating its outdated
and harmful sexual offense laws in 2021.

Rape culture is
thirty women attempting suicide
every day because of domestic violence,
and every week three women escaping their
abusive fate by taking their own lives.
But we men ignore these statistics
so that our count is always zero
and we can all sleep sound at night.

Rape culture is
the passive voice dominating every
conversation, every headline, every news item:
‘She was raped’, instead of ‘he raped her’.
‘The drink was spiked’, instead of ‘he spiked the drink’.
Or globally 87000 women were murdered,
instead of men murdered 87000 women.

Rape culture is
men not wanting to admit that we have
a problem with toxic masculinity.

Rape culture is
men thinking “I’m a good guy so
I am not the problem”

Rape culture is
treating consent as permanent instead of fluid.

Rape culture is
one look, one touch, one comment, no
physical distance, social media’s nipple
policy, almost every porn category.

Rape culture is silence.

And while I personally don’t know any known rapists,
I know men whose silence has become a minefield,
and every fact, every statistic, every victim’s testimony
can trigger an explosion of anger.
I know men whose hands have become
too big for their lovers’ hearts.
I know men whose words have become
poison, slowly suffocating the life
out of their lovers’ eyes.
I know men whose fingers have become
choke chains silencing their lovers’ voices.
I know men whose sense of entitlement
is bigger than their sense of responsibility.

And,
I know myself all too well…

I am 30 years old,
and I should’ve addressed the harasser.

I am 24 years old,
I should’ve kept my hands to myself.
I should’ve asked her for consent.

I am 17 years old,
I should’ve told my girlfriend
‘I’m not ready yet to have sex, maybe
next week, maybe tomorrow,
but not today.’

I am 15 years old,
I should’ve confronted them older boys
with their macho bullshit.

I am 8 years old,
and I should’ve told my mother
‘Instead of policing my sister’s clothing,
perhaps you should be teaching me
how to behave around girls who
are dressed like that’

But I never said anything,
I remained silent,
and my silence has allowed violence
of men to grow louder in volume every day.

We, men, have to assume our responsibility,
we have to educate ourselves,
we have to look in the mirror,
we have to reflect on our behaviours.
we have to change,
we have to take action,
we can’t stay silent, we have to speak out!

Because while her
‘No’
will always mean
‘NO!’
My silence,
your silence,
our silence
will always mean
Yes…

 

Bas Zwiers: Dichtbij

Vanaf 25 november bloggen we weer in het kader van de White Ribbon Campagne: Wat voor man wil jij zijn om gendergerelateerd geweld te voorkomen? Schrijf mee!

Soms heb je van die momenten tijdens je werk, waarbij het even heel dichtbij komt. Het besef dat je werk over jezelf gaat, over jouw eigen familie, over de mensen die je liefhebt. Zo’n moment had ik op 25 november tijdens de opening van de 16 days…. Tijdens een presentatie sloeg mijn hart even over, zakte de moed mij in de schoenen en moest ik even diep ademhalen om weer verder te kunnen gaan… Maar niet gewoon verder, met nog meer urgentie.

Als je me echt zou kennen, dan zou je weten dat ik in mijn leven een extra familie om mij heen heb verzameld. Een deel van die familie heb ik op Lesbos leren kennen. Vrienden en hun kinderen die daar als vluchteling zijn aangekomen en ondertussen verder Europa in zijn getrokken, met wie ik nog altijd contact heb, van wie ik familie ben geworden.
Zo ook twee nichtjes, die mij volledig als ‘Oom Bas’ hebben geadopteerd. Sinds 2016 heb ik ze zien opgroeien van kinderen tot tienermeiden. In die jaren was ik regelmatig bezorgd over hun lot als vluchteling in Europa. Eerst het gebrek aan zorg, basisveiligheid en onderwijs in Lesbos. Later de situatie en onzekerheid in Athene. Maar nu ze al een paar jaar in Berlijn wonen, met goede zorg en ze het fantastisch doen op de middelbare school, maak ik me minder zorgen.
Tot 25 november 2021 dan….

Zoals gezegd verzorgde ik die ochtend een presentatie voor de start van de 16 dagen van activisme tegen gendergerelateerd geweld. Hierbij hadden we het natuurlijk ook over de cijfers over geweld tegen meisjes en vrouwen. Hiervoor startten we met een quiz over deze cijfers, waarbij we even stil stonden bij elke categorie. Om de cijfers concreter te laten voelen zeg ik dan bijvoorbeeld: ‘Denk eens terug aan een feestje met je familie; hoeveel van de vrouwen in jouw familie hebben dit dus mogelijk meegemaakt?’

Bij de vraag ‘hoeveel procent van de vrouwen heeft sinds haar 15 te maken gehad met fysiek of seksueel geweld’. Raakte ik even in de war. Mijn twee nichtjes in Berlijn. 15 en 16 jaar oud. Deze vraag gaat ook over hun ervaringen. Over wat zij als (jonge) vrouw al hebben meegemaakt of nog gaan meemaken. Hun kwetsbaarheid, nu niet meer zozeer omdat ze vluchtelingen zijn, maar omdat ze vrouw zijn. Ik was de draad kwijt, voelde een rilling over mijn rug en voelde dat ik verder moest.

Maar het moment liet me niet los. Hoe kan ik hen beschermen? Is het mijn rol om hen te beschermen? Is dat überhaupt mogelijk als zij in Berlijn wonen? En zou dat überhaupt mogelijk zijn als ik om de hoek zou wonen? Wat is mijn rol? Hoe kan ik er als man voor hen zijn?

Diezelfde dag deelde ik op Instagram een post die langskwam, over het passieve taalgebruik rondom gendergerelateerd geweld. Hoe we het hebben over ‘Een vrouw is verkracht’, in plaats van ‘ Een man heeft een vrouw verkracht’. Hoe we daarmee de focus op de rol van vrouwen leggen. Dat dit ook de reden is dat er dan vragen worden gesteld zoals ‘Maar wat droeg ze dan?’, ‘Waarom was ze daar dan ook?’, ‘Wat had ze gezegd?’. Allerlei vormen van ‘victim blaming’. Vragen die niet alleen door de maatschappij aan slachtoffers worden gesteld. Maar vragen die veelal worden geïnternaliseerd, waardoor veel vrouwen hun ervaringen voor zichzelf houden, uit schaamte, uit angst voor de reacties vanuit hun omgeving, omdat zij denken dat ze de enige zijn die dit mee hebben gemaakt.

Geheel toevallig reageerde mijn nichtje op mijn post. Dat ze het op school bij Duits net hadden over actief en passief taalgebruik. En ik was me bewust dat dit mijn kans was om het gesprek met haar te openen. Ik vroeg of ze ook de inhoud snapte en ik kon haar meegeven dat als er ook maar ooit een jongen een opmerking zou maken, aan haar zou zitten, haar lastig zou vallen of nog iets ergers zou doen. Dat dat in ieder geval nooit haar schuld is. Dat ze daar altijd met mij over kan en mag praten, omdat ik van haar houd. En dat ze zich nooit ergens over hoeft te schamen.
Want dit is in ieder geval iets dat ik als man en als medestander kan doen en haar kan bieden. Het taboe doorbreken. Helaas kan ik niet voorkomen dat haar of haar zusje iets overkomt. Maar ik kan er wel zijn als er iets zou gebeuren, zodat zij er niet mee hoeft te blijven lopen, het niet alleen hoeft te verwerken en er niet alleen voor komt te staan.
In mijn werk heb ik de afgelopen jaren veel gesprekken gehad met vrouwen over geweld en over de impact die dat geweld op hun leven gehad heeft. Maar ook over het zwijgen daarna en hoeveel meer pijn dat heeft veroorzaakt.

Mijn nichtje reageerde dat ze de tekst begreep en dat ze blij is met mij te kunnen praten ….
Hierdoor voel ik nog meer urgentie om mijn werk te doen, om met jongens en mannen in gesprek te gaan over dit thema. Met als motivatie dat ik zo ook bijdraag aan de veiligheid van mijn nichtjes in Berlijn.

Nu ik dit schrijf voel ik weer de onrust in mijn lichaam. Ik hoop zo dat dat gesprek nooit nodig zal zijn… Maar als het moment komt, dan zal ik er voor hun zijn. Dat is de adoptie-oom die ik voor hen wil zijn.

 

Sjoerd van Capelleveen: Mannen Meer Mens (deel III en IV)

Vanaf 25 november bloggen we weer in het kader van de White Ribbon Campagne: Wat voor man wil jij zijn om gendergerelateerd geweld te voorkomen? Schrijf mee!

Lees deel I en II hier.

Deel III

Het is inmiddels donker geworden. Het verkeer staat nu al zo’n twintig minuten compleet vast. Ik ben letterlijk geen haar vooruitgekomen. Daarnaast is het ook nog harder gaan sneeuwen. Naast me proberen wat auto’s via de vluchtstrook uit deze bevroren hel te ontsnappen, maar ook daar is nu een file ontstaan. Auto’s beginnen druk naar elkaar te toeteren. Links van me rijdt een blauwe BMW iemands bumper in. Een paar vrachtwagenchauffeurs hebben hun bolide uitgezet en zijn op hun gemak langs de weg gaan plassen.
Opnieuw denk ik aan die pisvlek van vanochtend voor de deur. En dit keer vervolgens niet aan mijn vader, maar aan mijn vriendin. Waarom had ik me vannacht in bed toch eigenlijk zo liggen schamen? Dus ik kreeg hem een keer niet omhoog … Nou en?! Alsof penetratie de heilige graal is. Seks is veel véél meer dan enkel dat. En wie zegt trouwens dat mannen altijd maar zin moeten hebben? Mijn vriendin in elk geval niet. Dus waar schaam ik me dan in Godsnaam voor?! Opeens voel ik daar in die auto dat ik het ook zo ontzettend zat ben. Alle in dit koekblik opgebouwde frustratie van afgelopen uren grijpen me in één keer naar de keel. Flikker op met je mannelijkheid. Flikker op met die klote file en dat stomme interview.
Ik draai m’n raampje open en een ijskoude wind vult direct de auto. En dan schreeuw ik uit volle borst:
“Ik heb een auto met airbags!”
Niemand reageert dus ik blijf schreeuwen.
“Ik heb een auto met airbags en vannacht had ik geen zin in seks”.
Één van de mannen in de auto voor me, die met die bumpersticker, lijkt me te horen en keert zijn hoofd. Maar het kan me niet schelen. Ik heb de smaak nu flink te pakken en stap kordaat uit de auto, klim op het dak en vervolg half bibberend mijn betoog:
“Mijn auto heeft airbags en ik schaam mij niet langer!
Ik hou van airbags! Kom op mannen! Laat je horen! Als ik zeg “air” zeggen jullie “bags”. Air! Air! Air! Air!”
Ik begin het aardig hoog in mijn bol te krijgen want ik ben nu zelfs op het dak van mijn auto op en neer aan het springen, wat geen goed idee is, want binnen te kortste keren glijd ik uit en smak keihard met mijn rug op de radioantenne, rol vervolgens van de auto af en val met een doffe klap op het besneeuwde wegdek.

Van alle kanten komen halve mannenlichamen naar mij toe hinkelen. De éénarmige cyclopen vormen een cirkel rond mijn lichaam. Bezorgd roepen ze me wat toe. Ik versta het niet. Een hoge piep suist in mijn oren. Ik wil met mijn rechterhand naar mijn pijnlijk kloppende hoofd grijpen maar dan blijkt dat ik helemaal geen rechterhand meer heb. Sterker nog, mijn gehele rechterárm is weg. Ik wil naar beneden kijken, naar mijn benen, maar zie dan dat ook van mijn benen er slechts nog één over is. Mijn hele lichaam is exact dwars door midden gesneden. Het begint te duizelen. En dan wordt het zwart voor m’n ogen. En in één klap is het stil.

Deel IV

Na mijn interview met Jens lag ik die avond met een brede glimlach naast mijn vriendin in bed. Ik kon haar met beide armen vastgrijpen, en beide benen in de hare verstrengelen. Nog druk reflecterend op de dag, werd één gedachte glashelder: ik weiger nog langer te leven in een mannenwereld. En ik weiger al helemaal dat vrouwen daar de dupe van zijn. Ik wil deel zijn van de oplossing.

Nu half slapend, liggend in mijn lief haar armen, dwaalden mijn gedachten naar een avond met mijn vriendin in een café in Zutphen, de stad waar wij beiden zijn opgegroeid. Ik kwam een vriend van vroeger tegen, met wie ik in de pauzes van de middelbare school vaak achter de piano was geklommen om heerlijk dromerige liedjes te zingen. We staan aan de bar een biertje te drinken, wanneer mijn vriendin langs loopt. Hij kijkt haar opzichtig na, het hoofd gekanteld voor een goede blik op haar billen, richt zich weer naar mij en zegt dan:
“die ga ik nog een keer neuken”…
Ik wist niet wat me overkwam, maar ik bleef rustig en zei:
“dat is mijn vriendin”…
Waarop hij zich begon te excuseren, door te zeggen dat hij “niet wist dat het mijn ‘vrouwtje’ was”. Ik, een hekel aan het woord ‘vrouwtje’, hebbende, en al helemaal dat ze dan ‘mijn’ ‘vrouwtje’ zou zijn, nam natuurlijk geen genoegen met dit ‘excuus’. Alsof het uitmaakt dat ze toevallig mijn vriendin is, zoiets zeg je natuurlijk over geen enkele vrouw. Maar we waren beide door het bier té aangeschoten. En het gesprek kwam eigenlijk vrij oppervlakkig tot een einde. Ik zocht mijn vriendin op, vertelde haar het voorval, en niet lang daarna vertrokken we.

Maar door de regen naar huis bekroop me het sterke gevoel terug te willen. Ik wilde door de joligheid heen prikken en hem laten voelen hoe totaal klote en praktisch aangerand mijn vriendin zich nu voelde. Ik wilde een écht gesprek aangaan met die jongen die ik niet meer leek te herkennen. Half doorweekt liepen we terug, ik sleurde hem van de dansvloer en zette hem tegenover me aan een bartafeltje. En zo oprecht mogelijk stelde ik de volgende vraag aan hem:
“Waarom?”
Hij keek me twijfelend aan, maar voelde al snel dat ik met mijn vraag geen kwade bedoelingen had. En toen bleek achter die geforceerd mannelijke façade een man te zitten met liefdesverdriet. Een man die het idee had zich daarover niet te mogen uitten tegenover zijn vrienden. Die zaten daar echt niet op te wachten, volgens hem. Een man die bang was een aansteller te zijn. Een mietje. En dus zei en deed hij maar waarvan hij dacht dat het van hem verwacht werd. Met alle gevolgen van dien.

Bovenstaande tekst komt voort uit de podcastreeks Liftmuziek, waarin ik (namens kleinkunstgezelschap Bovenste Knoopje Open) met Jens van Tricht in gesprek ging over zijn boek ‘Waarom Feminisme goed is voor mannen’. Naar aanleiding van dat gesprek schreven wij het lied ‘Mannen Meer Mens’. In de podcast volg je o.a. het maakproces naar dit lied toe. Zowel de podcastaflevering met Jens, als het nummer zijn via de volgende linkjes te beluisteren:

Liftmuziek – Afl. #2 met Jens van Tricht
Het lied ‘Mannen Meer Mens’
Live video van ‘Mannen Meer Mens’

 

 

Jos van der Schot: Strijd, angst en kwetsbaarheid

Vanaf 25 november bloggen we weer in het kader van de White Ribbon Campagne: Wat voor man wil jij zijn om gendergerelateerd geweld te voorkomen? Schrijf mee!

Kort geleden stierf een man die ik ongeveer 20 jaar geleden voor het eerst ontmoette. Tot een warme relatie is het, zacht gezegd, nooit gekomen. Als wij elkaar ontmoetten duurde het niet lang of er was strijd, strijd met woorden. Eén maal werd het fysiek, toen hij een halfvol glas whisky naar mijn vriendin gooide. Ik greep hem vast om erger te voorkomen.

Wat het bij hem was, weet ik niet maar hij leek altijd op zoek naar onenigheid, wilde het beter weten. Zelfs, of juist, bij onderwerpen waarvan hij wist dat ik er meer van wist. Noem het geldingsdrang, de behoefte om gezien te worden, erkend voor wie hij was. Ik ging de strijd niet uit de weg. Zijn verbetenheid haalde iets in mij boven. Ook ik zocht erkenning, zeker op terreinen waar ik wist dat ik meer kennis had. Op de terreinen waar híj meer wist en ik iets kon leren, begaven we ons niet.

Nu stel ik me vragen over hem. Waarom kon hij de zachtheid niet vinden? Waarom kon hij niet vragen hoe het precies in elkaar zat? Was het angst om anoniem ergens halverwege op de apenrots te staan? Kort voor zijn dood ontspande hij en stopte met vechten.

Het volgende gedicht van Toon Tellegen past bij hem en waarschijnlijk bij veel meer mannen.

Ik spring ternauwernood opzij

voor een vlinder.

Steigerend komt hij op mij af,

zijn vonken spatten op mijn jas.

Hij vliegt voorbij, ik zie nog juist

hoe teer hij is.

 

 

Guido Rink: Die fabriek op slot!

Vanaf 25 november bloggen we weer in het kader van de White Ribbon Campagne: Wat voor man wil jij zijn om gendergerelateerd geweld te voorkomen? Schrijf mee!

In mijn dagelijkse leven ben ik wethouder in de gemeente Emmen en ben ik onder andere verantwoordelijk voor de portefeuille Economie in onze mooie gemeente. Een mooie portefeuille met goede ambities om dé groene hotspot van Europa te zijn. Volop mooie ontwikkelingen aangaande groene chemie (biobased of circulaire materialen) op basis van groene energie (groene waterstof en warmtenetten). Het laatste wat ik zou moeten willen is dat ‘de fabriek’ op slot gaat.

Toch pleit ik hier heel erg voor! ‘De fabriek is op slot’ is namelijk een mannelijke verbloeming om te vertellen dat z’n jongens niet meer zwemmen. Alweer zo’n term om als man maar niet te hoeven melden dat je een ingreep hebt gehad genaamd vasectomie. Het hoge woord is er uit: VASECTOMIE.

Voor degene die nog niet begrijpt waar ik het over heb, de online Dikke van Dale meldt hier het volgende over:

“Geen resultaat voor ‘vasectomie’” (Het woord is verkeerd gespeld of het staat niet in het gratis woordenboek.)

Auw. Pijnlijk! Een volgende poging op Google levert onderstaand resultaat op bij Wikipedia:

“Vasectomie (ook wel sterilisatie genoemd) is het onderbreken van de zaadleiders bij de man om ervoor te zorgen dat er geen zaadcellen in het sperma terechtkomen, waardoor de man steriel is.”

Ik heb de indruk dat de tekst op Wikipedia door een vrouw is geschreven, want wat zorgvuldig beschreven wordt, gaat onder meer over het feit waarom er een keuze gemaakt zou kunnen worden voor vasectomie. Zo meldt de tekst dat bij een heteroseksueel paar waar geen kinderwens (meer) bestaat, steeds vaker wordt gezocht naar een alternatief voor het levenslang slikken van hormoontabletten.

En daar wil ik jullie heel graag eens op wijzen! En waarom wil ik daar juist nu aandacht voor? Wat is de aanleiding?

Voor mij zijn daar zelfs meerdere aanleidingen voor. Lange tijd heb ik zitten denken wanneer ik het een geschikt moment vond om hier iets over te zeggen. Ik wilde hier al eens iets over kwijt rond de protesten bij abortusklinieken in verschillende steden in Nederland. Ik had de vorm nog niet bedacht, maar sinds de absurde wet in Texas ben ik er achter dat de vorm er helemaal niet toe doet.
De boodschap des te meer! Ik had een tweede aanleiding gevonden.

In Texas is abortus namelijk verboden vanaf zes weken na de conceptie. Een moment waarop veel vrouwen nog niet in de gaten hebben dat conceptie heeft plaatsgevonden. Een aangifte van iemand tegen een kliniek die een vrouw die langer zwanger is dan zes weken toch behandelt, kan de ‘verklikker’ een premie van 10.000 dollar of meer opleveren. Hoe absurd is dat?

Na wat verdieping in dit onderwerp en een chat met een oud-collega werd ik ook nog eens gewezen op een rechtszaak van Bureau Clara Wichman. Een rechtszaak waar anticonceptie als recht gezien wordt en niet als politieke speelbal. Ze streven er naar dat anticonceptie gewoon onderdeel wordt van het basispakket. Anticonceptie wordt vrijwel uitsluitend door vrouwen gebruikt. Momenteel betreft dit circa 2,1 miljoen vrouwen versus nagenoeg geen mannen. Dit betekent dus ook dat de financiële lasten hiervan vrijwel alleen bij de vrouw liggen.

Maar is het logisch dat alleen de vrouw afgerekend wordt op birth control? Sinds wanneer is anticonceptie alleen een taak voor de vrouw? Waarom draaien alleen vrouwen op voor de kosten van anticonceptie? Waarom pakken mannen hier bijna nooit verantwoordelijkheid?

Hier zouden wij mannen eens een keer bij stil moeten staan en goed naar moeten kijken. Er zijn gewoon andere mogelijkheden waarbij vrouwen geen hormoontabletten hoeven te slikken om deze vervolgens ook nog eens zelf te betalen. Net als ik, weet ook het internet hier wel een antwoord op:

“Relatief veilige alternatieven zijn dan een sterilisatie bij de vrouw, sterilisatie bij de man, of een spiraaltje. Van de twee sterilisatie-operaties is die bij de man veel eenvoudiger en met minder risico dan die bij de vrouw.”

Lees bovenstaande regels nog een keer. Herhaal “veel eenvoudiger en met minder risico”..…
Laat deze woorden samen met de abortusprotesten, de abortuswet van Texas, het jarenlang slikken van hormoontabletten en het feit dat alleen zij opdraaien voor die kosten van anticonceptie maar eens goed op je inwerken….

Jaren geleden koos ik ook voor vasectomie. De sterilisatie duurde bij mij nog geen half uur. Na de ingreep werd mij aangeraden een paar dagen geen zwaar lichamelijk werk te doen om de hechtingen niet te belasten. Dat is voor mij niet zo moeilijk… ja, ja ik zal jullie voor zijn. Verder is normale beweging ook gewoon mogelijk gebleken. Kortom; een kleine moeite, maar een prima alternatief.

Wees een vent en sluit die tent!

 

 

José Machuca van Grinsven: Whiteness

Vanaf 25 november bloggen we weer in het kader van de White Ribbon Campagne: Wat voor man wil jij zijn om gendergerelateerd geweld te voorkomen? Schrijf mee!

Er bestaat een parallel tussen het patriarchaat en witte overheersing. De strijd voor vrouwen- en mannenemancipatie, erkenning van genderidentiteit, gelijkwaardigheid van mensen van kleur gaat daarom logischerwijze hand in hand. In onderstaand gedicht is de parallel en de gezamenlijke strijd te lezen. Want, geweld naar vrouwen is verbonden met witheid. Zolang witheid bestaat, zal geweld naar vrouwen blijven bestaan.

Whiteness

Whiteness is the problem
It shines so bright
that it makes you blind
to see the problem of being white

Whiteness takes all the places
and makes them white places
with white faces
white faces in white spaces
white places with white faces

Your whiteness is spreading
its spreading like a virus
like always
since the construction of your whiteness

Your whiteness is hurting us
the non whites without the whiteness
Your whiteness is power
talking about your whiteness unites us
your whiteness unites us
talking about your whiteness gives us power
talking about your whiteness
and your weakness
your whiteness is our business

Every day we witness
your whiteness your brightness
that blinds your insecurities
Your whiteness seems priceless
but we pay every day in full

We are much more than your whiteness
we are with more than you, with your whiteness
the whiteness is the problem
your whiteness is so devilish

your whiteness, white privilege,
white saviour, white reflex,
white tears, white fragility,
white fear, white anger

white aggression, white supremacy
white actors, whiteness is a deception
an illusion that is sustained for centuries

Next chapter: White lies are endless