Blog 19. Jan van Heuzen: De draak en ik

Dit is blog 19 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

De prinses was ontvoerd door een draak, tijdens de bruiloft met de koning! Voor onze groep stoere mannelijke avonturiers in de magische wereld van Dungeons and Dragons (D&D), betekent dit maar één ding: het begin van een gevaarlijke reddingstocht, met zwaarden, magie en een dodelijke manticorn.

Ik ben de medeoprichter van een grassroots initiatief met rond de 200 mannelijke leden in Canada, genaamd Masculinity: under construction (MUC). Het doel is om op vriendelijke doch strenge wijze mannen verantwoordelijk te houden. Verantwoordelijk voor de schade die wij aanrichten, het geweld tegen mensen van andere genders, huidskleur, sekse, seksualiteit, enzovoort, maar ook geweld tegen onszelf. Wij mannen zijn geen expert over de schade die we aanrichten, en we moeten ervoor zorgen dat we de expertise van anderen respecteren en volgen. Maar MUC vindt ook dat mannen ook zelf moeten werken aan onze eigen groei, in plaats van te wachten op werk van anderen.

We geven informatie, oefenen vaardigheden en dagen elkaar en onszelf uit. We organiseren workshops en voeren gesprekken on- en offline. Sinds kort doen we iets nieuws: we luisteren naar onze leden wanneer zij dit doel willen nastreven in hun eigen activiteiten, en organiseren activiteiten waarin we de expertise van onze leden integreren.

Eén van onze leden is een ervaren D&D facilitator, een Dungeon Master (DM). Hij vertelde dat D&D een oefening is in inlevingsvermogen, en dat de sprookjeswereld veel duidelijk kan maken over hoe oppressie en marginalisatie werken. Tijdens het spelen van D&D worden sociale vaardigheden geoefend in een veilige situatie, met mannen onder elkaar.

Ik heb nog nooit D&D gespeeld. Het is een fantasiewereld waarin een verhalenverteller (de DM) met behulp van dobbelstenen bepaald wat er gebeurt, terwijl de avonturiers besluiten wat hun fantasiekarakter doet in deze fantasiewereld. Het is alsof je Lord of the Rings leest, maar dan zelf Frodo speelt en zelf bepaalt wat Frodo doet. Ik besloot mijn vooroordelen ten opzichte van de D&D spelers opzij te zetten, en “onbaatzuchtig” aan dit experiment mee te werken. Ergens was ik best nieuwsgierig over D&D.

Onze groep bestond uit vijf spelers en de DM. Het was een interessante groep, een onwaarschijnlijke groep, die onder andere omstandigheden nooit zou zijn samengekomen. Hoewel we allemaal witte mannen zijn, waren we extreem verschillend. Er waren vier met een universitair diploma, en twee met een middelbare schoolopleiding. Twee zitten in de ziektewet door psychische gezondheidsklachten, zoals ADHD, angststoornissen en depressies, één is werkloos en drie verdienen bovenmodaal. Vrijwel iedereen was heteroseksueel, behalve een panseksueel. Eén van ons is een burlesque performer. En in vrijwel al deze intersecties ben ik niet gemarginaliseerd. Hoewel ik momenteel werkloos ben, ben ik hoogopgeleid, heteroseksueel en heb ik geen psychische gezondheidsklachten. Met al deze “kwetsbare” “gemarginaliseerde” medespelers in de groep, voelde ik mij verantwoordelijk voor hoe deze dag zou verlopen. Ik was vastbesloten dit een veilige omgeving te maken, zodat iedereen van de dag kon genieten.

Nadat we onder begeleiding van de DM onze karakters hadden gemaakt (ik was een gnome mastermind) begonnen we aan ons avontuur. We vonden onszelf terug in Rao’s Cleft, het koninkrijk van Dandyshire, de hoofdstad, op het marktplein, toen een herald van de koning een publieke declaratie gaf. Een draak had de prinses ontvoerd tijdens de bruiloft met de koning! Alle avonturiers besloten naar de sheriff te gaan, en bij te dragen aan de reddingspoging, in de hoop de beloning te verdienen. Ons avontuur was begonnen!

Halverwege ons avontuur, terwijl we een aantal reizigers hielpen omdat hun wagen beschadigd was, werden we overvallen door een tweetal bandieten. We waren compleet overrompeld. Als mastermind probeerde ik de verdediging te organiseren tegen deze laffe aanval, en wilde ik (in overleg) bepalen waar iedereen moest gaan staan. Echter, een andere avonturier, die super geïntrigeerd was door het vermogen van zijn karakter om kleine vlammen te blazen, bedacht een andere oplossing. Hij zei: “kunnen we die bandieten niet bedreigen met mijn vlammen? Ik zou super geïntimideerd zijn door een tweeëneenhalve meter lange Dragonborn die vlammen ademt.” Alright, dacht ik, raar idee, maar laten we dat maar proberen dan. Twee dobbelstenen later bleek deze oplossing super effectief te zijn, en de bandieten renden er vandoor. Ik was onder de indruk van de originele oplossing, opgelucht dat het zo goed was afgelopen, en riep de groep op om verder te gaan met ons avontuur. Mijn medeavonturier echter, was nog niet klaar met de bandieten. Verontwaardigd over de laffe aanval en over hoe makkelijk de bandieten weg kwamen, besloot hij ze terug te roepen en af te persen onder bedreiging van de eerdergenoemde vlammen uit zijn neus. De bandieten verontschuldigden zich vriendelijk en wierpen ons een magisch amulet toe! Tweede keer dat ik verrast was.

Blijkbaar is de verdeling van schatten een belangrijk onderdeel van D&D. Als zelfuitgeroepen leider van dit spel, wilde ik dit zo eerlijk mogelijk doen. Ik besloot dat het logisch was om dit magische item te geven aan de speler die hiervan het meest zou profiteren. Het amulet bood bescherming tegen fysieke wapens, dus wilden we het geven aan de speler die het grootste risico liep geraakt te worden door zwaarden en zo. Halverwege de onderhandelingen zei de speler die de vlammen blies, dat hij dit niet heel tof vond. Hij was al een tijdje stil, en vond het heel oneerlijk dat dit item dat hij had gewonnen, door anderen werd weggegeven. Oei, dat was best een goed punt! Omdat ik mij zo belangrijk voelde en alles eerlijk wilde laten verlopen, had ik bijna zijn amulet aan iemand anders gegeven.

Om een lang avontuur kort te maken, de prinses had uiteindelijk onze hulp helemaal niet nodig, bleek de koning te haten en een relatie te hebben met de draak. En ik? Ik had mijn eigen les geleerd. Met een goede DM, zijn tijdens de deelnemers van dit spel gelijk aan elkaar, en spelen stigma en marginalisatie een veel kleinere rol. In de echte wereld voel ik ook vaak een verplichting om mensen met psychologische klachten te helpen, en voor hen te spreken. In deze D&D ruimte, waarin de normale machtsverhoudingen minder een rol spelen, waarin resultaten direct zichtbaar zijn, waarin teamwerk essentieel is, leerde ik dat het beter is een stapje terug te zetten en mensen voor zichzelf te laten spreken. De beste manier om ervoor te zorgen dat mijn kwetsbare teamleden meetelden, was door zelf wat stiller te zijn. Toen deze “kwetsbare” mannen tijdens een spelletje D&D de kans hadden wat te zeggen, leerde ik meer van hen dan andersom. Ik begrijp nu dat ik ook in de echte wereld heel voorzichtig moet zijn. Ik begrijp dat ik heel waarschijnlijk veel gemarginaliseerde mensen niet de kans heb gegeven voor zichzelf te spreken.

Euhm… wat heeft dat nu te maken met geweld tegen vrouwen, hoor ik u denken? Dit is een groep mannen onder elkaar, dus per definitie geen geweld tegen vrouwen. Moeten we nu ook al als mannen ons gedrag tegenover elkaar veranderen?

Een boel lezers die geen man zijn, zullen herkennen wat ik deed: ik was aan het mansplainen. Ik maakte mezelf belangrijker en luider dan de anderen. Mansplaining vindt heel vaak plaats, en wordt typisch gezien bijvoorbeeld als een man die een vrouw in de rede valt, ondanks dat de vrouw meer expertise heeft.

Voordat wij mannen neerkijken op vrouwen als emotioneel instabiel, zorgen we ervoor dat we zelf geen emoties meer voelen of kunnen tonen anders dan woede. Voordat wij mannen het gevoel hebben dat we de lichamen van vrouwen bezitten, schamen wij ons voor ons eigen lichaam. Voordat wij mannen ons belangrijker voelen van vrouwen, maken wij ons belangrijker dan andere mannen. En dat was wat ik deed in deze groep mannen. Ik maakte mijzelf een stuk belangrijker dan ik was en luider dan de andere mannen. Als ik het geweld tegen vrouwen wil stoppen, moet ik beginnen met mijzelf, empathisch zijn naar mijzelf en andere mannen, en deze dynamieken herkennen. Als wij andere mannen willen veranderen, moeten we ons anders gedragen naar die mannen. In andere woorden, dit is een oproep aan alle mannen om eerst aan jezelf te werken. De draak, dat ben ik.

Blog 18. Mohammed Saiah: Jongens, ik ben moe

Dit is blog 18 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

Jongens, ik ben moe. Ben jij moe? Ben je het niet zat om die eendimensionale karikatuur te zijn van een man die de wereld ons vertelt te zijn? Het soort dat snel zijn vuisten gebruikt, zich vast en bang voelt maar dit niet kan laten zien. Het soort dat stoer en sterk is, dat geen zwakte toont, altijd in controle is. Ik ben het zat dat we elkaar, onszelf en vrouwen pijn doen.

Omdat dat is wat de mannelijkheidscultuur die we hebben geërfd ons laat doen. Het doet ons pijn. Geweld tegen vrouwen is de meest voorkomende schending van de mensenrechten ter wereld. Het overstijgt leeftijd, ras, religie, nationaliteit en klasse. In Nederland heeft eenenveertig procent, dus bijna de helft van de vrouwen, sinds haar vijftiende ooit een vorm van fysiek of seksueel geweld meegemaakt, besef, het gaat om bijna tweeënhalf miljoen vrouwen. Is tweeëntwintig procent van alle vrouwen, meer dan een op de vijf, het slachtoffer van fysiek geweld door haar partner of expartner, het gaat om meer dan een miljoen vrouwen. Heeft tien procent van de vrouwen een verkrachting meegemaakt. Heeft bijna driekwart van de vrouwen seksuele intimidatie meegemaakt, beste mannen besef even, dat zijn meer dan vier miljoen vrouwen. Misschien ben jij of ik niet aan het slaan of lastigvallen, maar jongens, wij zijn nog steeds verantwoordelijk. De plegers van dit geweld zijn vaker mannen dan vrouwen. Hoe veel vaker? Negen op de tien plegers van fysiek of seksueel geweld tegen vrouwen is een man. We zijn verantwoordelijk omdat we behoren tot de huidige cultuur van mannelijkheid die dit toestaat – een cultuur die zegt dat we geen angst kunnen tonen, we kunnen ons niet vergissen en we hebben recht op macht over anderen, vooral vrouwen. Maar die cultuur is verkeerd. En tenzij we er actief aan werken om het te veranderen, blijven vrouwen gewond raken.

Een cultuur die ons vertelt dat we niet bang mogen zijn, is een cultuur die onze eigen menselijkheid ontkent. En als we geen mens mogen zijn, dan worden we iets anders.

En waar zijn we bang voor? We zijn bang voor onze vaders, onze broers, onze vrienden, ons potentieel om ons meest volledige, beste, meest authentieke zelf te zijn. We zijn bang dat we het niet goed zullen doen, dat iemand ons niet mag, dat we er zwak uit zullen zien. We zijn bang om te zeggen: “Ik hou van je”, of “Het spijt me”, of “Ik kan het niet”, of gewoon, “Gast, kan je alsjeblieft stoppen met willekeurige vrouwen op straat na te roepen?”

Onze acties hoeven niet te voldoen aan verouderde opvattingen over ridderlijkheid. We hoeven niet in te grijpen om vrouwen te beschermen. We moeten ingrijpen om elkaar te controleren – om andere mannen te stoppen.

Om ons een duw in de goede richting te geven heb ik alvast een aantal acties op een rijtje gezet:

  1. SPREEK JE UIT. Spreek je uit en wees geen stille omstander. Zie je iets gebeuren spreek de persoon die fout zit aan. Onthoud dat onze stilte bevestigt. Als we ervoor kiezen om ons niet tegen het geweld van mannen uit te spreken, ondersteunen we het.
  2. Erken en begrijp hoe seksisme, mannelijke dominantie en mannelijke privileges de basis vormen voor alle vormen van geweld tegen vrouwen.
  3. Doorbreek de “man box” – daag traditionele beelden van mannelijkheid uit die ons ervan weerhouden actief op te komen om een einde te maken aan geweld tegen vrouwen.
  4. Daag mannen uit die seksistische taalgebruik gebruiken en grappen maken over vrouwen.
  5. Vraag een vrouw hoe de dreiging van geweld haar leven beïnvloedt, wat de cijfers die ik net benoemde betekenen, wat hún ervaringen zijn; hoe zij graag gehoord en gezien zouden willen worden, geholpen. Want al het huiselijk geweld en het cybergeweld van mannen tegen vrouwen stopt niet als het verhaal bij statistieken blijft. Maak van feiten verhalen in jouw omgeving.
  6. Denk na over hoe onze houding en taal bijdragen aan de problemen van vrouwenmisbruik.
  7. Erken dat huiselijk geweld de verantwoordelijkheid van elke man is. Bel 112. Huiselijk geweld is geen privékwestie – het is een misdrijf.
  8. Erken dat vernederende vrouwenbeelden in de media verband houden met geweld tegen vrouwen.
  9. Spreek je uit tegen artiesten, die in hun video’s en muziek geweld tegen vrouwen bevorderen.
  10. Praat met en leer jongens en jonge mannen over gezonde relaties. Loop het gesprek en wees een goed rolmodel.
  11. Accepteer en neem onze verantwoordelijkheid dat geweld tegen vrouwen niet zal eindigen totdat mannen deel uitmaken van de oplossing om het te beëindigen. We moeten een actieve rol spelen bij het creëren van een culturele en sociale verandering die niet langer geweld tegen vrouwen tolereert.
  12. Stop met het ondersteunen van het idee dat mannelijk geweld tegen vrouwen te wijten is aan psychische aandoeningen, gebrek aan vaardigheden voor woedebeheersing, chemische afhankelijkheid, stress, enz. Geweld tegen vrouwen is geworteld in de historische onderdrukking van vrouwen en de uitgroei van de socialisatie van mannen.
  13. Sluit je aan bij andere betrokken mannen en vrouwen om gendergeweld aan te pakken via groepen zoals EMANCIPATOR.

Het begint met het onderbreken en veranderen van de manier waarop we ons binden als mannen, het creëren van een nieuwe cultuur van broederschap.

Door mannelijke conformiteit uit te dagen leggen we de verantwoordelijkheid om het geweld tegen vrouwen te beëindigen waar het hoort – bij de mannen die het plegen. De oplossing is niet alleen om op te komen voor vrouwen, maar ook om mannen verantwoordelijk te houden. We kunnen dat elk moment tegelijk doen – op het trottoir, in de metro, aan de eettafel, bij de wedstrijd, in de bus, aan de bar, met onszelf.

Dus ja, man. Wil je iets beginnen? Laten we een beweging beginnen – een beweging van mannen die niet bang zijn om geweld tegen vrouwen te stoppen.

Blog 17. Jens van Tricht: Druppels op een gloeiende plaat

Dit is blog 17 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

Vandaag is het 10 december, de Internationale Dag voor de Rechten van de Mens. Ik heb de eer om door het College voor de Rechten van de Mens genomineerd te zijn als mensenrechtenmens. Een grote eer, want ik bevind mij hier in het bijzondere gezelschap van Hameeda Lakho van de Academie voor Herstel en Ervaringsdeskundigheid en Eve Aronson en Laura Adèr van Stichting Fairspace, drie vrouwen die zich vanuit hun eigen ervaringen inzetten om geweld tegen vrouwen te voorkomen. Ik vind het ook wat gênant, want waarom sta ik hier nu als man, en niet al die andere vrouwen die zich in Nederland en wereldwijd dagelijks inzetten voor gelijkheid, veiligheid en rechtvaardigheid?

Waarom moeten we in 2019 überhaupt een mensenrechtenmens eren? Waarom zijn we niet allemaal mensenrechtenmensen? En waarom moeten we ons nog steeds inzetten om geweld tegen vrouwen te voorkomen? Waarom zijn dat er maar zo weinig, ondanks dat we met zovelen zijn? Waarom wordt geweld tegen vrouwen niet serieus genomen? Waarom dweilen we met de kraan open? Waarom zijn we druppels op een gloeiende plaat?

Omdat niemand de kraan dichtdraait. Omdat de stekker van de plaat nog in het stopcontact zit, omdat er nog altijd meer water en brandstof worden toegevoerd. Omdat we wel een beetje stilstaan bij de gevolgen voor de vrouwen die het meemaken – maar helaas ook echt maar een beetje, als we een beetje geluk hebben op 25 november, de Internationale Dag voor het Beëindigen van Geweld Tegen Vrouwen, en als we een beetje meer geluk hebben maar liefst zestien dagen daarna, tot en met vandaag, de wereldwijde 16 Days of Activism to End Gender Based Violence.

Waarom is er maar één Dag voor het Beëindigen van Geweld Tegen Vrouwen? Waarom voeren we maar zestien dagen actie tegen gendergerelateerd geweld? Waarom gaat het geweld ondertussen gewoon door? Waarom maken gezaghebbende witte oude mannen op nationale radio grappen over verkrachting? Waarom vinden programmamakers op nationale televisie aanranding goed voor de kijkcijfers? Waarom zijn er mannen die groepsgewijs meisjes verkrachten? Waarom kunnen vrouwen niet alleen in Leiden maar eigenlijk nergens veilig over straat? Waarom is geweld tegen vrouwen volgens de VN een epidemie van onvoorstelbare proporties? Waarom is thuis de minst veilige plek voor vrouwen?

En waarom gaat dit allemaal maar door?

Terwijl we met alle goedbedoelende mensen en organisaties weer onze jaarlijkse zestien dagen campagne voeren om geweld tegen vrouwen uit te bannen, slaat de harde realiteit ons vrijwel dagelijks om de oren. Ik word er soms toch moe van.

Het is dertig jaar geleden dat een vrouwenhater en antifeminist in Montreal veertien van zijn vrouwelijke medestudenten vermoordde. Naar aanleiding hiervan startten een aantal mannen in Toronto met de White Ribbon Campagne, waarin sindsdien steeds meer mannen zich wereldwijd tegen geweld tegen vrouwen hebben uitgesproken. Het is ook dertig jaar geleden dat ik van vrouwen in mijn directe omgeving vreselijke verhalen te horen kreeg over seksueel geweld, kindermishandeling, incest en partnergeweld. Sindsdien zet ik me in om jongens en mannen te betrekken bij het voorkomen van geweld tegen vrouwen. En gelukkig zetten ook in Nederland zich steeds meer mannen in om deel van de oplossing te worden.

Na dertig jaar ben ik nog steeds niet gewend aan de keiharde realiteit waarin teveel vrouwen moeten leven, en als afgeleide daarvan de dreiging van zo’n keiharde realiteit waarmee feitelijk alle vrouwen moeten leven. Ook de afgelopen weken weer, bij diverse bijeenkomsten in het kader van de 16 Days of Activism, ben ik steeds diep geraakt door de pijn en het verdriet en de wanhoop bij vrouwen die geweld hebben meegemaakt en overleefd. Het went nooit.

Een rode draad in alle verhalen, van de afgelopen weken, van de afgelopen jaren, volgens mij van zo ongeveer altijd, is dat er te weinig capaciteit is om overlevenden op te vangen, te steunen, te helpen, te begeleiden, aangifte te laten doen, etctera. En dan ga ik er maar even vanuit dat de wil er wel is, dat is namelijk zeker het geval bij alle professionals, beleidsmakers, hulpverleners en politiemedewerkers die de moeite nemen naar dit soort bijeenkomsten te komen. Feit is en blijft: er zijn gewoon te weinig middelen om te doen wat nodig is. En dan hebben we het nog niet eens over preventie.

Kortom: het onderwerp wordt gewoon niet serieus genomen. Hoewel de cijfers jaar in jaar uit laten zien hoe groot en ingrijpend en traumatiserend en ontwrichtend geweld tegen vrouwen is, sluit de samenleving blijkbaar liefst de oren en ogen voor dit probleem, en zelfs de mond, want de meesten vinden het al een te grote stap om zich erover uit te spreken.

Hoe kunnen we pretenderen dat we in een gelijk(waardig)e samenleving wonen als geweld zo’n grote rol speelt?! Geweld is tegelijkertijd de ultieme uitdrukking van ongelijkheid en het ultieme middel ervan. Een wereld waarin de ene helft van de bevolking voortdurend bang en op de hoede moet zijn voor de andere helft is niet de wereld waarvan ik geleerd heb dat we er samen naar moeten streven. En het is eigenlijk nog erger, want ook de andere helft van de bevolking is eigenlijk voortdurend bang en op de hoede voor die ene helft.

De olifant in de kamer: veruit het meeste geweld wordt gepleegd door mannen. Dat is statistisch het meest in het oog springende feit. Maar feit is ook dat de meeste mannen geen geweld plegen. De meeste daders zijn weliswaar mannen, maar de meeste mannen zijn zeker geen dader!

Toch vinden wij het belangrijk dat mannen deel van de oplossing worden. En dat impliceert dat mannen ook deel van het probleem zijn. Veel mannen in onze trainingen en workshops geven aan dat ze graag willen bijdragen aan een oplossing, maar dat ze niet weten wat ze eraan kunnen doen. Want zij slaan toch niet, zijn verkrachten niet, zij vermoorden niet.

Klopt. De meeste mannen slaan niet, verkrachten niet en vermoorden niet. Maar de meeste mannen groeien wel op in een cultuur en samenleving die ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, en geweld van mannen tegen vrouwen, bagatelliseert, legitimeert en normaliseert. Het zwijgen over ongelijkheid en geweld is daar wel de duidelijkste uitdrukking van.

Als je neutraal blijft in onrechtvaardige situaties, kies je de kant van de onderdrukker (Desmond Tutu)

In the end, we will remember not the words of our enemies but the silence of our friends (Martin Luther King, jr.)

Om deze reden beloven mannen in de wereldwijde White Ribbon Campagne dat ze geen geweld zullen plegen, het niet zullen goedkeuren, en er niet over zullen zwijgen.

En dat begint al bij lockerroom talk. Bij foute seksistische grappen. Bij homofobie. Bij peer pressure die jongens en mannen aanzet tot grensoverschrijdend gedrag. Bij naroepen en nafluiten en handtastelijkheden. Enzovoorts.

In onze workshops houden we vaak een brainstorm met deelnemers over geweld tegen vrouwen. Op post-its mogen ze steeds een andere vorm van geweld opschrijven en op een groot vel plakken. De flap raakt vol en deelnemers raken niet uitgepraat, of het nu mannen zijn of vrouwen of gemengd. We blijken allemaal verdomd goed te weten hoeveel verschillende vormen van alledaags seksisme en geweld er zijn, wat we meemaken en waar we soms zelf aan meedoen.

Het is groots en overweldigend allemaal, waar kan je beginnen?

Nou, overal! Elke vorm van seksisme en geweld waar je aan bijdraagt kan je nu stoppen. En je kunt je ertegen uitspreken als anderen het doen. En je kunt je positie ook gebruiken om het onderwerp aan te kaarten als het nog niet op tafel ligt. Alleen zo kunnen we bereiken dat we allemaal gaan bijdragen aan een wereld zonder geweld. Door ons uit te spreken en in te zetten, niet alleen als dat door iemand van ons gevraagd wordt, maar als de situatie dat van ons vraagt. En dat is al eventjes behoorlijk aan de gang.

We hebben jongens en mannen nodig als deel van de oplossing. Mannen die in hun eigen omgeving het verschil maken, maar zeker ook mannen die hun macht en status en invloed gebruiken om de wereld te verbeteren. Geweld tegen vrouwen zou ‘chefsache’ moeten zijn, zoals al die andere crises in de wereld. Geweld tegen vrouwen zou niet alleen een vrouwenzaak moeten zijn maar gaat ons allemaal aan.

It’s about time, all hands on deck!

Blog 16. Jos van der Schot: Laten we het (weer) over mannen hebben

Dit is blog 16 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

Taal is een machtig wapen. Ook als het over geweld tegen vrouwen gaat. Hoe machtig taal kan zijn, laat Jackson Katz in zijn Ted-talk zien. Hij beschrijft hoe taal de dader, in de overgrote meerderheid man, op een subtiele manier uit het verhaal schrijft. Lees bijvoorbeeld deze vier zinnen: “Jan slaat Marie” – “Marie is geslagen door Jan” – “Marie werd geslagen” – “Marie is een geslagen vrouw”. Het gaat over precies dezelfde gebeurtenis. Maar betekenen deze zinnen hetzelfde? Nee. Jan, de dader, is verdwenen, ook Jans daad is verdwenen. Het gaat alleen nog over Marie, het slachtoffer.

Man en roofdier

De grote verdienste van #MeToo is dat vrouwen dit taalkundige spel hebben teruggedraaid. Doordat zij massaal naar voren kwamen om mannen aan te klagen, brachten ze de daad en de dader weer terug in taal en beeld en in enkele gevallen ook letterlijk in de beklaagdenbank.. In plaats van alleen te vertellen dat zij vernederd, aangerand en verkracht waren, gaven zij de dader een naam en een gezicht. De vrouwen waren geen slachtoffer meer, die iets was overkomen, maar werden (weer) verbonden met de dader. In plaats van “… is een verkrachte vrouw” – bij de puntjes kunnen we talloze namen invullen – stond er ineens “… is verkracht/aangerand door Harvey Weinstein”. Terwijl bij veel anderen (nog) de passieve taalvorm bleef staan – “zij is aangerand door hem” – ging in dit specifieke geval de weg verder terug. Niet alleen stond er “Weinstein heeft … aangerand/verkracht”. Er stond ook “Weinstein is een roofdier”.

Eindelijk ging het verhaal over de dader, was de man als onderwerp. Dat is belangrijk want we mogen ons niet beperken tot het weerbaarder maken van vrouwen. Als er aan de andere kant niets verandert en we de daders, zonder publieke afkeuring, laten doorgaan met slaan, aanranden, verkrachten en vermoorden, is het dweilen met de kraan open. De kraan moet dicht, mannen moeten ophouden met het plegen van (seksueel) geweld, en niet alleen tegen vrouwen. En dat begint met het noemen van man en paard (in dit geval roofdier), gevolgd door publieke en juridische veroordeling (uiteraard na zo zorgvuldig mogelijke bewijsvoering).

#MeToo is zonder meer winst. Het recht op ongecontroleerde machtsuitoefening, onder de sluier van verzonnen consent of onbewijsbare daad en in stand gehouden door bot machtsverschil, is verleden tijd. Natuurlijk blijft het ‘haar woord tegen het zijne’, maar haar stem wordt gehoord en de geloofwaardigheid van beide partijen is er meer door in evenwicht gekomen.

Verantwoordelijkheid

De afgelopen twee jaar is de situatie er niet simpeler op geworden en wederom speelt de taal een hoofdrol. Er is namelijk een flinke schare mannen die het dader-slachtoffer verhaal weer proberen om te draaien. Natuurlijk, zo stellen ze, is verkrachting en geweld ontoelaatbaar en moeten daders gestraft worden. Maar niet iedere man is een (potentiële) dader. Met deze redenering in het achterhoofd zetten mannen de aanval in. #MeToo maakt het leven van heel veel mannen kapot, doordat ze onterecht beschuldigd worden. Hun carrière is naar de vaantjes, hun huwelijk op de klippen, hun reputatie aan diggelen. Minstens zo belangrijk in deze redenering is dat zij stellen “dat alle mannen daar last van hebben”. Ze mogen niet meer flirten, aanrakingen zijn taboe, ze mogen zelfs geen ‘onschuldige’ grappen meer maken of de deur voor een vrouw openhouden.

Deze buitensporige aanklacht – #MeToo was echt alleen gericht op het seksuele geweld dat vrouwen hadden ervaren – kan twee dingen betekenen. Ten eerste is het een zelfverdedigingslinie van de roofdieren: ontkennen en in de tegenaanval gaan. Een tweede betekenis is dat mannen bang en onzeker zijn. Zij voelen zich ongemakkelijk bij hun daden. Zelfs als zij er geen slechte bedoelingen hebben, lijken ze zichzelf niet helemaal te vertrouwen. Door zichzelf als slachtoffer neer te zetten, ontwijken zij hun verantwoordelijkheid.

Tegengeluid?

Ook dit is een taalspel. Want weer wordt de man uit het verhaal weggeschrijven, nu op een zo mogelijk nog subtielere manier. Er ontstaat een nieuwe serie zinnen, die de werkelijkheid op de kop zet. “Vrouwen beschuldigen ‘specifieke’ mannen van seksueel geweld” – “Vrouwen vinden alle mannen gewelddadig” – “Mannen voelen zich door vrouwen beperkt in hun bewegingsvrijheid” – “Vrouwen klagen mij, als man, aan voor wat ik niet heb gedaan” – “Vrouwen zijn gemeen en rancuneus”. De overeenkomst met de serie zinnen aan het begin van deze blog is dat de man aan het eind niet meer voorkomt. Het verschil is dat de vrouw nu is veranderd van slachtoffer in dader. Daarmee hebben ze het verhaal verplaatst van de man als dader (#MeToo) naar de vrouw als dader (#MeToo is fake of over the top).

Mannen die deze taalkundige omkering maken, stellen vaak dat ze een tegengeluid willen laten horen, uit een soort van zelfverdediging. Maar mag een tegengeluid wel een tegengeluid heten als het dient om alles bij het oude te laten en seksueel geweld weg te poetsen? In de nieuwe versie gaat het verhaal over seksueel geweld namelijk niet meer over seksueel geweld. Toedekken, verkleinen of ontkennen van het bestaan van seksueel geweld, door te zeggen dat er ook mannen zijn die geen dader zijn, gumt de gruwelijke werkelijkheid uit.

Het echte verhaal vertellen

Ik startte dit verhaal met de zin – “dat taal de dader, in de overgrote meerderheid man, op een subtiele manier uit het verhaal schrijft” – maar dat is natuurlijk niet waar. Taal schrijft niet; taal wordt geschreven. Mensen gebruiken taal. En mensen gebruiken taal onder andere om te bepalen waar ‘het verhaal’ over gaat. In dit geval willen mannen in kwestie niet dat het verhaal over mannen gaat en zeker niet over de relatie tussen mannen en seksueel geweld. En daar moet het wel over gaan.

Deze ontkenning mag niet onbeantwoord blijven. Ook wij, mannen die geweld tegen vrouwen niet accepteren, beschikken over taal als machtig instrument. Wij kunnen ons uitspreken, stelling nemen, man en roofdier noemen, andere mannen aanspreken en met ze in gesprek gaan. We kunnen onze privileges – veel mannen luisteren nog altijd eerder naar andere mannen dan naar vrouwen – gebruiken om het echte verhaal te vertellen.

Maar hoe doe je dat? Hoe kunnen we het verhaal weer laten gaan over seksueel geweld en over de werkelijke daders? Hoe bereiken mannen die geen dader zijn, maar zich wel onzeker voelen? Hoe kunnen we het gesprek zo voeren dat mannen zich realiseren dat het onvoldoende is om niet-dader, niet-seksist te zijn, maar dat het nodig is om anti-seksist, feminist te zijn?

Luisteren én spreken

Dat begint bij luisteren, echt luisteren. Luisteren naar wat vrouwen zeggen én naar wat ze niet zeggen. Dan kom je erachter dat feminisme niet tegen mannen is gericht, maar voor gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. Dat zij van ons verwachten dat wij zelf ook voor deze gelijkwaardigheid gaan strijden. Dat een aanklacht wegens seksueel geweld zich richt tegen de dader en niet tegen alle mannen. Dan begrijp je dat de angst en onzekerheid van vrouwen om in het gezelschap van mannen te zijn reëel is, maar niet door jou persoonlijk hoeft te worden veroorzaakt. Vrouwen kunnen niet aan je blauwe (of anderskleurige) ogen zien of jíj wel te vertrouwen bent, of jij potentiële medestander of (potentiële) dader bent.

In de praktijk is het zaak dat meer mannen zich publiekelijk uitspreken en het geweld tegen vrouwen aan de kaak stellen, het benoemen als een probleem van mannen en mannelijkheid. Schrijf blogs, opiniestukken, spreek mannen aan die ‘foute’ grappen maken op een feestje, vraag ze om de grap uit te leggen – werkt heel krachtig – ontvriend mannen die over de schreef gaan of – beter nog – ga gericht met ze in gesprek over het onderwerp.

Begin het gesprek met mannen niet beschuldigend. Begin met luisteren en doorvragen om te zien waarom ze zeggen wat ze zeggen en doen wat ze doen. Vinden ze stiekem dat ze het recht hebben om de aandacht van vrouwen te claimen en ze aan te raken als hen dat goeddunkt? Dan is een publieke veroordeling op haar plaats. Maar zijn ze zoekende en weten ze oprecht niet meer hoe ze op een open, respectvolle, eerlijke en gelijkwaardige manier met vrouwen omgaan? Dan kan het onderlinge gesprek ertoe leiden dat jullie samen deel worden van de oplossing. En uiteindelijk is er maar een oplossing voor geweld tegen vrouwen. En die oplossing is dat het stopt.

Taal is daarbij het begin. Zwijgen is geen optie. Niet meer.

Blog 15. Peter de Vroed: Mannen en vrouwen, schokdempers en veren

Dit is blog 15 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

Op vijfjarige leeftijd zag ik een man de arm van zijn vrouw omdraaien. Hij duwde haar tegen het aanrecht aan en snauwde haar af. Ik hoorde de vrouw jammeren van de pijn. Een jaar later werd deze man van de ene op de andere dag mijn nieuwe vader.

Nog steeds vind ik het moeilijk om hierover te praten. Binnen mijn familie heb ik dit nooit durven delen. Een van de grote familiegeheimen die maar ‘beter’ geheim kunnen blijven. Maar zou het zo kunnen zijn dat juist doordat deze geheimen ‘geheim’ blijven, geweld in stand wordt gehouden?

Pas sinds twee jaar durf ik onder ogen te zien wat er allemaal fucked up is in mijn leven en opvoeding. Tot die tijd waren mijn twee vaders en moeder heilig. Begrijp mij niet verkeerd: ik hou van alle drie. In wezen draait het ook allemaal niet om hen, maar om wat ik van alle drie mijn ouders geïntegreerd heb in mijn leven (en lijf).

“Pain travels through families until someone is ready to feel it.” -Stephi Wagner

De spiraal van geweld richting vrouwen heeft grote invloed gehad op een groot deel van mijn leven. Niet in de zin van slaan, maar wel in de zin van enorm dominant zijn. Mijn wil was wet en zolang mijn vriendin daar maar rekening mee hield, hadden wij de meest perfecte relatie.

Passief agressief

Naast dat ik als jongen niet ‘mocht’ huilen, was het zeker niet toegestaan om boos te worden. Nu weet ik dat boosheid enorm gezond is. Het wordt pas ongezond wanneer het niet geuit wordt of omslaat in woede. Voor mij is gezonde boosheid de boosheid die direct verdwenen is nadat hij geuit is. Het wordt pas ongezond wanneer je erin blijft hangen of wanneer er een verhaal omheen gebouwd wordt. Dit heb ik geleerd van de jongste zoon van mijn vriendin. Ik zag hoe hij enorm boos werd en direct daarna weer lief ging spelen.

Het niet mogen uiten van mijn boosheid als kind en later als volwassenen, heeft in mijn leven een enorme stempel gedrukt. Ik werd er passief-agressief van. Dit zorgt voor enorme stress in mijn lichaam en dus ook voor enorm veel ziektebeelden. In mijn geval enorme rugpijn.

Onbekende vormen van geweld

Er zijn twee vormen van geweld tegen vrouwen die vaak over het hoofd gezien worden, of zelfs helemaal niet als gewelddadig gezien worden.

  1. Vroegtijdige penetratie. Iedere volwassen vrouw heeft hier mee te maken gehad. Mannen die penetreren terwijl het lichaam van de vrouw nog geen tijd heeft gehad om zich te openen. (Dit duurt gemiddeld tussen de 20 en 45 minuten). Vroegtijdige penetratie is vaak pijnlijk voor vrouwen.
  2. Vrouwen ‘behandelen’ alsof het mannen zijn. Met name, het geen rekening houden met de behoeftes van vrouwen aangaande hun menstruatiecyclus.

De onzin van gelijke behandeling m/v

Een paar feitjes op een rij:

  • Genetisch gezien verschillen mannen en vrouwen op 6500 punten
  • Vrouwen menstrueren. Verreweg de meeste mannen niet
  • Vrouwen en mannen denken dat menstruatieklachten er gewoon bij horen. Hierdoor loopt 84% van de vrouwen met zorgelijke menstruatieklachten gewoon door

Een en ander blijkt uit onderzoek onder meer dan 75.000 vrouwen in Nederland

In mijn beleving is het dus gewelddadig wanneer je van een vrouw verwacht dat zij 100% functioneert wanneer zij menstrueert. Maar ja, wanneer vrouwen zelf ook maar gewoon doorgaan…

De ware magie

Voor mij is het mannelijke en het vrouwelijke complementair aan elkaar (dus ook het mannelijke en het vrouwelijke in mijzelf). Zoals er geen links zonder rechts is en geen hoog zonder laag. Bij het mannelijke stel ik mij een lijn van A naar B voor en bij vrouwelijk een cirkel. Als een mens alleen maar mannelijk zou zijn, wordt het een saaie bedoening. Wanneer een mens alleen maar vrouwelijk zou zijn, wordt het waarschijnlijk een stuk gezelliger maar is het de vraag of er wel iets uit de handen komt.

Een beetje zoals schokdempers (m) en veren (v). Heb je wel eens in een auto gereden die wel schokdempers maar geen veren heeft? Op een rechte weg gaat het nog maar bij de eerste de beste bocht breekt alles af. Heb je weleens in een auto gereden waar de veren van kapot zijn? De auto hobbelt alle kanten op en de kans dat je van de weg af raakt of wagenziek wordt is zeer groot.

De ware magie zit hem in de balans tussen de twee. Waar balans is bestaat geen ruzie of oorlog. Waar balans is bestaat respect en begrip. Waar respect en begrip heerst (in jouzelf en/of jouw omgeving) is geweld onmogelijk.

 

De blogs in de White Ribbon-blogmarathon worden geschreven door externe bloggers; meningen en ideeën die in de blogs worden gedeeld zijn die van de schrijver en zijn niet altijd representatief voor meningen en ideeën van Emancipator als organisatie of van haar medewerkers.

Blog 14. Willy van Berlo en Steven de Grauw: Een vrolijke benadering van een fundamenteel probleem

Dit is blog 14 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

In deze dagen van activisme gaat het om geweld tegen vrouwen. We kleuren de wereld oranje om aandacht te vragen voor een probleem dat wereldwijd nog steeds onacceptabele vormen aanneemt. Minister van Engelshoven deed op maandag 25 november de aftrap in Utrecht. Met een druk op een grote rode knop verlichtte ze, samen met burgemeester Jan van Zanen en mensenrechtenambassadeur Bahia Tahzib-Lie het stadhuis, met de uitspraak dat geweld tegen vrouwen te vaak voorkomt en ’we doen er te weinig aan’. De vraag is wat we kunnen doen om geweld tegen vrouwen effectief te bestrijden.

Stereotiepe normen

We weten dat er niet één strategie is om dit te doen, maar dat er meerdere nodig zijn. We moeten ons niet alleen op gedragsverandering van individuen richten, maar ook op opvattingen en normen die gangbaar zijn in de maatschappij. Het gaat niet zozeer om weerbaarheid van vrouwen, maar vooral om gedrag van degenen die het geweld plegen. En ja, dat zijn in grote meerderheid nog altijd mannen. Maar het gaat ook over heersende stereotiepe normen over mannelijkheid, vrouwelijkheid en seksualiteit die  leven bij zowel jonge mannen als jonge vrouwen. Bijvoorbeeld dat een vrouw die veel seks heeft een slet is, terwijl een man die hetzelfde doet daar niet op wordt aangekeken. Uit recent onderzoek blijkt dat een op de vijf jonge mannen en een op de tien jonge vrouwen vindt dat een vrouw die zich niet  heeft verzet niet echt verkracht is. En 18% van de mannen en 8% van de vrouwen vindt dat je seks niet meer mag weigeren als je eenmaal toestemming hebt gegeven.

Generatie Ja …. En?

Het is van groot belang dat deze normen veranderen, want ze dragen bij aan grensoverschrijdend gedrag. Vanuit Act4Respect, een alliantie van Atria en Rutgers, is een campagne opgezet om jongeren tussen de 17-23 jaar bewust te maken van positieve denkbeelden over mannelijkheid, vrouwelijkheid en seksualiteit: Generatie Ja …En? Rondom dit thema is op vrijdag 29 november 2019 een congres georganiseerd in de OBA voor professionals en beleidsmakers. Hoe kunnen we jongeren verder helpen om zich die positieve denkbeelden meer eigen te maken?

Geen wijzend vingertje

Marije Cornelissen, directeur van UN Women Nederland, liet zien dat steeds meer Nederlandse gemeenten meedoen aan #OrangeTheWorld. Zo zetten zij de norm dat er voor gendergerelateerd geweld in deze gemeenten geen plek is. (Weetje: het oudste oranje verlichte bouwwerk ter wereld staat in Nederland: de hunebedden in Drenthe.) Steven de Grauw, interventiemedewerker bij Rutgers, vertelde hoe stereotiepe mannelijkheidsnormen kunnen bijdragen aan zulk geweld en wat professionals die met jongeren werken kunnen doen om jongens uit te dagen op zoek te gaan naar een positieve invulling van mannelijkheid die bij ze past. Zijn tips: zie jongens als deel van de oplossing, niet als probleem; van welke positieve invulling van mannelijkheid krijgen jongens zelf energie? En: niet elke jongen hoeft zich man/mannelijk te voelen. Jamila Mejdoubi, projectleider bij Atria, en Maartje Puts, campaigner bij Rutgers, demonstreerden vervolgens hoe deze aanpak werkt in een massa-mediale campagne. De campagne Generatie Ja… en? gaat heel bewust uit van een positieve insteek; er wordt niet met een vingertje gewezen naar wat de jongeren verkeerd doen, maar zet in op het versterken van positieve denkbeelden die de meeste jongeren wel degelijk hebben. Ze denken alleen vaak dat andere jongeren niet zo ruimdenkend zijn als zijzelf, en gaan daarom mee in genderstereotiep gedrag.

Positieve benadering

Angelo Bromet, talentontwikkelaar bij de Melkweg, deelde zijn ervaringen in het werken met jongeren. Hij vertelde dat jongeren veel minder snel in ongewenst gedrag vervallen als ze zichzelf en elkaar leren zien om wie ze als individu zijn en wat ze als individu kunnen. Angelo werd gevolgd door een jongerenpanel met Gianny Emmanuel, Ambrien Moeniralam, Lennart van Schravendijk en Izy Dekker. Deze jongeren vertelden waar zij denken dat stereotiepe denkbeelden en opvattingen bij hun generatiegenoten kunnen worden beïnvloed. Bijvoorbeeld op straat, zie de Cat calls of Amsterdam van Ambrien, op school of op feesten. ’Luister naar jongeren’, zeggen Ambrien en Izy, ’ga met ze in gesprek.’

In twee break-outsessies werd in kleinere groepen doorgepraat over Generatie Ja… En? en over cultuursensitief werken. ‘Muziekdocent van het Jaar’ Petra Smit en vier van haar leerlingen van de Christelijke Scholengemeenschap Buitenveldert (CSB) lieten tenslotte zien wat voor moois er kan ontstaan als jongeren worden uitgedaagd te delen waar ze goed in zijn. Onder groot applaus en met een toegift sloten ze dit congres met een muzikaal optreden af.

De vrolijke vibe op dit congres, de sprankelende inbreng van de jongeren, de insteek van hoe het beter kan maakt duidelijk dat een positieve benadering veelbelovend is.

Blog 13. Tim van der Molen: MEN(S)

Dit is blog 13 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

Ik heb de opleiding docent theater gedaan. Dat houdt in dat ik nu een docerend theatermaker ben. In het begin van de opleiding dacht ik dat ik geen engagement had. Ik had niet iets waar ik boos over was. Iets waar ik echt theater over wilde maken. “Laat mij maar mooie Shakespeares maken,” dacht ik.

In mijn derde jaar veranderde dat. We hadden op de opleiding een gesprek met Anousha Nzume. Het was diversiteitsweek en Nzume kwam met ons praten over racisme en onze huidskleur. Omdat er veel mensen waren was ik vooral een observant, maar iets raakte me. Ik besloot om haar boek ‘Hallo, witte mensen’ bij haar te kopen na de bijeenkomst. Ze heeft het voor me gesigneerd: “Lieve Tim, als witte man veel mogelijkheden en mooie kansen. Ik weet dat je er het beste mee gaat doen!” Ik las deze zinnen honderd keer. Het was een zaadje wat bij mij iets in beweging zette.

Ik verslond het boek. Werd soms pissig, maar het leerde me om een paar keer te ademhalen en het op me in te laten werken. Ik stond aan de vooravond van een persoonlijk onderzoek naar mijn eigen huidskleur en naar racisme. Dit onderzoek leerde mij om te luisteren en te observeren. Ik wilde eigenlijk direct een voorstelling maken over dit onderwerp, maar dat is niet aan mij. Als witte man ging ik me er niet mee bemoeien tenzij me dat gevraagd werd. Dus besloot ik om vooral te luisteren en leren.

Ik ging verschillende activisten en nieuwssites volgen op twitter. Platforms zoals Oneworld, Them. en Dipsaus, maar ook mensen zoals Anousha Nzume, Clarice Gargard, Milou Deelen, Jens van Tricht, Arzu Aslan, Sander Philipse, Dipsaus, Simon/e van Saarloos, Cordelia Fine, en vele anderen. Zij opende een wereld die ik nog niet kende. Ik leerde over racisme, seksisme, genderdiversiteit, ableism, etc. Ik leerde over mensen die strijden, soms ten koste van hun eigen veiligheid en/of gemoedsrust, tegen onrecht op verschillende intersectionele gebieden. Ik luisterde en observeerde vooral.

Toen publiceerde Oneworld.nl een interview met Jens van Tricht over zijn boek ‘Waarom feminisme goed is voor mannen’. Een dag later lag ik op de bank te lezen over mannenemancipatie. Net zoals ‘Hallo, witte mensen’ werd ook dit boek een katalysator. Ik zag mezelf en mijn plek op deze aardkloot in een totaal nieuw en verfrissend licht. Ik ervoer iets wat ik niet beter kan omschrijven dan meer lucht.

Tot toen had ik mezelf neergelegd bij dat ik nooit zo zou zijn als veel ‘echte’ mannen in mijn omgeving; ik sport nooit, ik vond mezelf niet per se handig, ik ben niet stoer, ik flapper enorm met mijn handen en mijn favoriete manier om te zitten is met de benen over elkaar. Ik had me neergelegd bij het feit dat ik geen ‘echte’ man was. Dit boek vertelde me echter dat ik mijn ‘vrouwelijke eigenschappen’ kon vieren. Dat wat ik altijd zag als een afwijking, bleek juist een nieuwe norm. Er ontspande iets in mij, waardoor ik ruimte en lucht ervoer. Dit was het. Dit moest ik delen. Hier wilde ik iets over zeggen. Hier ging ik theater over maken.

Dat is MEN(s) geworden. Mijn afstudeervoorstelling die op een positieve manier uit de hand is gelopen. We hebben inmiddels al op meerdere plekken de voorstelling mogen spelen. Het concept is simpel: vier mannen tonen hun mannelijkheid tussen het publiek. Ze hebben oprechte gesprekken over kwetsbare onderwerpen waar mannen doorgaans niet over praten. Dit wordt afgewisseld door een soundscape waarin een vervormde stem doormiddel van geluidseffecten vertelt over de theorie achter mannenemancipatie. Ook spelen de spelers hier en daar een monoloog of een dialoog. Alles in een simpele maar theatrale belichting. Deze effecten vond ik belangrijk omdat ik het een theatrale ervaring wil laten zijn. Anders had ik beter een congres kunnen houden en daar ligt absoluut niet mijn kracht.

Door de boeken en artikelen leerde ik om te luisteren en leren. Dat is iets wat ik meenam tijdens het maken van deze voorstelling. We spelen tussen het publiek zodat die kunnen luisteren en leren. Niet zoals een alwetende leraar die mensen leert door te zeggen wat goed en fout is, maar door oprecht te tonen hoe wij onze mannelijkheid beleven zodat het publiek dit aan zichzelf en de mannen/mensen om hun heen kan koppelen.

Het luisteren en leren doe ik nog steeds, al participeer ik beetje bij beetje steeds meer in het debat. Ik protesteer, ik discussieer en ik praat met mensen. Als theaterdocent houd ik rekening met wat ik zeg, hoe ik me gedraag en wat voor verhalen ik vertel. Ik probeer te laten zien dat mannelijkheid niet een rigide vorm hoeft te zijn. Ik flapper met mijn handen, zit met gekruiste benen, vertel over mijn verliefdheden op jongens én meisjes en bevraag uitspraken waar ik het niet mee eens ben. Het lukt me niet altijd. Dat kwetsbaar opstellen is ontzettend moeilijk als je geleerd hebt dat dat een zwakte is. Maar al die mensen, al die boeken, al die artikelen en deze voorstelling helpen mij om meer mens te zijn. Want dat is uiteindelijk wat ik wil en iedereen toewens: meer mens zijn met menselijke eigenschappen. Heb ik toch nog engagement gevonden.

Meer info over MEN(s): Manvoorstelling@gmail.com of instagram: @meneervandermolen

Blog 12. Ton van der Kroon: Boris, Bibi, Bannon, Baudet, Bolsonaro en andere bobo’s: Het bastion van de witte man

Dit is blog 13 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

Crisis van mannelijkheid

Van alle crisissen in de wereld – de milieucrisis, de klimaatcrisis, de vluchtelingencrisis, de astronomische schuldenberg en nog zo wat- lijkt één crisis steeds acuter en nijpender te worden: de crisis van mannelijkheid. Als we naar de wereldleiders van vandaag kijken, dan zitten we met een gigantisch probleem in onze maag. We zitten opgezadeld met mannen die tappen uit het oude vaatje van machismo en sexisme, dictatoriaal en autoritair gedrag, of ronduit onbenulligheid en debiliteit. De koning is dood en de nar is aan de macht, zoals blijkt uit het huidige leiderschap van bijvoorbeeld Donald Trump en Boris Johnson. Het ware presidentschap is gesneuveld en wordt vervangen door jokers die van de politiek een treurig en lachwekkend schouwspel maken. Het doet nog enigszins komiek aan, omdat we dagelijks kunnen smullen van een doorlopende soapserie, ware het niet dat er zulke belangrijke zaken op het spel staan. Siberië en de Amazone stonden deze zomer in brand, het ijs van Groenland smelt in ijzingwekkend tempo en meer dan 70 miljoen mensen zijn wereldwijd op de vlucht. Willen we alle crisissen en uitdagingen die momenteel in de wereld spelen te lijf gaan, dan zullen mannen als eerste bij zichzelf te rade moeten gaan.

Het probleem van de witte man

Het blijken namelijk vooral witte mannen tussen de 40 en 60 te zijn die blijk geven van een hardnekkig patroon van ontkenning, egoisme, hebzucht, angst voor buitenlanders, en gebrek aan zelfreflectie. Zo worden Greta en de Belgische Anuna vooral door oudere witte mannen belachelijk gemaakt of aangevallen. Een vijftiger merkte villein op dat de zestienjarige Anuna nog niet eens weet of ze een jongen of een meisje wil zijn. Een andere grijzende man, Andrew Bolt, schrijft over Greta: ‘I have never seen a girl so young and with so many mental disorders’. De nederlandse politicus Baudet gaat op Twitter nog een stapje verder in het besmeuren van het zestienjarige meisje: ‘Haha. Dat dit vroegrijpe Alice Miller-syndroom mag ‘speechen’ in het Europees Parlement,’ schrijft Baudet. ‘Laten we de kneuzen die meejanken met dit narcistisch pubertijdsperikel vervangen en verslaan.’ De witte man voelt zich aangevallen in zijn veilige bastion en slaat hard terug. In Belgie is het de Vlaamse jongerenbeweging ‘Schild en Vrienden’ die grossiert in homo -, joden- en vrouwenhaat, hakenkruizen en wapens.

De intriganten

De boosheid van de witte man wordt gevoed door een aantal boosaardige raadgevers en intriganten. In Amerika waren dat Bannon en Bolton, in Groot Britannie vormden Boris Johnson, Nigel Farage en Jacob Rees Mogg de stokers van de Brexit. Erudiete en elitaire clowns die met veel universitaire flair, grootspraak en leugens het land ten gronde richten. Het lijken studenten die het corpsleven nog niet ontgroeit zijn.  Ze houden ervan om te confronteren en te bruskeren. Ze goochelen met waarheid, leugen en dualiteit waardoor het voor niemand meer helder is wat er werkelijk gaande is. Zolang de ware koning ontbreekt, en het land een gezond leiderschap mist, ziet de nar zijn kans om op de troon te gaan zitten. De witte middelbare man geeft zich niet zomaar gewonnen. Hij hoopt koste wat koste het oude bastion van mannelijke witte dominantie te behouden. Steve Bannon richt zelfs serieuze academies op in Europa om jonge witte mannen op te leiden tot de nieuwe aanvoerders van Europa.

De vijand

Het feit dat jongeren, homo’s en lesbiennes, zwarten en zoveel andere groepen deel gaan uitmaken van de dominanten westerse cultuur – en dat wij steeds meer deel worden van een wereldcultuur – is voor veel witte mannen een bedreiging van hun identiteit. Het grootste gevaar zijn echter de Moslims, die met miljoenen onze kant opkomen om ons de Sharia, de Jihad en de Koran op te leggen, zo vreest de witte man. De moslims zijn de perfecte verbeelding van het Kwaad, de Vijand, de Aartsrivaal: donkere huid, geboerkaadte vrouwen en een duistere religie. Ze vormen het schrikbeeld van onze diepste angst. In onze geest veranderen hulpbehoevende vluchtelingen in een leger van Orks en White Walkers waar alleen een gigantische muur ons van kan redden. Het is de muur van onze eigen kortzichtigheid en xenofobie die ons verder isoleert van de rest van de mensheid.
Angst, boosheid en het verlies van zekerheid en identiteit kunnen gemakkelijk omslaan in geweld, onderdrukking en machtsmisbruik. Als laatste redmiddel wordt gegrepen naar oorlog, strijd en het verslaan van de ‘vijand’. De duistere kant van de man neemt het over. Het beeld doemt op van de man die geen verantwoordelijkheid wil dragen voor zijn eigen gevoelens van onmacht of angst, die zijn pijn en minderwaardigheid projecteert op de wereld buiten hem en daarmee een land of een heel volk mee de afgrond instort. Een man als Bolsonaro van Brazilië voert niet alleen een hetze tegen inheemse volkeren die strijden voor hun oerwoud, hij doet er ook alles aan om het oerwoud nog sneller naar de haaien te helpen. Indianen noemt hij ‘parasieten’ en hij heeft vanaf het begin van zijn presidentschap het oerwoud opengegooid voor mijn- en roofbouw. In de Verenigde Staten was het onder andere Bolton, de voormalige veiligheidsadviseur van Trump, die onomwonden aanstuurde op een full out oorlog met Iran, nadat hij eerder meehielp Irak in de afgrond te storten.  In Engeland is het Boris Johnson die het hele ‘British Empire’ mee naar de bodem van de oceaan sleurt.

Van hoofd naar hart

Het veilige bastion van de man bevindt zich voornamelijk in zijn hoofd. Meningen, oordelen, links-rechts denken, wij – zij. Ieder van ons leeft in zijn eigen veilige bubbel, we kijken naar Sport of naar onze favoriete Netflixserie en we drinken er nog een biertje op, terwijl de wereld – letterlijk – in brand staat. In plaats van iets te doen, zoals de jongeren, blijven we op de bank zitten.
De oplossing ligt echter op een heel ander niveau, vooral ‘lager’, dichter bij de realiteit. Zodra je zakt vanuit je hoofd naar je hart verandert of/of in en/en, wij/ zij wordt ik en jij, afgescheidenheid en veroordeling wordt verbinding, je terugtrekken achter je eigen muur wordt open staan voor de ander, denken wordt voelen en handelen. Willen we verder komen, dan moeten we afdalen, vanuit de ivoren toren van het denken naar de brug van verbinding van het hart. Dat is waartoe vrouwen ons al jaren uitnodigen.

Ton van der Kroon is auteur van ‘De terugkeer van de koning, het boek voor mannen over liefde, lust en leiderschap’ en begeleidt sinds 20 jaar mannengroepen in de Belgische Ardennen. Hij organiseert op 17 november – 2 dagen voor Internationale mannendag – een actie waarop in Nederland en Belgie meer dan 100 mannengroepen  bijeenkomen om met elkaar in gesprek te gaan. WWW.HEARTOFMEN.NET

Blog 11. Matthijs Laan: De sleutel tot intimiteit

Dit is blog 11 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

Sta mij toe je mee te nemen naar mijn zomervakantie. Nu hoop je misschien op een verhaal over zonnige stranden en spannende reizen, maar zoiets kan ik niet leveren. In mijn vakantie heb ik voor een hobby-project bijna 3000 gedichten gelezen. Van elk gedicht noteerde ik welk gezichtspunt er gebruikt werd. Schreef de dichter in de ik-vorm, of vanuit een perspectief waarin alles verder weg staat van de schrijver? Met behulp van de zelf bedachte intimiteits-index kreeg elke bundel een cijfer tussen de 0 en 10 waarmee de mate van intimiteit werd weergegeven. Elke auteur had uiteindelijk een rapport. Dat is voor mij als leraar een leuk project voor in de zomer.

Terwijl ik deze analyse uitvoerde, kwam het verschil tussen vrouwelijke en mannelijke dichters naar voren: Gemiddeld scoren mannen 5,5 op de intimiteits-index, terwijl vrouwen gemiddeld op 8,2 stonden. Een ontdekking bij toeval: mannen hebben statistisch gezien minder de neiging om, wanneer ze over eigen gevoelens en ervaringen schrijven, uit te komen voor hun ‘ik’.

Als een soort vluchtmethode schrijven sommige dichters dus autobiografische gedicht die over een hij-figuur gaan. Maar waarom ‘hij’ schrijven, als je ‘ik’ bedoelt? Waarom creëren zoveel dichters deze kunstmatige afstand tot zichzelf, tot hun eigen gevoelens?

Wat ik mijn hele leven zie, is dat wanneer mannelijke zangers of dichters toch overgaan op de ik-vorm, de tekst vaak de vorm aanneemt van een verzoek of een bevel. Van Robin Thicke met “Let me liberate you, I know you want it”, tot Guus Meeuwis met “Geef mij nu je angst” en zelfs de eerste zin van deze blog. Mannen zijn de koning van de gebiedende wijs. Misschien komt dit doordat teksten in deze vorm niets over de schrijver zelf zeggen (alweer veilige afstand). Misschien door het feit dat stereotypen rond mannelijkheid iedereen influisteren dat mannen altijd dominant en assertief moeten zijn. Hoe meer songteksten en gedichten er geschreven worden die voldoen aan deze norm, hoe hoger de drempel wordt om teksten te publiceren die de normen uitdagen of in twijfel trekken. Alleen met die laatste soort teksten kun je echt iets over jezelf zeggen.

Dit probleem is niet beperkt tot gedichten en liedjes. Hetzelfde geldt in het dagelijks leven voor het delen van ervaringen en gevoelens in vriendengroepen of op het werk. Wanneer je geacht wordt om hard en oppervlakkig te zijn, wordt kwetsbaarheid als negatief en onwenselijk gezien. Psychiater Glenn Helberg legde in de documentaire ‘Man Made’ (2019) uit: “Emoties onderdrukken betekent dat we zelf onder druk komen te staan. Het zorgt voor bepaalde stress in onszelf.”

Aan de ene kant is het waar dat de huidige maatschappij veel dingen voor mannen makkelijker maakt, zoals het behalen van een hoge positie in een bedrijf, of het overtuigen van een jury. Maar je kunt je afvragen of deze privileges wel als voordelen gezien moeten worden. De minstens zo belangrijke keerzijde van de stereotypen wordt te weinig benoemd: Waar het echt telt, hebben mannen juist minder ruimte. Minder ruimte om je verdriet, pijn en angst te kunnen uiten en om medeleven te tonen naar anderen. Minder ruimte om jezelf in een gedicht met ‘ik’ te omschrijven. Minder ruimte om simpelweg jezelf te zijn.

Wat zou er moeten gebeuren om een balans in de intimiteits-index te doen ontstaan? De ruimte die door de stereotypen als ‘verboden’ wordt verklaard, kan alleen vrijgemaakt worden door de stereotypen in de prullenbak te doen. Alles moet bespreekbaar zijn, en veel meer vormen van mannelijkheid moeten geaccepteerd worden. De intolerantie waar mensen die zich buiten de hokjes begeven mee te maken krijgen, moet gericht worden op gedrag dat de hokjes sterker maakt. Het is goed om de nuance hier op te merken: Het gedrag hoort bekritiseerd te worden, niet de persoon.

Om te eindigen in de eerste persoon: We worden zelf de sleutel tot intimiteit door meer open en eerlijk met elkaar om te gaan, en door niet te vallen voor stereotypen die ons zo makkelijk verdelen. Als we ons best doen, dan kunnen we dat.

Blog 10. Patrick Timmermans: Hoe begeleid je jouw zoon in zijn seksualiteit?

Dit is blog 10 in de White Ribbon-blogmarathon. Ook meebloggen tegen geweld tegen vrouwen? Kijk hier.

Geweld tegen vrouwen en seksualiteit zijn sterk met elkaar verbonden. In seksualiteit ligt dan ook een mooie sleutel voor mannen om op een gelijkwaardige en respectvolle manier met vrouwen om te gaan. Een gezonde seksuele ontwikkeling ligt dan ook aan de basis hiervan, en dat begint al vroeg. De gemiddelde jongen is negen jaar wanneer hij interesse begint te krijgen voor meisjes, en nieuwsgierig wordt naar alles dat met seks te maken heeft.

Ik weet nog goed dat ik als jongen nieuwsgierig was naar seks. Eerder nog dan dat ik verliefde gevoelens had voor meisjes. In die tijd bladerde ik graag door de lingeriesectie van de Wehkamp, of een tijdschrift met blote vrouwen dat in de leesmap zat. Dit deed ik stiekem. Dit was iets van mij. En er zat ook schaamte op, omdat ik bij mijn ouders, en vooral mijn vader, het idee had dat ze me er belachelijk over zouden maken. Mijn vader had een onvolwassen houding als het om seks ging.

Mijn vader deed weleens een poging om een gesprek aan te gaan over masturberen en klaarkomen. Wat ik me daar van herinner, was dat het heel plat was. Zo plat als de schunnige grapjes waar hij van hield. Dat stond haaks op de intimiteit die ik ervoer rondom mijn seksualiteit. Ik voelde me dan ook niet gezien of serieus genomen door hem. Mijn moeder wist er trouwens ook geen raad mee. Zo kwam ze een keer mijn kamer binnen toen ik met mezelf bezig was. Via mijn vader kreeg ik dat terug op dezelfde platte manier. Ik schaamde me kapot. Dit alles heeft ertoe geleid dat ik me vrij eenzaam voelde in mijn seksuele ontwikkeling.

Nu heb ik zelf een zoon van negen. En ik zie zijn interesse voor seks en meisjes groeien. Prachtig en herkenbaar om te zien. Al langere tijd zit hij weleens met zijn hand in zijn broek en weet ik dat hij zichzelf aan het voelen is. Ik zeg daar niks over en laat hem zijn gang gaan.

Over seks begint hij steeds meer te praten als een stoer ding samen met zijn vriendjes. Dat vind ik soms wel een lastige, omdat het zo neerbuigend lijkt. Niet over meisjes, het gaat dan over ‘seksen’ in zijn algemeenheid. Ik laat hem erover vertellen en luister. Ik weet dat dit een manier is om zijn interesse in seks ruimte te geven. En wat betreft het leuk vinden van meisjes, daar krijg ik de eerste tekenen van. Laatst hadden we het over wie welk meisje het leukste vindt van een populaire tekenfilmserie.

Ik herken mezelf in hem, en ik weet dat ik het onderwerp seksualiteit niet zomaar op tafel moet leggen. Dan klapt hij dicht omdat er dan iets moet en hij een druk ervaart. Met hem praten over seksualiteit moet uit hem komen. Niet als een voorgekauwd praatje over de bloemetje en bijtjes, en wel beschikbaar zijn op het moment dat er vragen vanuit hem komen. Het gaat er bij hem om het creëren van een veilige setting waarin hij zich gehoord, gezien en gesteund voelt. Dan kan er een gesprek ontstaan over hoe het voor hem is, hoe het voor mij was, en hoe ik als volwassen man kijk naar seksualiteit.

Hierin zit een belangrijke sleutel voor een gezonde seksuele ontwikkeling van jongens. Een vader, of mannelijk rolmodel, die beschikbaar is voor zijn nieuwsgierigheid en hem ziet in hoe hij ermee omgaat. Ik denk niet dat er één vastomlijnde methode is, omdat elk kind uniek is. Natuurlijk helpt het wel om als vader informatie paraat te hebben, zoals het boek ‘Ben jij ook op mij?”. De basis is hem erin leren kennen en het geven van veiligheid, vertrouwen en beschikbaarheid. Dit is voor mij ook een ontdekkingstocht, omdat hij mijn eerste kind is, waarbij ik mijn eigen seksuele ontwikkeling opnieuw onder de loep neem. En ik verwacht hiermee dat de gesprekken snel genoeg gaan over respect voor meisjes en consent.

Wat dit blog nu bijzonder maakt, is dat ik de avond na het schrijven ervan een mooi gesprekje met mijn zoon had over seksualiteit. Hij begon na het avondeten aan tafel te vertellen over ‘seksen’, waarschijnlijk naar aanleiding van iets op school met vriendjes, en ik luisterde naar hem en kon een brug maken naar het belang van het respecteren van je eigen grenzen en die van de ander. Op een relaxte manier die duidelijk bij hem aankwam. Daarna ging het gesprek weer ergens anders over. Bijzonder in de context dat ik er nu zo over aan het schrijven ben.

Samenvattend is mijn advies voor vaders die bij willen dragen aan het stoppen van geweld tegen vrouwen, om zich te verdiepen in de seksuele ontwikkeling van hun zoon. Om hem te leren kennen daarin, te zien, te erkennen. Gebruik je eigen seksuele ontwikkeling als uitgangspunt. Van daaruit kan je je met hem verbinden en de sfeer creëren waarin je naast hem kan staan in deze bijzondere reis van jongen naar man.